Wie kan Multiple Sclerose (MS) krijgen?

Laatst bijgewerkt: augustus 2019
123-TXT-MS-dr-mult-scler-05-16.jpg

nieuws Multiple sclerose is de meest voorkomende chronische neurologische aandoening van het centraal zenuwstelsel bij jonge volwassenen in Europa. In België lijden naar schatting minstens 10.000 Belgen aan multiple sclerose (MS). Elk jaar opnieuw wordt bij ongeveer 450 personen deze diagnose gesteld.

MS is een auto-immuunziekte waarbij ons immuunsysteem cellen en stoffen uit het eigen lichaam als vreemde cellen en stoffen ziet en gaat aanvallen. In het geval van MS wordt de myelineschede aanvallen. Dit is een soort van isolatiemateriaal rond onze zenuwbanen. Er ontstaan dan ontstekingen in deze myelineschede waardoor de zenuwbanen de impulsen niet goed meer kunnen overbrengen en de communicatie in het lichaam verstoord raakt. Hierbij ontstaan er op verschillende plaatsen (multiple) ontstekingen in de hersenen en het ruggenmerg en dit laat littekens (sclerose) achter. Er zijn ook meer en meer aanwijzingen voor een betrokkenheid van de zenuwuitlopers zelf in het ziekteproces.

Wie kan MS krijgen?
• De ziekte komt vooral voor bij jongvolwassenen. De piekleeftijd waarop de eerste symptomen zich voordoen is 30 jaar. De meeste mensen die multiple sclerose krijgen zijn tussen de 25 en 45 jaar oud. Maar het kan ook op jongere of oudere leeftijd ontstaan. De jongste patiënten zijn 13 tot 14 jaar oud. Voor de puberteit komt de ziekte slechts zelden voor.
• Vrouwen hebben een hoger risico dan mannen om MS te krijgen: van elke vijf mensen met MS zijn er drie vrouwen.
• MS komt meer voor bij mensen uit noordelijke landen met een gematigd klimaat dan bij mensen uit warme zuidelijke landen. Bij blanken van Noord-Europese oorsprong is het risico het hoogst, bij de zwarte bevolking is het risico vrij laag en bij Aziaten is het bijzonder laag.

Is MS erfelijk?
De precieze oorzaak van MS is nog onduidelijk. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van genetische factoren en meerdere factoren van buitenaf zoals een infectie, hormonen, gebrek aan zonlicht, voeding, hygiëne... die een abnormale reactie van het immuunsysteem opwekken.

Genetische factoren
Genetische factoren spelen zeker een rol bij de gevoeligheid voor het krijgen van MS. Tot nu toe zijn er meer dan vijftig genen gevonden die op een of andere manier met MS te maken hebben. Een groot deel van die genen spelen een belangrijke rol in ons immuunsysteem en kunnen ook betrokken zijn bij andere auto-immuunziekten. Mogelijk spelen deze genen ook een rol in de ernst en de evolutie van de ziekte.
MS is echter niet erfelijk in de gebruikelijke zin van het woord. Het is bijvoorbeeld niet omdat je vader of moeder MS heeft, dat jij het ook zal krijgen. De kans dat je alle genetische defecten die betrokken zijn bij MS erft, is namelijk zeer klein.
Je loopt wel een verhoogd risico als MS in de familie voorkomt. Zo heeft 15 % van de MS-patiënten een naaste verwante met dezelfde aandoening.
• Bij eeneiige tweelingen wordt de kans op MS op 30 % geschat wanneer een van beiden de ziekte heeft.
• Bij verwanten in de eerste graad (broers, zusters, kinderen, ouders) van MS-patiënten is de kans op MS met een factor 5 à 10 keer groter. Dit betekent dat hun risico nog steeds minder dan 5 % bedraagt.
Je hoeft je dus niet onnodig zorgen te maken indien een familielid deze aandoening heeft.
Anderzijds bestaat er vandaag nog geen methode om die genetische aanleg te testen.

Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren spelen minstens een even belangrijke rol als genetische factoren: zelfs als je een genetische aanleg hebt voor de ziekte, blijft de kans klein dat je de ziekte krijgt. Omgevingsfactoren zijn nodig opdat de aanleg ‘actief’ zou kunnen worden en je MS krijgt¬. Als deze omgevingsfactoren niet aanwezig zijn, treedt geen MS op. Het is echter niet duidelijk om welke omgevingsfactoren het gaat. Evenmin is duidelijk of meerdere factoren aanwezig moeten zijn en of deze factoren elkaar versterken.

Virusinfecties
Bepaalde virussen zouden bij genetisch gevoelige personen MS kunnen uitlokken. Maar tot nu toe heeft men nog niet kunnen aantonen dat één bepaald virus MS zou uitlokken. Mogelijk zou het vooral gaan om virale infecties tijdens de kindertijd.
De belangrijkste virussen die verdacht worden zijn:
- Herpesvirussen die o.m. windpokken, zona, koortsblaasjes, genitale herpes, enz. veroorzaken. Van deze virussen is bekend dat ze ook hersencellen kunnen aantasten en bv. encefalitis (een hersenontsteking) kunnen veroorzaken.
- Epstein-Barrvirus, verantwoordelijk voor mononucleose.
- Mazelenvirus
- Retrovirussen (o.m. HIV).
Dat vaccinatie tegen o.m. hepatitis B of griep MS zou kunnen uitlokken, zoals soms beweerd wordt, wordt door tal van onderzoeken ontkend.

Voedingsgewoonten
Dat MS meer voorkomt in noordelijke landen dan in zuidelijke landen, en meer bij blanken dan bij Aziaten, zou kunnen te maken hebben met voedingsgewoonten.
- Er bestaan aanwijzingen dat kinderen die geen borstvoeding hebben gekregen maar alleen koemelk, op latere leeftijd een verhoogd risico op MS hebben. Hiervoor bestaan evenwel nog geen sluitende bewijzen.
- Of een dieet met weinig verzadigde vetten en rijk aan meervoudig verzadigde lipiden (vetten die in bepaalde planten en visolie voorkomen) MS zou kunnen voorkomen of progressie van de ziekte zou kunnen afremmen, is tot nu toe niet aangetoond.

Gebrek aan zonlicht
De vaststelling dat MS meer in noordelijke landen voorkomt, doet vermoeden dat een gebrek aan zonlicht een rol zou kunnen spelen. Mogelijk zou vitamine D (die door blootstelling van de huid aan zonlicht wordt gevormd) beschermen tegen MS, maar overtuigende bewijzen daarvoor ontbreken.

Milieufactoren
Er bestaan geen bewijzen dat luchtvervuiling, blootstelling aan elektromagnetische velden (GSM, hoogspanning...), pesticiden enzovoorts de kans op MS verhogen. Er bestaat mogelijk wél een verhoogd risico op MS bij langdurige blootstelling aan zeer hoge dosissen cadmium, maar dat risico is quasi onbestaande in het dagelijkse leven.

Hersen- of rugtrauma
Er bestaan aanwijzingen dat een hersen- of rugtrauma waardoor de hersen-bloedbarrière doorbroken wordt, MS zou kunnen uitlokken. Maar tot nu toe zijn daarvoor geen bewijzen gevonden.

Roken
Roken zou de kans op multiple sclerose in beperkte mate doen toenemen, maar helemaal zeker is dat niet.

Stress
Chronische stress is geen oorzaak van MS maar kan wel MS-klachten uitlokken.

Klimaat
Studies hebben aangetoond dat de woonplaats tot de leeftijd van 15 jaar het risico op MS sterk beïnvloedt. Zo heeft iemand die is opgegroeid in een tropisch of subtropisch gebied (zwart Afrika bijvoorbeeld) minder risico om als volwassene MS te krijgen dan iemand die tot zijn 15de in een gematigde klimaatzone heeft gewoond, zoals België. Iemand die in België geboren is en kort na zijn geboorte verhuist naar een tropisch gebied, loopt dan weer weinig risico om MS te krijgen. Omgekeerd lopen mensen uit tropische landen die hun jeugd doorgebracht hebben in België, evenveel risico als de Belgen. Als mensen ná hun vijftiende emigreren van een gematigd klimaat naar de tropen, hebben zij dezelfde kans op MS als de mensen in hun vaderland.

zie ook artikel : Multiple sclerose (MS - of multipele sclerose)

Bronnen:
www.ms-vlaanderen.be
www.ms-sep.be
www.uzleuven.be
www.ms-gateway.be
www.mscenter.be
www.ms-antwerpen.be
www.msif.org






pub