Wat kan je doen tegen vermoeidheid achter het stuur?

Laatst bijgewerkt: april 2019

dossier

Het grootste gezondheidsrisico op reis bestaat niet uit infecties of allerlei tropische ziekten maar uit ongevallen, en dan vooral verkeersongevallen. Bij verkeersongevallen mag de rol van vermoeidheid bij bestuurders niet worden onderschat. Ruim 20 procent van alle ernstige ongevallen is te wijten aan vermoeidheid achter het stuur. Vermoeid achter het stuur kruipen is dan ook even gevaarlijk als met alcohol rijden. De combinatie van beide maakt het nog gevaarlijker. 
Uit onderzoek van het VIAS blijkt bovendien dat bijna 5 procent van de Belgische automobilisten in de loop van de voorbije 24 u geconfronteerd is geweest met vermoeidheid achter het stuur. 
Vermoeidheidsongevallen zijn niet alleen een kwestie van te lang achtereen doorrijden: ook slecht of te kort slapen, stress, of tijd van de dag kunnen vermoeidheid veroorzaken. 

Welke gevolgen voor het rijgedrag?

123-man-auto-moe-ongeval-05-15.png
Die gevolgen worden door de bestuurders vaak geminimaliseerd, hoewel de gevolgen vergelijkbaar zijn met die van rijden onder invloed van alcohol: 
  • moeite om de rijweg aan te houden; 
  • langere reactietijd;
  • microslaapjes;
  • afgenomen aandacht; 
  • moeilijkheid om een constante snelheid aan te houden. 

Waardoor wordt vermoeidheid veroorzaakt?

Vermoeidheid kent vele oorzaken. Vroeger werd vermoeidheid vrijwel uitsluitend in verband gebracht met de tijd die men met een bepaalde taak bezig is, bijvoorbeeld de tijd dat men achter het stuur zit. Echter, uit onderzoek zijn ook andere, minstens zo belangrijke, factoren geïdentificeerd.

Slaaptekort
Dit slaaptekort kan chronisch of acuut zijn.
- Een chronisch slaaptekort is het gevolg van te weinig slaap over een lange periode. Gemiddeld genomen heeft de mens 8 uur slaap per 24 uurscyclus nodig. Naast de kwantiteit is ook de kwaliteit van de slaap van groot belang. Wanneer er regelmatig onderbrekingen optreden in de slaap leidt dit, net als te weinig slaap, tot het ontstaan van een chronisch slaaptekort. De slaapkwaliteit wordt onder andere beïnvloed door slaapstoornissen – bijvoorbeeld slaapapneu (tijdelijke ademstilstand tijdens het slapen) en narcolepsie (de neiging om plotseling in slaap te vallen) – maar ook als bijwerking van chronische ziekten en/of medicatie, of door externe factoren zoals een lawaaierige of oncomfortabele slaapomgeving.
- Een acuut slaaptekort ontstaat al na één slechte of korte nacht.

Bioritme
Vermoeidheid of slaperigheid kan ook ontstaan zonder dat er sprake is van een slaaptekort. Deze vorm van vermoeidheid hangt meestal samen met de dagelijkse slaapcyclus of het bioritme. Dit houdt in dat het menselijk lichaam op bepaalde tijden van de 24 uurscyclus een grotere behoefte heeft aan slaap dan op andere tijden. Dit is het meest en het langst het geval vroeg in de ochtend (tussen middernacht en 6 uur 's ochtends) en, minder diep en korter, ongeveer 12 uur later (tussen 2 en 4 uur in de middag). Op die momenten bestaat er een natuurlijke neiging om te slapen. Als daar niet aan toe kan worden gegeven, ontstaat een gevoel van slaperigheid.

Andere

Leeftijd, lichamelijke conditie, het gebruik van alcohol, externe factoren zoals temperatuur, lawaai, vibraties, en ook de routine die iemand met een taak heeft zijn factoren die indirect van invloed zijn. Verveling, bijvoorbeeld omdat men lange tijd in zijn eentje op een saaie weg rijdt, veroorzaakt op zichzelf geen vermoeidheid of slaperigheid, maar kan er wel voor zorgen dat de gevolgen ervan zich eerder manifesteren. 

Voortekenen van vermoeidheid

Vermoeidheid en slaperigheid kunnen door bestuurder op tijd opgemerkt worden aan de hand van de volgende signalen: 
Moeilijkheid om het hoofd recht te houden; 
Bij herhaling geeuwen; 
Zware oogleden en prikkende ogen; 
Moeilijkheid om een constante snelheid aan te houden; 
Concentratieproblemen; 
Onsamenhangende gedachten; 
Toename van de ‘zelfgecentreerde’ gebaren’. 
Al lijkt het zelf beoordelen van de staat van vermoeidheid op basis van deze signalen evident, toch blijkt uit onderzoek dat bestuurders de neiging hebben om de risico’s van vermoeidheid achter het stuur te onderschatten.

Hoe kan je vermoeidheid achter het stuur voorkomen?

123h-diabetes-autorijden-rijbewijs-12-18.jpg

Slaap overvalt mensen beslist niet alleen bij lange ritten, ook tijdens ritten van minder dan een half uur kan men in slaap vallen. Bij rijden in het donker is het risico nog groter omdat bij vermoeidheid het zicht slechter wordt.

• Ga uitgerust op weg. Al na één slechte of korte nacht is er sprake van een acuut slaaptekort. Eén slapeloze nacht staat gelijk aan de invloed van 0.9-1.0 promille alcohol in je bloed. 
- Stap liever niet achter het stuur na een nachtje stappen, zeker niet als je ook gedronken hebt.
- Zorg dat je volledig uitgerust bent als je op vakantie vertrekt. Gun jezelf enkele nachten een goede nachtrust, en zeker de nacht voor je vertrek. Onmiddellijk na de dagtaak vertrekken of na een dagje skiën terugreizen, is sterk af te raden.

• Gebruik voor en tijdens een lange autorit zeker geen alcoholische dranken, wel vruchtensappen, melk of water of sprankelende frisdranken.

• Hou rekening met je biologische klok. Vertrek op een ogenblik dat je gewend bent met de auto te rijden en je je fris en alert voelt. Concreet is dit voor de meesten tussen 07.00 en 19.00 uur. Veel verkeersongevallen waarbij slaperigheid een rol speelt, gebeuren tussen 14.00 en 16.00 uur, de periode waarin onze waakzaamheid vermindert. Ook ’s nachts tussen 02.00 en 06.00 uur lopen we een hoger risico.

• Stop regelmatig, ongeveer om de twee uur of om de 200 kilometer. Ben je na de middag slaperig, doe dan een dutje van ongeveer twintig minuten. Rondwandelen en stretchoefeningen in de frisse lucht helpen om je fitter te voelen.

• Vermijd – indien mogelijk – om alleen te rijden. Als een passagier ook kan rijden, geef dan om de 200 kilometer het stuur over. Vraag je passagier om je te waarschuwen wanneer je tekenen van vermoeidheid begint te vertonen.

• Rij liever niet ’s nachts. Zelfs al is er ’s nachts weinig verkeer, je rijvaardigheid is opmerkelijk slechter, waardoor het risico op een ongeval veel groter wordt, zo blijkt uit onderzoek. Vooral in de vroege ochtend (rond 03.00 uur) is er een uitgesproken achteruitgang van de rijprestaties. Op de Franse snelwegen doen bijvoorbeeld 39% van de ongevallen zich ’s nachts voor en vallen er 49% van de dodelijke slachtoffers, terwijl slechts 10% van het verkeer in die periode rijdt. Lange ritten ’s nachts zijn dus zeker af te raden.

• Let er op dat de passagier voorin altijd wakker is. Het wordt dubbel zo moeilijk als de passagier rechts van je ligt te slapen. Wissel van plaats, zodat de slapers achterin de wagen liggen. • Rijden in de sneeuw of op glad wegdek vergt extra concentratie en zorgt dat je sneller vermoeid raakt. Las dus extra pauzes in om geconcentreerd te blijven of wissel sneller met een medereiziger om de auto te besturen.

• Zet geen verwarming aan. Trek een extra trui aan als je het koud hebt. Airco in de wagen helpt je om fris te blijven.

Wat doen als je je vermoeid/slaperig voelt?

