Hepatitis C

Laatst bijgewerkt: March 2016

dossier Chronische hepatitis C, veroorzaakt door een infectie met het hepatitis C-virus, is een ernstige ziekte die pas een goede tien jaar geleden werd ontdekt. Een recente enquête heeft uitgewezen dat meer dan 1 op 2 Belgen hepatitis C niet kent en de grote meerderheid onderschat de frequentie van deze ziekte. 45 % van de Belgen denkt ten onrechte dat er een vaccin tegen het virus bestaat en 6 op 10 Belgen weten niet dat de ziekte kan worden genezen.

zie ook artikel : Hepatitis: verschillende soorten

Wereldwijd blijken 170 miljoen personen aan deze ziekte te lijden.

bloed-compr-170_400_03.jpg
Er bestaan grote verschillen van land tot land: in de meeste Westerse landen zijn ong. 1 % van de mensen besmet, in Rwanda 17 %
In België zijn minstens 100.000 mensen drager van het virus van hepatitis C (HCV). Meer dan 50 % van deze besmette personen weten niet dat ze geïnfecteerd zijn en kunnen nieuwe besmettingen veroorzaken.
Onderzoek in Vlaanderen toont aan dat 0,8% van de bevolking besmet is (aangetoond door antistoffen in het bloed). Bij allochtonen loopt dit op tot 2 %. Er is een toename naarmate de leeftijd vordert: 0,2 % in de leeftijdsgroep 0-14 jaar en 1,5 % in de leeftijdsgroep van 55-74 jaar.
Bij 70 % van de intraveneuze druggebruikers wordt hepatitis C vastgesteld.

Hoe raakt men besmet?

Hepatitis C wordt niet overgedragen via speeksel of fysiek contact. Het virus van hepatitis C wordt hoofdzakelijk doorgegeven via rechtstreeks contact met besmet bloed of besmette bloedproducten.
Sinds 1 juli 1990 wordt al het bloed voor transfusies in België gecontroleerd op de aanwezigheid van Hepatitis C. Wie voor die datum bloed of bloedproducten kreeg toegediend, kan via deze weg besmet geraakt zijn. Bij veel patiënten die 10 à 30 jaar geleden besmet werden, wordt de ziekte nu pas vastgesteld. Het duurt immers tientallen jaren voordat een milde chronische Hepatitis C evolueert naar een symptomatische levercirrose.

Verder kan men besmet raken door:
• gedeeld gebruik van scheermesjes of tandenborstels;
• gebruik van niet-steriele injectienaalden;
• het plaatsen van een tatoeage of piercing met onvoldoende ontsmet materiaal.
Het virus wordt enkel via seksueel contact overgedragen als er bloedcontact is (seks tijdens menstruatie, langdurige of ruwe seks, anale seks en sommige vormen van sadomasochisme).
De besmettingskans van moeder op kind tijdens de bevalling wordt geschat op 2 à 5 %.
Bij 30 % van de besmettingen is de oorzaak onbekend.

Evolutie van de ziekte

De incubatieperiode (de tijd dit verloopt tussen de besmetting en de eerste symptomen) van Hepatitis C bedraagt tussen de 15 en 150 dagen. Eén tot drie weken na de besmetting kan HCV in het bloed opgespoord worden met de PCR-techniek. Antistoffen tegen HCV kunnen pas na twee maanden opgespoord worden.
Na de infectie maakt iedereen een acute hepatitis of leverontsteking door. In 8 gevallen op 10 verloopt die echter totaal onopgemerkt. De rest van de mensen voelt zich moe en lusteloos en vermagert. Geelzucht komt slechts bij 5 op 100 patiënten voor.
2 op 10 patiënten geneest spontaan en het virus verdwijnt ook uit het lichaam. 8 op 10 patiënten wordt echter chronisch drager van het virus. In dat stadium kan de infectie mild, matig of ernstig verlopen. Matige en ernstige chronische hepatitis C (CHC) kunnen evolueren naar levercirrose, een aandoening van de lever waarbij het leverweefsel onherstelbaar beschadigd wordt. Dat gebeurt in 20 % van de gevallen 15 à 20 jaar na de besmetting met HCV.
Patiënten met levercirrose hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van leverkanker (hepatocellulair carcinoom). Het risico bedraagt 1 à 4 % per jaar.
Na verloop van gemiddeld 5 tot 10 jaar kan een gedecompenseerde levercirrose ontstaan, een zeer ernstige vorm van cirrose, met portale hypertensie (verhoogde bloeddruk in de poortader), slokdarmspataders en het ontwikkelen van ascites (ophopen van vloeistof in de buik).

zie ook artikel : Verhoogde bloeddruk in de poortader / Portale hypertensie

zie ook artikel : Slokdarmspataders / oesophagusvarices (of ook slokdarmvarices)

Risicofactoren

Er werden verschillende risicofactoren erkend die deze evolutie kunnen beïnvloeden.
• De leeftijd op het moment van de infectie speelt een belangrijke rol. Bij personen ouder dan 50 jaar ziet men een snellere ontwikkeling naar fibrose en cirrose.
• Bij mensen van het zwarte ras en bij mannen evolueert de fibrose sneller.
• De aanwezigheid van een belangrijke vervetting van de lever (leversteatose) van meer dan 30 %, glycemiewaarden van meer dan 110 mg/dl of een BMI van meer dan 28 kg/m2 dragen bij tot een snellere ontwikkeling naar cirrose.
• Ook de immuniteit van de gastheer is zeer belangrijk: bij mensen met een verminderde immuniteit, bijvoorbeeld door een HIV-infectie of na een transplantatie, verloopt de ontwikkeling sneller
• Het gebruik van alcohol, voornamelijk als dat meer is dan 50 g per dag (= 5 glazen bier of wijn per dag), draagt duidelijk bij tot de ontwikkeling van fibrose. Alcohol heeft een grotere toxiciteit in aanwezigheid van HCV.
• De aanwezigheid van hepatitis B-virus en HIV-virus samen met HCV bevordert het optreden van fibrose en cirrose.

Verwikkelingen

bloed-transfusie.jpg
Een verdubbeling tot een verdrievoudiging van de sterfte ten gevolge van HC wordt verwacht binnen tien jaar.
De wachtlijsten voor levertransplantatie zijn sinds 1989 spectaculair gestegen. In de Universitaire Ziekenhuizen van de K.U. Leuven is het aantal patiënten die per jaar getransplanteerd worden als gevolg van een HCV-infectie de laatste tien jaar gestegen met meer dan 20%.
Het hepatitis C-virus blijkt nu de belangrijkste oorzaak te zijn van het hepatocellulair carcinoom.
Chronische hepatitis C op zichzelf kan ook gepaard gaan met allerlei vage klachten: Vermoeidheid, gewrichts- en spierpijn, buikpijn en een gedrukte gemoedsstemming... Ze nemen toe met de ernst van het leverlijden. De helft van de hepatitis C-patiënten vermeldt dat hun ziekte hun sociaal leven verstoort en bij 40 % van de ondervraagden interfereert de ziekte dagelijks met hun professionele activiteiten.

Behandeling

Er bestaat geen vaccin tegen hepatitis C.
Is een behandeling noodzakelijk, dan gebeurt dit in eerste instantie met geneesmiddelen. Recent zijn een aantal nieuwe antivirale geneesmiddelen ontwikkeld die veelbelovend zijn. Het merendeel van deze geneesmiddelen is nog volop in de fase van ontwikkeling.
Is de lever zeer ernstig aangetast, dan is een transplantatie soms de enige uitweg. Zo is ongeveer veertig procent van de levertransplantaties, te wijten aan hepatitis C.

• De associatie van interferon a-2a of interferon a-2b (al of niet gepegyleerd) met ribavirine is sedert vele jaren de standaardbehandeling van chronische hepatitis C. Deze behandeling gaat gepaard met een genezingsgraad van 45 tot 50%, maar wordt slecht verdragen omwille van soms ernstige ongewenste effecten, en er zijn belangrijke contra-indicaties.

• Boceprevir en telaprevir waren de eerste middelen die rechtstreeks specifieke eiwitten van het HCV remmen; ze worden voorgesteld voor de behandeling van chronische hepatitis C door HCV van het genotype 1, in associatie met peginterferon en ribavirine. Toevoegen van deze geneesmiddelen aan de standaardbehandeling leidde in studies tot het bekomen van een hogere genezingsgraad (65 tot 75%), maar ten koste van een hoog risico van ongewenste effecten en bijwerkingen. Bovendien zijn deze middelen erg duur.

• Recent werden een aantal nieuwere remmers van HCV-eiwitten of zogenaamde “Direct-acting Antivirals” (DAAs) (o.a. asunaprevir, daclatasvir, dasabuvir, ledipasvir, ombitasvir, simeprevir, sofosbuvir ) onderzocht. De resultaten tonen in het algemeen een zeer hoge genezingsgraad (> 90%), en dit met een laag risico van ongewenste effecten (vooral moeheid, slapeloosheid, hoofdpijn en gastro-intestinale stoornissen). Zie hierover http://www.bcfi.be/Folia/2014/F41N09C.cfm

In België zijn sofosbuvir (Sovaldi®), simeprevir (Olysio®), daclatasvir (Daklinza) en sofosbuvir/ledipasvir (Harvoni) sinds kort gecommercialiseerd.

Hoewel deze nieuwe antivirale middelen een grote stap vooruit zijn bij de aanpak van hepatitis C en in vele gevallen hoop op genezing ervan bieden, is hun zeer hoge kostprijs (ongeveer 30.000 tot 50.000 euro per behandeling) een probleem.

Recent is beslist om simeprevir onder strikte voorwaarden terug te betalen aan patiënten met vergevorderde levercirrose en alleen wanneer het wordt voorgeschreven door artsen die verbonden zijn aan een universitair ziekenhuis.

zie ook artikel : Hepatitis: verschillende soorten

zie ook artikel : Hepatitis C bij 80 procent van patiënten geneesbaar


bron: F. Nevens, Epidemiologisch Bulletin Vlaamse gemeenschap, nr 46 2003/4 - Steven Van Outryve, Peter Michielsen, Behandeling van hepatitis C: heden en toekomst, Dienst Gastro-enterologie-Hepatologie, UZ Antwerpen, UA.
verschenen op : 10/03/2016
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt