Behandeling van menopauzale klachten

Laatst bijgewerkt: november 2015
In dit artikel
Behandeling van menopauzale klachten

dossier Hormonale substitutietherapie (HST) heeft bij vele vrouwen een gunstig effect op de menopauzale klachten. Vermits de laatste tijd steeds meer studies hebben aangetoond dat deze behandeling een aantal ernstige risico's inhoudt (o.m. verhoogd risico op borstkanker, hart- en vaataandoeningen...), schakelen steeds meer vrouwen over naar andere behandelingsmethoden.
De Folia Pharmacotherapeutica (een tijdschrift uitgegeven door het BCFI, het door de overheid gefinancierde centrum voor informatie over geneesmiddelen) publiceerde zopas een overzicht van die verschillende behandelingsmethoden.

Tibolon

vr-ouder-pil-in_hand_170_400_06.jpg
Tibolon is een synthetisch steroïd met progestagene, zwak oestrogene en zwak androgene eigenschappen. Tibolon heeft een gunstig effect op de warmte-opwellingen en zweten, en het is waarschijnlijk even doeltreffend als HST. Met tibolon is ook een gunstig effect op de botdensiteit aangetoond, maar er is geen bewijs van een effect op het voorkomen van breuken. Tibolon ontlokt geen dervingsbloedingen, maar vooral bij vrouwen in het eerste jaar van de menopauze zijn doorbraakbloedingen frequent (± 30% van de vrouwen).
Tibolon dient daarom bij voorkeur gestart te worden bij vrouwen die reeds minstens één jaar menopauzaal zijn (d.w.z. vrouwen die gedurende minstens één jaar geen bloedingen meer hebben gehad). De ongewenste effecten zijn vooral misselijkheid, oedeem en gevoeligheid van de borsten. De gegevens over veiligheid op lange termijn (o.a. in verband met borsten, endometrium, en hart en bloedvaten) zijn beperkt. Een recente studie toont een verhoogd risico van borstkanker. De risicoverhoging was wel minder uitgesproken dan voor HST op basis van een oestrogeen-progestageenassociatie, maar was meer uitgesproken dan voor HST op basis van een oestrogeen alleen. Behandeling met tibolon is ook duurder dan een behandeling met HST.

zie ook artikel : Hormonale substitutietherapie: een stand van zaken 2003

Fyto-oestrogenen

Fyto-oestrogenen zijn plantaardige stoffen die in het maag-darmstelsel worden omgezet tot stoffen met oestrogene eigenschappen. De belangrijkste zijn isoflavonen, lignanen en coumestanen. Ze zijn aanwezig in bijvoorbeeld sojabonen, vlaszaad, granen, (peul)vruchten, groenten, rode klaver.
De studies tot nog toe uitgevoerd met fyto-oestrogenen zijn van korte duur, en meestal van geringe kwaliteit. Alleen wat de warmteopwellingen werd enig effect vastgesteld. Er zijn geen gegevens over het effect van fyto-oestrogenen op andere menopausale klachten. De gegevens dat fyto-oestrogenen een effect zouden hebben op de botdensiteit, zijn weinig overtuigend.
Of fyto-oestrogenen het risico van borstkanker verhogen, is op dit ogenblik niet geweten, maar gezien hun oestrogene eigenschappen is voorzichtigheid geboden, zeker bij vrouwen met antecedenten van borstkanker. Een ongunstig effect op lange termijn kan inderdaad niet worden uitgesloten.
In België zijn geen preparaten met fyto-oestrogenen als geneesmiddel geregistreerd. Hun farmaceutische kwaliteit kan daarom niet worden gegarandeerd.

zie ook artikel : Soja en phyto-oestrogenen

zie ook artikel : Borstkanker

Clonidine

In enkele studies was clonidine doeltreffender dan placebo voor wat betreft de warmte-opwellingen, maar in andere studies werd geen verschil ten opzichte van placebo gezien. In vergelijkende studies was clonidine minder doeltreffend dan HST op basis van een oestrogeen-progestageenassociatie. Gebruik van clonidine wordt daarenboven beperkt door de ongewenste effecten (sedatie, slaapstoornissen, duizeligheid, maag-darmstoornissen, droge mond, orthostatische hypotensie, moeheid). Ernstige bradyaritmieën zijn een contra-indicatie voor clonidine.

Progestagenen

Studies tonen voor medroxyprogesteronacetaat, progesteron en megestrolacetaat een gunstig effect op de vasomotorische symptomen. Ongewenste effecten zijn vooral vaginale bloedingen, maar ook bv. bloedklonterproblemen en gewichtstoename.

Andere
• Er is enige aanwijzing uit kleinschalige studies van een gunstig effect van sommige selectieve serotonine-heropnameremmers (b.v. paroxetine) en venlafaxine op de warmte-opwellingen.
• Veralpride , een neurolepticum van de benzamidegroep, en methyldopa zijn onderzocht bij menopauzale klachten, maar hun ongewenste effecten beperken hun gebruik.
• Er is onvoldoende evidentie voor het gebruik van vitamine E .
• Het gebruik van hopbestanddelen bij menopauzale klachten berust op geen enkel bewijs.

zie ook artikel : Osteoporose na de menopauze: preventie en behandeling


bron: Folia Pharmacotherapeutica
verschenen op : 27/04/2004 , bijgewerkt op 01/11/2015


pub