Snurken: oorzaken en behandelingen

Laatst bijgewerkt: oktober 2019
In dit artikel
Snurken: oorzaken en behandelingen

dossier

Snurkgeluiden ontstaan door een vernauwing in de luchtweg tussen de neus en de stembanden. Meestal gaat het om een vernauwing van de huig (de overgang van de neus- naar de keelholte) of het gedeelte van de keelholte achter de tong ten gevolge van de spierverslapping tijdens de slaap. Tevens kan, vooral wanneer men op de rug ligt, de tong naar achter zakken, waardoor de ruimte nog verkleind wordt.

Door deze vernauwing ontstaat bij het inademen een onderdruk in de keel waardoor het zachte gehemelte met de huig, de tong en de wanden van de keelholte naar elkaar worden gezogen en gaan trillen. Je kan het vergelijken met het leeglopen van een ballon waarbij de lucht door de smalle opening wordt geperst die daardoor gaat trillen en een snerpend geluid maakt. 

Sommige mensen snurken erg luid. Snurkgeluiden variëren in intensiteit van 40 tot meer dan 80 decibel, wat even luid is als bijvoorbeeld hard geschreeuw. De maximale toelaatbare grens voor nachtelijk geluid in de woning bedraagt 45 decibel. 

Luid snurken kan de oorzaak zijn van een gestoord slaappatroon bij de bedpartner of bij de snurker zelf. Dat kan leiden tot vermoeidheid en slaperigheid overdag, prikkelbaarheid, concentratieproblemen...

Wie snurkt er?

Snurken komt zowel voor bij kinderen (vooral kleuters) als bij volwassenen. De kans op snurken neemt toe met de leeftijd, vanaf ongeveer 40 jaar.

Naar schatting snurkt ongeveer één op tien kinderen. Op volwassen leeftijd snurken ongeveer 20 tot 40 % van de vrouwen en 40 tot 60 % van de mannen, afhankelijk van de leeftijd. Snurken komt dus bijna tweemaal meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Maar vrouwen maken wel een inhaalbeweging na de menopauze. Tot 10 % van de snurkers lijdt ook aan slaapapneu.

Risicofactoren

Sommige factoren verhogen de kans op snurken. 

• In sommige families komt snurken veel en op jongere leeftijd voor. Waarschijnlijk ligt dit aan een erfelijk bepaalde nauwe keelholte.

• Ouderdom: als we ouder worden, verslappen de spieren steeds iets meer.

• Overgewicht: er zit dan meer vetweefsel in de keelholte.

• Roken: Onderzoek toont aan dat er bij mensen die roken twee keer zoveel snurkproblemen voorkomen als bij niet-rokers. 

• Gebruik van alcohol, zeker vlak voor het slapengaan: alcohol zorgt voor verslapping van spieren van de mond, de tong en keel. Door verslapping kan de tong naar achteren zakken, vooral als je op je rug ligt.

• Sommige geneesmiddelen zoals slaap- en kalmeermiddelen, sommige geneesmiddelen tegen allergie: deze zorgen ook voor verslapping van de spieren, net als alcohol.

• Afwijkende bouw van de bovenste luchtwegen  
- afwijkingen van de onderkaak, de bovenkaak of het kaakgewricht;
- een (aangeboren) lang, slap of dik gehemelte of huig;
- te grote amandelen (vooral bij kinderen), te grote tong.

• Verstopping van de neus, bv. door allergie, verkoudheid, neuspoliepen of als het neustussenschot niet goed staat.

• Verzwakking van de keelspieren die de keelopening open houden. 

• Een te traag werkende schildklier: dit maakt de verslapping van de tong, het gehemelte en de keelspieren tijdens de slaap erger.

• Slapen in ruglig: hierdoor zakken het zachte gehemelte, de huig en de tong naar achteren. Dit verhoogt niet alleen de kans op snurken, maar ook op luider gesnurk. 

• Reflux: maagzuur irriteert de slijmvliezen waardoor ze dikker worden en u makkelijker snurkt. 

• Ademen door de mond.

• Soms is de tandprothese een oorzaak van snurken. Dit is gemakkelijk na te gaan door eens zonder te slapen.

Wat kan je zelf doen?

