Hoe groot is uw kans op dikkedarmkanker?

Laatst bijgewerkt: februari 2016
123-darmca-coloscopie-170-01.jpg

nieuws Ongeveer 1 op 20 Belgen krijgt dikkedarmkanker. 19 op 20 krijgt het dus niet. Alleen valt vooraf niet te voorspellen of u bij die 19 behoort.

Er is geen eenduidige oorzaak voor het ontwikkelen van darmkanker. Verschillende factoren dragen hiertoe bij, maar ze zijn nog niet allemaal bekend.
In 70% van de gevallen is er geen sprake van een specifieke risicofactor. Toch zijn er een aantal factoren die het risico op het ontstaan van dikkedarmkanker verhogen.
De aanwezigheid van één of meerdere van deze risicofactoren wil niet zeggen dat u zeker dikkedarmkanker zal ontwikkelen. Maar ze kunnen wel een reden zijn om dit met uw huisarts te bespreken en eventueel bepaalde maatregelen te nemen.

1. Erfelijkheid
Er bestaan enkele zeldzame erfelijke vormen van darmkanker die veroorzaakt worden door een aangeboren genetische afwijking. Bijna iedereen met deze afwijking zal op latere leeftijd darmkanker krijgen. Ongeveer 5 à 10 % van alle darmkankers zou aan een van deze erfelijke of genetische afwijkingen te wijten zijn.
Wanneer zich een dikkedarmkanker voordoet op een leeftijd ver onder het gemiddelde, mag men deze vorm van kanker vermoeden. Bespreek met uw arts of een doorverwijzing naar een centrum voor menselijke erfelijkheid voor verder genetisch onderzoek nuttig is.

• Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een aangeboren erfelijke aandoening waarbij zonder preventieve chirurgie bijna altijd kanker ontstaat. Patiënten met dit syndroom ontwikkelen honderden poliepen in de dikke darm, vaak al op jonge leeftijd, die zonder verwijdering kwaadaardig ontaarden.
• Personen met een Heriditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom (HNPCC of Syndroom van Lynch) hebben een verhoogd risico op darmkanker, zonder dat zij veel poliepen ontwikkelen.
• MYH-polyposis is een derde aandoening die net als FAP gepaard gaat met het ontstaan van veel poliepen in de dikkedarm.
Mensen die drager zijn van een gemuteerd gen staan onder nauwgezet toezicht (vanaf de kinderjaren als het om familiaire polyposis gaat) en krijgen, indien nodig, preventieve behandelingen.
Meer informatie over erfelijke darmkankers vindt u op: http://www.belgianfapa.be

2. Familiale belasting
Naast de erfelijke vormen van darmkanker (zie punt 1) zijn er ook families waar darmkanker opvallend meer voorkomt zonder dat er een genetische afwijking kan worden vastgesteld. Ongeveer 20 % van dikkedarmkanker komt voor bij mensen met zo'n familiale belasting.
Als één of meerdere van uw eerstegraadsverwanten (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) dikkedarmkanker heeft of gehad heeft, hebt u zelf twee tot drie keer meer kans op het ontstaan van dikkedarmkanker. Hoe jonger de getroffen persoon is, hoe groter het risico voor zijn omgeving.
Raadpleeg uw huisarts om dit met hem of haar te bespreken.

3. Leeftijd
Ongeveer 90% van dikkedarmkanker komt voor bij personen ouder dan 50 jaar. Toch kan de ziekte ook op jongere leeftijd voorkomen.

4. Chronische darmontstekingen
Mensen met chronische darmontstekingen (Colitis Ulcerosa en ziekte van Crohn) hebben een licht verhoogd risico op het krijgen van dikkedarmkanker. Vooral wanneer de ziekte vele jaren actief is geweest. Bij deze patiënten wordt de dikke darm regelmatig gecontroleerd.

5. Poliepen
Bijna alle tumoren in de dikke darm ontstaan uit goedaardige poliepen of adenomen op het slijmvlies van de darm. Vooral oudere mensen hebben vaak een of meer poliepen.
Een poliep is een meestal goedaardige soort woekering van het slijmvlies van de darmwand. Het is nog niet precies duidelijk waarom poliepen ontstaan en waarom sommige zich ontwikkelen tot darmkanker. Hoe groter het adenoom, hoe groter de kans op ontaarding ervan.

6. Voorgeschiedenis van dikkedarmkanker
Mensen die reeds dikkedarmkanker hebben gehad, hebben een verhoogde kans om het opnieuw te krijgen en worden daarom ook nauwgezet opgevolgd.

