Hoe gevaarlijk zijn hormoonverstoorders of ECD's ?

Laatst bijgewerkt: december 2015

dossier De voorbije weken is er in de pers heel wat onrust ontstaan over de gezondheidsrisico's van hormoon verstorende chemische producten in onze voeding en onze leefomgeving. In dit dossier zetten we de feiten op een rij.

Wat zijn hormoonverstoorders?

Hormoonverstoorders of EDC’s (Endocrine Disrupting Chemicals) zijn chemische stoffen die de van nature in ons lichaam voorkomende hormonen nabootsen of ingrijpen op de werking daarvan en het natuurlijke evenwicht uit balans brengen. Dit komt doordat ze het transport, de aanmaak of omzetting (metabolisatie) van hormonen beïnvloeden, of rechtstreeks inwerken op de hormoonontvanger (receptor) waardoor ze zelf een effect teweegbrengen of het effect van het natuurlijk hormoon blokkeren.

Hormonen fungeren als een soort intern communicatiesysteem van het lichaam. Ze zijn betrokken bij allerlei processen, zoals de voorplanting, de stofwisseling (bijvoorbeeld hongergevoel, opname en afbraak van voedingsstoffen) en onze emoties (bijvoorbeeld stress, blijheid, activiteit, etc.). Daarnaast zijn hormonen op celniveau actief en kunnen op dat niveau ook regulerend werken op de DNA-expressie, wat vervolgens weer zijn effect heeft op wat de cel gaat doen (bijvoorbeeld zich delen, dood gaan, vet opslaan, andere stoffen aanmaken etc.).
Wanneer een lichaamsvreemde stof aangrijpt op (delen van) het hormoonsysteem kan dit een effect hebben op dit interne communicatiesysteem, wat kan leiden tot verstoring van bijvoorbeeld de stofwisseling, voortplanting gerelateerde processen, immunologische processen of gedrag.

Wat zijn de gezondheidseffecten van hormoonverstoorders?

free-txt-eds-hormoonverstoord-200-10-15.jpg
Alhoewel er nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid bestaat over de precieze gezondheidseffecten van (sommige) EDC's, verschijnen er steeds meer wetenschappelijke studies en rapporten waaruit blijkt dat blootstelling aan (lage doses) van deze hormoonverstorende stoffen mogelijk een aantal schadelijke gezondheidseffecten kan veroorzaken of minstens het risico op deze aandoeningen zou kunnen verhogen.

Vooral voor zwangere vrouwen zouden zulke stoffen risico's met zich kunnen meebrengen omdat de orgaanontwikkeling bij foetussen mede geleid wordt door hormonen. Mogelijk is blootstelling in de baarmoeder aan hormoonverstoorders een belangrijke oorzaak van de sterke toename in hormoongerelateerde ziektes.

Tegelijk menen diverse overheidsinstanties dat er nog onvoldoende bewijs is voor de schadelijkheid van (bepaalde) hormoonverstoorders in de dosissen waaraan mensen vandaag blootgesteld worden, en dat momenteel geen reden is om strengere maatregelen te nemen.

Zijn hormoonverstoorders gevaarlijk?

De voorbije jaren verschenen enkele gezaghebbende rapporten waarin gewezen wordt op de mogelijke gevaren van hormoon verstorende stoffen. Alhoewel over de omvang en reikwijdte van de effecten die EDC’s op de gezondheid van mens en dier hebben, nog heel wat onzekerheid bestaat, dringen zij aan op strengere maatregelen, zeker ten aanzien van kwetsbare groepen zoals ongeboren en jonge kinderen.

• In 2012 kwamen experts van het United Nations Environment Programme (UNEP)en de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) in het rapport 'State of the Science of Endocrine Disrupting Chemicals' tot de conclusie dat de gevolgen van blootstelling aan EDC’s mogelijk ernstig worden onderschat.

• Het Weybridge rapport van het European Environment Agency (EEA) uit 2012 over de impact van hormoonverstoorders op mens en dier komt tot het besluit dat er, ondanks de vele wetenschappelijke onzekerheden, steeds meer aanwijzingen zijn dat deze stoffen "mogelijk bijdragen tot de toename van kanker, diabetes, zwaarlijvigheid, verminderde vruchtbaarheid en een aantal neurologische ontwikkelingsstoornissen bij mens en dier".