• Vertrouw niet op allerlei ‘lapmiddeltjes’ om wakker te blijven. Sneller rijden, muziek keihard zetten, koffie drinken en het raam open zetten, geven je even het gevoel alerter te zijn, maar hun effect is kortstondig. Gebruik zeker geen stimulerende geneesmiddelen.

• Het enige dat écht helpt is slapen. Onderzoek heeft aangetoond dat kort slapen (max. 15 minuten) de beste manier is om uit te rusten. Langer slapen heeft geen zin, de slaap van de bestuurder is dan zo diep dat hij niet gemakkelijk meer uit de diepe roes kan komen en juist meer versuft achter het stuur zit. Tijdens een zogenaamde powernap van twintig minuten bouw je de meeste krachten op. Slaap je minder dan een kwartier dan werkt de slaap niet. Slaap je meer dan een half uur, dan neemt de vermoeidheid alleen maar toe. In dat geval is het beter om ter plaatse te blijven slapen…

Als je merkt dat je één van deze tekenen vertoont, neem dan een rustpauze of laat het rijden over aan een andere passagier die wel nog uitgerust genoeg is:
• Moeite om het hoofd recht te houden;
• Herhaald geeuwen;
• Zware oogleden en prikkende ogen;
• Moeite om een constante snelheid aan te houden;
• Moeite om de auto in het midden van het rijvak of zelfs op het eigen rijvak te houden;
• Concentratiestoornissen;
• Onoplettendheid met betrekking tot de verkeerssignalisatie.

Indien je deze signalen negeert, loop je het risico om in slaap te vallen. Bij zware oogleden en knikkebollen ben je eigenlijk al te laat: je bent dan al bijna in slaap gevallen.

Wat is het nut van vermoeidheidsdetectoren?

Recent doken bepaalde toestelletjes op om slaperigheid te detecteren. Bedoeling daarvan is om de bestuurders te helpen hun toestand van vermoeidheid te beoordelen en hen ervan te overtuigen om op tijd halt te houden. Hoewel bepaalde van die in het voertuig ingebouwde toestellen goed lijken te werken blijven ze voorbehouden aan diegenen die zich de aankoop kunnen veroorloven van een nieuwe wagen die met een dergelijk systeem is uitgerust. Als alternatief voor de ingebouwde systemen biedt de markt ook tal van ‘draagbare’ systemen aan die vaak goedkoper zijn.

VIAS onderzocht recent de subjectieve reactie van gebruikers op de waarschuwingen van drie ‘draagbare’ detectoren van slaperigheid achter het stuur, die gebruikt werden in ree¨le omstandigheden. De studie toont aan dat de geteste ‘draagbare’ toestellen de bestuurders niet beter bewust maken van hun toestand van vermoeidheid noch van de risico’s die daarmee gepaard gaan: 
De bestuurders die hebben meegewerkt aan de studie vinden allen dat ze hun toestand van vermoeidheid correct kunnen inschatten. Bijgevolg lijken ze meer vertrouwen te stellen in hun eigen capaciteit om slaperigheid op te merken en het tijdstip te bepalen waarop een pauze zich opdringt dan in de capaciteit van het toestel. Op die manier worden zelfs van het als betrouwbaarst bestempelde toestel slechts 14,9 procent van de waarschuwingen terecht bevonden. 
Zelfs bij een als terecht beoordeeld alarmsignaal is de reactie van de gebruiker doorgaans niet gepast. De gebruikers blijven dus de voorkeur geven aan interventies ‘in de wagen’ boven de oplossingen waarvan de efficie¨ntie vaststaat: pauzeren en een dutje doen. 
De efficiëntie van bepaalde systemen lijkt beperkt: bij bepaalde modellen tellen we teveel valse positieven en bij andere volgt op een nochtans vergevorderde vermoeidheid geen waarschuwing. 
De slaperigheidsdetectoren hebben de bestuurders er niet toe aangezet om hun rijgewoonten te wijzigen. 

Bronnen: 
Vias - slaperig achter het stuur
Vias - draagbare detectoren tegen slaperigheid achter het stuur
Go for Zero
www.swov.nl
www.rijksoverheid.nl



verschenen op : 03/05/2019


pub