Nieuw model voorspelt tromboserisico gipsbeen

Laatst bijgewerkt: december 2015
123-been-gips-ongeval-trauma-170_01.jpg

nieuws Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC hebben een model ontworpen dat helpt bij het bepalen of een patiënt met een been in het gips risico loopt op veneuze trombose. Zo kunnen artsen beter inschatten of zij de patiënt preventief medicijnen tegen veneuze trombose moeten voorschrijven.

Wie een been in het gips heeft, loopt het risico veneuze trombose te ontwikkelen. Hierbij ontstaan bloedstolsels in de bloedvaten. Als zo’n stolsel losschiet en in de longen belandt, ontstaat een longembolie. In vijf procent van de gevallen is dat dodelijk.

Veneuze trombose kan voorkomen worden door een antistollingsmiddel voor te schrijven. Sommige artsen doen dit dan ook bij iedere patiënt met een gebroken been. Maar dit middel brengt ook weer risico’s met zich mee: er is een kleine kans dat er een ernstige bloeding optreedt. Bovendien is het toedienen voor de patiënt belastend; zij moeten zichzelf dagelijks injecteren met bloedverdunners.

Wanneer is een antistollingsmiddel nodig?
De onderzoekers analyseerden gegevens van zo'n 10.000 patiënten met een been in het gips die wel en die geen veneuze trombose kregen. Op basis van die gegevens stelden ze een lijst op met 14 factoren die een rol spelen bij het ontstaan van veneuze trombose bij patiënten met een been in het gips, zoals leeftijd, gewicht, geslacht en het gebruik van de anticonceptiepil. Door rekening te houden met deze factoren kan de arts met vrij grote zekerheid (80%) uitmaken of de patiënt al dan niet een risico heeft op een bloedklonter, zonder dat er ingewikkelde onderzoeken nodig zijn. Op basis hiervan kan de arts een onderbouwde inschatting maken: antistollingsmiddel voorschrijven, of niet.




pub