Spierdystrofie van Duchenne

Laatst bijgewerkt: augustus 2015

dossier De ziekte van Duchenne of spier- of musculaire dystrofie van Duchenne (DMD) is een ernstige erfelijke aandoening van de spieren. De ziekte Duchenne begint meestal rond de leeftijd van 3 tot 5 jaar. Er treedt in toenemende mate spierzwakte op, eerst in de spieren van de schouders en het bekken, later in alle spieren van het lichaam. Als gevolg van de spierzwakte ontstaat stijfheid van de gewrichten en verzwakken ook de spieren van de ademhaling en het hart.
Er bestaat momenteel nog geen genezende behandeling, men kan alleen proberen om de ziekte te vertragen en de gevolgen ervan te milderen.
De ziekte komt alleen voor bij jongens, al kunnen meisjes wel draagster zijn. Soms hebben draagsters lichte kenmerken van deze aandoening.
De ziekte van Duchenne komt voor bij ongeveer 1 op 3.000 levendgeboren jongens.

anat-spiercel-08-15.png

picture text (onder pict, met wat margin onder - los van artikeltekst)

Oorzaak
De ziekte van Duchenne is al vanaf de geboorte aanwezig. De oorzaak is een gendefect op het X-chromosoom waardoor een bepaald eiwit in de spier, dystrofine, vrijwel volledig afwezig is. Dat eiwit vormt normaal het omhulsel van de spier. Wanneer dit omhulsel onvoldoende sterk is, gaan de spiervezels uiteindelijk stuk. Ze worden dan vervangen door bind- en vetweefsel.

Het eiwit dystrofine komt ook in de hartspier voor. Dit verklaart de problemen die er op oudere leeftijd kunnen ontstaan in de pompfunctie van het hart.
Ook komt dystrofine in de hersenen voor.

De ziekte van Becker
De ziekte van Duchenne en de ziekte van Becker worden beide veroorzaakt door een fout op het X-chromosoom op de plaats van het dystrofine-gen. Toch hebben jongens met de ziekte van Becker minder klachten dan jongens met de ziekte van Duchenne. Dit komt omdat de fout op het dystrofine-gen bij jongens met de ziekte van Duchenne veel ernstiger is dan de fout in het dystrofine-gen bij jongens met de ziekte van Becker.
De spieren van kinderen met de ziekte van Duchenne maken geen of slechts een zeer geringe hoeveelheid dystrofine aan. De spieren van kinderen met de ziekte van Becker maken nog wel dystrofine aan, maar dit dystrofine is veel kleiner dan normaal en functioneert daarom niet zo goed.

Erfelijkheid

Het gaat om een erfelijke ziekte door een gen-defect op het X-chromosoom.

• Bij ongeveer tweederde van de patiënten wordt de aandoening overgeërfd via de moeder (die dus draagster is van het defecte gen, maar zelf de aandoening niet heeft). Zonen van een draagster hebben 50% kans dat ze de ziekte krijgen, dochters hebben 50% kans dat ze draagster zijn.

• Bij ongeveer eenderde van de patiënten treedt de aandoening spontaan op door een verandering in het erfelijk materiaal die net na de bevruchting is ontstaan (nieuwe mutatie). De ziekte kan dan in volgende generaties worden overgedragen.

• Wanneer de ziekte voorkomt in de een familie, is DNA-onderzoek mogelijk om na te gaan of er nog meer draagsters in de familie zijn. De diagnostiek is alleen mogelijk indien de DNA-mutatie van het aangedane familielid bekend is.
Als de ziekte eerder in een familie is voorgekomen en de diagnose bevestigd is met genetisch onderzoek, is prenataal onderzoek bij een zwangerschap mogelijk.

• Wanneer een man met de ziekte van Duchenne kinderen krijgt van een vrouw die geen draagster is van het gen, zullen al hun dochters draagster zijn. Hun zonen zullen zelf de ziekte niet krijgen en ook geen drager zijn, aangezien ze van de vader het Y-chromosoom hebben gekregen en niet het X-chromosoom met de fout.

Waarom worden alleen jongens getroffen?
Jongens hebben één X-chromosoom, daarnaast hebben jongens één Y-chromosoom. Meisjes hebben twee X-chromosomen. Wanneer een meisje een fout heeft op één van haar X-chromosomen dan heeft ze meestal nog een ander X-chromosoom zonder een fout. Dit normale X-chromosoom zorgt ervoor dat een meisje nog wel dystrofine kan aanmaken. Wanneer het X-chromosoom van een jongen een fout bevat in het dystrofinegen, heeft een jongen geen tweede X-chromosoom dat hiervoor kan compenseren. Een jongen kan dus geen dystrofine meer aanmaken en krijgt de symptomen van de ziekte van Duchenne.

Toch kunnen meisjes die draagster zijn van de ziekte, ook lichte symptomen hebben, bijvoorbeeld hartproblemen, matige spierzwakte, spierkramp na inspanning, chronische vermoeidheid...

