Gezondheidsexperts twijfelen aan effect van suiker- of vettaks

Laatst bijgewerkt: januari 2015
123-geld-100euro-170-01.jpg

nieuws Eén Belg op twee is te dik, zo blijkt uit de recentste Gezondheidsenquête. Nog alarmerender: inmiddels heeft ook één kind op vijf overgewicht. Meteen stellen beleidsmakers de vraag of het geen tijd is voor een vettaks of een suikertaks. Volgens experts van de KU Leuven heeft een dergelijke taks echter weinig zin.

Wetenschappelijk onzin
“Het labelen van bepaalde voedingsmiddelen als ‘goed’ of ‘slecht’ is wetenschappelijk gezien onzin," zegt voedingsexpert Theo Niewold. "Vet is op zich niet slecht, suiker is niet slecht. In de wetenschap telt alleen ‘hoeveelheid’. Je kan je ook uitstekend obees eten aan appels, als je je niet inhoudt. In een land als India zijn veel vegetariërs te dik. En daar draait het toch om: dat we te dik worden, of dat nu van suiker, vet, of iets anders is?”
“Als je dan een bepaald soort voedsel extra gaat belasten, geef je het verkeerde signaal. Ik vind vet op zich heerlijk, daar zitten de meeste smaakstoffen in. Waarom zou ik daar meer voor betalen als mijn buurman zich volstouwt met suikers? De enige ‘eerlijke’ manier van belasten zou zijn: wie te zwaar is, extra belasten, een soort BMI-taks – dat is in de VS trouwens ooit een serieus voorstel geweest.”

Stilzitten is het echte probleem
“Nee, zo’n taks gaat voorbij aan het echte probleem: we eten teveel voor onze sedentaire levensstijl. Mijn voorouders aten spek met stroop als ontbijt, en dat was geen enkel probleem, want daarna stonden ze de hele dag sloten te graven. Ik herinner me nog heel goed toen mijn vader de overstap maakte van de dienstfiets naar de dienstwagen: hij schoot van 80 kilo naar 110 kilo, want verder veranderde er niets aan zijn levensstijl: hij bleef dooreten zoals vroeger. Als we dus iets moeten doen, dan is het niet het eten in de supermarkt meer belasten, maar de parking van die supermarkt op 500 meter van de ingang leggen.”

“In de VS is men ook obees geworden op het moment dat de hele openbare ruimte voor de wagen werd ingericht. Plots was het niet meer mogelijk om de kinderen naar school te laten fietsen. Die totale inactiviteit is nefast, je krijgt al massale obesitas bij de jeugd. Dat is ook hier aan het gebeuren: het verkeer is te gevaarlijk, je zet je kind overal met de auto af, zelfs bij de sportclub. Maar ingrijpen in de openbare ruimte, dat kost enorm veel geld, en dat ligt politiek veel moeilijker – ook al zou het effectiever zijn.”

“Een vettaks als deel van een groter plan? Nee, sorry: dat zou nog altijd symboolpolitiek zijn. Dan leg je nog altijd de schuld ergens anders dan waar het echt om draait. Dat verschilt in niets van dieetgoeroes die zeggen dat aardappels slecht zijn en havermout goed. Mensen zijn gewoontedieren, en een gewoonte verander je niet met een vettaks. Dat valt in de categorie ‘te makkelijke oplossingen’.”

Meer onderzoek
Volgens econoom Erik Schokkaert kan men maar beter goed onderzoeken wat de effecten zijn van een dergelijke taks alvorens die wordt ingevoerd. "Vandaag weten we dat echt nog niet voor België. Welke producten gaan we belasten? Als we vet belasten, zal het verbruik dan niet gewoon verschuiven, van vet naar suiker? Wat is het inkomenseffect: zal zo’n maatregel de lagere inkomens niet veel zwaarder treffen dan hogere? Zo’n taks kan ook maar deel uitmaken van een breder pakket aan maatregelen, enkel de prijzen aanpassen lijkt me niet voldoende.”

“Ik ben niet tégen sturende belastingen, al vinden sommigen die betuttelend, en niet de taak van de overheid. Roken is een goed voorbeeld. De overheid legt accijnzen op om de levensstijl te beïnvloeden. Natuurlijk is dat voor een stukje paternalistisch, maar verder behoeft het weinig discussie dat de overheid hier een rol moet spelen: roken is niet alleen voor de roker zelf, maar ook voor de omgeving ongezond.”

“Maar bij tabak tonen hoge accijnzen ook meteen hun beperkingen: wie verslaafd is, blijft vaak gewoon roken, duur of niet duur. De afgelopen decennia zijn steeds meer vrouwen gaan roken, ondanks de steeds hogere taksen. De emancipatie kan hier een belangrijke rol gespeeld hebben. En zo zullen er altijd sociale mechanismen zijn die sterker zijn dan een eenvoudige prijsverhoging.”
“Zoals gezegd: het geheel moet vooral kloppen. De effecten van een kilometerheffing op het milieu lijken me stukken evidenter dan die van een geïsoleerde vettaks op de obesitasproblematiek. Zolang we, ik noem maar wat, nog toelaten om frisdrankautomaten in middelbare scholen te plaatsen, lijken ideetjes als een vettaks of een frisdranktaks me niet echt prioritair.”

Smaakvoorkeuren
Volgens gezondheidspsycholoog Omer Van den Bergh werkt zo’n vettaks vooral bij dat kleine deel van de bevolking dat ‘geldgevoelig’ is, en dan nog alleen als je het voedsel fors duurder maakt: 30 procent of meer. "Dat verbaast me eerlijk gezegd niet. Want wat antwoorden mensen als je hen vraagt waarom ze eten wat ze eten? Met stip op één: ‘Omdat ik het graag lust’; en op twee, drie en vier: ‘Omdat het gezond is, goedkoop en gemakkelijk’. En wat we graag lusten, dat is biologisch gezien vooral zoet en vet voedsel. Vroeger was dat geen enkel probleem, maar tegenwoordig leven we in een land van melk en honing, met spotgoedkoop voedsel op elke straathoek, en een motor onder je kont voor elke verplaatsing. Onze maatschappij is ‘obesogeen’ georganiseerd.”

“Toch valt er wat aan te doen: onze smaakvoorkeur is dan wel aangeboren, maar niet onveranderbaar. Het grootste deel van ons eetgedrag is aangeleerd en vastgelegd door gewoontevorming. Veel volwassenen hebben geleerd om bitter en pikant heerlijk te vinden. En daar zit volgens mij een grote fout: we doen tegenwoordig bijzonder weinig met dat aanleren, we beschouwen wat we lekker vinden te veel als ‘gegeven’. Meer zelfs, de dingen die we toch al graag lusten en waar we beter minder zouden van eten, maken we nog lekkerder.”

“Je moet van jongs af smaakvoorkeuren voor gezonde dingen aanleren en promoveren tot gezonde gedragsgewoontes. Goede gewoontes hebben de neiging te blijven bestaan. Slechte ook trouwens: de invloed van kennis over calorieën en voedingsstoffen op het gedrag wordt schromelijk overschat. Die steak au poivre smaakt nog altijd even lekker, ook al ken je het aantal calorieën. Dus is het niet onzinnig om kinderen wortels te ‘verkopen’ door ze in snoeppapiertjes aan te bieden, of voorkeur voor witloof aan te leren door eerst suiker toe te voegen en vervolgens te verminderen.”
“Trouwens, als we dan toch bewust voor ‘gezond’ kiezen, doen we dat vaak heel irrationeel. Op een pakje ‘cholesterolvrij’ zien staan is al voldoende om het in het winkelmandje te leggen, ook al zitten er massa’s calorieën in. We zijn luie informatieverwerkers. En bedrijven spelen daarop in door de grens tussen medicatie en voeding steeds troebeler te maken. Je eet geen yoghurt, maar je eet ‘actieve bifidus’, en je drinkyoghurtje ziet eruit als een shotje medicijnen: dat is allemaal geen toeval.”

“Om maar te zeggen: ons koop- en eetgedrag is héél complexe materie. Wil je mensen richting gezond en gevarieerd sturen, dan heb je een coherent programma nodig: educatie, adverteren, aanbod, enzovoort. Alleen met een vettaks los je zoiets niet op.”


bron: http://nieuws.kuleuven.be
verschenen op : 04/02/2015


pub