Werelddag cerebrale parese: wat is cerebrale parese of hersenverlamming?

Laatst bijgewerkt: October 2015
123-txt-cerbralpalsy-verlamm-09-15.jpg

tips Cerebrale parese (CP) of hersenverlamming, vaak ook in het Engels cerebral palsy genoemd, is een verzamelnaam voor een groep van blijvende, niet-progressieve aandoeningen in de ontwikkeling van houding en beweging die ontstaan zijn voor de eerste verjaardag en die leiden tot beperkingen in dagelijkse activiteiten.

De oorzaak is een beschadiging of stoornis in de vroege ontwikkeling van de hersenen tijdens de zwangerschap, rond de bevalling of in het eerste levensjaar. Daardoor is de communicatie tussen de hersenen en de aansturing van de spieren verstoord.
De bewegingsstoornissen kunnen problemen opleveren met bijvoorbeeld zitten, lopen, schrijven, spelen, eten, drinken en kleden. Afhankelijk van het deel van de hersenen waar de beschadiging is opgetreden, kunnen ook andere problemen voorkomen.

Een cerebrale parese is de meest voorkomende oorzaak van een handicap bij kinderen en komt ongeveer bij één op de 400 à 500 pasgeboren kinderen voor, zowel bij jongens als meisjes.
Cerebrale parese verergert niet, maar is ook niet te genezen. Het is dan ook een levenslange aandoening. Bij een lichte hersenbeschadiging is het mogelijk dat kinderen er nauwelijks last van hebben en een vrijwel normaal leven kunnen leiden. Maar meestal betekent een cerebrale parese een levenslange handicap die een gespecialiseerde behandeling vereist.

Cerebrale parese is niet besmettelijk. In hoeverre erfelijkheid een rol speelt, is nog niet helemaal duidelijk. Mensen met CP kunnen (meestal) gezonde kinderen krijgen.

Oorzaken van cerebrale parese
De oorzaak van een cerebrale parese is meestal een verstoring van de hersenontwikkeling of een hersenletsel voor, tijdens of in het eerste levensjaar na de geboorte. In negen op de tien gevallen ontstaat het letsel voor of tijdens de geboorte.

Voor de geboorte
• Door een infectie tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld rode hond (rubella), cytomelamie of toxoplasmose;
• Hoge koorts tijdens de zwangerschap;
• Wanneer de bloedgroep van de moeder een andere rhesusfactor heeft dan de bloedgroep van de baby;
• Door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen of door overmatig alcohol- en/of drugsgebruik tijdens de zwangerschap.

Bij de geboorte
• Door zuurstofgebrek van de baby (door loslating van de placenta, problemen met de navelstreng...).
• Vroeggeboorte (voor 37 weken, en zeker voor 32 weken)
• Te laag geboortegewicht (minder dan 2,5 kg)
• Bepaalde aangeboren afwijkingen.

Na de geboorte
In het eerste levensjaar kunnen de hersenen beschadigd raken:
• door ernstige, niet behandelde geelzucht na de geboorte (kernicterus);
• door een infectie van de hersenen zoals een hersenvliesontsteking (meningitis);
• door een herseninfarct of -bloeding (beroerte);
• door een moeilijk behandelbare epilepsie;
• door een ernstig hoofdletsel.

Vroege signalen van cerebrale parese
Als gevolg van de lage en/of hoge spierspanning ontwikkelen kinderen met een cerebrale parese zich vaak langzamer dan andere kinderen.

Tijdens de eerste maanden heeft een kind met cerebrale parese vaak slappe spieren (een lage spierspanning).
• Het kind voelt slap of stijf aan en moet goed ondersteund worden wanneer het opgetild worden.
• Het kind heeft moeite met het optillen van het hoofdje.
• Wanneer u het kind oppakt, strekt het de rug en de hals alsof het zich wegduwen, en/of zijn de beentjes stijf gestrekt of gekruist (in een schaar).
• Het kind heeft moeite om beide handen samen te brengen of naar de mond te brengen.
• Bij baby’s met een halfzijdige verlamming kan opvallen dat een handje tot vuistje gebald wordt, terwijl het andere handje gewoon geopend wordt.
• Het kind rolt helemaal niet.

In de loop van het eerste tot tweede levensjaar worden de spieren steeds stijver (spasticiteit) waardoor het bewegen moeilijker gaat.
• Het kind gaat later rollen, zitten, kruipen, staan en lopen dan andere kinderen.
• Het kind heeft last om op handen en voeten te kruipen, maar beweegt zich voort op de knieën of het achterwerk.
• Bij lichte spasticiteit heeft het kind de neiging om op de tenen te lopen.
• Wanneer beide beentjes spastisch zijn, hebben deze de neiging om sterk naar elkaar gedrukt te staan of zelfs over elkaar te gaan staan ('scharen').
• Bij kinderen met halfzijdige spasticiteit kan al vroeg opvallen dat er sprake is van een voorkeurshand: het kind heeft de neiging om alles met dezelfde hand te doen en de andere hand niet te gebruiken.
Als u een of meerdere van deze signalen merkt en u zich ongerust maakt, raadpleeg dan uw huisarts.

Bronnen
http://www.kinderneurologie.eu/ziektebeelden/beweging/cerebraleparese.php
https://www.bosk.nl/cerebrale-parese/
http://www.cp-research.nl/cp_inbox/images/richtlijncp.pdf
http://www.nvk.nl/Portals/0/richtlijnen/spastische%20cerebrale%20parese/231214%20Richtlijn%20Cerebrale%20Parese.pdf
https://www.umcg.nl/NL/Zorg/ouders/zob2/cerebraleparese/Paginas/default.aspx
http://www.nhs.uk/conditions/cerebral-palsy/Pages/Introduction.aspx
http://www.cdc.gov/ncbddd/cp/facts.html
http://www.ninds.nih.gov/disorders/cerebral_palsy/cerebral_palsy.htm
http://cerebralpalsy.org



verschenen op : 07/10/2015
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt