Borstkanker: borstsparende behandeling soms beter dan borstamputatie

Laatst bijgewerkt: februari 2017
123vecht-borstca-02-17.jpg

nieuws Een deel van de patiënten met borstkanker zonder uitzaaiingen heeft meer baat bij borstsparende therapie dan bij borstamputatie (mastectomie). De kans om binnen tien jaar te overlijden aan borstkanker is na een borstsparende operatie met nabestraling ongeveer een kwart lager dan bij mastectomie. Dat blijkt onderzoek van wetenschappers van het universitaire Erasmus MC, Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en Universiteit Twente (UT).

Zij bestudeerden de cijfers van bijna 130.000 borstkankerpatiënten. Bij T1-2N0-2M0-mammacarcinoom is de kans om binnen tien jaar te overlijden aan borstkanker ongeveer een kwart lager als er borstsparend is geopereerd en nabestraald, dan na een mastectomie. De hogere overleving is vooral zichtbaar bij patiënten die geen chemotherapie kregen, bij patiënten ouder dan 50 jaar en bij patiënten met bijkomende ziekten (comorbiditeit).

De onderzoekers benadrukken dat de resultaten niet betekenen dat een borstamputatie een slechte keuze was of zal zijn. Keuzes worden gemaakt op basis van meer factoren dan alleen overleving. Borstamputatie kan nog steeds de voorkeursbehandeling zijn, bijvoorbeeld voor patiënten met een verhoogd risico op nadelige effecten van bestraling (radiotherapie), in sociale of psychologische omstandigheden, of een verwachte ongunstige esthetische uitkomst van een borstsparende behandeling.
Volgens de onderzoekers helpt de studie bepalen welke patiënten in de toekomst meer baat lijken te hebben bij een borstsparende behandeling en bevestigt dat voor de andere groepen een borstsparende behandeling ten minste even goed is als een borstamputatie.

Eerder onderzoek
Eerdere studies, vooral uit de jaren tachtig, toonden al aan dat de overleving voor borstkankerpatiënten voor beide behandelingen gelijk is. Deze studies sluiten echter vaak oudere patiënten of patiënten met comorbiditeit uit. Bovendien zijn de huidige diagnostiek en behandeling (operatie, bestraling, chemotherapie en bijvoorbeeld hormonale therapie) enorm verbeterd. Daarom was er behoefte aan nieuwe inzichten.
Een aantal recentere onderzoeken lieten al zien dat een borstsparende behandeling een mogelijk overlevingsvoordeel biedt. Bij deze onderzoeken ontbraken echter vaak een lange termijn opvolging, gegevens over de medicamenteuze behandeling, een voldoende groot aantal onderzochte patiënten of een indeling in bijvoorbeeld leeftijdsgroepen. Ook de gegevens over doodsoorzaken ontbraken en die zijn nodig om de borstkankerspecifieke overleving te bepalen.

Bron
https://www.iknl.nl/over-iknl/nieuws/nieuws-detail/2017/01/29/borstkankerspecifieke-overleving-van-borstsparende-behandeling-en-amputatie-nader-onderzocht
http://www.erasmusmc.nl/patientenzorg_algemeen/nl/nieuws-zorg/meer.baat.borstsparende.therapie/






pub