Geen genetische relatie tussen hersenstructuur en schizofrenie

Laatst bijgewerkt: februari 2016
oz-rx-ct-hers-dr-170_400_12.jpg

nieuws Anders dan gedacht blijken de genetische factoren die de ontwikkeling van hersenstructuren bepalen, niet oorzakelijk gekoppeld te zijn aan de ontwikkeling van schizofrenie. Dat blijkt uit onderzoek van het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour. Nature Neuroscience publiceerde de resultaten.

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening, waarbij mensen het contact met de werkelijkheid verliezen, en gaat gepaard met psychoses. Ongeveer één op de honderd mensen heeft er last van.
Veelvuldig onderzoek heeft aangetoond dat de vorm en functie van verschillende hersenonderdelen bij mensen met schizofrenie afwijken. Zo hebben zij onder andere een kleinere hippocampus en een grotere ruimte tussen de hersenen en de schedel in vergelijking met mensen zonder de aandoening.
De onderzoekers analyseerden het genetisch materiaal en hersenscans van bijna 88.000 mensen met en zonder schizofrenie. Het is de grootste studie ooit naar de biologische processen onderliggend aan deze aandoening.

Genetische aanleg
Voor veel neurologische en psychiatrische aandoeningen is genetische aanleg zeer bepalend. Genetische factoren spelen ook een grote rol in de ontwikkeling van hersenstructuren, die vervolgens mede het gedrag bepalen. Hoewel een oorzakelijk verband tussen beide wordt aangenomen, was dit tot nu toe onvoldoende onderzocht. De onderzoekers wilden dan ook weten of er genvariaties te vinden zijn die gerelateerd zijn aan een zichtbaar effect in de hersenen én aan de ontwikkeling van schizofrenie? Het antwoord kan een beter begrip en uiteindelijk een betere behandeling van schizofrenie mogelijk maken.
Acht hersenstructuren, waarvan de meeste in grootte verschillen bij mensen met schizofrenie, werden onderzocht. Ondanks een analyse van deze structuren konden de onderzoekers nergens op het genoom een enkele genetische variatie vinden, die zowel de verschillen in hersenstructuur als het ontstaan van schizofrenie kon verklaren. Dit ondanks sterke aanwijzingen dat een dergelijk verband er wel moet zijn.

Volgens de onderzoekers worden de breinverschillen bij schizofrenie veroorzaakt in een samenspel van genen en omgeving. Het lijkt echter niet zo te zijn dat de genen voor schizofrenie de ontwikkeling van de hersenstructuren beïnvloeden. Het effect is waarschijnlijk meer indirect, mogelijk via ontstekingsprocessen, die een neurodegeneratie veroorzaken. Maar we zijn zeker nog niet klaar met dit onderzoek. We hebben nu voornamelijk naar de diepliggende (subcorticale) gebieden in de hersenen gekeken. In ons volgende project gaan we meer hersengebieden die een rol spelen bij schizofrenie onderzoeken.

Grootste onderzoek ooit
Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van genetische gegevens van de grootste internationale databestanden. De gegevens van ruim 33.000 schizofreniepatiënten en 43.000 gezonde mensen waren afkomstig van het Psychiatric Genomics Consortium. Daarnaast hadden de onderzoekers beschikking over genetische gegevens bij MRI-beelden op acht hersenonderdelen van bijna 12.000 mensen via het ENIGMA Consortium. Hiermee is dit het grootste onderzoek wat ooit is uitgevoerd naar het verband tussen genetische factoren voor hersenstructuren en het risico op schizofrenie. Deze methode vormt een blauwdruk voor onderzoek naar andere aandoeningen, zoals autisme en ADHD, dat op dit moment wordt uitgevoerd.




pub