Reageerbuisbaby heeft nagenoeg dezelfde overlevingskans

Laatst bijgewerkt: maart 2015
123-vr-zw-buik-ivf-reageerbuisb-170-02.jpg

nieuws Reageerbuisbaby's hebben vandaag nagenoeg dezelfde overlevingskans als baby's die op een natuurlijke manier zijn verwekt. Door verbeterde technieken en procedures zijn er steeds minder kinderen die te vroeg worden geboren of met een te laag geboortegewicht, en zijn ook de overlevingskansen steeds beter. Dat blijkt uit een langlopend onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen gepubliceerd in het tijdschrift Human Reproduction.

De onderzoekers analyseerden gegevens van 92.000 baby's uit Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden die tussen 1988 en 2007 via IVF ter wereld kwamen, en vergeleken de gegevens met bijna 500.000 baby's die in dezelfde periode op een natuurlijke manier werden verwekt.

• Tussen 1989 en 2002 was ca. 23% van de IVF-kinderen een tweeling. Vanaf 2002 begon dit aantal te dalen en in 2007 ging het nog om 11,6%.

• Het aantal te vroeg geboren baby's (voor 37 weken), zowel een- als tweelingen, daalde van 28% in 1988-1992 naar 13% in 2003-2007.

• In de periode 1988-1992 werd ongeveer een op de acht IVF-eenlingen (13%) te vroeg geboren, vergeleken met slechts een op de twintig baby's (5%) die op een natuurlijke manier werden verwekt. In de periode 2003-2007 was dit cijfer voor IVF-eenlingen gedaald naar 8%.

• Bij de IVF-tweelingen daalde het aantal vroeggeboorten in dezelfde periode van 50 naar 47%, bij de natuurlijk verwekte kinderen was er een stijging van 42 naar 44%.

• Het aantal IVF-eenlingen met een laag geboortegewicht halveerde tussen 1988-92 en 2002-2007 (van 7,6 naar 3,2%), bij de tweelingen was er een daling van 17 naar 14%.

• Bij de IVF-eenlingen daalde het aantal doodgeboren kinderen in dezelfde periode van 0,6 naar 0,3%, het aantal kinderen dat binnen het jaar overleed van 1 naar 0,3%. Bij natuurlijk verwekte kinderen bleef het percentage doodgeboorten stabiel op 0,3%, het aantal overlijdens binnen één jaar daalde van 0,5 naar 0,2%.

• Bij IVF-tweelingen daalde het aantal doodgeboren kinderen van 1 naar 0,5% en het aantal overlijdens in het eerste levensjaar van 2,6 naar 1,2%. Bij natuurlijk verwekte tweelingen bleef het aantal doodgeboren kinderen stabiel op minder dan 1%, het aantal overlijdens binnen het eerste jaar daalde van 2,4 naar 1,5%.

De onderzoekers schrijven de positieve evolutie toe aan verbeterde technieken (o.m. minder ovariële stimulatie, andere hormonen enzovoorts), maar vooral aan het feit dat er bij de eerste twee pogingen slechts één embryo teruggeplaatst om de kans meerdere baby's zo klein mogelijk te houden. Bij een meerlingzwangerschap is er een verhoogd risico op complicaties.




pub