Hoger risico op psychische problemen voor slecht slapende vierjarigen

Laatst bijgewerkt: juni 2015
kind-huilen-ziek-pijn-slapen-170_400_02.jpg

nieuws Vierjarigen die slecht slapen hebben een hoger risico op psychische problemen op zesjarige leeftijd dan leeftijdgenootjes met een ongestoorde nachtrust. Zij hebben een verhoogd risico op symptomen van angst, depressie, ADHD en gedragsstoornissen als zesjarigen. Omgekeerd hebben jonge kinderen met psychische problematiek vaker een slaapstoornis. Dat meldt Vakblad Vroeg op basis van een Noorse studie bij ruim 1.000 kleuters.

Het is bekend dat zo’n 20 tot 40 procent van de jonge kinderen problemen heeft met slapen op de één of andere manier, maar het ontbreekt aan gegevens over hoeveel van hen lijden aan een echte slaapstoornis.

Slapeloosheid (insomnia) is de meest voorkomende slaapstoornis. Kinderen die lijden aan slapeloosheid hebben moeite met in slaap vallen en worden frequent wakker. Dat werd bij 16,6 procent van de ondervraagde vierjarigen vastgesteld. Bijna de helft van deze kinderen had op zesjarige leeftijd nog steeds deze problemen. Andere soorten slaapstoornissen zijn hypersomnia, dat wil zeggen een extreme drang om te slapen, en verschillende gevallen van parasomnia, zoals nachtmerries, nachtangst en slaapwandelen. Deze omstandigheden zijn zeldzaam en uit de studie blijkt dat, met uitzondering van slaapwandelen, ze een korter leven zijn beschoren.

Volgens de onderzoekers is het belangrijk is om kinderen met slaapstoornissen vroegtijdig te herkennen, zodat er corrigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Slecht of te kort slapen heeft niet alleen veel invloed op het dagelijks leven van het kind, maar ook gevolgen op lange termijn.

Gezien het feit dat zoveel kinderen last hebben van slapeloosheid, en slechts iets meer dan de helft er overheen groeit, is het belangrijk om te zorgen voor een goede behandeling. Misschien dat ook vroegtijdige behandeling van psychische problemen kan voorkomen dat een kind een slaapstoornis ontwikkelt. Psychiatrische symptomen verhogen immers het risico op slapeloosheid.

Een mogelijke verklaring voor deze wederkerigheid kan zijn dat beide condities biologisch bepaald zijn, bijvoorbeeld door gemeenschappelijke onderliggende genetica. Een andere verklaring kan zijn dat te weinig slapen zorgt voor een algemene functionele stoornis, die de kans op andere problemen vergroot.

Een andere mogelijkheid is dat slaapstoornissen en psychische problemen dezelfde risicofactoren delen. Een kind dat tekenen van angst vertoont of gedragsproblemen heeft komt gemakkelijk in een vicieuze cirkel terecht. Dat kan op zijn beurt leiden tot moeite om in slaap te vallen. Het kan ook zo zijn dat moeilijke en negatieve gedachten zowel energie als slaap kosten en kinderen onrustig en druk maakt.




pub