Met bepaalde maatregelen kan je het snurken verminderen.
• Vermijd alcoholgebruik vanaf twee uur voor het slapen.
• Gebruik geen zware maaltijd vlak voor het slapen.
• Stop met roken.
• Streef naar een goed lichaamsgewicht door gezond te eten en voldoende te bewegen.
• Zorg voor een regelmatig leefpatroon, waarbij eventuele slaap-middelen en kalmerende middelen niet meer nodig zijn.
• Middeltjes zoals kinbanden om de mond gesloten te houden, pleisters om de neus open te houden, elektrische apparaatjes die een stroomstootje geven als het snurken begint (zoals 'Snurkstop'), mondbeugels, een tennisbal in de rug van de pyjamajas naaien om te voorkomen dat de snurker op de rug gaat liggen, ... hebben meestal weinig effect, maar hebben wel soms tot gevolg dat de snurker slecht slaapt en overdag moe is.

Behandeling

De behandeling van snurken is uiteraard afhankelijk van de preciese oorzaak.
Naast de hygiënische maatregelen (zoals geen alcohol voor het slapengaan, afslanken, geen slaap- of kalmeermiddelen, niet slapen op de rug...) kan bij ernstige klachten de oorzaak worden weggenomen, al dan niet door een operatie.
Ligt de oorzaak in de neus (bv. een scheef neustussenschot, poliepen...) dan kan dit meestal operatief opgelost worden. Bij kinderen (en soms ook bij volwassenen) kan het snurken worden opgelost door keel- en/of neusamandelen te verwijderen.
Meestal moet de oorzaak echter gezocht worden in een te nauwe overgang van de neus- naar de keelholte. In dat geval bestaan een aantal heelkundige technieken.

grote-huig.jpg

Huig die te 'groot' is

• Uvulo-palato-pharyngo-plastiek (UPPP). Hierbij worden het huigje (uvula), het zachte gehemelte (palatum molle) en het eerste deel van de keel (pharynx) van vorm veranderd (plastiek). Bij UPPP worden de huig en, indien nog aanwezig, de keelamandelen verwijderd. Verder wordt het zachte gehemelte 'gereefd'; min of meer zoals dat ook bij een zeil van een schip gebeurt, waardoor het volume van het gehemelte afneemt door er een reepje tussenuit te halen. Deze ingreep gebeurt polyklinisch. Hij kan ook met een laser worden uitgevoerd ('laser-assisted-uvulo-plastiek' of LAUP). Bij 9 op 10 mensen verdwijnt hierdoor het snurken. Het kan na verloop van tijd wel terug optreden. Voornaamste nadeel van deze ingreep is de erge pijn bij het slikken tijdens de eerste weken.
• Gecontroleerde littekenvorming (somnoplastiek). Hierbij wordt de huig en het zachte gehemelte stijver gemaakt met behulp van naalden die via elektrodes worden verhit. Deze ingreep is minder pijnlijk dan UPPP, maar de resultaten zijn minder goed.
Wanneer het snurken ontstaat aan de achterzijde van de tong of het strottenklepje, dan kan via gelijkaardige technieken een stukje van de tong worden verwijderd of kan door gecontroleerde littekenvorming de achterkant van de tong stijver worden gemaakt.

• Er bestaat tegenwoordig ook een soort prothese (Mandibulair repositie apparaat of MRA) die over de tanden wordt geschoven en die de onderkaak naar voren houdt tijdens het slapen. Omdat de tong vastzit aan de onderkaak, blijft de tong beter op zijn plaats en zakt minder gemakkelijk in de keel. Er bestaan verschillende modellen van deze MEA die bij zeven op tien mensen zou werken. Nadeel is dat ze elke nacht moet worden gedragen, dat ze pijn kan veroorzaken en dat ze niet kan worden gebruikt bij mensen met een kunstgebit.

Bronnen:
https://www.uza.be/behandeling/snurken
http://www.cm.be/ziekte-en-behandeling/klachten-en-ziekten/snurken/naar-arts.jsp
http://www.kno.be/patienteninfo/snurken.html
http://www.nko-beveren.be/Informatie/article/Slaapapneu
https://www.apneuvereniging.be/snurken
https://www.thuisarts.nl/snurken/ik-snurk-erg
http://www.nhs.uk/Conditions/Snoring/Pages/Introduction.aspx
http://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/snoring/basics/definition/con-20031874



verschenen op : 02/10/2003 , bijgewerkt op 21/10/2019


pub