Je hebt diabetes? Veertien tips voor veilig verkeer

Laatst bijgewerkt: november 2019
123-txt-diabetes-170-10.jpg

nieuws Algemene tips

1. Zorg ervoor dat je een aangepast rijbewijs met vervaldatum hebt: zo ben je administratief volledig in orde.

2. De autoverzekering is een wettelijk verplichte verzekering. De premie voor personen met diabetes is dezelfde als voor personen zonder diabetes. Je bent verplicht je verzekeringsagent of -maatschappij op de hoogte te brengen van je diabetes, want elke wijziging in je lichamelijke of geestelijke toestand moet gemeld worden. Je doet dit het best schriftelijk; door middel van een kopij van het rijgeschiktheidsattest dat door de arts werd opgemaakt voor je rijbewijsaanvraag, of een recto-verso kopij van je aangepast rijbewijs.
Indien de maatschappij niet op de hoogte is van jouw aandoening, kan zij zich bij een ongeval beroepen op een ‘valse verklaring’ of ‘verzwijging’ en de volledige terugbetaling vorderen van de schade die zij aan de benadeelde heeft vergoed.

3. Bespreek de invloed van je diabetes op je verkeersvaardigheid met je arts bij de hernieuwing van je rijbewijs.

4. Volg de adviezen van je arts zo stipt mogelijk op om problemen in het verkeer te voorkomen.

Tips voor wie wordt behandeld met tabletten of injecties die hypoglycemie kunnen veroorzaken

5. Zorg ervoor dat je steeds snel opneembare suikers (bv druivensuiker, frisdrank,…) binnen handbereik hebt tijdens het rijden, om een eventuele hypoglycemie te kunnen oplossen.

6. Begin slechts aan een autorit met een veilige bloedglucose van 90 mg/dl of hoger. Bespreek met je arts welke waarde voor jou van toepassing is.

7. Weet dat fysische inspanningen (bv laden of lossen, lekke band vervangen) je bloedsuiker kunnen doen dalen en dat je hiervoor preventieve maatregelen moet nemen.

8. Let erop om maaltijden en eventuele snacks op tijd in te nemen, om hypoglycemie te vermijden. Na een insuline-injectie of inname van tabletten moet je eerst eten, en pas nadien rijden.

9. Neem steeds je bloedglucosemeter mee als je rijdt. Spreek met je behandelende arts af hoe frequent en in welke omstandigheden je je bloedsuiker moet meten.

10. Noteer alle meetwaarden in een diabetesdagboekje. Het geheugen van de bloedglucosemeter en je dagboekje zullen regelmatig door je arts nagekeken worden. Overleg met je arts over de betekenis van deze resultaten.

11. Bij een hypoglycemie in het verkeer moet je onmiddellijk de wagen aan de kant zetten, de motor stil leggen en snel opneembare suikers innemen. Zelfs nadat de bloedglucosewaarden weer normaal geworden zijn, duurt het nog ongeveer 30 minuten vooraleer de hersenen weer 100% perfect werken: je moet dus zo lang wachten vooraleer je opnieuw begint te rijden.

12. Contacteer je arts wanneer je een ernstige hypoglycemie (met coma of waarbij hulp van derden nodig was) hebt doorgemaakt tijdens het rijden of daarbuiten.
Contacteer je arts eveneens wanneer je door een hypoglycemie betrokken bent geraakt bij een verkeersongeval of ander schadegeval. Je arts kan dan samen met jou onderzoeken hoe je het best je diabetesbehandeling aanpast om deze problemen in de toekomst te vermijden.

13. Verwittig je arts ook bij veranderingen in je werk- of leefsituatie: het zou kunnen dat jouw behandeling dan moet aangepast worden om hypoglycemie te voorkomen. Verwittig je arts ook bij het ontstaan van diabetescomplicaties (bv plots slechter zien).

14. Vergeet niet onmiddellijk na een ongeval tijdig te eten. Dit om te voorkomen dat je een hypo krijgt op het moment dat de officiële vaststellingen gebeuren. Anders zou verkeerdelijk de indruk kunnen gewekt worden dat je diabetes op het moment van het ongeval ook al ontregeld was.






pub