• In 2013 publiceerde een expertencommissie van de EU een rapport 'State of the art assessment of endocrine disrupters'. Conclusie: blootstelling aan chemische stoffen heeft hormoon verstorende, onomkeerbare effecten die pas in een latere levensfase duidelijk worden. De wetenschappers pleitten voor de toepassing van het voorzorgsprincipe om hormoonverstoorders zoveel mogelijk te bannen.

• In 2013 ondertekenden een tachtigtal internationale wetenschappers de zogenaamde Berlaymontverklaring over hormoonverstoorders. Daarin stellen ze dat het "zeer plausibel is dat hormoonverstoorders ernstige en onomkeerbare gezondheidseffecten hebben". Ze pleiten onder meer voor betere testmethodes om de gevolgen van hormoonverstoorders te onderzoeken en vragen de EU om strengere wetgeving.

• In een advies uit 2013 over de schadelijke gezondheidseffecten van hormoonverstoorders zegt de Belgische Hoge Gezondheidsraad dat er "geen wetenschappelijke twijfel over [bestaat] dat sommige vervuilende stoffen, die het endocriene stelsel ontregelen, bij lage blootstellingsdosissen effecten veroorzaken." Volgens de Hoge Gezondheidsraad "zijn er voldoende bewijzen voor de zeer hoge gevoeligheid van het zich ontwikkelende organisme tegenover blootstelling aan chemische stoffen die de normale hormonale werking tijdens kritische perioden van de ontwikkeling kunnen ontregelen. Deze perioden omvatten de zwangerschap (embryonale en foetale levensfasen), borstvoeding en de adolescentie, maar ook senescentie."

• In 2014 publiceerde CHILDPROOF, een informele interdisciplinaire groep van Nederlandse en Belgische organisaties en wetenschappers die werd opgericht om over de gezondheid van kinderen te waken, een rapport over hormoonverstoorders. Volgens dit rapport zitten verscheidene hormoon gerelateerde ziekten en stoornissen in de lift. Steeds meer elementen wijzen erop dat zogenaamde hormoonontregelaars hier een rol in spelen. Typisch voor EDC’s is dat ze op een heel bijzondere manier schadelijk zijn tijdens specifieke fasen van de menselijke ontwikkeling, voornamelijk wanneer de meeste weefsels zich nog aan het vormen zijn.

• Een rapport van een expertenpanel van de Endocrine Society van maart 2015 inventariseerde de mogelijke gezondheidseffecten van hormoonverstoorders. Het gaat onder meer om verstandelijke handicaps, voortplantingsproblemen, vroegtijdige sterfte aan hart- en vaatziekten, obesitas, diabetes en neurologisceh schade. De extra gezondheidskosten hiervan worden voor Europa alleen geschat op 157 miljard Euro per jaar.

• In september 2015 publiceerde de Endocrine Society een wetenschappelijk standpunt waarin de huidige wetenschappelijke kennis over ECD's wordt samengevat. Volgens dit standpunt is er sterk wetenschappelijk bewijs dat blootstelling aan lage doses hormoonverstoorders (mede) oorzaak is van zwaarlijvigheid en diabetes, vruchtbaarheidsproblemen bij man en vrouw, hormoongevoelige kankers bij de vrouw, prostaatkanker, stoornissen van de schildklier, en diverse ontwikkelingsstoornisen. Ongeboren en jonge kinderen in volle ontwikkeling zijn extra kwetsbaar.

• In oktober 2015 publiceerde de International Federation of Gynecology and Obstetrics (FIGO) een standpunt over de gezondheidsimpact van blootselling aan giftige chemische stoffen. Volgens de FIGO is er toenemend bewijs van de schadelijke effecten van blootstelling tijdens zwangerschap en borstvoeding aan diverse chemische stoffen, waaronder hormoonverstoorders. Deze stoffen, waaraan we in toenemende mate blootgesteld worden, vormen zelfs in lage doses een bedreiging voor de menselijke voortplanting en gezondheid.

Geen reden tot ongerustheid?

free-vliegt-pestic-vervuil-10-15-250.jpg
Ondanks het groeiend aantal wetenschappelijke studies en rapporten die wijzen op de potentiële gevaren van hormoonverstoorders, menen verschillende overheidsinstanties dat er geen reden tot ongerustheid is. Er zou nog onvoldoende bewijs zijn voor de schadelijke effecten van blootstelling aan minimale hoeveelheden hormoonverstoorders.

• Zo stelde het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een rapport uit 2013 dat "overtuigend wetenschappelijk bewijs of er wel of niet iets aan de hand is vermoedelijk nog jaren op zich [zal] laten wachten. Op dit moment is de mening van het RIVM dat er nog onvoldoende bewijs is voor de mogelijke gezondheidsrisico’s van hormoonverstorende stoffen om kwetsbare groepen zoals zwangeren te wijzen op die risico’s."

• Specifiek over Bisfenol A stelde het RIVM in een rapport uit 2014 dat het "op basis van wetenschappelijke studies die tot nu toe zijn gepubliceerd niet duidelijk [is] of BPA bij de huidige blootstellingsniveaus schadelijk is voor mensen."

• Begin 2015 kwam het Europese voedselveiligheidsagentschap EFSA in een rapport over Bisfenol A tot het besluit dat Bisfenol A veilig is voor consumenten van alle leeftijden (inclusief ongeboren kinderen, baby’s en pubers) bij de huidige blootstelling. Inname door voeding of door een combinatie van bronnen ligt ruim onder de aanvaardbare dagelijkse inname (TDI).

Mogelijke schadelijke effecten van hormoonverstoorders

• Bepaalde hormoongevoelige soorten kanker zoals teelbal-, prostaat-, borst-, baarmoeder- en eierstokkanker en schildklierkanker;
• Vruchtbaarheidsproblemen bij de man door verminderde zaadkwaliteit;
• Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw;
• PolyCystisch Ovarium Syndroom (PCOS), een syndroom dat gekenmerkt wordt door een teveel aan androgenen of mannelijke hormonen (hyperandrogenisme), te veel androgenen in het bloed (hyperandrogenemie), een onregelmatige of geen eisprong (oligo-ovulatie of anovulatie) en cysten in de eierstokken (polycystische ovaria);
• Endometriose (baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder);
• Afwijkingen in mannelijk geslachtsorgaan zoals niet ingedaalde teelballen en hypospadie waarbij de plasbuis niet uitmondt in de top maar aan de onderkant van de penis;
• Vervroegde pubertijd en borstontwikkeling bij meisjes;
• Vroeggeboortes en te laag geboortegewicht;
• Verstoorde werking van de schildklier (te weinig of te veel schildklierhormonen, hypothyroidisme of hyperthyroidisme);
• Stoornissen in het immuunsysteem, met verhoogde gevoeligheid voor infecties en verhoogde kans op autoimmuunaandoeningen;
• Zwaarlijvigheid en obesitas;
• Diabetes;
• Astma;
• Hart- en vaatziekten;
• Parkinson;
• Ziekte van Alzheimer;
• Verstoorde hersenontwikkeling (hersenschade, autisme, aandachtsstoornissen, ontwikkelingsachterstand, verlaagd IQ).

Waarom zijn jonge en ongeboren kinderen extra gevoelig?

123-foetus-zw-embr-10-15-250.jpg
Jonge kinderen en ongeboren kinderen zijn bijzonder kwetsbaar: hun stofwisseling gaat sneller, hun huid is dunner, ze hebben smallere luchtwegen en een kleinere longcapaciteit. Hierdoor krijgen jonge kinderen een veel grotere dosis vervuilers per kilo gewicht binnen dan volwassenen. Wat het ongeboren kind betreft tonen verschillende onderzoeken aan dat hormoonverstorende stoffen (en vele ander synthetische chemicaliën) de placenta passeren.

Ongeboren kinderen en kleine kinderen zijn bovendien volop in ontwikkeling en (prenatale) blootstelling aan hormoonverstorende stoffen kan deze vroege ontwikkelingsprocessen verstoren en blijvend nadelige effecten hebben op hun latere leven.
Bij jongetjes kunnen geboortegebreken ontstaan als hypospadie (uitgang urinebuis zit aan de onderkant van de eikel) en cryptorchidisme (niet ingedaalde teelballen) of verminderde spermaproductie. Bij meisjes is vervroegde puberteit een van de mogelijke gevolgen. Ook kunnen deze stoffen blijvend negatieve effecten op de hersenontwikkeling hebben.

Bestaat er een veilige dosis?
Over de mogelijke schadelijke effecten van EDC’s bestaat een groeiende consensus. Grote discussie blijft of ze ook schadelijk zijn in de geringe concentraties waaraan we dagelijks worden blootgesteld. Dat is bijvoorbeeld het belangrijkste argument waarom het Europese Voedselagentschap EFSA meent dat Bisfenol A, gezien de dagelijkse inname zeer gering is, als veilig voor de consument kan worden beschouwd.
Steeds meer experts zijn echter van mening dat er geen 'veilige dosis' voor hormoonverstoorders bestaat.
• Er is weinig bekend over de lange termijneffecten van bepaalde hormoonverstoorders. Bovendien zijn veel mogelijke hormoonverstoorders nog nauwelijks onderzocht.
• Sommige EDC's vertonen een niet-lineair verband tussen dosis en effect. Bijvoorbeeld kunnen verbindingen duidelijke effecten veroorzaken aan lage en hoge dosissen, maar milde effecten aan middendosissen. Daarentegen kunnen andere verbindingen een aanzienlijk effect hebben aan een middendosis en klein effect aan lage en hoge dosissen.
• Bijkomend probleem is dat mensen blootgesteld worden aan meerdere stoffen tegelijk, wat mogelijk tot extra risico's kan leiden.
• Niet alleen de dosis is belangrijk: steeds meer wetenschappelijke studies wijzen op het belang van het tijdstip waarop men blootgesteld worden aan hormoonverstoorders: vooral tijdens de ontwikkelingsfase van het kind zouden zelfs minimale hoeveelheden schadelijk kunnen zijn.
Om die redenen stellen diverse experts dat de standaardmethoden voor het testen van chemische stoffen geen goed beeld geven van de mogelijke schadelijke effecten van EDC’s. Een standaardtest tracht meestal te achterhalen wat de hoogste dosis is die zonder schadelijke gevolgen blijft voor een specifiek eindpunt. De strategie die erin bestaat "veilige dosissen" en "drempeldosissen" te definiëren, is echter niet langer van toepassing op alle hoormoonverstoorders, zo stelt onder meer de Belgische Hoge Gezondheidsraad.
Volgens vele wetenschappers is het, uit voorzorg, dan ook beter om de blootstelling aan EDC’s zoveel mogelijk te beperken, zeker voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.

Hoe worden we blootgesteld aan hormoonverstoorders?

Momenteel zijn er zeker 800 stoffen met hormoonverstorende effecten bekend. Mogelijk bestaan er nog veel meer. Het gaat om natuurlijke hormonen (afkomstig van mens en dier), natuurlijke bestanddelen (mycotoxines, fytoestrogenen in bv. sommige sojaproducten, ...), zware metalen, synthetische hormonen of farmaceutische stoffen (anticonceptie, geneesmiddelen...), chemische stoffen (zoals ftalaten, parabenen, Bisfenol A, pesticiden, dioxines, PCBs, brandvertragers, enzovoorts).

Ze zitten in alledaagse producten zoals voedselverpakkingen, speelgoed, cosmetica en verzorgingsproducten, schoonmaakproducten, kledij, vloerbedekking, pesticiden, enzovoorts. Ze komen in ons lichaam via onze voeding, inademen of via de huid wanneer we deze producten gebruiken. Een andere bron van blootstelling is stof. EDC’s stapelen zich op in huisstof waaraan vooral peuters blootstaan.
Vrijwel iedereen draagt een of meerdere EDC’s mee in zijn lichaam. Dat blijkt onder meer uit het Vlaams Humaan Biomonitoringsprogramma, waarbij gehaltes aan vervuilende stoffen in het lichaam van 650 proefpersonen werden bepaald. Bij 99,5 procent van hen bevatte de urine bisfenol A. Sporen van sommige organofosfaten, veel gebruikte insecticiden, kwamen bij meer dan 90 procent van de proefpersonen voor. Andere hormoonverstoorders aan die werden vastgesteld zijn o.m. vlamvertragers, ftalaten (weekmakers) en parabenen.

Veel voorkomende hormoonverstoorders

Veel voorkomende hormoonverstoorders

Bisfenol A: Bisfenol A (BPA) wordt gebruikt om plastics (zoals polycarbonaat en epoxy) hard te maken. Het wordt onder meer gebruikt in brilmonturen, elektronica, drinkflessen, speelgoed, thermisch papier voor kassabonnetjes, medisch materiaal, plastic borden en bestek, lijmen, verven, nagellak, enzovoorts. Ook wordt het gebruikt in plastic voedingsverpakking (bv. vershoudfolie, yoghurtpotjes...) en als coating in blikken (voedsel en drank).
BPA is in Europa verboden in cosmetica en zuigflessen, en er geldt een migratielimiet voor BPA vanuit plastic verpakkingsmaterialen naar voedsel.
Bisfenol S (BFS), de stof die als voornaamste alternatief geldt sinds de beperkingen op het gebruik van bisfenol A, is mogelijk even schadelijk.

Ftalaten: Bepaalde ftalaten worden gebruikt als weekmakers voor kunststoffen. Ze worden gebruikt in kunststofvloeren en -tegels, schoenen, waterbestendig textiel, speelgoed (zoals plastic poppen en waterspeelgoed), medische apparaten..., maar ook in cosmetica en parfums, voedselverpakking (van PVC), verven, schoonmaakproducten. In de EU zijn de ftalaten DEHP, DBP en BBP verboden in speelgoed. In speelgoed voor kinderen tot drie jaar oud zijn ook DINP, DIDP en DNOP verboden.

Parabenen: Dit zijn conserveringsmiddelen die beschermen tegen schimmels en bacteriën. Ze worden onder meer gebruikt in verzorgingsproducten (zeep, shampoo, lippenbalsem, cosmetica...) of als toevoegsel in voedingsmiddelen (E214, E215, E216, E217, E218 en E219).

Gebromeerde brandvertragers (PBDE's): Deze stoffen worden gebruikt om te zorgen voor een vertraagde verbranding. Vlamvertragers vinden we terug in de veel consumptiegoederen: elektronica, meubels, textiel, verf, matrassen, etc. Blootstelling vindt plaats via de voedselketen en via huisraad en huisstof. Gezien het verbod op het gebruik van deze vlamvertragers in onder andere huisraad zal blootstelling aan deze stoffen in de komende jaren dalen.
Perfluorverbindingen worden al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gebruikt bij tal van industriële processen, van oppervlaktebehandeling van tapijten tot de productie van anti-aanbakpannen. PFOS is de meest toegepaste verbinding.
Organotinverbindingen worden gebruikt als conserveermiddel, stabilisatoren en biociden. Ze zitten in PVC-producten (handschoenen, slipppers, verpakking), PVC bedrukking van textiel, verf voor schepen, als desinfectiemiddel,
Tributyltinhydride (TBT) wordt gebruikt voor het coaten van textiel, in PVC vloeren en vloercoatings, en coatings voor bakplaten en bakpapier.
Nonylfenolen zitten onder andere in huishoudelijke schoonmaakmiddelen, cosmetica, textiel en kleding, voedselverpakkingen, speelgoed of vloerbedekking, ontsmettingsmiddelen, PVC folie transparanten, als emulgator in pesticiden en muurverf.
Triclosan: Dit is een anti-bacteriële stof die we vinden in verzorgingsproducten als tandpasta, zeep, shampoo, lotions, deodorant, aftershave, etc.

UV-filters: Sommige UV-filters zoals Benzofenon-3 (oxybenzon), 3-benzylideen kamfer, 4 methylbenzylideen kamfer (4-MBC), 4,4-Dihydoxybenzofenon, benzofenon, ethylhexylmethoxycinnamaat hebben een hormoonverstorende werking. Ze zitten in zonnebrandcrèmes, maar ook in andere cosmetica.

Bestrijdingsmiddelen: Veel pesticiden zoals chlordaan, mirex, linuron, maneb, lindaan, atrazine, ziram, diuron, malathion dithiocarbamaten en vinclozolin zijn hormoonverstorend. Ze kunnen als residu voorkomen op groente en fruit.
Door het eten van groente of zou u residuen van 20 verschillende hormoonverstorende bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen, zo blijkt uit een rapport van Pan Europa (Pesticide Action Network Europe).

Hoe kunt u blootstelling aan hormoonverstoorders beperken?

free-leefm-verpakk-hormoonverst-ed10-15.jpg
Het is onmogelijk om de blootstelling aan hormoonverstoorders helemaal te ontlopen. Ze zitten namelijk in tal van dagelijkse produkten, inclusief onze voeding, en overal in onze leefomgeving. Maar u kunt blootstelling wel proberen te beperken. Dat is vooral belangrijk voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.

Woning algemeen
Verlucht de woning: elke dag minstens twee keer tien minuten verluchten leidt tot een instroom van frisse lucht en drijft schadelijke stoffen van bijvoorbeeld verf, elektronica of nieuwe meubels naar buiten. Ventileer extra als u nieuwe meubels in huis hebt.
Rook niet in de woning want dat zorgt voor extra stof.
Schoonmaken: verwijder stof zeker eenmaal per week en poets zoveel mogelijk met water en een eenvoudige allesreiniger. Lees de verpakking en geef de voorkeur aan ecologische schoonmaakproducten (met EU eco-label).
• Vermijd chemische bestrijdingsmiddelen in huis en tuin.
• Houd kassabonnetjes weg bij kinderen.

Eten
• Eet indien mogelijk voedsel dat zonder bestrijdingsmiddelen is geproduceerd. Biologische producten bevatten minder residu's van pesticiden dan convnetioneel gekweekte groente en fruit.
• Kies vers (zo mogelijk onverpakt) seizoensfruit en –groente van lokale producenten.
• Schil en was groente en fruit voordat u ze eet om minder bestrijdingsmiddelen binnen te krijgen. Laat bab's zeker niet spelen met ongeschilde citrusvruchten.
• Verwerkte babyvoeding mag minder pesticidenresten bevatten dan groente en fruit uit de conventionele landbouw.
• Variëren: koop niet altijd dezelfde merken en eet met voldoende afwisseling. Zo spreidt u het risico op blootstelling.
• Vermijd producten gemaakt van of verpakt in Polyvinylchloride (PVC ) of polycarbonaat (PC). In het algemeen zijn voedselverpakkingen van glas, polyethyleen PE roestvrij staal en porselein beter.
• Verwarm geen eten in plastic schaaltjes en dozen, vooral niet in de microgolfoven. Glas of porselein zijn een alternatief.
• Was keukengerei voor het eerste gebruik.

Speelgoed en andere babyproducten
• Koop fopspenen, zuigflessen, bijtringen, eetgerei en andere producten die BPA-vrij zijn.
• Plaats een wasbare stof op de bovenkant van het plastic verschoonkussen (bijv. Een handdoek of luier).
• Koop stoffen poppen en knuffels van natuurlijke vezels.
• Was knuffels voor gebruik.
• Koop speelgoed met een CE-merk. Dit merk geeft de garantie dat de producent of importeur van het speelgoed voldoet aan de gezondheids- en veiligheidsvereisten.
• Geef uw baby geen speelgoed van zacht plastic dat volgens het label niet geschikt is voor kinderen onder de leeftijd van 3. Bisfenol A en sommige weekmakers zijn verboden in producten voor kinderen jonger dan 3 jaar.
• Koop geen speelgoed met een onaangename geur of speelgoed dat raar aanvoelt.

(Baby)verzorgingsproducten
• Koop verzorgingsproducten of cosmetica zonder 'parfum' of 'aroma', en zonder antibacteriële middelen.
• Lees de ingrediënten op het etiket. Vermijd (baby)verzorgingsproducten (deodorants, verzorgingscrèmes, shampoo, douchegels, tandpasta...) met parabenen of BPA.
• Vermijd verzorgingsproducten met ftalaten zoals BzBP, DEP en DMP. De naam van de ftalaten kan ook voluit staan op de verpakking.
• Vermijd ook producten met Triclosan, Benzofenon, Cyclotetrasiloxane, Butylhydroxyanisoe (BHA) en Ethylhexyl metroxycinnamaat (EHMC). Indien een product deze stoffen bevat, vindt u ze in principe terug in de lijst van ingrediënten.
• Vermijd haarverf.
• Vermijd zonproducten en huidverzorgingsproducten met hormoonverstorende UV-filters benzophenone-1, benzophenone-2 , 3-benzylidene camphor en ethyl-4-aminobenzoate.
• Gebruik babyverzorgingsproducten alleen als het echt nodig is.

Textiel, kleding en schoeisel
• Was nieuwe kleding altijd voor het dragen.
• Koop geen kinderkleding met PVC-deeltjes of pvc-coating, zoals ethyleen vinylacetaat (bijvoorbeeld zeefdrukbedrukking en geplastificeerde versieringen).
• Er zijn PVC-vrije alternatieven voor rubberen laarzen, plastic klompen en flip-flops.
• Kies voor kleding van biologisch katoen en natuurlijke vezels.
• Gebruik geen producten (sokken, sportkleding) met antibacteriële eigenschappen.

Meer informatie:
Vermijd hormoonverstoorders 
Textielwijzer om schadelijke chemicaliën te vermijden
• Gezonde Cosmetica voor Zwangere Vrouwen
• WECF Wijzer Babyverzorging 
• WECF schoonmaakmiddelenwijzer 
Consumentengids over hoe we hormoonverstorende stoffen in onze voeding kunnen vermijden   

Bronnen
• The Endocrine Society's Second Scientific Statement on Endocrine-Disrupting Chemicals
http://press.endocrine.org/doi/10.1210/er.2015-1093
• WHO / Endocrine Disrupting Chemicals (EDCs)
http://www.who.int/ceh/risks/cehemerging2/en/

• WHO / State of the science of endocrine disrupting chemicals - 2012
http://www.who.int/ceh/publications/endocrine/en/

• National Institute of Environmental Health Sciences
http://www.niehs.nih.gov/health/topics/agents/endocrine/

• EU Endocrine Disruptors
http://ec.europa.eu/environment/chemicals/endocrine/index_en.htm

• EU State of the art assessment of endocrine disrupters
http://ec.europa.eu/environment/chemicals/endocrine/pdf/sota_edc_final_report.pdf

• Hoge Gezondheidsraad / Advies Hormoonontregelaars
http://health.belgium.be/eportal/Aboutus/relatedinstitutions/SuperiorHealthCouncil/19095810?ie2Term=hormoonontregelaars??&fodnlang=nl#.VhUwDKSBTxU

• Gezondheidsraad / Risico’s van prenatale
blootstelling aan stoffen
http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201405risicos_van_prenatale_blootstelling_stoffen.pdf

• FAVV / Hormoonverstoorders: link met zwaarlijvigheid?
http://www.favv-afsca.be/Laboratoria/labinfo/_documents/2012-07_labinfo8nl_p08_nl.pdf

• RIVM / De risico's van Bisfenol A
http://www.rivm.nl/dsresource?objectid=rivmp:232933&type=org&disposition=inline

• EFSA/ Risk assessment of BPA
www.efsa.europa.eu/en/corporate/doc/factsheetbpa150121.pdf

• The 2013 Berlaymont Declaration on Endocrine Disrupters
http://www.brunel.ac.uk/__data/assets/pdf_file/0005/300200/The_Berlaymont_Declaration_on_Endocrine_Disrupters.pdf

• European Environment Agency / The impacts of endocrine disrupters on wildlife, people and their environments – The Weybridge+15 report
http://www.eea.europa.eu/publications/the-impacts-of-endocrine-disrupters

• International Federation of Gynecology and Obstetrics opinion on reproductive health impacts of exposure to toxic environmental chemicals

http://www.figo.org/sites/default/files/uploads/News/Final%20PDF_8462.pdf

• Estimating Burden and Disease Costs of Exposure to Endocrine-Disrupting Chemicals in the European Union
http://press.endocrine.org/doi/10.1210/jc.2014-4324

• Standpunt van CHILDPROOF aangaande hormoonverstorende stoffen (EDC's)
http://www.wecf.eu/download/2014/March/EDCfinal.pdf

• ChildProtect
https://www.gezinsbond.be/Gezinspolitiek/Paginas/ChildProtect.aspx
https://www.gezinsbond.be/Gezinspolitiek/Documents/Vermijd%20hormoonverstoorders.pdf

• Women in Europe for a Common Future (WECF)
http://www.wecf.eu
http://www.eenveilignest.nl

• Pan Europa / Hormoonverstorende chemicaliën in Europees voedsel
http://www.disruptingfood.info/nl/



verschenen op : 15/10/2015 , bijgewerkt op 31/12/2015


pub