Inwendige vrouwelijke geslachtsorganen

Laatst bijgewerkt: februari 2014

dossier De inwendige geslachtsorganen bevinden zich in het kleine bekken (tussen rectum en blaas)
a. vagina
b. baarmoederhals (cervix)
c. baarmoederholte
e. eierstok
f. eileider

Ovarium-ovaria (eierstokken)

anatom-vrouw-genit-bm-ovar-170_400-03.jpg
De ovaria zijn de vrouwelijke geslachtsklieren (gonaden) en bevinden zich in het kleine bekken, aan weerszijden van de baarmoeder. Ze zijn met de baarmoeder verbonden via een peritoneale (buikvlies) omslagplooi. De ovaria hebben de grootte van een amandel (3-4 cm lang en 2-3 cm breed). Ze bestaan uit een schors en een merggedeelte.
In het ovarium worden 2 groepen hormonen geproduceerd namelijk de steroïdhormonen ( geslachtshormonen) en de peptide hormonen.
Het productieproces van de steroïdhormonen staat onder invloed van LH, geproduceerd door de hypofyse. De belangrijkste zijn oestrogenen, progestagenen en androgenen (mannelijk hormoon), die uit cholesterol worden aangemaakt. De grootste productie gebeurt in het stadium van de rijpe follikel (Graafse follikel).
De oestrogenen worden vooral door de rijpe follikel aangemaakt. Tijdens de eisprong is er even een daling die zich onmiddellijk weer herstelt tot de waarde van ervoor. Een tot twee dagen voor de menstruatie houdt de aanmaak op en daalt de hoeveelheid ervan in het bloed snel tot op de waarde van in het begin van de cyclus.
Progesteron wordt enkel in de grote Graafse follikel afgescheiden. De afscheiding van progesteron gebeurt maximaal net na de ovulatie met een piek 3-4 dagen na de ovulatie. Progesteron werkt mee om de bekleding van de baarmoeder voor te bereiden op de bevruchte eicel. Indien de eicel niet bevrucht is zal de hormoonproductie zeer snel dalen wat kan gezien worden aan een daling van de oestrogeen- en progesteronspiegels in het bloed.

zie ook artikel : De menstruele cyclus

De eileider (of tuba uterina of tuba falopii of salpinx).

De eileider is een buisvormige structuur die zich bevindt links en rechts van de baarmoeder (uterus). De eileider verzekert het transport van eicellen van de eierstok naar de baarmoeder.
De eileider is 7 tot 12 cm lang en is opgebouwd uit 3 lagen namelijk de serosa (buitenbekleding), de spierlaag (of tunica muscularis) en het slijmvlies (of de mucosa). In deze gunstige omgeving kan de eicel, alsook de zaadcellen (spermatozoa), alsook de bevruchte eicel (zygote) enige tijd overleven.
De eileider kan onderverdeeld worden in verschillende delen namelijk het pars interstitialis (=deel dat in de uterus uitmondt), de isthmus of smalste gedeelte, de ampulla en het infundibulum of trechtervormig uiteinde met meerdere franjes of fimbriae. Dit laatste gedeelte staat in nauw contact met het ovarium en zorgt voor de opvang van de eicel.
De bevruchting van de eicel gebeurt in de ampulla, alsook de ontwikkeling gedurende de eerste 4 dagen.

anatomie-vrouw-3.jpg

De baarmoeder of uterus.

De uterus is een peervormige spier, een hol en dikwandig orgaan, gelegen tussen blaas en rectum, diep in het kleine bekken. De uterus heeft een lengte van 8-10 cm en ligt met het breedste gedeelte naar boven gericht. De lengte-as ligt gewoonlijk van achter-onder naar voor-boven (= anteflexie).
Het bovenste deel is het corpus uteri, het onderste gedeelte de cervix uteri (=baarmoederhals), de baarmoederholte wordt cavum uteri genoemd. Het bovenste gedeelte van het corpus heet de fundus uteri. De isthmus is de overgang van corpus naar cervix en is 1 cm lang.
De cervix is maximaal 4 cm lang en bestaat ut het cervixkanaal en de portio cervicis (= het deel van de cervix dat uitmondt in de vagina).
De overgang van cervix naar corpus uteri wordt gemaakt door het ostium internum, de overgang naar de vagina door het ostium externum.
De uterus bestaat uit 3 lagen: de tunica serosa (= dunne buitenste laag niet aanwezig aan de zijkanten en niet over de voorzijde van de cervix), het myometrium (=dikke laag spierweefsel ter hoogte van de fundus en het corpus) en het endometrium (=binnenste laag, losmazig bindweefsel met klierbuisjes).
Het cervixslijmvlies heeft diepere en vertakte slijmklieren. De arteria uterina links en rechts verzorgen de bloedvoorziening van de uterus. De uterus is met de bekkenwand en de omliggende organen verbonden door een zeer verscheiden groep aan verbindingen: de ligamenten.

De vagina (schede).

De vagina is een buisvormig kanaal dat de verbinding maakt tussen de baarmoederhals en het hymen of de hymenresten (maagdenvlies) aan de ingang van de schede.
De vagina bestaat uit bindweefsel en glad spierweefsel en heeft een groot bloedvatennet. De voorwand ligt tegen de blaas, de achterwand tegen het rectum. Rondom de cervix maakt de vagina een gewelf namelijk de fornix anterior (=voor), fornix posterior (=achter) en de fornices lateralis (=zijgewelven).






pub