ad

Wat zijn hormoonverstoorders en hoe gevaarlijk zijn ze voor onze gezondheid?

Laatst bijgewerkt: november 2020

dossier

Bijna de helft van de Belgen weet niet wat hormoonverstoorders zijn en 60% weet niet dat ze schadelijk zijn voor onze gezondheid, zo blijkt uit een onderzoek bij 1.000 mensen door de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Maar hoe gevaarlijk zijn ze dan precies? En hoe kunnen we ze vermijden?









Wat zijn hormoonverstoorders?

Hormoonverstoorders of EDC’s (Endocrine Disrupting Chemicals) zijn chemische stoffen die de van nature in ons lichaam voorkomende hormonen nabootsen of ingrijpen op de werking daarvan en het natuurlijke evenwicht uit balans brengen. Dit komt doordat ze het transport, de aanmaak of omzetting (metabolisatie) van hormonen beïnvloeden, of rechtstreeks inwerken op de hormoonontvanger (receptor) waardoor ze zelf een effect teweegbrengen of het effect van het natuurlijk hormoon blokkeren.

Hormonen fungeren als een soort intern communicatiesysteem van het lichaam. Ze zijn betrokken bij allerlei processen, zoals de voorplanting, de stofwisseling (bijvoorbeeld hongergevoel, opname en afbraak van voedingsstoffen) en onze emoties (bijvoorbeeld stress, blijheid, activiteit, etc.). Daarnaast zijn hormonen op celniveau actief en kunnen op dat niveau ook regulerend werken op de DNA-expressie, wat vervolgens weer zijn effect heeft op wat de cel gaat doen (bijvoorbeeld zich delen, dood gaan, vet opslaan, andere stoffen aanmaken etc.).
Wanneer een lichaamsvreemde stof aangrijpt op (delen van) het hormoonsysteem kan dit een effect hebben op dit interne communicatiesysteem, wat kan leiden tot verstoring van bijvoorbeeld de stofwisseling, voortplanting gerelateerde processen, immunologische processen of gedrag.

Mogelijke schadelijke effecten van hormoonverstoorders

• Bepaalde hormoongevoelige soorten kanker (uro-genitale kanker) zoals teelbal-, prostaat-, borst-, baarmoeder- en eierstokkanker en schildklierkanker;
Vruchtbaarheidsproblemen bij de man door verminderde zaadkwaliteit;
• Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw;
PolyCystisch Ovarium Syndroom (PCOS), een syndroom dat gekenmerkt wordt door een teveel aan androgenen of mannelijke hormonen (hyperandrogenisme), te veel androgenen in het bloed (hyperandrogenemie), een onregelmatige of geen eisprong (oligo-ovulatie of anovulatie) en cysten in de eierstokken (polycystische ovaria);
Endometriose (baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder);
• Afwijkingen in mannelijk geslachtsorgaan zoals niet ingedaalde teelballen en hypospadie waarbij de plasbuis niet uitmondt in de top maar aan de onderkant van de penis;
• Vervroegde pubertijd en borstontwikkeling bij meisjes;
Vroeggeboortes en te laag geboortegewicht;
• Verstoorde werking van de schildklier (te weinig of te veel schildklierhormonen, hypothyroidisme of hyperthyroidisme);
• Stoornissen in het immuunsysteem, met verhoogde gevoeligheid voor infecties en verhoogde kans op auto-immuunaandoeningen;
Zwaarlijvigheid en obesitas;
Diabetes;
Astma;
Hart- en vaatziekten;
Parkinson;
Ziekte van Alzheimer;
Verstoorde hersenontwikkeling (hersenschade, autisme, aandachtsstoornissen, ontwikkelingsachterstand, verlaagd IQ).

Waarom zijn jonge en ongeboren kinderen extra gevoelig?

123-foetus-zw-embr-10-15-250.jpg
Jonge kinderen en ongeboren kinderen zijn bijzonder kwetsbaar: hun stofwisseling gaat sneller, hun huid is dunner, ze hebben smallere luchtwegen en een kleinere longcapaciteit. Hierdoor krijgen jonge kinderen een veel grotere dosis vervuilers per kilo gewicht binnen dan volwassenen. Wat het ongeboren kind betreft tonen verschillende onderzoeken aan dat hormoonverstorende stoffen (en vele ander synthetische chemicaliën) de placenta passeren. Ongeboren kinderen en kleine kinderen zijn bovendien volop in ontwikkeling en (prenatale) blootstelling aan hormoonverstorende stoffen kan deze vroege ontwikkelingsprocessen verstoren en blijvend nadelige effecten hebben op hun latere leven. Bij jongetjes kunnen geboortegebreken ontstaan als hypospadie (uitgang urinebuis zit aan de onderkant van de eikel) en cryptorchidisme (niet ingedaalde teelballen) of verminderde spermaproductie. Bij meisjes is vervroegde puberteit een van de mogelijke gevolgen. Ook kunnen deze stoffen blijvend negatieve effecten op de hersenontwikkeling hebben.

zie ook artikel : Hoe kan je je (ongeboren) baby en kinderen beschermen tegen hormoonverstoorders?

Hoe worden we blootgesteld aan hormoonverstoorders?

Momenteel zijn er zeker 800 stoffen met hormoonverstorende effecten bekend. Mogelijk bestaan er nog veel meer. Het gaat om natuurlijke hormonen (afkomstig van mens en dier), natuurlijke bestanddelen (mycotoxines, fytoestrogenen in bv. sommige sojaproducten, ...), zware metalen, synthetische hormonen of farmaceutische stoffen (anticonceptie, geneesmiddelen...), chemische stoffen (zoals ftalaten, parabenen, Bisfenol A, pesticiden, dioxines, PCBs, brandvertragers...).

 Ze zitten in alledaagse producten zoals voedselverpakkingen, speelgoed, cosmetica en verzorgingsproducten, schoonmaakproducten, kledij, vloerbedekking, pesticiden, enzovoort. Ze komen in ons lichaam via onze voeding, inademen of via de huid wanneer we deze producten gebruiken. Een andere bron van blootstelling is stof. EDC’s stapelen zich op in huisstof waaraan vooral peuters blootstaan. Vrijwel iedereen draagt een of meerdere EDC’s mee in zijn lichaam. Dat blijkt onder meer uit het Vlaams Humaan Biomonitoringsprogramma, waarbij gehaltes aan vervuilende stoffen in het lichaam van 650 proefpersonen werden bepaald. Bij 99,5 procent van hen bevatte de urine bisfenol A. Sporen van sommige organofosfaten, veel gebruikte insecticiden, kwamen bij meer dan 90 procent van de proefpersonen voor. Andere hormoonverstoorders aan die werden vastgesteld zijn o.m. vlamvertragers, ftalaten (weekmakers) en parabenen.

Veel voorkomende hormoonverstoorders

Veel voorkomende hormoonverstoorders 
Bisfenol A: Bisfenol A (BPA) wordt gebruikt om plastics (zoals polycarbonaat en epoxy) hard te maken. Het wordt onder meer gebruikt in brilmonturen, elektronica, drinkflessen, speelgoed, thermisch papier voor kassabonnetjes, medisch materiaal, plastic borden en bestek, lijmen, verven, nagellak, enzovoorts. Ook wordt het gebruikt in plastic voedingsverpakking (bv. vershoudfolie, yoghurtpotjes...) en als coating in blikken (voedsel en drank). 
In 2015 concludeerde EFSA dat BPA in de huidige blootstellingsniveaus geen gezondheidsrisico voor de consument vormde. Maar na nieuwe studies die na dit advies werden gepubliceerd, onderwerpt EFSA momenteel de toxiciteit van BPA opnieuw aan een onderzoek. BPA is in Europa alvast verboden in cosmetica en zuigflessen, en er geldt een migratielimiet voor BPA vanuit plastic verpakkingsmaterialen naar voedsel. Bisfenol S (BFS), de stof die als voornaamste alternatief geldt sinds de beperkingen op het gebruik van bisfenol A, is mogelijk even schadelijk. 

Ftalaten: Bepaalde ftalaten worden gebruikt als weekmakers voor kunststoffen. Ze worden gebruikt in kunststofvloeren en -tegels, schoenen, waterbestendig textiel, medische apparaten..., maar ook in cosmetica en parfums, voedselverpakking (van PVC), verven, schoonmaakproducten en in (ouder) speelgoed zoals poppen en waterspeelgoed. In de EU zijn intussen verschillende ftalaten (tot in bepaalde mate) verboden bij de productie van speelgoed. Meer daarover lees je hier

Parabenen: Dit zijn conserveringsmiddelen die beschermen tegen schimmels en bacteriën. Ze worden onder meer gebruikt in verzorgingsproducten (zeep, shampoo, lippenbalsem, cosmetica...) of als toevoegsel in voedingsmiddelen (E214, E215, E216, E217, E218 en E219). 

