Bepaalt uw woonplaats of u sterft aan kanker?

Laatst bijgewerkt: mei 2016
123-aarde-leefm-natuur-05-16.jpg

nieuws Recent publiceerde de FOD Economie cijfers over doodsoorzaken bij Belgen in het jaar 2013. Daaruit blijkt onder meer dat er dat er sterke verschillen in kankersterfte per gemeente bestaan. Betekent dit dan dat u woonplaats bepaalt of u sterft aan kanker?

Op basis van cijfers over het aantal kankerdoden per gemeente, kan uw woonplaats niet bepalen of u meer kans hebt om te sterven aan kanker, aldus de Vlaamse Medisch Milieukundigen. Met andere woorden, wonen in een gemeente met een hoger aantal kankerdoden wil niet zeggen dat u automatisch een grotere kans hebt om kanker te krijgen en eraan te sterven.
Een relatie tussen de plaatsgebonden milieufactoren en het krijgen van kanker valt niet uit te sluiten. Bij afwijkende cijfers, kan verder onderzoek nodig zijn. Meestal blijft het dan nog bijna onmogelijk om een relatie tussen kanker en leefmilieu te vinden. Net omdat kanker vaak het gevolg is van verschillende factoren.

De belangrijkste verklaring is toeval, de natuurlijke variatie dat het ene jaar meer en het andere jaar minder personen aan kanker overlijden op een bepaalde plaats. Indien men dan meerdere opeenvolgende jaren samen bekijkt, blijken de “uitschieters” vaak verdwenen en de verschillen erg klein.

Ook de leeftijdsverdeling en sociaal-economische status van de inwoners van de gemeente spelen een rol. In een gemeente met een groter aandeel ouderen, zal het aantal mensen met kanker en andere leeftijdsgebonden doodsoorzaken hoger liggen. Hetzelfde geldt voor een gemeente waar meer inwoners leven met een lagere sociaal-economische status. Een lagere status is gerelateerd met een slechtere gezondheid door slechtere leefstijlfactoren. De belangrijkste leefstijlfactor is roken.

Milieufactoren
Dat het meer voorkomen van kanker op sommige plaatsen deels mee veroorzaakt wordt door factoren in het leefmilieu valt niet uit te sluiten. Een klein percentage kankergevallen (< 5 %) wordt in verband gebracht met plaatsgebonden milieufactoren zoals vervuilingsbronnen in de lucht, het water of de bodem.

Maar de relatie tussen leefmilieu (oorzaak) en kanker (gevolg) is erg moeilijk te onderzoeken.
• Er zijn verschillende aandoeningen. “Kanker” is niet één ziekte, maar een verzameling van ongeveer 100 verschillende ziekten.
• Leefmilieu omvat alle chemische, biologische en fysische factoren waaraan een mens tijdens zijn hele leven wordt blootgesteld.
• Soms treden effecten pas op tientallen jaren na de blootstelling.
• Leefstijlfactoren zoals rookgedrag, alcoholgebruik, voeding, gebrek aan beweging, spelen een belangrijke rol.
• Persoonlijke factoren zoals genetische aanleg en overgewicht spelen een rol.

Hoe wordt dit opgevolgd?
De Stichting Kankerregister houdt het aantal effectief getelde kankergevallen per gemeente bij en vergelijkt dit met het aantal verwachte kankergevallen (uitgaande van de leeftijdsopbouw van de gemeente en het gemiddelde voorkomen in Vlaanderen). Het Agentschap Zorg en Gezondheid volgt dit op en gaat na of het haalbaar en wenselijk is om te onderzoeken of afwijkende cijfers in verband kunnen gebracht worden met milieufactoren. Een diepgaand onderzoek garandeert niet dat er ook een verklaring gevonden wordt voor het meer voorkomen van kanker op een bepaalde plaats. Het is bijna onmogelijk om één enkele oorzaak uit de context te halen en te isoleren.




pub