Dertig feiten en misverstanden over borstkanker

Laatst bijgewerkt: januari 2020
In dit artikel
Dertig feiten en misverstanden over borstkanker

dossier

Over borstkanker bestaan veel misverstanden. Zeker over factoren die borstkanker zouden veroorzaken of het risico verhogen. Hierdoor kunnen sommige mensen zich onnodig zorgen maken.

Bij het ontstaan van borstkanker spelen meestal meerdere factoren een rol. Als één van deze risicofactoren op jou van toepassing is, hoeft dat helemaal niet te betekenen dat je ooit borstkanker krijgt. Anderzijds zijn er ook vrouwen die wel borstkanker krijgen, terwijl onbekend is welke risicofactor een rol gespeeld heeft.
We zetten een aantal fabels en feiten op een rijtje.

123-vr-oz-borstca-zw-w-170-12.jpg

1. Borstkanker komt van alle kankersoorten het vaakst voor
JUIST Borstkanker is inderdaad meest voorkomende kanker bij vrouwen. In 2018 bedroeg het aantal nieuwe gevallen van een invasieve vorm van borstkanker 1,7 per 1.000 vrouwen. Dit komt overeen met ongeveer 14.900 nieuwe gevallen. 2. Elke vrouw heeft één kans op negen om borstkanker te krijgen
JUIST, MAAR

In België krijgt momenteel één vrouw op de negen borstkanker voor ze 75 jaar wordt. Dit cijfer kan echter tot gevolg hebben dat vrouwen hun risico hoger inschatten dan het werkelijk is.
Het betekent immers niet dat het risico dat je borstkanker krijgt op elk moment in je leven één op negen is. Je risico hangt af van je leeftijd. Het risico stijgt naarmate je ouder wordt.
Het risico verschilt dus per leeftijdsgroep. In de leeftijdsgroep van 50 tot 69 jaar is het aantal vrouwen dat borstkanker krijgt het grootst. Over een periode van tien jaar:
• krijgt van de vrouwen van 40 tot 49 jaar 1 vrouw op 50 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 50 tot 59 jaar 1 vrouw op 28 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 60 tot 69 jaar 1 vrouw op 25 borstkanker
• krijgt van de vrouwen van 70 tot 79 jaar 1 vrouw op 32 borstkanker  

3. Borstkanker komt alleen bij oudere vrouwen voor
FOUT
De leeftijd is inderdaad een belangrijke risicofactor: drie op vier gevallen van borstkanker komen voor bij vrouwen van 50 jaar en ouder. De gemiddelde leeftijd op het moment van de diagnose is 62 jaar.
Maar ongeveer een kwart van de vrouwen met borstkanker is jonger dan 50 jaar. Onder de dertig jaar oud is borstkanker zeldzaam. In 2011 bijvoorbeeld waren er in Vlaanderen 35 gevallen in de leeftijdsgroep 25-29 jaar. Bij vrouwen jonger dan 25 jaar komt borstkanker vrijwel niet voor. In 2011 bijvoorbeeld was er één geval in Vlaanderen, in 2010 waren dat er drie. In de leeftijdsgroep tussen 30 en 39 jaar kregen in 2011 256 vrouwen borstkanker.
Bovendien kunnen ook mannen borstkanker krijgen, al is dat risico veel kleiner dan bij vrouwen.

4. Borstkanker is altijd dodelijk
FOUT
Hoewel vrouwen inderdaad kunnen sterven aan borstkanker, overleven de meeste vrouwen deze ziekte. Driekwart van de vrouwen in ons land is na tien jaar nog in leven.
Vroegtijdige opsporing van borstkanker heeft er de laatste jaren toe geleid dat meer borstkankers in een vroeg stadium konden gedetecteerd worden en heeft op die manier bijgedragen tot een betere prognose en langere 5- jaarsoverleving. Bovendien heeft de vooruitgang in het behandelen van borstkanker de sterftecijfers sinds 1987 sterk kunnen terugdringen

De kans dat een vrouw na vijf jaar nog in leven is, ligt gemiddeld boven 85 %. De overlevingskans stijgt elk jaar. Per jaar stijgt de kans om te overleven met ongeveer met 1 %.
Maar omdat de overlevingskansen van veel dingen afhankelijk, bijvoorbeeld van het stadium, zit er veel verschil per patiënt. De overlevingskans is het hoogste als de borstkanker vroeg wordt ontdekt (meer dan 95 %) en het laagst bij een uitgezaaide ziekte (minder dan 10 %).

Hoe groot de individuele kans is om borstkanker te overleven, hangt af van aantal factoren. De belangrijkste zijn:
• soort borstkanker, waarbij het onderscheid tussen ‘in situ' (nog niet doorgroeiend in de omliggende weefsels) en ‘invasief' (wel doorgroeiend) belangrijk is;
• grootte van de tumor;
• uitzaaiing naar de lymfeklieren;
• uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam;
• de leeftijd van de patiënt. 

5. Borstkanker is altijd erfelijk
FOUT
In de meeste gevallen stelt men bij vrouwen met borstkanker geen erfelijke aanleg vast. Erfelijkheid speelt voor zover nu bekend bij ongeveer 10 % van de vrouwen die borstkanker krijgen een rol.
Onderzoekers hebben een aantal genetische mutaties gevonden die borstkanker kunnen veroorzaken. Meestal gaat het om de genen BRCA1 (wat staat voor BReast CAncer 1: gen 1 voor borstkanker) en BRCA2 (voor BReast CAncer 2: gen 2 voor borstkanker). Andere, veel zeldzamere mutaties, doen ook het risico op borstkanker stijgen maar in mindere mate dan de BRCA mutaties.
Deze genetische aanleg kan zowel door mannen als door vrouwen worden doorgegeven aan zowel jongens als meisjes, hoewel vrouwelijke dragers van een genmutatie die aanleg geeft tot borstkanker meer risico lopen dan mannelijke dragers.
Drager zijn van een mutatie op een van deze genen betekent niet dat je automatisch kanker zal krijgen, maar het risico om kanker te krijgen is wel groter.

Een vrouw met één eerstegraadsfamilielid met borstkanker heeft een ongeveer tweemaal verhoogd risico op borstkanker. Bij twee eerstegraadsfamilieleden met borstkanker is het risico drie- tot viermaal verhoogd. Een vrouw heeft nog hogere risico’s als ze familieleden heeft bij wie zich op jonge leeftijd borstkanker ontwikkelde in beide borsten.
Vrouwen met een 1- of BRCA2-gen hebben een risico van 40 tot 85% om borstkanker te krijgen. Mutatie in twee erfelijke genen verhoogt het risico met 40 tot 85 procent.

6. Vrouwen met grote borsten hebben meer kans op borstkanker
FOUT
De grootte van de borsten heeft geen invloed op de kans om borstkanker te krijgen. Of je nu kleine of grote borsten hebt, maakt niks uit.
Borstkanker komt wel vaker voor bij vrouwen met dicht borstweefsel, dat wil zeggen borsten met veel klier- en bindweefsel en relatief weinig vet.

De samenstelling van je borstweefsel is in belangrijke mate erfelijk bepaald. De densiteit van het borstweefsel neemt vooral na de menopauze af met de leeftijd en ook door het krijgen van kinderen. Het gebruik van hormonale subsititutie met progestagenen en oestrogenen, in het kader van de behandeling van menopauzale klachten, kan de natuurlijke afname van de densiteit van het borstweefsel vertragen
Wanneer rekening wordt gehouden met deze en een aantal andere factoren die van invloed zijn op de borstdensiteit, hebben vrouwen met zeer dens borstweefsel een 4 maal hogere kans op borstkanker dan vrouwen met borstweefsel van zeer geringe densiteit

7. Een knobbeltje in de borst is altijd borstkanker
FOUT
In je borsten kunnen altijd onregelmatigheden voorkomen. Dit kunnen de kliertjes zijn waar bindweefsel omheen zit. Het borstklierweefsel verandert ook in de cyclus.
Als je onzeker bent over een vastgestelde afwijking kan je bij de huisarts terecht voor onderzoek. In de overgrote meerderheid van de gevallen gaat het om een goedaardige afwijking. De meest voorkomende goedaardige knobbeltjes in de borst zijn cysten, klierweefsel en fibroadenomen.

