Je kind zindelijk overdag: hoe pak je het aan?

Laatst bijgewerkt: augustus 2021
123-kind-potje-zindelijk-08-16.jpg

nieuws Een kindje onder tijdsdruk droog proberen te krijgen omdat het voor het eerst naar school gaat, geeft stress en kan leiden tot een foute plastechniek (opspannen/persen in plaats van ontspannen). Hoe kan je je kindje positief ondersteunen bij de ‘potjestraining’? 


Er is een verschil tussen ‘droog zijn’ en ‘zindelijk zijn’. Een droge luier wil bijvoorbeeld niet zeggen dat je kind al zindelijk is. Een kind is zindelijk wanneer hij bijvoorbeeld tijdens een autorit aangeeft dat hij naar het toilet moet, maar zich nog even kan inhouden tot hij bij het potje of de wc is.

Bijna alle vierjarigen zijn overdag zindelijk voor urine en zowel overdag als ’s nachts voor stoelgang, en bijna alle vijfjarigen zijn zowel overdag als ’s nachts zindelijk voor urine, maar elk kind volgt z’n eigen tempo. Als ouder kan je zindelijkheid wel positief ondersteunen. Een geleidelijke aanpak biedt daarbij meer kans op succes en voorkomt heel wat frustratie, zowel bij jou als ouder als bij je kind.
Eerste fase: bewustmaking
Al heel vroeg kan je starten met een natuurlijke en vanzelfsprekende bewustmaking.
• Benoem bij het verschonen of zien 'duwen' wat er gebeurt.
• Vermijd daarbij negatieve emoties: vies, bah, riekt, …
• Laat je kindje met jou meegaan naar het toilet. Zo krijgt je peuter een eerste besef.
Tweede fase: voorbereiden en interesse stimuleren
Dit kan je gerust al doen vanaf 18 maanden, spelenderwijs en zonder verwachting of druk.
• Voorlezen van verhaaltjes over zindelijkheid
• Samen filmpjes bekijken over op het potje gaan
• Een potje in huis halen en je kindje ermee laten spelen
• Tonen hoe de beer of pop op het potje gaat
• Woorden aanleren (pipi, kaka, potje,..)
• Verschil tussen nat en droog benoemen
• Spelletjes spelen, bv. blokjes in- en uitladen. Dit ondersteunt het besef dat blokjes IN een doos horen en pipi IN het potje hoort.
• Je kindje regelmatig uitnodigen om op het potje te gaan zitten, bv. terwijl je het bad laat vollopen. Zo went hij langzaam aan het potje.
Derde fase: (bij interesse of vanaf 2 jaar): het potje met regelmaat beginnen te gebruiken
Is je kindje al wat vertrouwd met het potje én geïnteresseerd, start dan met een aantal vaste potmomenten per dag. Ideaal is dat na het opstaan, na of voor de maaltijden en voor het slapengaan. Als je dit dagelijks herhaalt, gaat je peuter deze momenten verwachten en makkelijker meewerken.

Extra potmomenten komen er als je kindje er zelf om vraagt. Vraag tussendoor ook af en toe of je kindje moet plassen. Zo help je hem aandacht schenken aan gevoel van druk.

• Zorg steeds voor een ontspannen sfeer rond het toiletmoment. Vermijd druk of spanning. Plassen of stoelgang doen op toilet of het potje vereist immers dat je kindje zijn sluitspieren kan ontspannen. En dit lukt niet als het gespannen is.
• 2 tot 5 minuten op het potje zitten is meestal lang genoeg, afhankelijk van je kindje. Plast hij direct of neemt hij zijn tijd?
• Een boekje erbij kan zorgen voor meer ontspanning. Maar voor sommige kinderen is dit ook te veel afleiding of duurt het daardoor te lang.
• Moedig elk gedrag in de richting van het doelgedrag aan. Bravo! Dikke duim! Een liedje zingen…
• Word nooit boos en straf niet. Dit werkt averechts.
• Voorzie gemakkelijke kledij, die je kindje vlot zelf kan uitdoen.
• Dit is het moment om body’s te vervangen door onderbroekjes.
• Weigert je kindje, is er angst of heftig verzet, stop dan een tweetal weken met deze fase en probeer het nadien opnieuw.
4. Vierde fase: Luier uit
De luier kan je uitlaten als bij 50% van de potmomenten de luier nog droog was. Doe het kind dan een broekje aan. Als de helft van de luiers overdag nog droog zijn, is de rijping bij uw kindje wellicht ver genoeg gevorderd. De luier weglaten helpt je kind zijn natte broek voelen.
• Laat de luier uit, ook na een ongelukje of bij een uitstap. Het geeft je peuter het gevoel een grote stap vooruit te zetten. Bovendien maakt het je kind veel zelfstandiger. Een broekje zelf aan- en uitdoen is immers veel sneller en makkelijker zelf te doen dan een luier. Als je de luier uitlaten echt te lastig vindt, doe dan eerst het onderbroekje aan en daarover de luier. Zo voelt het kindje als het broekje nat wordt.
• Laat je kindje voldoende en regelmatig drinken. Beperk zeker de vochtinname niet.
• Hou de vaste potmomenten aan en las extra potmomenten in telkens je kindje er om vraagt.

Bronnen:
https://www.kindengezin.be
https://www.uza.be

Lees ook: Hoeveel slaap en beweging heeft een baby en kind nodig?


bron: Sofie Van Rossom - gezondheidsjournalist

Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram