Wanneer een erfelijkheidsonderzoek naar dementie laten uitvoeren?

Laatst bijgewerkt: september 2016
123-txt-alzheim-dement-06-15.jpg

nieuws Bij dementie speelt erfelijkheid soms een belangrijke rol, vooral dan bij jeugddementie (voor de leeftijd van 65 jaar).
Indien dementie in uw directe familie voorkomt en er aanwijzingen zijn voor een eventuele erfelijke oorzaak (op basis van een stamboekonderzoek van uw familie over meerdere generaties), kan een erfelijkheidsonderzoek gebeuren in een centrum medische genetica van een universitair ziekenhuis. Daarmee kan worden nagegaan of erfelijke factoren een rol spelen bij het ontstaan van dementie in uw familie en of u zelf drager bent van een gendefect dat dementie kan veroorzaken.

• Als drager van een gekende genmutatie die dementie kan veroorzaken, hebt u een zeer sterk verhoogde kans (± 95 %) om dementie te krijgen rond dezelfde leeftijd als de andere patiënten in uw familie.
• Een kind van een drager van een van de gekende genmutaties die dementie kunnen veroorzaken, heeft één kans op twee om ook drager te zijn (autosomaal dominante overerving).
Wanneer zo'n test wordt uitgevoerd zonder dat u al symptomen hebt van dementie, spreekt men van een predictief genetisch onderzoek.

zie ook artikel : Predictief genetisch onderzoek

Artsen voeren dit onderzoek alleen uit als meerdere mensen in een familie op relatief jonge leeftijd (voor de leeftijd van 60-65 jaar) dementie hebben gekregen. Anders is er zeer waarschijnlijk geen sprake van een erfelijke vorm.

Wanneer is een erfelijkheidsonderzoek zinvol?
Een erfelijkheidstest gebeurt alleen in volgende omstandigheden:
1. dementie bij ten minste drie familieleden;
2. dementie op zeer jonge leeftijd (voor de leeftijd van 50-60 jaar);
3. dementie bij een eerstegraadsfamilielid (ouder, broer, zus) waarbij een erfelijke afwijking is vastgesteld.

Waarom een genetisch onderzoek laten doen?
Dementie kan tot nu toe niet genezen worden. Het feit dat u drager bent van een genmutatie heeft ook geen consequenties voor een eventuele behandeling.
Toch kan het nuttig zijn om in geval van een verhoogd risico een genetisch onderzoek te laten doen. Argumenten om een onderzoek te laten doen zijn onder meer:
• wegnemen van onzekerheid;
• nadenken over kinderwens: in geval van dragerschap kan u eventueel gevruik maken van pre-implantatie genetische diagnose (PGD) en embryoselectie om zwanger te worden van een kindje dat de erfelijke aandoening niet zal erven;
• voorbereiding en begeleiding op wat er eventueel gaat komen;
• in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Hoe verloopt het onderzoek?
Het onderzoek kan een aantal maanden in beslag nemen, afhankelijk van het aantal genen dat nagekeken moet worden en de complexiteit van het onderzoek. Een aantal gesprekken met een klinisch geneticus en een psycholoog behoren tot de testprocedure, waarbij onder meer wordt nagegaan wat de redenen zijn voor het aanvragen van de test en worden de praktische en emotionele gevolgen besproken.
Eens de uitslag bekend is, wordt psychologische steun en counseling aangeboden om de uitslag te helpen verwerken.
Het onderzoek zelf gebeurt op basis van een bloedprik.
Indien mogelijk zal eerst een verwant die reeds ziek is, getest worden.

Welke genetische afwijkingen worden opgespoord?
Volgende genetische afwijkingen kunnen momenteel opgespoord worden:

Ziekte van Alzheimer: mutaties van het amyloïd-voorlopereiwit gen (APP) en het preseniline 1 en 2 gen (PSEN1 en PSEN2).
Als u een van deze genafwijkingen hebt,
Fronto-temporale dementie (FTD): mutaties van onder meer C9ORF72, het TAU proteïne gen (MAPT), het progranulin gen (GRN), VCP-gen en CHMP2B-gen.
Vasculaire dementie door CADASIL: mutatie in het NOTCH3-gen.
Lewy Body Dementie (LBD): een oorzakelijk gen is (nog) niet bekend. Een test is dus niet mogelijk.
Als u een van deze genetische afwijkingen hebt, en dus drager bent van een dominant overerfbaar dementiegen, dan is de kans zeer groot dat u ook dement zult worden. Bovendien kunt u dat gendefect doorgeven aan uw kinderen.
Ook als er geen gendefect wordt gevonden, kunt u later toch nog dementie krijgen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u lijdt aan een nog onbekend erfelijk gendefect. Maar ook zonder zo'n gendefect kunt u de ziekte van Alzheimer krijgen als u oud genoeg wordt.

Geen DNA-onderzoek voor risicogenen
In ongeveer een vierde (25%) van de gevallen komt de ziekte van Alzheimer in de familie voor. Iemand met een ouder, broer of zus die na de leeftijd van 65 jaar Alzheimer heeft gekregen, heeft een iets hogere kans om later ook Alzheimer te krijgen.
Meestal gaat het om een zeer complex fenomeen met meerdere genvarianten (of allelen) die de kans op dementie licht verhogen. Er zijn tot nu toe een twintigtal genvarianten of allelen bekend die op een of andere manier de kans op Alzheimer verhogen of verlagen. Het gen met het voor zover nu bekend grootste effect op Alzheimer is het zogenaamde apolipoproteine E (APOE).
De APOE e4 genvariant of allel verhoogt het risico op Alzheimer. Het risico op op Alzheimer ligt ongeveer 5 keer hoger bij mensen met één kopie van het APOE e4 allel en 10 keer hoger bij mensen met twee kopies van het APOE e4 allel.

Testen op de aanwezigheid van het APOE e4 allel worden om meerdere redenen niet aangeraden:
• Erfelijke aanleg voor dementie zegt namelijk weinig over óf en wanneer u de ziekte ook echt zult krijgen. Niet alle dragers van het APOE e4 gen zullen Alzheimer krijgen.
• Ook als u geen APOE e4 gen hebt, kunt u toch Alzheimer krijgen.
Zolang er bovendien nog geen medicijn is tegen dementie, zien artsen het nut van zo’n test dan ook niet in.

Bronnen
http://www.alzh.org
http://www.breinwijzer.be/sites/default/files/2011-12-08-Alzheimer-Dementie-een-genetisch-inzicht.pdf
http://www.molgen.vib-ua.be
www.jongdementie.info
www.alzheimerliga.be
http://www.alzheimer-nederland.nl
http://www.erasmusmc.nl/alzheimercentrum/Dementie/erfelijkheid/
http://erfelijkheid.nl/special/veelgestelde-vragen/dementie-en-erfelijkheid
www.alzheimers.org.uk
www.alz.org
https://www.nia.nih.gov/alzheimers
http://www.uzgent.be/nl/home/Lists/PDFs%20UZ%20letters/Jongdementie.pdf



verschenen op : 21/09/2016


pub