7. Leefstijl
20 tot 45% van de dikkedarmkankers zou in meerdere of mindere mate te maken hebben een ongezonde leefstijl.
• Overmatige consumptie van vet
• Overmatige consumptie (meer dan 500 g per week) van rood (rund, varken, lam en geit). Als iemand dagelijks 100 gram meer rood vlees eet, neemt het risico met 17% toe.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het zogeheten heemijzer, de stof die rood vlees zijn kleur geeft, de darmwand kan beschadigen.
• Bewerkt vlees (gerookt of gezouten vlees, of waaraan chemische bewaarmiddelen aan zijn toegevoegd): het risico zou met 18% per 50 gram per dag toenemen.
Een mogelijke verklaring is dat er door de bewerking kankerverwekkende stoffen (carcinogenen) kunnen ontstaan
• Verbrand of verkoold vlees (barbecue): bepaalde stoffen die daarbij gevormd worden kunnen in het lichaam worden omgezet in kankerverwekkende stoffen.
• Overmatig gebruik van alcohol (meer dan 2 à 3 glazen per dag).
• Lage vezel-inname, weinig groenten en fruit.
Het eten van vezelrijke producten kan het risico op dikkedarmkanker verlagen. Per 10 gram voedingsvezel is het risico op dikkedarmkanker 10% lager. Dit beschermende effect lijkt vooral te gelden voor vezel uit graanproducten en peulvruchten.

Het eten van veel groenten en fruit heeft mogelijk een lichte beschermende werking. Het eten van 100 gram groente per dag verlaagt het risico op dikkedarmkanker met 2%. Groenten en fruit zijn een belangrijke bron van voedingsvezel, foliumzuur, anti-oxidanten en andere bioactieve stoffen, waaronder isothiocyanaten en flavonoïden. Ook het natuurlijke folaat in groene bladgroenten zou kunnen beschermen tegen dikkedarmkanker.
• Lage zuivelconsumptie.
Verschillende (voeding)stoffen in zuivel kunnen het risico op dikkedarmkanker gunstig beïnvloeden. Zuivel is vooral een belangrijke bron van calcium in onze voeding. Een calciuminname van 700 mg/dag of meer ten opzichte van een inname minder dan 500 mg/dag verlaagt het risico op dikkedarmkanker met 20-25%. Het beschermende effect van melk is mogelijk ook te verklaren doordat melk, naast calcium, ook een belangrijke bron is van foliumzuur, vitamines B2, B12 en (in sommige landen) van vitamine D.
• Te weinig fysieke activiteit (minder dan 30 minuten per dag). Mensen die veel bewegen, kunnen het risico op colonkanker met 25% beperken.
Het onderliggende mechanisme voor een beschermend effect op colonkanker kan te maken hebben met gunstige veranderingen in geslachtshormonen en specifieke groeifactoren, en een versnelling van de darmpassagetijd.
• Overgewicht (BMI boven 25) is een belangrijke risicofactor voor dikkedarmkanker. Een stijging van de BMI met vijf eenheden verhoogt het risico op colonkanker met ongeveer 25 tot 35% bij mannen en 10 tot 15% bij vrouwen. De gestegen BMI verhoogt ook het risico op rectumkanker bij mannen met ongeveer 10%, maar niet bij vrouwen. Bij mensen met zeer ernstig overgewicht (BMI>40) ligt de kans ongeveer twee keer hoger dan bij iemand met een normaal gewicht.
Toename van de buikomvang met 10 cm verhoogt het risico op colonkanker bij mannen met ongeveer 30%, bij vrouwen met 15%
• Roken: dikkedarmkankers komen vaker voor bij rokers. Bij mensen die langdurig hebben gerookt (>40 jaar) zou het risico op darmkanker 30 tot 50% hoger liggen.
Ook mannen en vrouwen met Lynch Syndroom die roken lopen een hoger risico. Het risico op darmpoliepen is bij hen 6x hoger bij rokers, terwijl mensen die gestopt zijn met roken een 3x zo hoog risico hebben in vergelijking met mensen die nooit gerookt hebben.

Bronnen:
www.allesoverkanker.be/dikkedarmkanker
www.stopdarmkanker.be
https://www.bevolkingsonderzoek.be/dikkedarmkanker/
http://www.kanker.be
https://www.mlds.nl/kanker/darmkanker/
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/kanker/dikkedarmkanker/welke-factoren-beinvloeden-de-kans-op-dikkedarmkanker/




Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram