ad

Wonen & gezondheid (1/14): Luchtkwaliteit

Laatst bijgewerkt: oktober 2015

dossier De luchtkwaliteit is binnen een woning meestal het element dat de meeste aandacht behoeft. De gezondheidseffecten hangen af van de bron.
De belangrijkste elementen die de luchtkwaliteit in onze woningen bepalen zijn de emissies uit (bouw)materialen, verbrandingsproducten, tabaksrook, voedselbereiding, bewoners, huisdieren, huisstofmijten en schimmels.
Ook de luchtverontreining buitenshuis (zwaveloxiden, ozon, lood, roet…) speelt een rol.
Door ventilatie kan worden voorkomen dat hinderlijke of schadelijke stoffen die in de woning worden gevormd zich in de binnenlucht ophopen. De isolatiemaatregelen omwille van energiebesparing hebben een belangrijk effect op de ventilatiewaarden.

zie ook artikel : Luchtvervuilende stoffen en hun impact op de gezondheid

zie ook artikel : Waarom is frisse en gezonde lucht in huis belangrijk?

huis-verse-lucht.jpg
Meteorologische omstandigheden, samen met de doorlaatbaarheid van de materialen en de ventilatiemaatregelen hebben door opdrijving van de uitwisselingssnelheid een secundair effect door de beïnvloeding van de relatie binnen versus buiten. De temperatuur beïnvloedt het doordringen en de oplosbaarheid van de vervuilingsdeeltjes. Bij gebruik van de verwarming ontstaat binnen een onderdruk. Ook bij wind ontstaan drukverschillen,
wat effect heeft op de luchtuitwisseling. Vocht, door factoren binnen of buiten, heeft een effect op de relatieve doorlaatbaarheid en luchtuitwisseling (onder andere via het zwellen van ramen en deuren).
De doorlaatbaarheid van de materialen beïnvloedt het binnendringen van buitenlucht en het ontsnappen van binnenlucht. Door energiebesparende maatregelen wordt de doorlaatbaarheid tot een minimum beperkt.

zie ook artikel : Gezondheidsklachten en wonen

1.A. Bouwmaterialen

1.1. Vluchtige organische stoffen (VOS)

Vluchtige organische verbindingen of stoffen (VOS) worden beschouwd als de voornaamste oorzaak van binnenhuispollutie. Er bestaan veel verschillende stoffen die echter gemeen hebben dat ze bij kamertemperatuur in gasvorm vrijkomen.
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende klassen :
• alkanen;
• aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, xyleen, styreen);
• terpenen;
• gehalogeneerde koolwaterstoffen (chloroform, trichloroethyleen, vinylchloride);
• esters: ethyleenglycol;
• ketonen: aceton, butanon, cyclohexanon;
• aldehyden waaronder formaldehyde.

Deze VOS vindt men terug in tal van verven (op basis van synthetische organische oplosmiddelen), lijmen, tapijten, linoleum, vernis, enz. Sommige van deze producten (zoals isolatiematerialen, tapijten en behangpapier) geven gedurende maanden constant VOS af, terwijl bij andere de afgifte geleidelijk afneemt (zoals bij vloeibare materialen zoals verf, vernis, was). Nieuwe of recent verbouwde woningen vormen dus een potentiëel risico voor VOS. In combinatie met vochtigheid en warmte verhogen de concentraties.
Spuitbussen (cosmetica , was, insecticiden,…), sommige schoonmaakproducten (decapeermiddelen, antivlekproducten, oplosmiddelen, …) kunnen bij gebruik VOS afgeven. Een laatste belangrijke bron van VOS is het verbranden van fossiele brandstoffen (hout, olie, kolen…) en tabaksrook.

Behalve enkele VOS zoals formaldehyde, benzeen, tolueen en xyleen, waarvan de schadelijke gevolgen goed gekend zijn, is het moeilijk om de effecten van elk VOS afzonderlijk te isoleren. Omdat men meestal blootgesteld wordt aan meerdere VOS tegelijk, wordt vaak de totale concentratie als graadmeter genomen:
• irritatie of prikkelend gevoel van ogen, neus en keel kan optreden bij een concentratie (van 22 VOS) van 0,2 à 0,3 mg/m3;
• hoofdpijn en inflammatoire reacties treden op bij concentraties tussen 3 en 25 mg/m3;
• neurologische stoornissen (zoals verwardheid, slaperigheid) kunnen optreden bij een concentratie boven 25 mg/m3.
Kinderen zijn gevoeliger voor de effecten van VOS.
Op de slijmvliezen van ogen en luchtwegen is er een prikkelende werking. De invloed op het zenuwstelsel wordt bepaald door de concentratie op dat moment of kort tevoren. Meestal treedt bij zeer hoge concentraties bewustzijnsdaling op voorafgegaan door misselijkheid, braken, transpireren, hartkloppingen, hoofdpijn, duizeligheid, e.d. Na het contact verdwijnen de verschijnselen na enkele uren. Strekt het contact zich uit over langere tijd, dan zijn de klachten eerder snel optredende moeheid, slapeloosheid, angstdromen en pijnen.

zie ook artikel : OPS of Schildersziekte

formaldehyde.jpg
FORMALDEHYDE
Formaldehyde is een kleurloos, brandbaar gas met een prikkelende geur (bij een concentratie van 0,06 tot 0,22 mg/m3). Het wordt in tal van bouw- en decoratiematerialen verwerkt en wordt als een van de voornaamste oorzaken van binnenhuispollutie beschouwd. Het is ook een typisch voorbeeld van een vluchtige organische verbinding.
• Formaldehyde komt voor in onder meer ureumformolschuim, in lijmen en harsen (die o.m. gebruikt worden bij de productie van spaanplaten en houtpanelen en bij voorgelijmde behangpapier en vloerbekleding), in verven, in vloerbekledings- en textielmaterialen, cosmetica (shampoos, deodorants, nagelverstevigers…). De afgifte van formaldehyde vermindert weliswaar geleidelijk aan, maar het kan toch 15 jaar duren voor het helemaal is verdwenen. De concentratie in de lucht verhoogt met de vochtigheidsgraad, de temperatuur en een gebrekkige verluchting. Sommige stoffen die in de atmosfeer terecht komen door roken of door uitstoot van verbrandingsgassen, kunnen ook een invloed hebben op de afgifte van formaldehyde.
• Formaldehyde kan allerlei gezondheidsklachten veroorzaken: irritaties en ontstekingen van de conjunctiva en de bovenste luchtwegen liggen voor de hand, maar ook bij klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, een ongewone dorst bij het ontwaken, concentratie-, slaap- en geheugenstoornissen, moet men denken aan formaldehyde. Andere mogelijke problemen zijn gastro-intestinale klachten zoals braken, misselijkheid, abdominale pijn en zelfs diarree, allergische huidaandoeningen (eczema en urticaria) en longaandoeningen (astma en acute dyspnea). Tenslotte zou blootstelling aan hoge dossissen het risico op bepaalde kankers (ter hoogte van de neus en de sinus ethmoidales) doen toenemen.
• Kinderen zijn extra gevoelig voor formaldehyde.
Het Technisch Centrum der Houtnijverheid stelt voor reeds geplaatste materialen (spaanplaten) te schilderen met een afsluitend verfsysteem op basis van alkydhars of venyltolueen/acrylaatpolymeren of ze te bedekken met een afsluitende folie (bv. aluminium).
• Voor de algemene bevolking hanteert Nederland 120 µg/m3 (0,1 ppm), gemiddeld over 30 minuten, in het binnenmilieu gehanteerd als grenswaarde. De WGO adviseert 100 µg/m3 (0,08 ppm), gemiddeld over 30 minuten.

Te nemen maatregelen
- Uitgebreid verluchten;
- Zorg voor een kamertemperatuur tussen 18 en 24°C en een relatieve vochtigheidsgraad tussen 30 en 70%;
- Rook niet binnenshuis.
- Laat uw auto niet draaien in een garage die met de woning is verbonden;
- Kies zo mogelijk meubelen uit vol hout en natuurlijke producten of minstens producten die weinig formaldehyde bevatten. Bevestig vast tapijt met zelfklevende plakband liever dan met lijm. Sluit openingen in meubelen uit spaanplaat zorgvuldig af en bewerk ze met een goed dekkende verf of vernis. Sluit potten met lijm, verf of vernis zorgvuldig af en bewaar ze niet of zo kort mogelijk.

ALKANEN
De alkanen komen voor in o.m. butaangas, benzine, kerosine, diesel, aardgas… De giftigheid van alkanen in lage dosis in gasfase is zeer gering. Methaan tot butaan zijn bij concentraties lager dan 12.000 mg/m3 vrijwel onschadelijk. Bij hogere concentraties hebben ze omkeerbare effecten op het centrale zenuwstelsel en irriteren de luchtwegen. In hoge concentraties met lucht gemengd hebben zij een narcotische werking.

oplosmiddelel.jpg
AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN (benzeen, Tolueen, Xyleen…)
Benzeen, xyleen, tolueen zijn vluchtige organische verbindingen die vooral voorkomen in oplosmiddelen . De gezondheidseffecten zijn vrij goed bestudeerd.
• Oplosmiddelen worden in veel bouw- en decoratiematerialen gebruikt (verf, vernis, lijm, plastic…), maar ook in veel houtveredelingsproducten, drukinkten, ontvlekkers… Ze worden ook gebruikt om het octaangehalte van benzine te verlagen. Bij de onvolledige verbranding van stookolie, hout en zelfs van sigaretten en bij de verdamping van stookolie en diesel komt eveneens benzeen vrij.
De te verwachten concentraties voor benzeen binnenshuis liggen rond 5- 50 µg/m3. De gemiddelde concentraties liggen binnen de woning hoger dan buiten. Het verschil wordt toegeschreven aan factoren als tabaksrook, garages in verbinding met de woning, verven en lijmen.

• Gezondheidseffecten van deze aromatische koolwaterstoffen (PAK's) zijn onder meer:
- irritatie van conjunctiva en slijmvliezen van de luchtwegen;
- algemene symptomen (hoofdpijn, vermoeidheid, slapeloosheid);
- neurologische klachten zoals geheugen- en concentratiestoornissen;
- gastro-intestinale klachten (zoals braken, misselijkheid, en leverstoornissen);
- huidreacties;
- cardiale problemen (bij hoge concentratie kan tolueen ventriculaire fibrillatie veroorzaken);
- aantasting van de nieren;
- toxicologische verschijnselen ter hoogte van de lever (vooral benzeen);
- effecten op de immuniteit (vooral benzeen);
- carcinogene en mutagene effecten (vooral benzeen).
De overige alkylbenzenen werken vooral irriterend voor de slijmvliezen en remmend op het centraal zenuwstelsel. De voornaamste vertegenwoordigers zijn trimethylbenzeen, ethylbenzeen, n-propylbenzeen, i-propylbenzeen, methylethylbenzeen, isopropylmethylbenzeen en n-butylbenzeen. Deze zijn vooral te vinden in oplosmiddelen (verf, inkt), parfums en benzine.

Te nemen maatregelen
- Uitgebreid verluchten;
- De oorzaak vermijden: gebruik verven en vernissen op waterbasis in plaats van op basis van organische oplosmiddelen;
- Betrek niet onmiddellijk kamers waar dergelijke producten gebruikt zijn;
- Rook niet binnenshuis.
- Laat uw auto niet draaien in een garage die met de woning is verbonden.

Gechloreerde alifatische KOOLWATERSTOFFEN
Gechloreerde alifatische koolwaterstoffen (zoals methylchloride, trichloorethaan, tetrachloormethaan, trichloorethyleen en tetrachloorethyleen of ‘Per’) worden veelvuldig als vetoplosmiddel of als metaalreinigingsmiddel gebruikt. “Per” wordt zeer frequent gebruikt bij de droogkuis van kleding.
Naast hun aspecieke effecten op de huid, slijmvliezen en zenuwstelsel zijn ze ook berucht wegens hun effecten op lever en nieren. Dierproeven geven carcinogene effecten aan.

GECHLOREERED BENZENEN
Gechloreerde benzenen worden samen met andere stoffen veel toegepast in schoonmaakmiddelen, insecticiden en deodorantia. Ze komen oov oor in oplosmiddelen, benzine en tabaksrook. Ze werken remmend op het centraal zenuwstelsel maar minder sterk dan de gechloreerde alifatische koolwaterstoffen. De effecten verdwijnen na het beëindigen van de blootstelling. Gechloreerde benzenen zijn irriterend voor de slijmvliezen en voor de huid. Carcinogeniteit is tot nu onvoldoende onderzocht.

Algemene raadgeving voor de bewoning :
- Gebruik geen spaanplaat bij een radiator, als dakbeschot of op andere plaatsen die warm kunnen worden.
- Zorg dat je in een kamer niet meer dan 3 m3 spaanplaat hebt per 4 m3 binnenlucht.
- Ventileer extra na het plaatsen van nieuwe kasten en meubels.
- Gebruik zo mogelijk producten op waterbasis.
- Ventileer of lucht extra wanneer veel oplosmiddelen vrijkomen. Dit kan soms dagen duren.
- Gebruik geen spuitbus: zeer kleine druppeltjes uit de spuitbus komen in uw longen.
- Probeer zoveel mogelijk benzinedamp te vermijden tijdens het tanken.

1.2. Vezels

asbest-gevaar.jpg
ASBEST
Asbest is een component die erg in trek was bij het gebruik van bouwmaterialen omwille van zijn akoestische en thermische isolatiewaarde en zijn weerstand aan vuur en zuren.
Contacten met vrije asbestvezels kunnen na jaren leiden tot longfibrose, longkanker, gastro-intestinale tumoren. Doordat de werking zich pas na jaren blootstelling doorzet, zijn asbestvezels in ruimten voor kinderen gevaarlijker dan in ruimten voor ouderen.
De mate waarin de vezels gebonden zitten bepalen de veiligheid van het product. Sinds 1998 mag in ons land geen enkele asbestsoort meer worden gebruikt. Asbestvezeltjes kunnen vrijkomen door verwerking van asbesthoudende materialen (asbestcement). Eén van de belangrijkste bronnen van asbest in de woning is de “doehet-zelf”-wereld. Zo worden in de vrije tijd zonder al te veel voorzorgsmaatregelen asbesthoudende onderdelen bewerkt en verwerkt. Met name de afbraak van, het boren in en het zagen en schuren van deze onderdelen zijn gevaarlijke activiteiten.

Raadgeving voor de bewoning :
- Pas op bij het verwijderen van oudere vinylvloerbedekking, de onderlaag kan asbest bevatten.
- Niet zagen, boren of schuren in asbesthoudende materialen.
- Bij beschadiging van asbesthoudend materiaal onmiddellijk de nodige maatregelen nemen (afdekken, behandelen, verwijderen).

zie ook artikel : Gezondheidsrisico van asbest

zie ook artikel : Voorzichtig met cement

SYNTHETISCHE VEZELS
Minerale kunstvezels kunnen ingedeeld worden in keramische vezels, minerale wol (glaswol, rotswol, melkwol) en vezelachtige mineralen (calciumsilicaat-, sepioliet- en palygorskietvezels). Het zijn veel gebruikte isolatiematerialen.
Hun schadelijkheid is afhankelijkheid van hun afmetingen en hun duurzaamheid. Glaswolvezels hebben een grotere diameter dan rotswolvezels en zijn ook bio-oplosbaar. Zij dringen, in tegenstelling tot de veel fijnere glaswolvezels, niet door tot de onderste luchtwegen. Glaswol is bovendien bio-persistent. De vochtigheid verhoogt hun suspensie in de lucht. Bovendien kunnen andere bestanddelen verwerkt worden in deze vezels om bijvoorbeeld hun cohesie te verbeteren, zoals bv. bakeliet (wat de gele kleur van glaswol verklaart).
Vooral keramische vezels geven gezondheidseffecten die erg op asbestblootstelling lijken. Bij al deze vezels zijn een voorbijgaande irritatie en/of ontsteking van huid, ogen en luchtwegen beschreven.
Men vermoedt dat minerale vezels, en dan vooral rotswol, ook carcinogeen zou zijn.

Te nemen maatregelen
- zich beschermen wanneer men met deze producten werkt (masker, oogbeschermer, kleren die tot aan de hals zijn gesloten en ook de armen en de benen beschermen, handschoenen);
- het isolatiemateriaal moet hermetisch worden afgesloten van de omgeving (perfecte dichtheid, ook ter hoogte van de ramen);
- controleer de relatieve vochtigheidsgraad;
- gebruik zo mogelijke andere isolatiematerialen (kurk, cocos, cellulose, enz.).

1.3. Andere anorganische elementen

lood-buizen.jpg
LOOD
In een stadsomgeving waren uitlaatgassen van auto’s een belangrijke bron van lood dat fungeert als anti-klopmiddel. Door het aanmoedigen van het gebruik van loodvrije benzine daalde de loodconcentratie in de omgevingslucht aanzienlijk.
Lood is nog steeds een belangrijke oorzaak van intoxicaties bij de algemene bevolking en dan vooral bij kinderen (saturnisme).
• Kinderen lopen om drie redenen een verhoogd risico: Ten eerste is hun zenuwstelsel dat nog in volle ontwikkeling is, gevoeliger voor lood (waarvan het effect zich vooral manifesteert ter hoogte van het zenuwstelsel); ten tweede ligt de intestinale opname bij kinderen veel hoger dan bij volwassenen (50% van het lood dat kinderen binnenkrijgen wordt effectief geabsorbeerd, tegenover slechts 10 à 20% bij volwassenen); ten derde ligt het risico dat kinderen loodpartikels inslikken veel hoger omdat ze alles in hun mond steken en omwille van pica-gedrag. Pica-gedrag wordt gedefinieerd als het eten van producten die niet als voeding zijn bedoeld. Dit komt vooral voor bij kinderen beneden 6 maanden, maar ook bij zwangere vrouwen en bij personen met een ijzer- of zinktekort (bv. ten gevolge van een onevenwichtige voeding).
• In veel vooroorlogse huizen en in sommige huizen uit de jaren vijftig zitten nog waterleidingen van lood. Loden buizen zijn dik en vaak wat gedeukt of kronkelig. Ze zijn herkenbaar als men er in krast. Zonder verf is hun kleur donkergrijs. Ook sommige boilers en geisers bevatten loden leidingen. Loodhoudend drinkwater, vooral via inwerking van zacht, agressief water op de loden leidingen, evenals gleiswerk via inwerking van zure stoffen zoals azijn, tomaten- of vruchtensap, zorgen voor een extra belasting.
• In de woning vindt men lood vooral terug in loodhoudende verven. Loodhoudende verven mogen wettelijk sedert 1925 niet meer gebruikt worden. Woningen gebouwd vóór 1940 en waarvan de verf op muren of ramen en deuren slecht onderhouden is (afbladderende verf), vormen een reëel risico voor de gezondheid van jonge kinderen, vooral door knabbelen op loodhoudende verfschilfers (pica) of door het innemen via de handen van met lood aangerijkt stof. In een aantal steden zoals Antwerpen en Brussel werden bij een opsporingscampagne enkele jaren geleden nog 22 gevallen van loodintoxicatie via loodverf vastgesteld. Deze gevallen deden zich vooral voor bij weinig gegoeden. De slechte staat van de huurwoningen werkte de risicosituatie in de hand.
• Verwijdering moet gebeuren op een niet stofferige wijze (chemisch decaperen). Nadien dient men dan een loodvrije verf aan te brengen.
Vermelden we tenslotte nog dat loodhoudende verf nog steeds op de markt is, doch enkel bestemd voor metalen (zogenaamde roestvrije verf, loodmenie).
• Lood accumuleert zich vooral in het skelet. De klachten zijn erg wisselend en atypisch: Er kunnen neurologische symptomen optreden, zoals slaapstoornissen, concentratie- en geheugenproblemen, gedragsstoornissen zoals agressiviteit, geïrriteerdheid, agitatie of apathie. De voornaamste gastro-intestinale stoornissen zijn abdominale pijn, braken, kolieken (pijnlijke, hevige buikkrampen die een paar uur kunnen duren), diarree (bij kinderen soms het enige teken) of hardnekkige constipatie. Andere symptomen die aan een loodvergiftiging moeten doen denken zijn: een stagnatie en zelfs een achteruitgang van de groeicurven, een vertraging van de mentale ontwikkeling (met een verminderd IQ-score), abnormale bleekheid en tekenen van anemie.
• Lood kan volgende orgaansystemen aantasten : bloedaanmaak, zenuwstelsel, maagdarmstelsel, nieren, vitamine D-metabolisme en voortplanting. Verhoogde loodwaarden bij jonge kinderen leiden tot aantasting van de ontwikkeling van het zenuwstelsel wat meebrengt dat zowel de emotionele als de intellectuele functies worden beschadigd. Dit kenmerkt zich door concentratiestoornissen, slechtere schoolprestaties, emotionele labiliteit en lagere scores op intelligentietesten.

zie ook artikel : Lood: opgelet, een onzichtbare vijand

Te nemen maatregelen
Eerst en vooral moet de bron van vervuiling worden geïdentificeerd en zo mogelijk verwijderd of onschadelijk worden gemaakt. Maatregelen worden genomen om te vermijden dat kinderen contact hebben met deze bron.

- Maak de vloer regelmatig schoon met water;
- Laat loden leidingen vervangen zodra dit mogelijk is.
- Laat ‘s morgens het water een tijdje doorlopen. Het toilet doorspoelen komt de doorspoeling ten goede.
- Drink en kook geen water dat langer dan een uur in een loden leiding heeft gestaan. Gebruik het zeker niet voor flesvoeding van een baby. Ververs dan eerst de inhoud van de leiding door het water 1 tot 2 minuten te laten stromen.
- Gebruik nooit heet kraantjeswater om te drinken.
- Jonge kinderen en afbladderende verf gaan niet samen. In principe zijn dergelijke woningen onbewoonbaar voor kinderen. Ofwel moeten de afbladderende materialen worden vervangen, worden afgedekt of moeten de verfschilfers op adequate wijze worden verwijderd.
- Afschuren van verf kan niet als jonge kinderen (<12 jaar) in de woning aanwezig zijn.
- Ook spijlen van kinderbedjes moeten loodvrij zijn.
- gebruik geen cosmetica, huismiddeltjes of huisgerei met lood waarvan is aangetoond dat ze gevaarlijk kunnen zijn.

Bij een loodgehalte hoger dan 250 µg Pb/l moet het kind naar een gespecialiseerde ziekenhuisafdeling worden verwezen.
Indien een medische behandeling nodig is (meestal bij een loodgehalte boven 400 µg Pb/l) zal meestal chelatietherapie worden toegepast waarvan het effect bij ernstige intoxicaties afdoende is aangetoond.

TL-lamp.jpg
KWIK
Het breken van een ouderwetse koortsthermometer of sommige soorten thermostaten kan kwikzilver verspreiden, glimmende grijze druppeltjes. Het is moeilijk dit kwik helemaal op te ruimen, vooral op een vloerkleed of vaste vloerbedekking. Hierdoor kan je veel kwik binnen krijgen via je huid en door het inademen van kwikdamp.
Metallisch kwik kan in de woning onder andere voorkomen in thermometers, barometers en TL-lampen. Ook aardgas bevat metallisch kwik. Anorganisch kwik kan in de woning voorkomen in sommige latexverven.
Kwikdampen en organische kwikverbindingen kunnen aantasting van het centrale zenuwstelsel veroorzaken. Zo kunnen naast persoonlijkheidsstoornissen die gepaard gaan met slapeloosheid, geheugenverlies en depressieve stemmingen. Beven van vingers, oogleden en lippen worden hierbij frequent beschreven.

Raadgeving voor de bewoning :
- Gebruik geen koortsthermometer met kwik. Lever hem in als chemisch afval voordat hij breekt.
- Als er kwik is gemorst, gebruik dan geen stofzuiger; dit procédé verspreidt het kwik immers juist in de lucht.
- Gemorst kwik moet zo snel mogelijk worden opgeruimd. Op een gladde vloer bijvoorbeeld via samenvegen op papier (huishoudrol).
- Oppervlakken die niet kunnen worden schoongemaakt worden zo mogelijk verwijderd.

1.B. Tabak

Tabaksrook bevat minstens 2500 verschillende stoffen, met als belangrijkste bestanddelen: koolstofmonoxide, benzeen, tolueen, formaldehyde, aromatische amines, PAKs en roetdeeltjes.
Concentratie in de binnenlucht is afhankelijk van het volume van de kamer, de ventilatiewaarde, het aantal rokers en de frequentie van het tabaksgebruik. De invloed van tabaksrook strekt zich ook uit tot alle personen aanwezig in dezelfde ruimte, niet-rokers inbegrepen.
In onze geïndustrialiseerde landen is tabaksrook, vooral door de hoge stofconcentraties, de voornaamste oorzaak binnenshuis van niet-carcinogene effecten op de luchtwegen zoals chronische bronchitis, emfyseem en astma Verder is het de voornaamste oorzaak van longkanker.
Testen hebben uitgewezen dat minimum 8 luchtverversingen per uur nodig zijn om een ruimte van 50 m3 met een rookfrequentie van 6 sigaretten per uur, binnen het toelaatbare te houden, of 65 m3 frisse lucht per sigaret.

Raadgeving voor de bewoning :
- Rook niet in huis, zeker niet in het bijzijn van kinderen of niet-rokers.
- Wordt er in huis toch gerookt, ventileer of lucht dan extra, of rook onder de dampkap.
- Houd tenminste de slaapkamers rookvrij.

1.C. Verbrandingsprod.

Fossiele brandstoffen (stookolie, steenkool en aardgas) hebben het nadeel zeer veel zuurstof te verbruiken bij verbranding en bovendien een aantal toxische producten vrij te geven zoals koolstofoxiden (COx), stikstofoxiden (NOx) en zwaveloxiden (SOx), maar ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs), aldehyden (waaronder formaldehyde), zure gassen zoals salpeterzuur (HNO3) en salpeterigzuur (HONO) en roetdeeltjes. De concentratie van deze producten in de woning hangt samen met de gebruikte brandstof, het trekvermogen van de schoorsteen, de afstelling van de branders, het soort kachel, de luchttoevoer, de plaats in de woning en het onderhoud.

houtkachel.jpg
VERWARMINGSTOESTELLEN
Bijzondere problemen voor het milieu stellen de openhaarden en de kolen- en houtkachels. Bij openhaarden is de trek van de schoorsteen moeilijk te regelen en krijgt men makkelijk tegentrek, waardoor rook in de kamer terechtkomt. Bij kachels treedt er emissie op telkens de kachel geopend wordt voor het bijvullen. De concentraties binnenshuis van koolstofmonoxide, organische elementen, zwaveldioxide en stofdeeltjes, liggen in deze gevallen dan ook erg hoog.
• Een houtkachel verspreidt veel meer verontreiniging dan een andere verwarming van een woning. In de nabije omgeving kan de rook zeer hinderlijk zijn. Problematisch zijn vooral een lage schoorsteen, een kachel met overcapaciteit, frequent gebruik en het stoken van ander materiaal dan zeer droog hout. Hoe zachter de wind des te minder de rook weggezogen wordt en des te meer overlast er optreedt in de omgeving. Rook is in theorie kankerverwekkend. Metingen wijzen er echter op dat houtstook meestal niet genoeg giftige stoffen verspreidt om een reëel risico te vormen voor buren of voorbijgangers. Voor de bewoners zelf van het huis met de houtkachel bestaan grotere risico’s.
• Vooral kinderen hebben vaker verkoudheid, astma, bronchitis en longontsteking in huizen waarin dagelijks hout wordt gestookt. Ook zijn binnenshuis tijdens het stoken te hoge gehalten gemeten van stoffen zoals polycylische aromatische koolwaterstoffen (PAK), zelfs wanneer het binnen niet rokerig is. De hoeveelheid verontreiniging in de binnenlucht hangt af van het type houtkachel. Een helemaal gesloten model vervuilt minder dan een model met openingen of een openhaard. Verder hangt de verontreiniging van het binnenmilieu af van de trek in de schoorsteen. Een dichtgezette uitlaatklep, een verstopt schoorsteenkanaal, een lage uitmonding van de afvoerpijp en weinig wind kunnen leiden tot te weinig afvoer van rook. Het smoren van de luchttoevoer naar de kachel, het stoken van nat hout of het te dicht tegen elkaar stapelen van het hout kunnen leiden tot vorming van te veel rook.
Vanuit gezondheidsoogpunt moeten verwarmingstoestellen steeds op een schoorsteen aangesloten zijn wegens de giftige verbrandingsproducten (steenkool, stookolie, gas) of omdat ze onder druk staan (aardgas, propaan) zodat bij lekken de gassen via de schoorsteen kunnen ontsnappen.
• Verwarmingstoestellen die werken door verbranding en zonder schoorsteen, meestal als bijkomende verwarmingsbron gebruikt, geven altijd grote hoeveelheden CO2 af, ook NOx, en bij slechte werking ook CO. Dergelijke verwarming is af te raden.

KOKEN
• Bij het verhitten van vetten tot hoge temperaturen komen organische stoffen vrij. Bij aan- of verbranden (grill, barbecue) komen polycyclische aromaten, heterocyclische aminen of pyrolyseproducten van sommige aminozuren (tryptofaan, lysine, glutamine) vrij die mutageen en carcinogeen zijn.
• Bij het koken op gas of kole komen ook stikstofoxiden en koolstofmonoxide vrij. Deze emissie is zeer goed gelokaliseerd in tijd en ruimte, en moet dus makkelijk te ondervangen zijn. De bestaande dampkappen zijn echter weinig efficiënt doordat deze gassen zich vermengen met de lucht vooraleer ze afgezogen kunnen worden. Hierdoor wordt, indien de ventilator op maximum capaciteit werkt, gemiddeld slechts de helft afgevoerd.
Dampkappen zonder rechtstreekse afvoer naar buiten zijn uitgerust met koolstofilters. Wanneer deze niet tijdig worden vervangen gaan zij dienst doen als secundaire bron voor benzo(a)pyrenen en nitrosamines.

Raadgeving voor de bewoning :
- Zorg tijdens en een kwartier na het koken op een gastoestel voor extra ventilatie, bij voorkeur via een laaghangende afzuigkap.
- Laat gasapparaten jaarlijks controleren door een vakman.
- Laat de vakman ook komen als de vlam geel is.

GARAGE
Zoals bij koken op gas, gaat het hier vooral om sporadische emissies (CO, koolwaterstoffen, aromatische solventen).
Verspreiding in de woning kan tegengegaan worden door een sas te voorzien tussen garage en leefruimte. Algemeen raadt men aan verschillende vervuilers rond en in de garage te groeperen (centrale verwarming, wasplaats en dergelijke). Deze ruimte moet dan voldoende geventileerd worden.

ASFYXANTIA
Asfyxantia zijn biologisch niet-actieve stoffen die de zuurstof uit onze inademingslucht verdringen. De zuurstofconcentratie in de lucht mag niet zakken onder de 18% (normaal is de zuurstofconcentratie 21%). Dit betekent dat deze stoffen alleen in hogere concentraties, boven 10% volume in de inademingslucht, gevaarlijk zijn. Wanneer de zuurstofconcentratie zakt onder 8%, raakt men, vrijwel zonder waarschuwingssymptomen, bewusteloos. Bij concentraties rond 15% treden hoofdpijn, duizeligheid, oorsuizingen en lichtsensaties op.

Raadgeving voor de bewoning:
Allesbranders en openhaarden zijn veelal ongeschikt als hoofdbron van verwarming. U kunt af en toe hout stoken zonder gevaar voor de gezondheid, als u verstandig stookt:
- Kies een gesloten kachel met een kleine capaciteit.
- Controleer de trek in de schoorsteen.
- Laat elk jaar de schoorsteen vegen.
- Stook niet bij weinig wind.
- Stook niet wanneer bewoners last hebben van ogen, neus, keel of longen.
- Stook alleen hout dat 1 of 2 jaar gedroogd is.
- Stook geen geverfd, gelakt of gelijmd hout.
- Verbrand geen afval.
- Gebruik hout dat tenminste vuistdik is.
- Stapel de stukken met genoeg ruimte ertussen in de kachel.
- Open de toevoer van lucht in de kachel en de uitlaatklep naar de schoorsteen.
- Ventileer de kamer waarin de kachel staat.
- Mors geen as in huis.

KOOSTOFDIOXIDE (CO2)
Koolstofdioxide is normaal in de lucht aanwezig in een concentratie van 0,03%. Bij concentratie tussen 1 en 3% wordt de ademhaling versneld en neemt de hartfrequentie toe; boven de 4% wordt de ademhaling gestimuleerd; boven 7% ontstaan hoofdpijn, duizeligheid en transpiratie; uiteindelijk, boven 17%, treedt bewusteloosheid op.
Al zijn verbrandingstoestellen een grote bron, de belangrijkste CO2-bron is de uitademingslucht van de bewoners. Koolstofdioxide is een goede indicator voor de ventilatie. Een hoog gehalte koolstofdioxide in de woning duidt aan dat de ventilatie tekort schiet.
Als hygiënische streefwaarde voor het binnenmilieu geldt 1440 mg/m3 (800 ppm). Een concentratie van 1800 mg/m3 (1000 ppm) geeft 20% ontevredenen (muffe lucht). De concentratie in woningen stijgt zelden uit boven 5400 mg/m3 (3000 ppm). Als levensbedreigend wordt het tienvoudige aanvaard. In de buitenlucht zijn de concentraties CO2
ongeveer 630-720 mg/m3 (350-400 ppm).

kachel-rookt.jpg
KOOLSTOFMONOXIDE (CO)
Koolstofmonoxide is reuk-, kleur- en smaakloos, wat maakt dat het niet wordt opgemerkt. Het komt vrij bij verschillende chemische processen, vooral bij onvolledige verbranding van koolstof bevattende producten (fossiele brandstof, zoals steenkool, gas, hout, sigaretten, enz.).
In ons lichaam wordt koolstofmonoxide uitsluitend opgenomen via de luchtwegen, waarna het zich in het bloed bindt met het hemoglobine, de normale drager van zuurstof.
• Inademing leidt tot afname van reactie-en onderscheidingsvermogen, drukkend gevoel op hoofd, kortademigheid, bonzend gevoel in het hoofd, gezichtsstoornissen, prikkelbaarheid, duizeligheid, misselijkheid, zwaktegevoel, hartkloppingen verwardheid, braken, en uiteindelijk bewustzijnsverlies en ernstige hartstoornissen. Bij zwangerschap bestaat er een zeer groot risico op intoxicatie van de foetus.
• In België telt men elk jaar ongeveer 1700 CO-vergiftigingen, waarvan een vijftigtal met dodelijke afloop. Oorzaken zijn slecht trekkende schoorstenen, slecht afgestelde geisers in onvoldoende geventileerde badkamers…
Op dit ogenblik worden geisers uitgerust met een atmosferische beveiliging. Dergelijke beveiliging reageert op een overmaat aan CO2 in de lucht en sluit de gastoevoer van de geiser af. Een tweede veiligheid is de aansluiting op een afvoer naar buiten. Afvoerloze geisers zijn ontoelaatbaar.
• Naast onvoldoende aanvoer van zuurstof zijn ook vervuiling van de branders en overbelasting van het toestel belangrijke oorzaken van CO-vorming. Het is dan ook erg belangrijk alle verbrandingstoestellen minimaal jaarlijks te laten schoonmaken en correct te laten afstellen.
• Ook de garage kan een bron zijn van CO-intoxicatie. Dit gebeurt dan door draaiende motoren. Daarenboven dringt CO makkelijk door muren. Tenslotte wijzen wij op het gevaar van CO-vergiftiging bij brand in de woning.
CO-detectoren kunnen een vals gevoel van veiligheid geven. Ze reageren slechts op hoge concentraties en hun betrouwbaarheid kan te wensen overlaten, vooral in een vochtige omgeving (zoals een badkamer).

zie ook artikel : Opletten voor koolstofmonoxide-vergiftiging!

ZWAVELDIOXIDE (SO2)
Zwaveldioxide is een gas met een karakteristieke, prikkelende geur en is goed oplosbaar in water, waarmee het zwaveligzuur (H2SO3) vormt.
Meestal wordt het gas tegengehouden door de vochtige bovenste luchtwegen, maar het kan het dieper in de luchtwegen afgezet worden.
Hoge concentraties veroorzaken neusloop, hoesten en pijn in de ogen. Jarenlange blootstelling aan concentraties van ongeveer 1 ppm kan verminderde longfunctie, bronchitis en emfyseem veroorzaken.

STIKSTOFOXIDEN (NOx)
Meestal komen stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2) beide voor. Bij het verbranden van brandstof op hoge temperatuur worden de stikstof en de zuurstof uit de lucht gebonden. Naast het autoverkeer zijn verwarmingsinstallaties een belangrijke bron van stikstofoxiden (NOx). Bij een normale omgevingstemperatuur wordt NO omgezet in NO2; NO2 is een bruinachtig gas met een irriterende geur dat vier keer toxischer is dan NO. Door zijn geringe wateroplosbaarheid dringt stikstofdioxide diep in de luchtwegen door, waar het met water reageert en salpeterzuur (HNO3) vormt, wat sterk prikkelend werkt en ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt.
• Patiënten met luchtwegaandoeningen reageren reeds bij concentraties van 2,8 mg/m3 (1,5ppm). Jarenlange blootstelling aan 3,8 mg/m3 (2 ppm) kan leiden tot hoesten, dyspnee en soms emfyseem.
• Bij acute blootstelling aan hoge concentraties ontstaat er kans op longoedeem. Dit longoedeem verschijnt meestal na 12 tot 24 uur. Longoedeem houdt een levensbedreigende situatie in. Door zijn laattijdig voorkomen wordt het verband met stikstofoxiden herhaaldelijk miskend en wordt bijgevolg het risico onderschat.

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLMWATERSTOFFEN (PAKs)
Er zijn enkele honderden PAKs bekend.. De best gekende PAK is benzo(a)pyreen (BaP). BaP is carcinogeen.
In de binnenlucht zijn houtkachels, openhaarden en roken de grootste bron. Bij het stoken van droog, onbewerkt hout komen PAKs, stof en CO vrij, mogelijk ook benzeen, tolueen en aldehyden. Het stoken van verontreinigd hout (nat, geverfd, geïmpregneerd) of plastic geeft extra vervuiling, zelfs dioxinen. Ook braden, bakken of barbecuen geeft BaP vrij, vooral bij aanbranden.
Sommige verbindingen die PAKs in het lichaam aangaan zijn erg reactief en op deze wijze vermoedelijk verantwoordelijk voor de carcinogene werking. PAKs worden goed opgenomen via het maagdarmstelsel, hoogmoleculaire PAKs ook via de longen.

Raadgeving voor de bewoning :
- Gebruik geen verbrandingstoestellen (geisers, kachels) zonder rechtstreekse afvoer van de verbrandingsgassen naar buiten.
- Wanneer je toch afvoerloze toestellen gebruikt, steeds luchten tijdens en na het gebruik, zeker als die lang brandt.
- Zorg tijdens en een kwartier na het gebruik van gastoestellen voor extra ventilatie.
- Laat verwarmingsapparaten op gas en schoorstenen jaarlijks controleren door een vakman.
- Laat de vakman ook komen als de vlam geel is.
- Gebruik een geiser met veiligheidsslot.
- Hoofdpijn, misselijkheid en draaierigheid zijn alarmsignalen.
- Voor verbranding in kachel en openhaard alleen droog en onbehandeld hout gebruiken.

zie ook artikel : Gevaarlijke stoffen in het lichaam

1.D. Houtverduurzaming

kasten-hout.jpg
Alle houtbeschermingsmiddelen zijn in min of meerdere mate giftig voor de mens. Het grootste risico is de langdurige blootstelling aan een relatief lage concentratie in de woonruimte die ontstaat door uitdamping.
De houtverduurzamingsmiddelen kunnen worden ondergebracht in drie groepen, de teeroliedestillaten, de wateroplosbare middelen en de middelen in organische oplosmiddelen.
Wateroplosbare middelen worden voornamelijk gebruikt als preventieve behandeling van het hout.

Teerolie.

Teerolie bevat honderden verschillende stoffen waarvan een aantal giftig of zelfs carcinogeen zijn. Meest gebruikte producten zijn creosootolie en carbolineum. Deze middelen komen alleen in aanmerking voor gebruik buitenshuis.

Houtverduurzamingsmiddelen in organische oplosmiddelen

Pentachloorfenol
Pentachloorfenol (PCP) werd in het verleden veel gebruikt in houtbeschermers en verven. PCP dringt diep in de houtporiën door en komt dan langzaam terug vrij, tot zelfs jaren na de behandeling. Het gebruik van PCP-houdende producten binnenshuis is ondertussen verboden.
Een normale ventilatie houdt onvoldoende waarborgen in voor bewoning van gebouwen waar gewerkt werd met PCP-houdende houtbescherming. Afdekken van de behandelde oppervlakken met polyurethaanlak vermindert de PCPafscheiding met 95 %.

Azaconazole
Azaconazole is een weinig giftige verbinding die zowel in water als in een organisch oplosmiddel kan worden toegepast. De stof heeft alleen een anti-schimmelwerking. Hout in rechtstreeks contact met grond en water reageert slecht op een behandeling met azaconazole.

Tributyltinoxide (TBTO)
Tributyltinoxide is slechts matig giftig, maar erg irriterend voor de slijmvliezen van neus en keel. Het mag alleen buitenshuis worden gebruik. Deze stof is schadelijk voor insecten.

Tributyltinfosfaat (TBTP)
Tributyltinfosfaat is minder vluchtig dan het verwante TBTO en dus minder irriterend waardoor de toepassingen aan een woning iets ruimer zijn. Zo kan het hout van het dakbeschot worden behandeld met TBTP, verder gebruik echter alleen buitenshuis.

Naftenaten
Voor dakbeschot, balken en vloerbestanddelen van de begane grond kunnen koper- en zinknaftenaat worden gebruikt. Dit zijn bijproducten van de aardolie-industrie. Het product is dus louter onder druk in te brengen, niet met een borstel.

Quats
Quats of quaternaire ammoniumverbindingen zoals alkyldimethylbenzylammoniumchloride doden ook oppervlakteschimmels. Deze stof is weinig giftig en daardoor een goed alternatief als houtverduurzamingsmiddel.

Wateroplosbare houtverduurzamingsmiddelen
Hier horen bijna alle in water oplosbare zouten thuis, alleen of in combinatie. De meeste van deze middelen zijn erg giftig. Na droging bestaat er bijna geen gevaar meer. De zouten verdampen of logen nauwelijks uit.
Voor gebruik in dompelbakken worden ondertussen ook andere stoffen zoals azaconazole en alkyldimethylbenzylammoniumchloride gebruikt. Deze stoffen zijn minder giftig en minder milieubelastend.

1. E. Insecticiden en andere pesticiden

insecticides.jpg
Insecticiden (bestrijdt insecten), herbiciden (planten, onkruiden), fungiciden (schimmels), algiciden (algen), bactericiden (bacteriën), acariciden (mijten), nematiciden (aaltjes) en rodenticiden (knaagdieren)… zijn alomtegenwoordig in onze dagelijkse leefomgeving. Sommige hebben een zeer specifieke werking, bv. alleen tegen insecten of tegen schimmels, terwijl andere een veel algemener werking hebben. Daarom noemt men ze ook pesticiden.

Pesticiden kunnen op verschillende manieren zorgen voor binnenhuispollutie:
- rechtstreeks door ze binnenshuis te gebruiken bij het bestrijden van insecten op kamerplanten, bij de behandeling van huisdieren, van mensen (bv. producten tegen luizen of schurft), muggenwerend producten of producten om mieren of kakkerlakken te bestrijden, enz.;
- onrechtstreeks omdat we ze in de tuin of in de omgeving gebruiken;
- door afgifte door voorwerpen die hiermee behandeld werden (zoals tapijten, hout…).
De afbraak van pesticiden binnenshuis verloopt meestal zeer traag omdat ze niet blootgesteld zijn aan regen, zon, micro-organismen, enz. In een afgesloten, slecht geventileerde ruimte kan de concentratie dus snel oplopen.
• Jonge kinderen zijn extra gevoelig voor deze stoffen: ze kruipen op handen en voeten rond over de grond en tapijten, steken de handen en allerlei voorwerpen in de mond, strelen huisdieren zonder acht te slaan op een antivlooien-band, enz.
• Naast de acute intoxicaties zijn de potentiële effecten op de gezondheid direct afhankelijk van de wijze waarp deze pesticiden werken en hun capaciteit tot accumulatie in het organisme. Een aantasting van het zenuwstelsel is bijna altijd mogelijk (in verschillende gradaties). Ook algemene symptomen kunnen steeds optreden. In feite kunnen alle organen worden aangetast. Ook kunnen ze mutagene, carcinogene, teratogene, immunosuppressieve en hormonale effecten hebben.
• Sommige orgaanchloorhoudende en organofosforhoudende pesticiden en sommige pyrethroïden worden door het Amerikaanse Agentschap voor Milieubescherming (EPA) en het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) beschouwd als carcinogeen bij de mens.
• Bovendien moet ook rekening worden gehouden met de globale impact van pesticiden, inclusief de residu's in onze voeding, en op mogelijke interferenties met andere stoffen.
De commerciële benaming van de verschillende pesticiden voor gebruik buiten de landbouw kan worden geraadpleegd op de site van de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen (www.environnement.fgov.be). Sommige commerciële producten bevatten immers verschillende stoffen naargelang de toedieningswijze.

Orgaanchloorhoudende pesticiden
Orgaanchloorhoudende pesticiden met als bekendste producten DDT (dichlorodiphenyltrichloroethaan), PCP (pentachlorofenol) en lindaan. Andere producten uit deze klasse zijn o.m. chlordaan, dicofol, dieldrin, dienochloor, endosulfaan, endrin, heptachloor, hexachlorobenzeen (HCB), hexachloorocyclohexaan (HCH), kepon, metoxychloor, mirex en toxafeen. De cursief aangeduide producten zijn sinds vele jaren verboden voor landbouwgebruik maar kunnen nog steeds aanwezig zijn in het milieu en mogen soms nog voor andere toepassingen worden gebruikt. Zo werd PCP, dat massaal werd gebruikt om hout en andere materialen (leder, textiel, verf) te beschermen, een twintigtal jaar geleden verboden als houtbeschermer, maar het kan binnenshuis nog aanwezig zijn in hout dat niet voorzien is van een afdeklaag. Lindaan dat ook werd gebruikt in de houtbescherming en in producten tegen luizen en schurft, is recent verboden. Dat belet evenwel niet dat het nog aanwezig is in hout dat vroeger werd behandeld en in sommige insecticiden die nog in de voorraadkast staan. De gezondheidseffecten van orgaanchloorhoudende pesticiden omvatten o.m. irritatie van slijmvliezen en de luchtwegen, algemene symptomen, neurologische verschijnselen zoals gedrags- en evenwichtsstoornissen, huidirritatie, leverstoornissen, enz. PCP kan ook een effect hebben op de nierfunctie, het beenmerg, het endocriene systeem en het is carcinogeen. Lindaan kan het spijsverterings- en immuniteitsstelsel aantasten, het kan een aplastische anemie veroorzaken en wordt beschouwd als carcinogeen.

Pyrethrinen en pyrethroïden zoals allethrin, bioallethrin, cyfluthrin, cypermetrin, deltamethrin, fenvaleraat, fluvalinaat, phenothrin en vooral permethrin. Veel huishoudproducten (tegen o.m. parasieten van huisdieren, luizen, huismijt, motten, kakkerlakken, schurft, muggen) en voorwerpen in huis (zoals hout en tapijten) bevatten een van deze stoffen. Pyrethrine is een plantenextract afkomstig van een soort chrysant. Het wordt beschouwd als weinig toxisch voor zoogdieren maar het kan allergiserend werken. Afhankelijk van het contact zijn effecten ter hoogte van huid, ogen, luchtwegen of spijsvertering mogelijk. Paresthesieën, hoofdpijn en duizeligheid zijn eveneens beschreven, alsmede (uitzonderlijk) anafylactische shocks.

• In vergelijking met de pyrethrinen worden de synthetische pyrethroïden beschouwd als toxischer maar minder allergiserend. Naast huid-, oog-, ademhalings- en digestieve problemen en anafylaxis, zijn eveneens hoofdpijn, duizeligheid, prikkelbaarheid, tremor en zelfs autoimmuunstoornissen en een daling van het aantal lymfocyten vastgesteld.

Organofosforhoudende pesticiden worden weinig gebruikt in bouwmaterialen, maar des te meer in de landbouw en in het huishouden ter bestrijding van insecten en parasieten. Vele zijn vrij te kopen in grootwarenhuizen en drogisten. Ze kunnen verantwoordelijk zijn voor ernstige acute intoxicaties met neuropathieën en gedragsstoornissen. Ze worden trouwens vaak gebruikt bij zelfmoorden. Ook oogproblemen (myosis, myopie), algemene symptomen, spijsverteringsproblemen en ademhalingsstoornissen zijn beschreven. In sommige gevallen zijn ook lange termijneffecten op het centraal en perifeer zenuwstelsel en immunotoxische en carcinogene effecten beschreven. Tot deze categorie behoren o.m. acefaat, azinfos, bromofos, chloorfenvinfos, chloorpyrifos, diazinon, dichloorvos, dimethoraat, fenitrothion, malathion, monocrotofos, parathion, fosfamidon, trichloorfon, vamidothion, enz.

Carbamaten kunnen neurofysiologische stoornissen veroorzaken. Tot deze groep behoren onder meer aldicarb, carbaryl, carbofuran, carbosulfan, mercaptodimethur, methomyl, pirimicarb, propoxur. Tot deze groep behoren ook een aantal fungiciden zoals benomyl, carbendazim, ferbam, mancozeb, maneb, metam-natrium, metiram, nabam, prothiocarb, thiabendazool, thiofonaat…

• Ter vervanging van PCP en lindaan als houtverduurzaamheidsmiddelen wordt in de industrie Chroom-Koper-Arsenicum (CCA) gebruikt. Dit zorgt voor de typisch blauwgroene kleur van tuinhout. Arsenicum is nochtans zeer toxisch. Het staat vast dat het carcinogeen is en het kan huid- en spijsverteringsproblemen (abdominale pijnen), neurologische (neuritis), cardiovasculaire en hematologische (macrocytose) complicaties veroorzaken.

• Aan deze lijst moeten nog de fenolen (dinocap, binapacryl), sulfonen en sulfonaten (voornamelijk acariciden zoals propargit, tetradifon, tetrasul), quinonen (chlooranil, dicloon), dicarboximiden (chloorthalonil, captan, folpet, enz.), triazolen, tinderivaten (vooral als acariciden), fytohormonen, enz. worden toegevoegd.

Te nemen maatregelen
- Vermijd zoveel mogelijk het gebruik van pesticiden (maak bv. gebruik van muggengaas, van een antiluizenkam, enz.);
- Indien ze toch moeten worden gebruikt, respecteer dan nauwgezet de gebruiksaanwijzingen;
- Verlucht de kamer goed na gebruik;
- Verblijf/slaap niet in kamers waar een insecticide werd gebruikt;
- Verwijder de bron van vervuiling (tapijt...), bedek hout met een afwerklaag of schaaf het eventueel af.

zie ook artikel : Gevaarlijke stoffen in het lichaam


ad


pub