Gehoor van 1 miljoen baby’s getest

Laatst bijgewerkt: november 2019

nieuws Kind en Gezin heeft tot nu toe bij 1 miljoen baby's een gehoortest uitgevoerd om aangeboren gehoorafwijkingen tijdig op te sporen. 97% van alle pasgeborenen in Vlaanderen krijgen een gehoortest aangeboden, 94% wordt door de regioverpleegkundigen van Kind en Gezin getest. Als de eerste gehoortest geen normaal gehoor kan aantonen, wordt het kind opnieuw getest. Bij een tweede afwijkend testresultaat worden de ouders met hun baby verwezen naar een gespecialiseerde dienst (referentiecentrum gehoor) waar verdere testen moeten uitwijzen of er een aangeboren permanent gehoorverlies is.

Aangeboren gehoorverlies komt voor bij 1 tot 3 kinderen per 1.000. Vroegtijdige screening is belangrijk om spraak- en taalontwikkeling van deze kinderen maximaal te ondersteunen. Hiervoor is voor de leeftijd van 1 maand een test nodig en voor de leeftijd van 3 maanden een diagnose. Hoe jonger het gehoorprobleem vastgesteld wordt, hoe sneller de begeleiding en ondersteuning van de ouders en het kind opgestart kan worden. Dat kan zowel het aanleren van gebarentaal zijn als het implanteren van een cochleair implant met de bijhorende revalidatie.

Sinds 1998 screent Kind en Gezin pasgeborenen van ongeveer vier weken oud op aangeboren gehoorafwijkingen met behulp van zogenaamde automatische hersenstam audiometrie (A.A.B.R. of Automated Auditory Brainstem Responstechnologie). Vlaanderen was in 1998 een van de eersten in de wereld met een universeel programma voor neonatale gehoorscreening. Sinds het begin van het screeningsprogramma werden 5.225 of 0,53% van de geteste kinderen verwezen. Hiervan kregen in totaal 2.003 kinderen de diagnose van een lichte tot ernstige aangeboren, permanente gehoorstoornis. In de overige groep die verwezen werd, blijkt dat de helft van die baby’s lijdt aan een tijdelijk gehoorprobleem op het moment van de test.






pub