Belgische vrouwen en contraceptiemiddelen

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Belgische vrouwen 'knoeien' vaak met hun contraceptie, zo blijkt uit een studie die in opdracht van het farmaceutisch bedrijf Janssen-Cilag werd uitgevoerd. Janssen Cilag is producent van een contraceptieve patch, een pleister die 1 keer per week op de huid moet worden aangebracht en die dezelfde hormonen bevat als de contraceptie pil.
Sommige vrouwen zijn niet zo goed geïnformeerd als ze zelf wel denken, andere vrouwen hebben het moeilijk om hun contraceptie correct te gebruiken. Van de ondervraagde vrouwen gebruikt: 48% de pil, 7% een spiraaltje, 2% condooms, 1% de vaginale ring, 2% een ander contraceptiemiddel en 40% geen contraceptiemiddel

Bij de vraag of Belgische vrouwen tevreden zijn over hun contraceptie, antwoordt 88% van de ondervraagden volmondig 'ja'. 82% van de vrouwen vindt zich daarenboven ook goed geïnformeerd over de verschillende middelen die beschikbaar zijn en hun werking. Bij testvragen valt meer dan de helft van de vrouwen door de mand. 58% van alle ondervraagde vrouwen weet niet dat braken of diarree een impact kan hebben op de werking (en betrouwbaarheid) van een oraal contraceptiemiddel. Dat terwijl bij de ondervraagde vrouwen die een contraceptiemiddel gebruiken, 80% de pil gebruikt.
Een kleine 50% van alle pilgebruiksters geeft aan regelmatig te braken of diarree te hebben - waarvan 53% niet weet dat dit een effect heeft op de contraceptieve werking van de pil.
Meer dan de helft van de ondervraagde vrouwen uit het Brusselse (52%) geeft aan soms te vrezen zwanger te zijn door het oncorrect gebruik van hun contraceptiemiddel. 21% van alle ondervraagde vrouwen in België geeft toe om af ten toe met dezelfde angst te leven. Bij de 15-24 jarigen stijgt dit tot 25%. Bij de 25-35 jarigen tot 27%. 11% van de 25-34 jarigen gebruikte al minstens éénmaal de 'morning after' pil - in Brussel is dat het geval bij 20% van alle ondervraagde vrouwen.
Belgische mannen hebben niet veel in de pap te brokken als het aankomt op de keuze van een contraceptiemiddel. Maar 32% mag mee beslissen. Bij pilgebruiksters ligt dit nog lager: op 29%. Als voor een ander middel dan de pil gekozen wordt, gaat de betrokkenheid van de partner naar boven (41%). Opmerkelijk is het verschil tussen Vlamingen en Walen. Om en bij de 40% van de Vlaamse mannen beslist mee - tegen 20% van de Waalse mannen.
40% van de vrouwen zoekt inzake contraceptie raad en informatie bij vriendinnen. Ook moeders scoren goed met 28%. 24% van de vrouwen geeft aan met niemand anders dan met een arts/gynaecoloog over deze keuze te praten.

Bij het kiezen van een contraceptiemiddel moet elke vrouw zich altijd drie vragen stellen, aldus een commentaar bij de enquête:
1. Heb ik de discipline/de levensstijl om elke dag aan een contraceptiemiddel te denken?
2. Braak ik soms? Heb ik soms diarree? (door stress, intolerantie voor bepaalde voedingsmiddelen, migraine, kater ...)
3. Geef ik de voorkeur aan een invasief (in het lichaam aangebracht) of niet-invasief middel?
In het onderzoek gaf 61% van de vrouwen aan interesse te hebben in een contraceptiemiddel waar je niet dagelijks aan hoeft te denken, maar dezelfde veiligheid biedt als een correct gebruikte pil.

zie ook rubriek vruchtbaarheid



verschenen op : 17/12/2003 , bijgewerkt op 30/08/2019


pub