Gebromeerde brandvertragers (PBDE's): Deze stoffen worden gebruikt om te zorgen voor een vertraagde verbranding. Bij brand, maar ook tijdens de productie en het gebruik komen deze stoffen vrij in het milieu. Vlamvertragers vinden we terug in veel consumptiegoederen: elektronica, meubels, textiel, verf, matrassen, etc. Verschillende richtlijnen hebben de productie en het gebruik van bepaalde BFRs al verboden of gelimiteerd, bijvoorbeeld de Restriction of Hazardous Substances (RoHS) richtlijn voor het gebruik van schadelijke stoffen in plasticindustrie. 

Perfluorverbindingen worden al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gebruikt bij tal van industriële processen, van oppervlaktebehandeling van tapijten tot de productie van anti-aanbakpannen. PFOS is de meest toegepaste verbinding. Perfluorverbindingen zijn biologisch niet of nauwelijks afbreekbaar, stapelen op in de voedselketen en worden wereldwijd aangetroffen in biota (pinguins, ijsberen, vissen, …). Belangrijkste blootstelling van de mens vindt dan ook plaats via voeding, maar we kunnen de stoffen ook opnemen via huiselijk stof (tapijt) of door huidcontact met behandeld textiel. PFOS is intussen in een groot aantal toepassingen verboden binnen de Europese Unie en andere landen in de wereld. PFOA en stoffen die daarop lijken, zijn sinds juli 2020 in Europa verboden in consumentenproducten.

Organotinverbindingen worden gebruikt als conserveermiddel, stabilisatoren en biociden. Ze zitten in PVC-producten (handschoenen, slipppers, verpakking), PVC bedrukking van textiel, verf voor schepen, als desinfectiemiddel.

Tributyltinhydride (TBT) wordt gebruikt voor het coaten van textiel, in PVC vloeren en vloercoatings, en coatings voor bakplaten en bakpapier. 

Nonylfenolen zitten onder andere in huishoudelijke schoonmaakmiddelen, cosmetica, textiel en kleding, voedselverpakkingen, speelgoed of vloerbedekking, ontsmettingsmiddelen, PVC folie transparanten, als emulgator in pesticiden en muurverf. 

Triclosan: Dit is een anti-bacteriële stof die we vinden in verzorgingsproducten als tandpasta, zeep, shampoo, lotions, deodorant, aftershave, etc. 

UV-filters: Sommige UV-filters zoals Benzofenon-3 (oxybenzon), 3-benzylideen kamfer, 4 methylbenzylideen kamfer (4-MBC), 4,4-Dihydoxybenzofenon, benzofenon, ethylhexylmethoxycinnamaat hebben een hormoonverstorende werking. Ze zitten in zonnebrandcrèmes, maar ook in andere cosmetica.

Bestrijdingsmiddelen: Bestrijdingsmiddelen worden gebruikt om organismen te bestrijden die schadelijk of hinderlijk zijn, zowel in de landbouw, veeteelt, industrie als in onze tuin-, leef- en woonomgeving (verven, tapijten, bouwmaterialen). Beperk het gebruik van bestrijdingsmiddelen in en om de woning. Een overzicht van alternatieve bestrijdingsmogelijkheden vind je op www.zonderisgezonder.be. Restanten van bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen, waarvan de impact op de gezondheid het meest gevreesd wordt, zijn te laag in hoeveelheid om tot een onmiddellijke vergiftiging van de consument te kunnen leiden. Toch was je best groenten en fruit grondig met kraantjeswater. Mogelijk aanwezige resten van bestrijdingsmiddelen zitten namelijk vooral aan de buitenkant en zijn waterafwasbaar.

Hoe kan je blootstelling aan hormoonverstoorders beperken?

free-leefm-verpakk-hormoonverst-ed10-15.jpg
Het is onmogelijk om de blootstelling aan hormoonverstoorders helemaal te ontlopen. Ze zitten namelijk in tal van dagelijkse producten, inclusief onze voeding, en overal in onze leefomgeving. Maar je kan de blootstelling wel proberen te beperken. Dat is vooral belangrijk voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.

Woning algemeen 
• Verlucht de woning: elke dag minstens twee keer tien minuten verluchten leidt tot een instroom van frisse lucht en drijft schadelijke stoffen van bijvoorbeeld verf, elektronica of nieuwe meubels naar buiten. Ventileer extra als je nieuwe meubels in huis hebt. 
• Rook niet in de woning want dat zorgt voor extra stof. 
• Schoonmaken: verwijder stof zeker eenmaal per week en poets zoveel mogelijk met water en een eenvoudige allesreiniger. Lees de verpakking en geef de voorkeur aan ecologische schoonmaakproducten (met EU eco-label). 
• Vermijd chemische bestrijdingsmiddelen in huis en tuin. 
• Houd kassabonnetjes weg bij kinderen. 

Eten 
• Eet indien mogelijk voedsel dat zonder bestrijdingsmiddelen is geproduceerd. Biologische producten bevatten minder residu's van pesticiden dan conventioneel gekweekte groente en fruit. 
• Kies vers (zo mogelijk onverpakt) seizoensfruit en –groente van lokale producenten. 
• Schil en was groente en fruit voordat je ze eet om minder bestrijdingsmiddelen binnen te krijgen. Laat baby's zeker niet spelen met ongeschilde citrusvruchten. 
• Verwerkte babyvoeding mag minder pesticidenresten bevatten dan groente en fruit uit de conventionele landbouw. 
• Variëren: koop niet altijd dezelfde merken en eet met voldoende afwisseling. Zo spreid je het risico op blootstelling. 
• Vermijd producten gemaakt van of verpakt in Polyvinylchloride (PVC ) of polycarbonaat (PC). In het algemeen zijn voedselverpakkingen van glas, polyethyleen PE roestvrij staal en porselein beter. 
• Verwarm geen eten in plastic schaaltjes en dozen, vooral niet in de microgolfoven. Glas of porselein zijn een alternatief. 
• Was keukengerei voor het eerste gebruik. 

Speelgoed en andere babyproducten 
• Koop fopspenen, zuigflessen, bijtringen, eetgerei en andere producten die BPA-vrij zijn. 
• Plaats een wasbare stof op de bovenkant van het plastic verschoonkussen (bijv. Een handdoek of hydrofiele luier). 
• Koop stoffen poppen en knuffels van natuurlijke vezels. 
• Was knuffels voor gebruik. 
• Koop speelgoed met een CE-merk. Dit merk geeft de garantie dat de producent of importeur van het speelgoed voldoet aan de gezondheids- en veiligheidsvereisten. 
• Geef je baby geen speelgoed van zacht plastic dat volgens het label niet geschikt is voor kinderen onder de leeftijd van 3. Bisfenol A en sommige weekmakers zijn verboden in producten voor kinderen jonger dan 3 jaar. 
• Koop geen speelgoed met een onaangename geur of speelgoed dat raar aanvoelt. 

(Baby)verzorgingsproducten 
• Koop verzorgingsproducten of cosmetica zonder 'parfum' of 'aroma', en zonder antibacteriële middelen. 
• Lees de ingrediënten op het etiket. Vermijd (baby)verzorgingsproducten (deodorants, verzorgingscrèmes, shampoo, douchegels, tandpasta...) met parabenen of BPA. 
• Vermijd verzorgingsproducten met ftalaten zoals BzBP, DEP en DMP. De naam van de ftalaten kan ook voluit staan op de verpakking. 
• Vermijd ook producten met Triclosan, Benzofenon, Cyclotetrasiloxane, Butylhydroxyanisoe (BHA) en Ethylhexyl metroxycinnamaat (EHMC). Indien een product deze stoffen bevat, vind je ze in principe terug in de lijst van ingrediënten. 
• Vermijd haarverf. 
• Vermijd zonproducten en huidverzorgingsproducten met hormoonverstorende UV-filters benzophenone-1, benzophenone-2 , 3-benzylidene camphor en ethyl-4-aminobenzoate. 
• Gebruik babyverzorgingsproducten alleen als het echt nodig is. 

Textiel, kleding en schoeisel 
• Was nieuwe kleding altijd voor het dragen. 
• Koop geen kinderkleding met PVC-deeltjes of pvc-coating, zoals ethyleen vinylacetaat (bijvoorbeeld zeefdrukbedrukking en geplastificeerde versieringen). 
• Er zijn PVC-vrije alternatieven voor rubberen laarzen, plastic klompen en flip-flops. 
• Kies voor kleding van biologisch katoen en natuurlijke vezels. 
• Gebruik geen producten (sokken, sportkleding) met antibacteriële eigenschappen.

Bronnen:
http://www.who.int
http://www.niehs.nih.gov
http://ec.europa.eu
http://health.belgium.be
http://www.gezondheidsraad.nl
http://www.favv-afsca.be
http://www.rivm.nl
http://www.brunel.ac.uk
http://www.eea.europa.eu
http://www.figo.org
http://www.wecf.eu
https://www.hormone.org
https://www.endocrine.org
https://ec.europa.eu
https://www.goedgezind.be
https://www.sciensano.be
https://waarzitwatin.nl
https://www.vlaanderen.be




ad


pub