Hoe kunt u een afgeplat hoofdje (plagiocefalie) voorkomen of verminderen?

Laatst bijgewerkt: January 2018
pasgeb-baby-slaapt-muts-17_400_09.jpg

tips Plagiocefalie is de afplatting aan één kant van het achterhoofd bij baby's. Plagio betekent plat en cefalie betekent hoofd. Zit de afplatting vooral centraal, dan spreekt men van brachycefalie, letterlijk: een kort hoofdje.
Meestal gaat het om een afplatting aan de rechterkant van het achterhoofd, maar ook links komt voor.

Volgens onderzoek in Nederland zou het voorkomen bij circa 1 à 2 op 10 zuigelingen van 0 tot 6 maanden. Het komt meer bij jongens dan bij meisjes voor.
Gelukkig verdwijnt het meestal spontaan. Op de leeftijd van twee jaar blijken vrijwel alle gevallen van plagiocefalie te zijn hersteld zonder medisch of paramedisch ingrijpen.
Een afgeplat hoofdje komt vaker voor bij kinderen die te vroeg geboren zijn, bij kinderen die in stuitligging geboren zijn, bij meerlingen of bij eerste kinderen uit een gezin.

Rugligging als oorzaak van een afgeplat hoofdje
Een afgeplat hoofdje is meestal niet bij de geboorte aanwezig, maar ontstaat in de eerste weken na de geboorte.
Sinds rugligging wordt aanbevolen voor baby's om wiegendood te voorkomen, bestaat de indruk dat steeds meer kinderen afplatting en andere misvormingen van het hoofdje vertonen. Het is echter niet duidelijk of het effectief meer voorkomt dan wel dat de ouders er meer op letten. Uit onderzoek blijkt alleszins dat afgeplatte hoofdjes minder voorkomen waar de kinderen in buikligging slapen ten opzichte van landen waar kinderen op de rug slapen.
Door de langdurige druk op het achterhoofd wanneer de baby meestal met zijn hoofd één kant op gedraaid ligt, kan het hoofdje platter worden. De structuur van de schedelbeenderen is op jonge leeftijd namelijk nog zeer zacht waardoor de vorm van de schedel kan beïnvloed worden door inwerking van de zwaartekracht en druk. Omdat het zeer jonge kind het hoofd nog niet vlot in alle richtingen kan draaien, kan het achterhoofd afplatten.

Hoe kunt u plagiocefalie voorkomen of verminderen?
Eenvoudige aanbevelingen zoals wisselende houding vanaf zeer jonge leeftijd (wanneer het kind wakker is), stimulatie in de bewegingen van het hoofd, vroegtijdig aanleren het kind in buikligging te laten 'spelen', tips tijdens verzorging en dragen van een kind, enz. kunnen dit probleem helpen voorkomen.

1. Slaaphouding = rugligging; wakker = op de buik
Vanaf de eerste dagen moet een wakker kind (onder toezicht) minstens drie tot vijf keer per dag in buikligging gelegd worden gedurende korte periodes (één tot vijf minuten), zodat vanuit die houding de motoriek goed kan ontwikkelen. Geleidelijk aan moeten deze periodes in tijd langer gemaakt worden (vijf keer vijftien of drie keer dertig minuten per dag op de leeftijd van drie maanden)zodat het kind went en actiever wordt in buikligging.

2. Wisselhouding van het hoofd tijdens de slaap
• Leg uw baby altijd op de rug in bed. Leg hem met zijn hoofd gedraaid naar de niet-voorkeurskant. Soms lukt dat niet en draait hij zijn hoofd meteen weer terug. Probeer zijn hoofd dan nog eens voorzichtig te draaien als hij slaapt.
• Baby’s vinden het niet zo? fijn wanneer u hun hoofd beweegt. Dan is er een andere manier: leg uw baby ?eerst op zijn zij aan de niet-voorkeurskant. Wacht ?tot hij rustig is en draai hem dan voorzichtig, heel ?langzaam terug naar rugligging, terwijl het hoofd naar de zijkant blijft liggen. Zijn hoofd blijft dan gemakkelijker naar de niet-voorkeurskant gedraaid liggen.
• Leg uw baby zo neer dat het licht van de niet-voorkeurskant komt (het raam, de deur). De invalshoek van het licht is zeer belangrijk omdat wanneer een kind wakker ? wordt het steeds zijn hoofdje draait naar de richting van waaruit het licht komt. U moet hiervoor misschien het bedje omdraaien of andersom opmaken.
• Als uw baby wakker is, kan een fel gekleurd speeltje of een muziekdoosje aan de niet voorkeurskant zijn aandacht trekken. Zorg er wel voor dat uw baby hier niet bij kan komen.