• Het blijkt namelijk dat in een spiercel altijd maar één X-chromosoom actief betrokken is bij de aanmaak van dystrofine. Dit kan het X-chromosoom met de fout zijn of het X-chromosoom zonder de fout. Ook bij meisjes kan in bepaalde spiervezels het X-chromosoom met de fout actief zijn. Deze spiervezels kunnen dus ook geen dystrofine aanmaken en zullen dus ook kapot gaan. Hoe meer spiervezels gebruik maken van het X-chromosoom met de fout, hoe meer klachten een meisje zal hebben.
• Ook wanneer het dystrofinegen op beide X-chromosomen is aangetast, kunnen meisjes de ziekte krijgen, meestal in een lichtere versie.

Kenmerken van de ziekte van Duchenne

Er bestaat variatie in de leeftijd waarop de eerste klachten ontstaan en het tempo waarin nieuwe klachten ontstaan.
Progressieve spierzwakte
De spieren van vooral bekken en bovenbenen en later ook schouders en bovenarmen zijn zwak. In de loop der jaren neemt de spierkracht verder af, en worden ook andere spieren aangetast.

123-duchenne-08-15.jpg

© www.alison-burke.com/

• Kinderen met Duchenne beginnen vaak laat te stappen, meestal pas na achttien maanden. Omdat de beenspieren niet goed functioneren, hebben ze moeite met opstaan vanuit hurkzit of vanaf de grond. Ze duwen hun lichaam omhoog door zich met de handen op de bovenbenen af te zetten (dit wordt ook de 'beweging van Gowers' genoemd).
• Ze hebben een motorische achterstand.
Lopen en traplopen gaan moeizaam. Opvallend is dat ze vaak met de buik naar voren en een holle rug staan en lopen. Zij lopen waggelend en op de tenen.
• Door de spierzwakte van de schouders is het voor kinderen met de ziekte van Duchenne zwaar om met de armen boven schouderhoogte te werken. Activiteiten zoals aan-en uitkleden of haren kammen zijn daardoor moeilijk.
• De kuiten voelen hard aan en zijn dikker dan normaal door een vervanging van het spierweefsel door vetweefsel en bindweefsel.
• De meeste kinderen hebben tussen hun achtste en twaalfde jaar een rolstoel nodig.

Gewrichtsafwijkingen
Rond de leeftijd van tien jaar kunnen afwijkingen in de stand van de gewrichten ontstaan.
• De gewrichten, eerst in de benen maar later ook in ellebogen en schouders, kunnen niet meer goed bewegen.
• De rug kan vergroeien (scoliose).

Ademhalingsproblemen
De spieren van de buik en de borstkas zijn belangrijk voor de ademhaling. Geleidelijk aan zal het ademhalen steeds moeilijk gaan. Rond het twintigste levensjaar kunnen patiënten vaak niet meer zonder ondersteuning ademen, in het begin alleen 's nachts, later ook overdag.
Kinderen met de ziekte van Duchenne zijn ook kwetsbaar voor longontstekingen.

Hartproblemen
Ook de hartspier krijgt in toenemende mate problemen van spierzwakte (cardiomyopathie). Daardoor wordt het voor het hart steeds moeilijker om het bloed rond te pompen. Hierdoor raken kinderen met de ziekte van Duchenne extra vermoeid. Ook kunnen ze last krijgen van het vasthouden van vocht in het lichaam. Daarnaast kunnen hartritmestoornissen voorkomen.
Op de leeftijd van 6 jaar heeft één op de vier kinderen problemen met het functioneren van de hartspier, op de leeftijd van 10 jaar is dat zes op de tien kinderen.

Pijnklachten
Kinderen met de ziekte van Duchenne hebben regelmatig last van pijnklachten als gevolg van overbelasting door de verzwakte spieren. Deze pijnklachten treden met name aan het eind van de dag op.

Geestelijke ontwikkeling / leerproblemen
Een deel van de kinderen heeft een achterstand in de geestelijke ontwikkeling. Het gemiddelde intelligentiequotient (IQ) ligt tussen 80 en 85, ongeveer 1 standaarddeviatie lager dan in de algemene bevolking. Ongeveer een kwart van de jongens heeft een IQ lager dan 70, de grenswaarde voor lichte zwakzinnigheid. Bij ongeveer 10% is het IQ echter bovengemiddeld (boven 110).

Problemen van de darmen
In de darmen zitten ook spieren die nodig zijn voor een goede functie van de darmen. Ook hier speelt het eiwit dystrofine een belangrijke rol. Kinderen met de ziekte van Duchenne kunnen daarom problemen met de darmfunctie krijgen in de vorm van verstopping van de ontlasting of juist diarree.

Plasklachten
Er kunnen plasklachten voorkomen in de vorm van moeite met ophouden of juist niet direct kunnen plassen. Meestal geeft dit geen klachten totdat infecties van de urinewegen ontstaan.

Hoe wordt de ziekte van Duchenne vastgesteld?

De symptomen, het verloop van de ziekte en de familiegeschiedenis wijzen vaak al op Duchenne.

• Bij een vermoeden van spierdystrofie kan in het bloedonderzoek worden gekeken naar het CK gehalte (creatininekinase). Bij jongens met de ziekte van Duchenne is vanaf de geboorte dit gehalte sterk verhoogd.
• Door gericht DNA onderzoek kan de diagnose zeker worden gesteld.
• Ook kan een spierbiopsie worden gedaan. Hierbij worden de voor spierdystrofie kenmerkende afwijkingen gevonden.

Behandeling
Er bestaat geen behandeling die het ziekteproces zelf kan herstellen. Wel kunnen de gevolgen van de ziekte gemilderd worden. Dat vergt een multidisciplinaire samenwerking tussen verschillende medische en para-medische specialisten.
Kinderen met de ziekte van Duchenne hebben een beperkte levensverwachting. Vroeger bedroeg deze levensverwachting gemiddeld 20 jaar. Inmiddels is de levensverwachting met de betere zorg en de behandeling met prednison toegenomen tot 30 en soms wel 40 jaar.

Oefentherapie
Kinderen met de ziekte van Duchenne worden opgevolgd in gespecialiseerde revalidatiecentra waar ze onder meer oefentherapie, ergotherapie, logopedie enzovoorts krijgen.
• Oefentherapie om de spieren in een zo goed mogelijk conditie te houden, om een zo min mogelijk belastend looppatroon aan te leren, om de ademhalingsspieren te trainen, enzovoorts.
• Ergotherapie om te helpen bij allerlei dagelijkse bezigheden zoals aankleden, eten, praten enzovoorts.
• Logopedie om te helpen bij spraak- en slikproblemen.

Vermijden overgewicht
Voor kinderen met de ziekte van Duchenne is het heel belangrijk om geen overgewicht te hebben. Hierdoor worden de spieren extra zwaar belast wat tot meer klachten leidt. Indien nodig kan een diëtiste helpen bij het zorgen voor een gezond gewicht.

Operatie
Soms is een operatie nodig voor een verkromming van de wervelkolom.

Ademhalingsondersteuning
In een eerste fase is ademhalingstherapie nodig om de ademhalingsfunctie optimaal te houden en in geval van verkoudheden of andere luchtweginfecties slijm los te maken zodat het kan worden afgevoerd.
In de latere tienerjaren is er meestal in het begin 's nachts ondersteuning van de ademhaling via een neuskap vereist, later de gehele dag, indien nodig via een gaatje in de luchtpijp (tracheostoma).

Hartproblemen
De kinderen worden vanaf jonge leeftijd regelmatig opgevolgd door de cardioloog.
De cardioloog kan medicijnen zoals ACE-remmers voorschrijven die de pompfunctie van het hart ondersteunen en/of die hartritmestoornissen voorkomen.

Geneesmiddelen
• Prednison helpt om de spierafbraak tegen te gaan. Hierdoor kan de patiënt langer blijven bewegen en kunnen de long- en hartproblemen uitgesteld worden.
Prednison heeft echter ernstige bijwerkingen (zoals gewichtstoename, verminderde groei, botontkalking, acne, gedragsveranderingen...). Er zijn behandelschema's (waarbij de behandeling geregeld enkele dagen wordt onderbroken) om te voorkomen dat de bijwerkingen van prednison te sterk worden.

• Als alternatief is ook behandeling met oxandrolon (Deflazacort, merknaam: Calcort) mogelijk. Dit geneesmiddel is echter in België niet geregistreerd en moet in het buitenland (bv. Duitsland) worden besteld.

• Raxone/Catena is een nieuw experimenteel geneesmiddel dat de achteruitgang in de long- en ademhalingsfunctie stopt.

• De longarts kan medicijnen voorschrijven die de longfunctie kunnen ondersteunen
• Soms zijn antibiotica nodig om infecties te behandelen of te voorkomen.

Gentherapie
Hierrond gebeurt momenteel veel onderzoek. Gentherapie heeft tot doel om spieren genetische informatie te geven zodat ze het ontbrekende eiwit weer gaan aanmaken. Dit zal in de (nabije?) toekomst mogelijk kunnen gebruikt worden bij de behandeling van Duchenne.

BRONNEN
http://www.uzleuven.be/duchenne
www.mijnkinderarts.nl/ziekten/neurologie/spierdystrofie-ziekte-van-duchenne.htm
https://www.lumc.nl/org/spierdystrofie/
http://www.erfelijkheid.nl/content/duchenne
https://www.spierziekten.nl/overzicht/duchenne-spierdystrofie/
http://www.vsn.nl/spierziekten/diagnose.php?diagnose_id=18
https://www.duchenne.nl/
http://www.nema.be/duchenne
https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/duchenne.pdf



verschenen op : 03/09/2015


pub