Verlies hersenvolume bij multiple sclerose

Laatst bijgewerkt: september 2015
scan-hers-dr-oz-170-400_03.jpg

nieuws Recente studies wijzen erop dat het verlies aan hersenvolume een belangrijke ziekteparameter is bij wie leeft met relapsing remitting multiple sclerose (RRMS), de meest voorkomende vorm van MS.
Tot nu toe werden voor het beoordelen van ziekte-activiteit bij MS-patiënten drie parameters gebruikt: opstoten, hersenletsels en vooruitgang van de invaliditeit. Het toevoegen van een vierde parameter, namelijk hersenatrofie of het verlies aan hersenvolume, stelt artsen in staat om een completer beeld te krijgen van de ziekteactiviteit en zo de beste behandelingsaanpak te bepalen.

Relapsing remitting MS (RRMS) wordt gekenmerkt door het optreden van aanvallen waarbij de neurologische functie achteruitgaat. Deze aanvallen, ook wel opstoten, relapsen of opflakkeringen genoemd, worden afgewisseld met perioden van gedeeltelijk of volledig herstel. Uit recente studies blijkt dat de ziekte niet per se stabiliseert tijdens die remissies. Op hersenscans is te zien dat bij sommige patiënten het hersenvolume beduidend achteruitgaat, ook in periodes zonder opstoten. Wereldwijd en in de vakpers is er steeds meer belangstelling voor dat verlies van hersenvolume als indicatie van ziekteactiviteit bij mensen met MS.

“Door de recente studies beseffen we hoe belangrijk de informatie is die de hersenscans opleveren”, zegt professor dr. Bart Van Wijmeersch, als neuroloog verbonden aan het revalidatie & MS Centrum in Overpelt. “MS heeft een grote invloed op de levenskwaliteit van personen die leven met de ziekte en hun naasten. Door hersenatrofie als vierde parameter in het oog te houden, krijgen we een completer beeld van de evolutie van de ziekte.”
MS treft wereldwijd 2,3 miljoen mensen. De inflammatoire demyeliniserende aandoening begint vaak op jong volwassen leeftijd (tussen de 20 en 40 jaar). Vrouwen maken twee keer meer kans op het ontwikkelen van MS dan mannen. In België leven naar schatting zo’n 11.210 mensen met MS, zo’n 1 op 1000.

MS is een auto-immuunziekte van het centraal zenuwstelsel waarvan de precieze oorzaak niet gekend is. Net zoals bij andere auto-immuunziekten gaat bij MS het immuunsysteem foutief de lichaamseigen cellen aanvallen. Vandaag wordt aangenomen dat de lymfocyten die deel uitmaken van het immuunsysteem daarbij een belangrijke rol spelen omdat ze onder andere het myeline aanvallen.
Myeline is een beschermende en isolerende vetlaag rondom de zenuwvezels. De zenuwvezels zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van signalen naar andere lichaamsdelen. Myeline versnelt de communicatie tussen de hersenen en andere delen van het lichaam. Als het myeline beschadigd raakt of wordt vernietigd, worden de zenuwimpulsen langzamer of helemaal niet meer verzonden.

Ook andere delen van het centrale zenuwstelsel kunnen bij MS aangetast worden door het immuunsysteem, zoals de zenuwcellen zelf en de steun-cellen (oligodendrocyten, astrocyten,…), waardoor diverse soorten letsels onstaan. Daardoor verliezen personen met MS na verloop van tijd functionele en/of cognitieve functies. Dat gebeurt op twee manieren: door de hogergenoemde inflammatoire letsels (focale schade) maar ook door traag verlies van zenuwbanen en zenuwcellen (diffuse schade door neurodegeneratieve processen).
Door dit alles verliest een persoon met MS dus sneller hersenvolume dan normaal. Het kunnen meten van dit verlies verschaft dan ook nuttige bijkomende informatie over deze ziekte.

zie ook artikel : Multiple sclerose (MS - of multipele sclerose)



verschenen op : 13/09/2015 , bijgewerkt op 11/09/2015


pub