3. Wisselhouding tijdens verzorging
• Verzorg uw baby het liefst recht voor u, waarbij hij met zijn voeten naar u toe ligt, of zorg dat u aan de niet-voorkeurskant staat.
• Verzorg uw baby op een ruim oppervlak. Zo kunt u hem gemakkelijk draaien en rollen tijdens het verzorgen.
• Pak uw baby tijdens het verzorgen zo min mogelijk onder de oksels op om hem te verleggen. Rol hem liever tijdens het aan- en uitkleden op zijn zij en buik, en weer terug. Bij oprichten steeds het achterhoofd en de romp ondersteunen, en de armen niet ?laten opzij vallen.
• Regelmatig (bv. bij elke verluiering of verzorging) de nek voorzichtig mobiliseren; dit kan spelenderwijze gebeuren door visuele en auditieve prikkels vanuit verschillende richtingen.

4. Zoveel mogelijk wisselhouding tijdens voeding
• Het kind dus niet altijd op dezelfde arm dragen en voeden, maar afwisselend op de rechter- en linkerarm houden of recht voor u op de benen leggen tijdens het voeden.
• Zorg dat uw baby in een licht ronde houding wordt gevoed. Het hoofd mag niet achterover liggen.
• Bij borstvoeding wordt de houding van een baby vanzelf afgewisseld door het drinken aan de rechter- en linkerborst. Ook bij voeden met de fles kunt u de houding wisselen. Probeer bij flesvoeding het hoofd in het midden te houden of iets naar de niet-voorkeurskant gedraaid.

5. Dragen
• Probeer uw baby in een ronde houding te dragen. Zo vermindert u de spanning in de nek. Daardoor kan hij zijn hoofd beter zelf draaien. Draag uw baby niet met uw handen onder zijn oksels.
• Wanneer u uw baby op uw arm draagt, moeten zijn benen en heupen licht gebogen zijn en zijn armen naar voren liggen.
• Draag uw baby zó op uw arm dat hij spontaan naar de niet-voorkeurskant gaat kijken. Dit kan verschillend zijn, afhankelijk van waar uw baby graag naar kijkt.
• U kunt uw baby ook in buikligging op uw arm dragen. Het hoofd ligt dan op uw onderarm en deze arm steunt onder de borst; uw andere arm gaat tussen de benen door en steunt onder de buik.
• Oppakken kan heel gemakkelijk in een vloeiende beweging. Zorg dat u aan de niet-voorkeurskant van uw baby staat. Leg uw handen aan weerszijden tegen de zijkanten van zijn borstkas, iets onder zijn oksels. Rol hem nu naar u toe. Wanneer uw baby op zijn zij ligt, kunt u hem rustig zijwaarts optillen, zodat hij rechtop komt. Tijdens het optillen draait u uw baby verder naar de niet-voor- keurskant (u draait door in dezelfde richting als waarmee u begon). De rug van uw baby is nu vanzelf naar u toe gekeerd. U kunt hem vervolgens zo tegen u aan dragen en eventueel wat meer onderuit laten zakken. Op deze manier oefent uw baby de nekspieren van de niet-voorkeurskant. Het oppakken met draaien kan ook als u aan het voeteneind staat.

6. Op schoot en in een stoeltje
Laat uw baby op schoot in de kuil van uw benen zitten. Hierbij liggen zijn benen wat hoger en worden zijn schouders en hoofd goed ondersteund. Zijn armen komen daarbij gemakkelijker naar voren om te spelen.
Als uw baby met zijn voeten naar u toe op schoot ligt, kunt u ook prima met hem praten, zingen of spelletjes doen. Eventueel kunt u rustig wiegen met de benen.

