Hoe kan je een afgeplat hoofdje voorkomen of verminderen?

Laatst bijgewerkt: mei 2019
pasgeb-baby-slaapt-muts-17_400_09.jpg

nieuws Plagiocefalie is de afplatting aan één kant van het achterhoofd bij baby's. Plagio betekent plat en cefalie betekent hoofd. Zit de afplatting vooral centraal, dan spreekt men van brachycefalie, letterlijk: een kort hoofdje.
Meestal gaat het om een afplatting aan de rechterkant van het achterhoofd, maar ook links komt voor.

Volgens onderzoek zou het voorkomen bij circa 1 à 2 op 10 zuigelingen van 0 tot 6 maanden. Het komt meer bij jongens dan bij meisjes voor.
Gelukkig verdwijnt het meestal spontaan. Op de leeftijd van twee jaar blijken vrijwel alle gevallen van plagiocefalie te zijn hersteld zonder medisch of paramedisch ingrijpen.
Een afgeplat hoofdje komt vaker voor bij kinderen die te vroeg geboren zijn, bij kinderen die in stuitligging geboren zijn, bij meerlingen of bij eerste kinderen uit een gezin. 

Rugligging als oorzaak van een afgeplat hoofdje

Een afgeplat hoofdje is meestal niet bij de geboorte aanwezig, maar ontstaat in de eerste weken na de geboorte. Sinds rugligging wordt aanbevolen voor baby's om wiegendood te voorkomen, bestaat de indruk dat steeds meer kinderen afplatting en andere misvormingen van het hoofdje vertonen. Het is echter niet duidelijk of het effectief meer voorkomt dan wel dat de ouders er meer op letten. Uit onderzoek blijkt alleszins dat afgeplatte hoofdjes minder voorkomen waar de kinderen in buikligging slapen ten opzichte van landen waar kinderen op de rug slapen. Door de langdurige druk op het achterhoofd wanneer de baby meestal met zijn hoofd één kant op gedraaid ligt, kan het hoofdje platter worden. De structuur van de schedelbeenderen is op jonge leeftijd namelijk nog zeer zacht waardoor de vorm van de schedel kan beïnvloed worden door inwerking van de zwaartekracht en druk. Omdat het zeer jonge kind het hoofd nog niet vlot in alle richtingen kan draaien, kan het achterhoofd afplatten. 

Hoe kan je plagiocefalie voorkomen of verminderen?

Eenvoudige aanbevelingen zoals wisselende houding vanaf zeer jonge leeftijd (wanneer het kind wakker is), stimulatie in de bewegingen van het hoofd, vroegtijdig aanleren het kind in buikligging te laten 'spelen', tips tijdens verzorging en dragen van een kind, enz. kunnen dit probleem helpen voorkomen.

1. Slaaphouding = rugligging; wakker = op de buik
Vanaf de eerste dagen moet een wakker kind (onder toezicht) minstens drie tot vijf keer per dag in buikligging gelegd worden gedurende korte periodes (één tot vijf minuten), zodat vanuit die houding de motoriek goed kan ontwikkelen. Geleidelijk aan moeten deze periodes in tijd langer gemaakt worden (vijf keer vijftien of drie keer dertig minuten per dag op de leeftijd van drie maanden) zodat het kind went en actiever wordt in buikligging.

2. Wisselhouding van het hoofd tijdens de slaap
• Leg je baby altijd op de rug in bed. Leg hem met zijn hoofd gedraaid naar de niet-voorkeurskant. Soms lukt dat niet en draait hij zijn hoofd meteen weer terug. Probeer zijn hoofd dan nog eens voorzichtig te draaien als hij slaapt. 
• Baby’s vinden het niet zo fijn wanneer je hun hoofd beweegt. Dan is er een andere manier: leg je baby eerst op zijn zij aan de niet-voorkeurskant. Wacht tot hij rustig is en draai hem dan voorzichtig, heel langzaam terug naar rugligging, terwijl het hoofd naar de zijkant blijft liggen. Zijn hoofd blijft dan gemakkelijker naar de niet-voorkeurskant gedraaid liggen.
• Leg je baby zo neer dat het licht van de niet-voorkeurskant komt (het raam, de deur). De invalshoek van het licht is zeer belangrijk omdat wanneer een kind wakker wordt het steeds zijn hoofdje draait naar de richting van waaruit het licht komt. Je moet hiervoor misschien het bedje omdraaien of andersom opmaken.
• Als je baby wakker is, kan een fel gekleurd speeltje of een muziekdoosje aan de niet voorkeurskant zijn aandacht trekken. Zorg er wel voor dat je baby hier niet bij kan komen.

3. Wisselhouding tijdens verzorging
• Verzorg je baby het liefst recht voor je, waarbij hij met zijn voetjes naar je toe ligt, of zorg dat je aan de niet-voorkeurskant staat.
• Verzorg je baby op een ruim oppervlak. Zo kan je hem gemakkelijk draaien en rollen tijdens het verzorgen.
• Pak je baby tijdens het verzorgen zo min mogelijk onder de oksels op om hem te verleggen. Rol hem liever tijdens het aan- en uitkleden op zijn zij en buik, en weer terug. Bij oprichten steeds het achterhoofd en de romp ondersteunen, en de armen niet laten opzij vallen.
• Regelmatig (bv. bij elke luierwissel of verzorging) de nek voorzichtig mobiliseren; dit kan spelenderwijze gebeuren door visuele en auditieve prikkels vanuit verschillende richtingen.

4. Zoveel mogelijk wisselhouding tijdens voeding
• Het kind dus niet altijd op dezelfde arm dragen en voeden, maar afwisselend op de rechter- en linkerarm houden of recht voor je op de benen leggen tijdens het voeden.
• Zorg dat je baby in een licht ronde houding wordt gevoed. Het hoofd mag niet achterover liggen. 
• Bij borstvoeding wordt de houding van een baby vanzelf afgewisseld door het drinken aan de rechter- en linkerborst. Ook bij voeden met de fles kan je de houding wisselen. Probeer bij flesvoeding het hoofd in het midden te houden of iets naar de niet-voorkeurskant gedraaid.

5. Dragen
• Probeer je baby in een ronde houding te dragen. Zo verminder je de spanning in de nek. Daardoor kan hij zijn hoofd beter zelf draaien. Draag je baby niet met je handen onder zijn oksels.
• Wanneer je je baby op je arm draagt, moeten zijn benen en heupen licht gebogen zijn en zijn armen naar voren liggen.
• Draag je baby zó op je arm dat hij spontaan naar de niet-voorkeurskant gaat kijken. Dit kan verschillend zijn, afhankelijk van waar je baby graag naar kijkt.
• Je kan je baby ook in buikligging op je arm dragen. Het hoofd ligt dan op je onderarm en deze arm steunt onder de borst; je andere arm gaat tussen de benen door en steunt onder de buik.
• Oppakken kan heel gemakkelijk in een vloeiende beweging. Zorg dat je aan de niet-voorkeurskant van je baby staat. Leg je handen aan weerszijden tegen de zijkanten van zijn borstkas, iets onder zijn oksels. Rol hem nu naar je toe. Wanneer je baby op zijn zij ligt, kan je hem rustig zijwaarts optillen, zodat hij rechtop komt. Tijdens het optillen draai je je baby verder naar de niet-voor- keurskant (je draait door in dezelfde richting als waarmee je begon). De rug van uw baby is nu vanzelf naar jou toe gekeerd. Je kan hem vervolgens zo tegen je aan dragen en eventueel wat meer onderuit laten zakken. Op deze manier oefent je baby de nekspieren van de niet-voorkeurskant. Het oppakken met draaien kan ook als je aan het voeteneind staat.

6. Op schoot en in een stoeltje

Laat je baby op schoot in de kuil van je benen zitten. Hierbij liggen zijn benen wat hoger en worden zijn schouders en hoofd goed ondersteund. Zijn armen komen daarbij gemakkelijker naar voren om te spelen. Als je baby met zijn voeten naar je toe op schoot ligt, kan je ook prima met hem praten, zingen of spelletjes doen. Eventueel kan je rustig wiegen met de benen.

7. Spelen op de rug
• Leg je baby zó in de box dat licht en geluid van de niet-voorkeurskant komen.
• Wanneer je baby op de rug ligt, kan je met speelgoed zijn aandacht naar de niet-voorkeurskant trekken. Hang het speelgoed midden boven hem, op borsthoogte (bijvoorbeeld een bewegende mobiel). Heb je hiermee de aandacht van de baby, verplaats dan de speeltjes geleidelijk naar de niet-voorkeurskant. Ook belangrijk: leg geen ander speelgoed aan de voorkeurskant. Deze kant moet zo saai mogelijk en liefst ook een beetje donker zijn

8. Spelen op de buik (altijd onder toezicht!)

• Leg je baby al vanaf zijn geboorte elke dag een paar keer op zijn buik bij het verzorgen en bij het spelen, maar alleen onder toezicht! Zo leert hij zijn hoofd op te richten en rond te kijken. Na een paar maanden kan hij op zijn buik met de ellebogen onder zijn schouders liggen en wat gaan rondkijken.
• Baby’s vinden buikligging in het begin niet altijd prettig. Sommige baby’s gaan dan huilen. Geef niet te snel hieraan toe door hem weer om te draaien. Je baby moet wennen aan de buikligging. Je kan je baby helpen door een niet te dikke, opgerolde handdoek onder zijn borst te leggen. Zo kan hij wat gemakkelijker zijn hoofd optillen en gaan steunen op zijn ellebogen.
• Het optillen van het hoofd is gemakkelijker voor je baby als je met je handen licht op zijn billen drukt. Trek zijn aandacht met een speeltje of door tegen hem te praten.
• Je kan je baby ook op zijn buik op je eigen buik leggen. Dat kan als je ligt, maar ook als je wat onderuit gezakt in een stoel zit. 
• Ook kan je je baby op zijn buik dwars op jouw schoot leggen. Als je je knieën over elkaar doet, ligt hij iets schuin en kan hij gemakkelijker zijn hoofd oprichten.
• Leg de speeltjes ook in buikligging aan de niet-voorkeurskant. De voorkeurskant moet ook hier weer heel saai zijn.

9. Spelen op de zij (altijd onder toezicht!)

• Als je baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf veel beweegt, dan kan je hem het beste op zijn rechterzij neerleggen. Wanneer je baby dan “rondkijkt”, zal hij zijn hoofd vaker naar links draaien. Hij versterkt daarmee de spieren die de voorkeurshouding opheffen.
• Als je baby een voorkeurshouding naar rechts heeft en uit zichzelf niet veel beweegt, dan kan je hem het beste op zijn linkerzij neerleggen. Je baby laat dan zijn hoofd in het midden liggen. Wanneer je baby later toch zijn hoofd gaat optillen, leg hem dan alsnog op zijn rechter zij.
• Als je baby een voorkeurshouding naar links heeft, moet je deze adviezen waar ‘rechts’ staat uiteraard ‘links’ lezen en andersom.

10. Spelen in gesteunde zit wordt afgeraden als het kind nog niet alleen kan zitten omwille van de onrijpheid van de rompspieren.

11. Het kind niet te lang in dezelfde houding laten, bv. de zitschelp (autozitje voor jonge zuigelingen) enkel gebruiken voor verplaatsingen maar niet als wandelwagen of als zitje overdag. Je baby mag hooguit een paar keer per dag kortdurend in een wipstoeltje liggen, liefst niet langer dan een kwartier per keer. Zet het stoeltje dan wel in de ligstand.

12. De kinderen vroeg laten steunen op de voeten wordt afgeraden omdat daardoor de ontwikkeling van coördinatie en beweeglijkheid op andere vlakken wordt tegengewerkt.

Bronnen:
www.kindengezin.be/veiligheid/slapen/rugligging/#Leg-een-baby-altijd-op-zi
www.kindengezin.be/gezondheid-en-vaccineren/afwijkingen/schedel/default.jsp
www.kinderneurologie.eu/ziektebeelden/kinderhoofdjes/afgeplathoofdje.php



verschenen op : 05/02/2018 , bijgewerkt op 17/05/2019


pub