8. Een vroege menstruatie en late menopauze verhogen het risico
JUIST
De leeftijd bij de eerste menstruatie en bij de menopauze zijn geassocieerd met borstkanker.
• Wanneer de eerste menstruatie vóór het twaalfde levensjaar optreedt, is het risico 30 procent hoger dan wanneer het na het veertiende jaar optreedt.
• Vrouwen bij wie de menopauze na het 55ste levensjaar intreedt, hebben nadien een tweemaal zo hoog risico op borstkanker dan vrouwen bij wie de menopauze vóór het 45ste jaar begint.

De beschermende werking van een vroege menopauze kan worden toegeschreven aan het beëindigen van de functie van de eierstokken. Vrouwen bij wie op jonge leeftijd de eierstokken zijn weggehaald, hebben ook jaren na de operatie een verlaagde kans op borstkanker

9. Vrouwen zonder kinderen hebben een hogere kans op borstkanker
JUIST
Bij vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, is het risico op borstkanker ongeveer tweemaal zo groot als bij vrouwen die wel kinderen hebben.

Hierbij is de leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt belangrijk. Vrouwen die na hun 35ste hun eerste kind krijgen, lopen ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen, en driemaal zoveel risico als vrouwen die voor hun 18de een kind kregen.
Onafhankelijk van de leeftijd waarop het eerste kind werd geboren, heeft een groot aantal kinderen een grotere beschermende werking.
Waarschijnlijk houdt het risico op borstkanker verband met het aantal menstruele cycli dat een vrouw doormaakt. Hoe geringer het aantal cycli, des te lager de blootstelling aan oestrogenen en des te lager het risico op borstkanker.

10. Het uitstellen van het krijgen van kinderen, verhoogt de kans op borstkanker
JUIST
Vrouwen die na de leeftijd van 35 jaar hun eerste kind krijgen, hebben inderdaad een (licht) verhoogde kans op borstkanker ten opzichte van vrouwen die op jonge leeftijd hun eerste kind krijgen.
Vrouwen die na hun 35ste hun eerste kind krijgen, lopen ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen, en driemaal zoveel risico als vrouwen die voor hun 18de een kind kregen.
Dat heeft te maken met de blootstelling aan vrouwelijke hormonen, vooral oestrogenen. Hoe korter de oestrogeenproductie, hoe kleiner de kans op borstkanker.

Vraag 11 -20

123-baby-bv-pasgeb-170_06.jpg
11. Borstvoeding geven vermindert de kans op borstkanker
JUIST
Het geven van 4 tot 12 maanden borstvoeding vermindert de kans op borstkanker. Het risico vermindert verder bij langere duur (opgeteld over alle borstvoedingperiodes bij elk kind). Het effect is groter naarmate de vrouw jonger is als ze borstvoeding geeft.
Er is echter geen relatie gevonden tussen het geven van borstvoeding en borstkanker die zich pas na de menopauze ontwikkelt.
Een mogelijke verklaring is dat borstvoeding het aantal menstruele cyclussen verkleint, en dus ook de blootstelling aan oestrogenen en progesteron.

12. Borstkanker komt meer voor tijdens een zwangerschap
FOUT
Bij zwangere vrouwen worden vaker borstafwijkingen vastgesteld. Gelukkig is zo'n tachtig procent van deze afwijkingen, die vaak van buitenaf voelbaar zijn, goedaardig.
Borstkanker tijdens de zwangerschap komt voor bij ongeveer 1 tot 3 vrouwen op 10.000. Anders gezegd wordt 1 tot 2% van alle borstkankers vastgesteld bij zwangere of zogende vrouwen. In Vlaanderen stellen artsen jaarlijks bij een 60-tal vrouwen kanker vast tijdens hun zwangerschap. Dat is dus relatief weinig.
Wel treedt ongeveer een kwart van alle borstkankers bij vrouwen onder 35 jaar op tijdens de zwangerschap. Voor vrouwen jonger dan 40 jaar gaat het om 15%.

Bovendien is het soms moeilijker om een borstkanker te ontdekken doordat het klierweefsel van een zwangere vrouw dichter is. Daardoor wordt de diagnose vaak wat later gesteld en heeft de kanker meer tijd om te groeien. Het is echter niet overtuigend vastgesteld dat borstkanker tijdens de zwangerschap agressiever is dan buiten de zwangerschap.

zie ook artikel : Borstkanker tijdens de zwangerschap

13. De anticonceptiepil verhoogt het risico op borstkanker
JUIST, MAAR
De anticonceptiepil (en andere hormonale anticonceptiemiddelen zoals het hormoonspiraaltje, vaginale ring, pleister) bestaat uit oestrogeen en progesteron. De pil verandert de hormoonhuishouding. Dit kan tot een tijdelijk licht verhoogd risico op borstkanker leiden, al bestaan daarover nog veel onduidelijkheden. Als er al een effect zou zijn, dan gaat het alleszins om een zeer kleine verhoogde kans. Bovendien is dat effect tijdelijk.

• Voor vrouwen die op jonge leeftijd (jonger dan 16) starten, zou het risico op borstkanker met 25 tot 50 % kunnen toenemen in vergelijking met vrouwen die geen pil slikken.
och is er geen reden tot paniek: borstkanker komt zelden voor bij vrouwen jonger dan 50 jaar, en een dubbel risico is dan ook nog altijd zeer klein (minder dan 1%).
Bij jonge vrouwen die draagster zijn van een erfelijke borstkankermutatie ligt dat risico natuurlijk wel hoger. Daarom moet het risico van het gebruik van de pil bij hen zorgvuldig overwogen worden.
• Het mogelijke negatieve effect van de pil is tijdelijk: na één jaar vermindert het verhoogde risico op borstkanker en vijf à tien jaar na het stoppen met de pil is er geen verhoogd risico meer.
• De duur van het gebruik van de anticonceptiepil heeft waarschijnlijk geen effect op het risico.
• Er zijn weinig studies gedaan naar het effect van de pil als u borstkanker hebt gehad. Maar er lijkt een verhoogd risico op terugkeer van de ziekte te bestaan bij het gebruik van de pil. Daarom is het aan te raden om met uw arts te bespreken wat voor jou de beste methode is om zwangerschap te voorkomen.
• Anderzijds heeft de (combinatie)pil een beschermend effect tegen sommige andere kankers, zoals eierstokkanker en baarmoederkanker, die uiteindelijk gevaarlijker zijn dan borstkanker.

zie ook artikel : Verhoogt pil kans op borstkanker?

14. Hormoonbehandeling na de menopauze verhoogt de kans op borstkanker
JUIST, MAAR

De inname van hormonen (hormonale substitutie, HST) tijdens de menopauze brengt volgens de meeste studies waarschijnlijk tijdelijk een hoger risico op borstkanker mee, vooral als ze lange tijd worden ingenomen. Andere studies zien geen verband.

• Het risico op borstkanker neemt alleen toe bij langdurig gebruik (langer dan drie jaar over een periode van vijf jaar).

• Het risico is groter bij het gebruik van combinatietherapie met oestrogenen en progestagenen dan bij producten die alleen oestrogenen bevatten.

• Het risico is alleen verhoogd zolang de behandeling loopt. Na het stopzetten ervan, daalt het risico weer. Vijf jaar na stopzetting van de therapie is het risico van borstkanker weer hetzelfde als bij vrouwen die nooit HST
• De combinatie van oestrogeen met progesteron tijdens de menopauze bemoeilijkt ook het opsporen van borstkanker door het nemen van een mammografie. De foto's zijn dan moeilijker te beoordelen omdat het borstweefsel ‘vaster’ wordt en eventuele kwaadaardige gezwellen minder opvallen.

15. Overgewicht verhoogt de kans op borstkanker
JUIST, MAAR
Overgewicht en/of een te grote buikomtrek verhoogt de kans op borstkanker. Maar pas na de menopauze. Het risicoverhogend effect van overgewicht na de menopauze wordt geschat op 30 tot 50 procent. Hoe hoger de BMI, hoe groter het risico op postmenopauzale borstkanker.
Overlevers van borstkanker hebben ook een grotere kans op herval wanneer hun BMI toeneemt na afloop van de behandeling.
Overgewicht voor de menopauze geeft waarschijnlijk geen verhoogd risico op borstkanker. Volgens sommige studies zou overgewicht voor de menopauze zelfs een licht beschermend effect hebben.

Er zijn verschillende manieren waarop lichaamsvet het risico op kanker kan beïnvloeden. Zo is onder andere bekend dat vetcellen hormonen afgeven zoals oestrogeen, die het risico op kankersoorten als borstkanker verhogen. Ook is uit onderzoek gebleken dat vet rond de taille het lichaam kan aanzetten tot het produceren van 'groeihormonen'. Als iemand veel van deze hormonen heeft, kan dat tot een verhoogd risico op kanker leiden. Overgewicht zou ook de insulineresistentie in de hand werken, wat eveneens een risicofactor voor (borst)kanker zou kunnen zijn.

16. Meer dan 1 glas alcohol per dag kan de kans op borstkanker verhogen
JUIST
Veel alcohol drinken draagt bij aan een verhoogd risico op (borst)kanker. Een vrouw die over een langere periode meer dan 1 glas alcohol per dag drinkt, verhoogt het risico op borstkanker met 7 tot 9 procent.

Het precieze mechanisme dat het verband tussen alcoholconsumptie en het ontstaan van borstkanker kan verklaren, is niet duidelijk.

17. Nachtwerk verhoogt de kans op borstkanker
MISCCHIEN
Er bestaat nog veel onduidelijkheid over een mogelijk verband tussen nachtwerk (en veelvuldige jetlag) en het ontstaan van borstkanker (en andere kankers). Sommige studies beschrijven een verband tussen langdurig nachtwerk (meer dan 20 jaar) en borstkanker, andere vinden geen verband.
Volgens een recente overzichtsstudie van oktober 2016 in het Journal of the National Cancer Institute heeft ook langdurig nachtwerk geen of slechts een zeer beperkt effect op borstkanker. Maar of daarmee het laatste woord gezegd is over deze kwestie, is zeer de vraag.
Het verband tussen nachtwerk en borstkanker (en andere gezondheidsproblemen) is tot nu toe alleen aangetoond in experimenten bij dieren en door epidemiologisch onderzoek bij mensen. Op basis daarvan heeft het Internationaal Kankeragentschap enkele jaren geleden geoordeeld dat nachtwerk mogelijk kankerverwekkend is, en wordt borstkanker in Denemarken erkend als beroepsziekte voor vrouwen die nachtdient doen.

Mogelijke verklaringen voor een verband tussen nachtwerk en (borst)kanker zijn de verlaagde productie van het hormoon melatonine en de verhoogde productie van oestrogeen tijdens nachtwerk, chronische verstoring van de biologische klok (van het circadiaan ritme), verminderde opname van vitamine D via daglicht...
Een oorzakelijk verband tussen nachtwerk en borstkanker is tot nu toe echter niet aangetoond. Het zou ook kunnen dat vrouwen in nachtdienst later kinderen krijgen, ongezonder eten, minder sporten of meer alcohol drinken - allemaal factoren die de kans op borstkanker en gewichtstoename verhogen.

Als er al een oorzakelijk verband zou zijn, dan is het risico relatief klein: het verhoogde risico op borstkanker wordt geschat op maximaal 1,5 na 20 jaar nachtarbeid. Stel dat er normaal bij 10 van de 100 vrouwen borstkanker optreedt, dan zal dit nu bij 15 het geval zijn.
Bij vrouwen met een verhoogd risico is een toename met 1,5 natuurlijk wél veel. Daarom wordt, onder meer in Nederland en Denemarken, nachtdienst momenteel afgeraden voor vrouwen die behandeld worden voor ex-borstkankerpatiënten.

Mocht het verband tussen borstkanker en nachtdienst inderdaad oorzakelijk zijn en verband houden met verstoring van het 24-uurs ritme, dan is het aannemelijk dat minder aaneengesloten nachtdiensten leiden tot risicovermindering. Op basis van reeds beschikbare gegevens lijkt het werken in kortcyclische roosters met maximaal 2 aaneengesloten nachtdiensten en voorwaartse rotatie (ochtend-middag-nacht) minder problemen te geven. Bij deze kortcyclische roosters treedt er nauwelijks verandering op in de 24-uurs ritmen. Ook het aanpassen van voedingspatronen zou een gunstig effect kunnen hebben.
In Nederland werkt de Gezondheidsraad momenteel aan een advies met preventieve maatregelen voor nachtwerkers. 

18. Roken verhoogt de kans op borstkanker
MISSCHIEN

Dat roken ongezond is en de kans op diverse kankers zoals mond-, slokdarm- en longkanker verhoogt is aangetoond. Of er ook een verband bestaat tussen roken en borstkanker is minder duidelijk. Hoewel het bewezen is dat sigarettenchemicaliën borstweefsel kunnen bereiken, is het niet zeker dat dit ook borstkanker veroorzaakt.

19. Van deodorant gebruiken kan je borstkanker krijgen
FOUT
In de media gaan wilde verhalen rond dat je borstkanker zou kunnen krijgen door het gebruik van deodorant die aluminium en/of parabenen bevat. Dit is evenwel niet wetenschappelijk aangetoond. Het is heel onwaarschijnlijk dat parabenen en aluminiumzouten die je op de huid smeert het borstweefsel kunnen bereiken.

zie ook artikel : Geen bewijs voor verband tussen deodorant en borstkanker

Vraag 21 -30

123-bh-roze-170-10.jpg
20. Een strakke beha of beugels in beha’s veroorzaken borstkanker
FOUT
Er wordt wel eens gezegd dat een strakke beha beugels in beha's de lymfecirculatie zouden afknellen, waardoor er borstkanker zou ontstaan. Daar is nooit wetenschappelijk bewijs voor gevonden. Je kan dus met gerust hart je (beugel)beha blijven dragen.
Ook een stoot of slag op de borst, verhoogt het risico op borstkanker niet.

21. Stress en negatieve emoties kunnen borstkanker veroorzaken
FOUT
Veel mensen denken dat stress en heftige emoties kanker kunnen veroorzaken. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen stress en het ontstaan van kanker. Hieruit is tot nu toe geen verband gebleken tussen stress en negatieve emoties en het krijgen van (borst)kanker.

22. Van soja krijg je borstkanker
FOUT
Soja bevat isoflavonen. Dat zijn hormoonachtige stoffen die de normale hormoonwerking kunnen beïnvloeden. Ze worden ook wel fyto-oestrogenen (plantaardige oestrogenen) genoemd. Fyto-oestrogenen lijken de werking van oestrogeen in het lichaam tegen te gaan. Dit komt doordat ze de plek innemen van oestrogeen, ze verdringen als het ware het oestrogeen.

• Het is echter niet aangetoond dat soja het risico op borstkanker verhoogt, ook niet als je al eerder borstkanker hebt gehad.
Sojasupplementen of genisteïne / daïdzeïne preparaten die grote hoeveelheden isoflavonen bevatten (meer dan 100 mg per dag) verhogen mogelijk wel het risico en worden afgeraden, zeker voor vrouwen die al borstkanker hebben gehad.
• Ook het omgekeerde is tot nu niet aangetoond: soja beschermt niet tegen borstkanker.
Bij Aziatische vrouwen die al vanaf jonge leeftijd en hun hele leven sojaproducten gebruiken in grotere hoeveelheden dan westerse vrouwen lijkt er een beschermend effect van soja te zijn op het krijgen van borstkanker. Het is echter lastig te zeggen of dit effect puur door de soja komt. Onze Westerse voeding en leefwijze wijkt op veel meer punten af van de Aziatische keuken en leefstijl.

23. Melkproducten verhogen de kans op borstkanker
FOUT
Melkproducten verhogen de kans op borstkanker niet. Integendeel zelfs: vrouwen die veel halfvolle en magere melk en zuivelproducten consumeren, hebben statistisch gezien een kleinere kas op borstkanker.
Dat geldt echter niet voor volle melk. Mogelijk heeft dat te maken met het feit dat volle zuivelproducten meer oestrogeen bevatten dan halfvolle of magere producten. Het oestrogeen wordt namelijk in het vet opgeslagen.
In het kader van een gezonde voeding is het advies om dagelijks ongeveer een halve liter melk- en melkproducten en twee plakken kaas te eten. Met deze hoeveelheden krijg je niet teveel oestrogeen binnen. Het beperken van volle producten of het vervangen van volle door halfvolle producten is ook belangrijk bij overgewicht of risico op overgewicht.

24. Dierlijke vetten verhogen de kans op borstkanker
FOUT
Dierlijke vetten hebben geen invloed op het ontwikkelen van borstkanker. Uit verschillende grote studies bij vrouwen is gebleken dat er geen relatie is tussen het eten van dierlijke vetten en het risico op borstkanker. Dit geldt zowel voor vrouwen die nog niet in de overgang zijn als ook voor vrouwen na de overgang. In deze studies is gekeken naar het verschil in het ontstaan van borstkanker tussen vrouwen die veel dierlijke vetten eten en vrouwen die weinig dierlijke vetten eten.
Dierlijke vetten zijn alle vetten afkomstig uit dierlijke producten, zoals vlees, vleeswaren, vis, melk, slagroom, yoghurt, kaas, boter en eieren. Ook producten zoals koek, gebak en kant-en-klaar gerechten kunnen veel dierlijke vetten bevatten.

Oestrogeen is een vrouwelijk hormoon dat van invloed kan zijn op het risico op borstkanker: een langere blootstelling aan oestrogeen verhoogt de kans op het krijgen van borstkanker. Oestrogeen wordt opgeslagen in vet. Ook wordt het geproduceerd in vetweefsel. Dit gebeurt zowel bij mensen als bij dieren. Hierdoor is de gedachte ontstaan dat het eten van dierlijke vetten zou zorgen voor extra oestrogeen in het lichaam.

Ook het Wereld Kanker Onderzoek Fonds, die alle literatuur tot 2009 heeft bekeken bevestigt dat er geen relatie bestaat tussen het eten van dierlijk vet en een hoger risico op het ontstaan van borstkanker. Ook vinden zij geen bewijs voor een relatie tussen oestrogeen uit dierlijk vet en een hoger risico op het ontstaan van borstkanker.
Het eten van veel vette producten kan wel leiden tot overgewicht. Dat geldt voor zowel producten met veel plantaardige als met veel dierlijke vetten. Overgewicht is wél een belangrijke risicofactor voor borstkanker bij vrouwen na de overgang.

25. Rood vlees verhoogt de kans op borstkanker
MISSCHIEN

Minder (rood) vlees eten verkleint de kans op het krijgen van darmkanker. Maar of rood vlees ook het risico op borstkanker verhoogt, is tot nu toe niet aangetoond.
Mogelijk bestaat er wel een licht verhoogd risico bij mensen die geregeld goed doorbakken, verkoold vlees eten.

In het algemeen wordt aangeraden om niet meer dan 300 gram rood vlees per week (rood vlees is vlees van rund, varken, schaap en paard) en eet zo min mogelijk vleeswaren te eten. Het algemene advies bij vlees is om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, rood en wit vlees af te wisselen met plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten en noten.

26. Een vegetarische voeding kan borstkanker helpen voorkomen
MISSCHIEN

Of een vegetarische voeding het risico op (borst)kanker vermindert, is moeilijk te zeggen. Het ligt eraan hoe de totale vegetarische voeding eruit ziet.
Afhankelijk van de samenstelling wordt een vegetarische voeding over het algemeen gekenmerkt door een lage inname van verzadigde vetten, een hoge inname van voedingsvezels en een hoge inname aan vitamines en mineralen door het hogere gehalte aan groente, fruit en volkorengranen.

Volgens het Wereld Kanker Onderzoek Fonds geeft een vegetarische voeding een kleinere kans geeft op het krijgen van chronische ziekten waaronder sommige soorten kanker. Het is niet duidelijk of dit puur door de vegetarische voeding komt. Het kan ook zijn dat mensen die een vegetarische voeding gebruiken ook een gezondere levensstijl hebben en doorgaans minder alcohol gebruiken, niet roken en meer bewegen.
Ook hebben vegetariërs over het algemeen minder overgewicht dan niet-vegetariërs.
Anderzijds zijn er sommige studies die suggereren het borstkankerrisico toeneemt naar gelang men gedurende langere tijd een vegetarisch dieet volgt (door een tekort aan bepaalde nutriënten).

27. Hormonen in ons eten verhogen de kans op borstkanker
JUIST, MAAR
Toegevoegde hormonen, dat zijn hormonen die niet van nature in ons vlees of andere voedingsmiddelen voorkomen, kunnen gezondheidsrisico’s hebben voor de consument. Mensen die teveel van deze hormonen binnen krijgen hebben een verhoogd risico op bepaalde vormen van kanker, zoals borstkanker.

Vanwege de gezondheidsrisico’s voert de Europese Unie strenge regels over hormonen in ons voedsel. Het is in de Europese Unie verboden om hormonen toe te dienen aan dieren in de veehouderij.
Buiten Europa is het wel toegestaan om hormonen toe te dienen aan dieren, maar de Europese Unie heeft vastgelegd dat er geen voedingsmiddelen met hormonen mogen worden geïmporteerd.

28. Vitamine D gaat het ontstaan van borstkanker tegen
FOUT, MAAR

Resultaten van studies naar vitamine D en het risico op het ontstaan van borstkanker zijn tegenstrijdig.
• Waarschijnlijk bestaat er geen verschil in risico op het krijgen van borstkanker tussen vrouwen met een vitamine D inname die de behoefte dekt en vrouwen die te weinig vitamine D binnenkrijgen.
• Bij vrouwen die te weinig vitamine B binnenkrijgen en bij vrouwen na de overgang, bestaat er mogelijk wel een verband.

29. Vitaminepillen helpen borstkanker voorkomen
FOUT
Er is geen bewijs dat het slikken van vitaminepillen de kans op (borst)kanker vermindert.
Ook kan je een ongezonde voeding niet compenseren door het slikken van supplementen. Het gebruik ervan wordt dan ook niet aanbevolen, tenzij je een tekort hebt aan bepaalde vitamines en/of mineralen. In dat geval kan je een supplement slikken met maximaal 100% van de ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) vitamines en/of mineralen.

Het gaat dan vooral om ouderen (tekort aan vitamine D en vitamine B12), zwangeren (foliumzuur), vrouwen boven de 50 (vitamine D, calcium) en vrouwen met kleding die een groot deel van het gezicht en het lijf bedekt (vitamine D).

30. Lichamelijke activiteit heeft een gunstig effect op borstkanker
JUIST
Het is aangetoond dat lichamelijke activiteit, liefst gedurende de hele levensduur, het risico op borstkanker verlaagt. De kans dat er borstkanker ontstaat bij fysiek actieve vrouwen ligt lager dan bij vrouwen met een sedentaire levensstijl, zelfs indien gecorrigeerd wordt naar overgewicht en/of vetpercentage.

25-30% van alle borstkankergevallen zou kunnen voorkomen worden door een gezonde levensstijl, oa voldoende beweging, gezond eten, gewichtscontrole en beperking van alcoholinname. Sedentarisme zou verantwoordelijk zijn voor 10-12% van de gevallen van borstkanker.
Het effect van lichamelijke activiteit op het risico van borstkanker is gelijk voor vrouwen met en zonder overgewicht.

zie ook artikel : Borstkanker bij mannen

Bronnen:
www.kanker.be
http://www.allesoverkanker.be
www.voedingenkankerinfo.nl






pub