7. Spelen op de rug
• Leg uw baby zó in de box dat licht en geluid van de niet-voorkeurskant komen.
• Wanneer uw baby op de rug ligt, kunt u met speelgoed zijn aandacht naar de niet-voorkeurskant trekken. Hang het speelgoed midden boven hem, op borsthoogte (bijvoorbeeld een bewegende mobiel). Heeft u hiermee de aandacht van de baby, verplaats dan de speeltjes geleidelijk naar de niet-voorkeurskant. Ook belangrijk: leg geen ander speelgoed aan de voorkeurskant. Deze kant moet zo saai mogelijk en liefst ook een beetje donker zijn

8. Spelen op de buik (altijd onder toezicht!)
• Leg uw baby al vanaf zijn geboorte elke dag een paar keer op zijn buik bij het verzorgen en bij het spelen, maar alleen onder toezicht! Zo leert hij zijn hoofd op te richten en rond te kijken. Na een paar maanden kan hij op zijn buik met de ellebogen onder zijn schouders liggen en wat gaan rondkijken.
• Baby’s vinden buikligging in het begin niet altijd prettig. Sommige baby’s gaan dan huilen. Geef niet te snel hieraan toe door hem weer om te draaien. Uw baby moet wennen aan de buikligging. U kunt uw baby helpen door een niet te dikke, opgerolde handdoek onder zijn borst te leggen. Zo kan hij wat gemakkelijker zijn hoofd optillen en gaan steunen op zijn ellebogen.
• Het optillen van het hoofd is gemakkelijker voor uw baby als u met uw handen licht op zijn billen drukt. Trek zijn aandacht met een speeltje of door tegen hem te praten.
• U kunt uw baby ook op zijn buik op uw eigen buik leggen. Dat kan als u ligt, maar ook als u wat onderuit gezakt in een stoel zit.
• Ook kunt u uw baby op zijn buik dwars op uw schoot leggen. Als u uw knieën over elkaar doet, ligt hij iets schuin en kan hij gemakkelijker zijn hoofd oprichten.
• Leg de speeltjes ook in buikligging aan de niet-voorkeurskant. De voorkeurskant moet ook hier weer heel saai zijn.

9. Spelen op de zij (altijd onder toezicht!)
• Als uw baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf veel beweegt, dan kunt u hem het beste op zijn rechterzij neerleggen. Wanneer uw baby dan “rondkijkt”, zal hij zijn hoofd vaker naar links draaien. Hij versterkt daarmee de spieren die de voorkeurshouding opheffen.
• Als uw baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf niet veel beweegt, dan kunt u hem het beste op zijn linkerzij neerleggen. Uw baby laat dan zijn hoofd in het midden liggen. Wanneer uw baby later toch zijn hoofd gaat optillen, leg uw baby dan alsnog op zijn rechter zij.
• Als uw baby een voorkeurshouding naar links heeft, moet u deze adviezen waar ‘rechts’ staat uiteraard ‘links’ lezen en andersom.

10. Spelen in gesteunde zit wordt afgeraden als het kind nog niet alleen kan zitten omwille van de onrijpheid van de rompspieren.

11. Het kind niet te lang in dezelfde houding laten, bv. de zitschelp (autozitje voor jonge zuigelingen) enkel gebruiken voor verplaatsingen maar niet als wandelwagen of als zitje overdag. Uw baby mag hooguit een paar keer per dag kortdurend in een wipstoeltje liggen, liefst niet langer dan een kwartier per keer. Zet het stoeltje dan wel in de ligstand.

12. De kinderen vroeg laten steunen op de voeten wordt afgeraden omdat daardoor de ontwikkeling van coördinatie en beweeglijkheid op andere vlakken wordt tegengewerkt.

Bronnen
www.kindengezin.be/veiligheid/slapen/rugligging/#Leg-een-baby-altijd-op-zi
www.kindengezin.be/gezondheid-en-vaccineren/afwijkingen/schedel/default.jsp
lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/459/206/RUG01-001459206_2011_0001_AC.pdf
mijnkinderarts.nl/ziekten/botten-en-gewrichten/afplatting-achterhoofd-plagiocefalie/
www.ncj.nl/jgz-kennisportal/themas/knooppunt/?dossid=42
www.ncj.nl/landelijke-coordinatie/overzicht-landelijke-documenten/richtlijn/?item=26
www.kinderneurologie.eu/ziektebeelden/kinderhoofdjes/afgeplathoofdje.php


verschenen op : 05/02/2018

Reageer zelf

verberg bovenstaande gegevens :
je naam en emailadres verschijnen dan niet bij je reactie.
hou me op de hoogte van reacties :
telkens iemand een reactie plaatst bij dit bericht ontvang je een e-mail.
tekens over.
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt