Alles over de appel

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

dossier De appel of ‘malus domestica’ is de absolute numero uno onder alle fruitsoorten. Deze verleidelijke vrucht is gemeengoed voor iedereen: we worden ermee vertrouwd vanaf de fruitpap in de kindertijd en we groeien ermee op.
Het is ook een typische fruitsoort ‘van bij ons’ die het hele jaar door beschikbaar is en de ereplaats inneemt als het meest geconsumeerde fruit in België. Vooral de Jonagold is nog altijd de topper qua verbruik per persoon, maar ook nieuwere rassen zoals Pink Lady, Kanzi en Cox worden stilaan beter bekend.

Boordevol voedingsvezels

123-appel-04-16.jpg
Dat appels zoals trouwens alle fruitsoorten gezond zijn, daarover is iedereen het eens. An apple a day keeps the doctor away... Bovendien bevatten ze weinig calorieën (een middelgrote appel levert 71 kcal) en hebben ze een lage glycemische index. Ze zijn rijk aan vezels (vooral pectine) die positief werken op de darmflora en zorgen voor een verzadigend effect. Appelen met schil bevatten 2,3 gram voedingsvezels per 100 gram, appelen zonder schil 1,4 gram. 

Een middelgrote appel met schil is goed voor 12% van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid voedingsvezels (30 g per dag).

Bioactieve schillen

123-h-appel-schil-09-19.jpg
Appels helpen niet alleen om je (gezond) gewicht op peil te houden. Ze spelen ook een positieve rol bij de bescherming van je gastro-intestinale systeem en de gezondheid van je botten en longen. Appels bevatten bioactieve stoffen (vooral flavonoïden) die preventief werken tegen tal van welvaartsziekten. Die stoffen zorgen voor een verlaagd risico op hart- en vaatziekten, op bepaalde vormen van kanker (in het bijzonder longkanker), op de ziekte van Alzheimer, diabetes en astma. En dat geldt zeker voor de schil, want die bevat de meeste vezels en bioactieve stoffen: 2 tot 6 keer meer polyfenolen en 2 tot 3 keer meer flavonoïden dan het vruchtvlees! Appelschil is vooral rijk aan het flavonoïde quercetine, een antioxidant dat zelfs helemaal niet in het vruchtvlees van de appel voorkomt. 

Dus: laat je ‘dunschiller’ in de lade liggen en was de appel grondig (er kunnen nog restanten van bestrijdingsmiddelen aan de schil hangen) om hem vervolgens met schil en al naar binnen te werken!

Het gehalte aan bioactieve stoffen in appelen verschilt wel naargelang van het ras. Rode appelen bevatten meer quercitine en anthocyaan (verantwoordelijk voor de rode blos) dan groene of gele appelen. Jonagold heeft dan weer meer quercetine en catechine dan bv. Golden Delicious, Cox’s Orange en Elstar. Verder is de vrucht, zoals alle andere fruitsoorten, rijk aan kalium en zeer arm aan natrium, wat bloeddrukverlagend werkt. Men is het er absoluut over eens dat voldoende fruit eten, waaronder ook appelen, bijdraagt tot het behoud van een goede gezondheid. Maar er zijn nog meer wetenschappelijke studies nodig om de precieze achterliggende mechanismen van bioactieve stoffen in appelen verder te bepalen.

Kies keurig!

f123-h-appel-boom-09-19.jpg
  • Koop appels met een steeltje eraan die er frisgroen, -geel of -rood uitzien en geen bruine vlekken of deuken vertonen. 
  • Probeer een appel altijd zo vers mogelijk te consumeren want de kwaliteit gaat snel verloren. Je koopt dus maar beter geen al te grote voorraad. 
  • Rijpe appels bewaar je best in een plastiekzak in de fruitlade van de koelkast. Zo behoudt de vrucht zijn natuurlijke vettige waslaag die hem tijdens de groei beschermt tegen negatieve invloeden van buitenaf (zoals regen, schimmels of bacteriën), maar die hem tijdens het bewaren ook optimaal houdt. De waslaag remt de ademhaling van de vrucht af waardoor hij minder vocht verliest en minder snel oxideert. Een Jonagoldappel bijvoorbeeld heeft een vettige schil en daarom kan je hem vrij lang bewaren. Een Elstar heeft een dunnere waslaag (die niet vervloeit tot een vettige schil) waardoor hij meer vocht verliest en minder geschikt is om te bewaren.
  • Haal de appel kort voor gebruik wel uit de koelkast zodat hij even op temperatuur kan komen. Zo geeft hij zijn optimale smaak en aroma vrij. 

Herfstappelen in de lente

Fruitsoorten ademen ook na de pluk. Hoe hoger de ademhalingssnelheid van een vrucht, hoe sneller hij bederft. Herfstappelen ademen tamelijk traag en zijn dus redelijk lang houdbaar, maar bij zomerappelen is dat niet het geval. Appels bevatten ook veel ethyleen, wat de rijping (ook van andere vruchten in de buurt) eveneens bevordert. Zomerappelen produceren meer ethyleen dan herfstappelen.

Hoe bewaart men de appels die in augustus of september worden geplukt om ook in de winter en de lente de consument te kunnen bevoorraden?
Eenvoudig: door de appels in grote koelcellen onder gecontroleerde omstandigheden te bewaren, worden de ademhaling en de ethyleenproductie van de appel vertraagd. Kort voor de verkoop worden de appelen weer in hun normale atmosfeer gebracht zodat ze verder kunnen rijpen.
Zo komt het dat de Jonagold, Jonagored, Belgica, Boskoop en Golden Delicious verkrijgbaar zijn van september tot augustus... en dan is de nieuwe oogst weer daar.

zie ook artikel : Appelen - het hele jaar door?

Enkele courante appelsoorten

123-h-appel-soorten-09-19.jpg
We kunnen de appels grosso modo in drie categorieën onderverdelen: appels voor uit het vuistje, appel die zachtkoken tot moes en appels die geschikt zijn voor taart of gebak. Een aantal soorten zijn niet meteen in één hokje onder te brengen en horen in verschillende categorieën thuis. 
  • Cox’s orange pippin of cox: sappige, zoete appel met een zeer specifieke smaak en aroma. Kan ook voor appelmoes. 
  • Elstar: zachte, geelgroene handappel met rode blos en aangenaam zoete smaak. Ideaal ook voor appelmoes en fruitsalade. Niet echt geschikt voor patisserie. 
  • Golden Delicious: zachte, zoete, sappige groengele appel die vrij gevoelig is voor bruinverkleuring. Kan zowel als handappel als voor gebruik in de keuken (patisserie en salades). 
  • Granny Smith: felgroene zure appel, geschikt als handappel of voor in slaatjes. Kan ook tot appelmoes verwerkt worden.
  • Kanzi: een vrij nieuw ras, een kruising van een Gala en een Braeburn. Frisrood en een zoetzure smaak. 
  • Jonagold: een kruising tussen de Golden Delicious en de Jonathan (aromatische geelgroene appel met rode blos die wat uit de belangstelling is verdwenen). Hij heeft een felle, oranjerode blos op een geelgroene achtergrond. Het lichtgele vruchtvlees is stevig, zeer sappig en zoetzuur. Veel minder aroma dan bv. een Elstar. Een typische dessertappel die ook gebruikt kan worden in gebak en voor gestoofde bereidingen. 
  • Gala: rode appel met geelwit knapperig vruchtvlees en een ietwat fletse zoete smaak. • Pink Lady: Sappige appel met een roze blos. Knapperig, lichtzuur en zoet tegelijk met een vrij hoog fructosegehalte. 
  • Braeburn: stevige bewaarappel met een zoete smaak. Kan ook in moes worden verwerkt. 
  • Golden Delicious: een stevige, knapperige, groene appel die met het rijpen goudgeel kleurt. De smaak wordt zoeter na bewaren. Je kunt de golden gebruikten voor appeltaart en appelmoes. 
  • (Schone van) Boskoop of reinette: ruwe, stevige, zure appel. Ideaal voor moes, gebak en sap, maar ook lekker uit het vuistje. Bevat het meest vitamine C, vruchtzuren en suikers. 
  • Jonagored: een ronde, zachtgroene appel met een dieprode blos. Zeer sappig en knapperig met een frisse en fijne smaak. Het verbeterde broertje van de Jonagold: vaster van structuur en langer houdbaar. Als appel uit het vuistje maar ook voor gerechten (bakken en stoven). 
  • Greenstar: een verfrissende, sappige, nieuwe appel met een hoog vitamine C-gehalte. Handig is dat deze appel na het snijden of schillen niet verkleurt. 
  • Belgica: een vroege tweekleurige appel met stevig vruchtvlees die eruitziet als een Jonagold. Hij is iets zuurder en iets knappiger en heeft een hoger suikergehalte. Om appeltaart of –cake te maken gebruik je dus best Jonagold, Braeburn of Goudrenetten. Zij blijven stevig omdat ze niet te veel vocht vrijgeven en behouden ook het best hun smaak.

Recept: appels in de oven

Ingrediënten voor 4 personen
2 stoofappels
2 sinaasappels
honing
amandelpoeder en/of kaneelpoeder
2 kl rozijnen 

Bereiding
  • Verwarm de oven voor op 180 °C en laat de rozijnen weken in warm water. 
  • Was de appels, halveer ze en verwijder het klokhuis met een appelboor. 
  • Was ook de sinaasappels en snij uit het middenstuk 4 dikke grote schijven. Beide uiteinden heb je niet nodig. 
  • Leg de sinaasappelschijven in een vuurvaste schotel en bedek elke sinaasschijf met een appelhelft. Schep er telkens een paar rozijnen, wat honing, een snufje amandel- en kaneelpoeder op. 
  • Laat de appels zo’n dik half uur garen in de oven.
  • Serveer ze met vanillepudding of een bolletje roomijs.

Bronnen:
www.nice-info.be
www.missethoreca.nl
www.puurgezond.nl


bron: Hilde Deweer, lifestyleredactrice



pub