Hantavirose

Laatst bijgewerkt: January 2017

dossier Hantavirose is een infectie door het hantavirus die via verschillende soorten kleine knaagdieren wordt overgedragen op de mens. Deze infectie maakt deel uit van de groep van de zgn. "hemorragische koortsen".
In Europa is de meest voorkomende vorm de "Nephropathia epidemica" (N.E.), een relatief goedaardige vorm. Toch kunnen de symptomen soms ernstig genoeg zijn om de patiënt te hospitaliseren.

Hoe kan men besmet worden?

hantavirose-ros-woelmuis-170-1.jpg
In onze streken is voornamelijk de rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) verantwoordelijk voor de verspreiding van het virus. Dit kleine knaagdier heeft een lengte van 8 tot 12 cm, een rood-bruine rug en grijsachtige flanken en verblijft in loofrijke bossen, in het kreupelhout, aan de rand van wouden, in parken en dringt in de winter soms binnen in woningen.
De geïnfecteerde knaagdieren zelf zijn niet ziekte maar blijven wel drager van het virus en kunnen dit via de urine of de uitwerpselen waarschijnlijk gedurende hun hele leven uitscheiden.
Gevallen van hantavirose doen zich voor wanneer de lokale populatie van knaagdieren talrijk is (om de drie jaar) en/of zwaar geïnfecteerd is door het virus.
Er is een duidelijke toename in 2003, men kan spreken van een epidemie:
in 2000 : 68 gevallen
in 2001 : 110
in 2002 : 51
tot en met oktober 2003 : 114

De mens loopt de besmetting op door direct of indirect contact met knaagdieren of hun uitwerpselen.
De besmetting gebeurt hoofdzakelijk via de luchtwegen, door inhalatie van virusdeeltjes die voorkomen in de uitwerpselen van knaagdieren. Ook contact door een beet van een geïnfecteerd knaagdier kan besmetting veroorzaken.
Er is geen enkele bewijs dat men de ziekte kan oplopen via een persoon die hantavirose heeft.
In België werden de meeste gevallen vastgesteld in de streek tussen Samber-en-Maas, voornamelijk in het arrondissement Thuin, maar ook in de arrondissementen Bergen, Luik, Dinant en Neufchâteau.

Risicofactoren

De voornaamste risicofactoren voor hantavirose zijn :
• direct of indirect contact met knaagdieren (contact met dode of levende knaagdieren, met de uitwerpselen of de resten van knaagdieren, bewerking van besmette tuinaarde of grond);
• houtbewerking, intensieve arbeid in wouden: houthakken, verplaatsen van stronken, ... manipulatie van opgeslagen hout (brandhout)
• werken in woningen: renovatie van oude woningen, reinigen (blootstelling aan stof) van kelders, zolders, provisiekamers of kippenhokken, heropenen van een lokaal dat tijdens de winter gesloten was...
Het occasioneel vertoeven in bossen als vrijetijdsbesteding (wandelingen, toeristische uitstap, jogging) is niet duidelijk verbonden aan een verhoogd risico.

De ziekte wordt meer bij mannen dan bij vrouwen waargenomen. Kinderen onder de 10 jaar worden zelden getroffen.
Houtbewerkers vertegenwoordigen de meest getroffen beroepscategorie (houthakkers, jachtopzieners, plankenzagers, ...). Ook zij die actief zijn in bossen of in de nabijheid van een bos wonen, worden door het virus getroffen.
Personen die reeds hantavirose hebben doorgemaakt, kunnen de ziekte niet meer oplopen aangezien er in hun bloed antistoffen aanwezig blijven die hen beschermen tegen een nieuwe infectie door het virus.

zie ook artikel : Leptospirose of rattenziekte - Ziekte van Weil - Melkerskoorts

Symptomen

123-v-ziek-170_08.jpg
De symptomen doen zich meestal plotseling voor, ongeveer 1 à 4 weken na de besmetting, en kunnen bestaan uit :
• koorts die kan oplopen tot 40°C of rillingen (griepsyndroom),
• hoofdpijn,
• spier- of rugpijn,
• eventueel gezichtsstoornissen en/of oogpijn, van voorbijgaande aard maar typisch.

De diagnose is gebaseerd op de symptomen en laboratoriumonderzoeken (thrombocytopenie). Ze dient bevestigd te worden door het opsporen van de specifieke antilichamen gericht tegen het virus in het bloed van de patiënt.
Letsels ter hoogte van de nieren worden dikwijls slechts vastgesteld na laboratoriumonderzoek (proteinurie, verhoging van het creatinine, ...).

Behandeling

Meestal volstaat het om de koorts en de hoofdpijn te behandelen, bij voorkeur met pijnstillers die enkel paracetamol bevatten; aspirine en vooral niet-steroïde anti-inflammatoire middelen dienen vermeden te worden.
Soms kunnen de nier- en luchtwegaandoeningen ernstige vormen aannemen en moet de patiënt geholpen worden met beademingstoestellen en/of dialyse.
Er worden momenteel vaccins ontwikkeld, voornamelijk bestemd voor de landen waar de ziekte een ernstigere vorm aanneemt.
De vooruitzichten zijn doorgaans gunstig en de patiënt geneest meestal binnen de 2 à 3 weken die volgen op het verschijnen van de eerste symptomen, alhoewel vermoeidheid lang kan aanslepen.

Voorzorgsmaatregelen

Algemene maatregelen (in bossen of in woningen) :
• plastic of rubber handschoenen dragen om levende knaagdieren, hun nesten, hun kadavers of de vallen te hanteren,
• een verband aanbrengen op elke kwetsuur vooraleer een risicovolle activiteit (zie punt 9) te ondernemen,
• altijd met de rug tegen de wind in gaan staan bij het aanraken van knaagdieren, hun uitwerpselen of hun nest of bij het bewerken van hout of aarde,
• diep inademen vermijden als de knaagdieren, hun uitwerpselen of hun nest zich dicht bij uw aangezicht bevinden,
• betreding van gesloten lokalen vermijden;

Bijzondere maatregelen op het niveau van woningen :
• voedingswaren bewaren op plaatsen die onbereikbaar zijn voor knaagdieren,
• de toegang van knaagdieren tot woningen verhinderen (openingen dichtstoppen),
• schuilplaatsen die eventueel door knaagdieren kunnen gebruikt worden verwijderen,
• vallen plaatsen of vergif voor knaagdieren (zgn. rattenvergif) gebruiken,
• bij het sluiten van een lokaal of een buitenhuisje voor de winter u ervan vergewissen dat er geen knaagdieren binnen zitten,
• bij het openen van een lokaal of een buitenhuisje na de winter, nagaan of de plaats niet besmet is door uitwerpselen van knaagdieren; indien dit wel het geval is, eerst de plaats goed verluchten gedurende minimum 30 minuten,
• bij het reinigen van plaatsen besmet door knaagdieren, alvorens te vegen of te stofzuigen (geniet de voorkeur), deze besprenkelen met bleekwater 10% (het virus is gevoelig voor huishoudelijke detergenten, vooral aan bleekwater) of de plaatsen schoonmaken met vodden of dweilen die gedrenkt zijn in een ontsmettingsmiddel; deze dweilen daarna weggooien.

Mevr. G. Ducoffre
W.I.V. - Afdeling Epidemiologie
Tel. : 02/642.57.77
J. Wytsmanstraat, 14
1050 - Brussel


bron: Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
verschenen op : 27/11/2003 , bijgewerkt op 19/01/2017
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt