Waarom is Respiratoir Syncytiaal virus (RSV) gevaarlijk voor baby's?

Laatst bijgewerkt: februari 2019
anatom-bronchien-longen-rsv-bronch-05-15.jpg

nieuws Het Respiratoir Syncytiaal virus (RSV) is een zeer besmettelijk verkoudheidsvirus verwant aan het griepvirus. Het RSV is net als griep seizoensgebonden: het komt vooral voor in de wintermaanden, van oktober tot maart, met een piek in december.

Het RSV is de belangrijkste oorzaak van luchtweginfecties bij jonge kinderen: Ongeveer 70% van alle kinderen wordt in het eerste levensjaar besmet met RSV, op de leeftijd van 2 jaar zijn bijna alle kinderen besmet geweest met RSV.
Ongeveer 1 à 2 % van deze kinderen moet in het ziekenhuis worden opgenomen. Hoe jonger het kind, hoe groter de kans op hospitalisatie.
Ook komen veelvuldig herinfecties voor: een eenmalige infectie met RSV biedt geen blijvende bescherming. Dit betekent dat RSV hetzelfde seizoen of in de jaren nadien kan terugkomen, weliswaar meestal in een mildere vorm.

Ziekteverschijnselen door een RSV-infectie
Een RSV-infectie lijkt in het begin erg op een verkoudheid:
• een verstopte neus,
• neusloop,
• piepende ademhaling,
• droge hoest,
• soms lichte koorts.

Bij uitbreiding van de infectie naar de lagere luchtwegen (bronchi) kunnen, vooral bij jonge kinderen, na 1 tot 3 dagen bijkomende klachten optreden:
• ademhalingsmoeilijkheden met versneld ademen, ingetrokken neusvleugels bij het ademen en piepende ademhaling tot ernstige benauwdheid;
• blauwe verkleuring van lippen, handen en voeten (cyanose);
• Bij zuigelingen onder de twee maanden, kan het virus apnoes veroorzaken (dwz het kort stoppen van ademen).
• verminderde eetlust;
• braken;
• koorts;
• uitdrogingsverschijnselen (bleekheid, sufheid...).

Een RSV-infectie kan zeer snel verergeren en het kind kan snel erg ziek worden. Het is daarom belangrijk het kind goed in de gaten te houden: hoe de ademhaling evolueert, of het drinken achteruitgaat...
Neem dringend contact op met uw huisarts als uw baby ademhalingsmoeilijkheden heeft of als tong en lippen of huid blauw worden.

RSV is gevaarlijk voor baby's
Iedereen kan besmet worden, maar een RSV-infectie kan ernstig zijn voor jonge kinderen, vooral dan verzwakte baby’s met een chronische ziekte en vroeg geboren baby’s, met minder goed ontwikkelde luchtwegen en een onrijp immuunsysteem. Het RSV kan namelijk ernstige ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken en evolueren tot een ernstige infectie van de lagere luchtwegen: bronchiolitis (een infectie van de kleinere, lagere luchtwegen) of longontsteking (pneumonie).

• Bij een eerste RSV-infectie vertoont 25 tot 40% van de kinderen symptomen van bronchiolitis. Bronchiolitis is bij kinderen de meest voorkomende ontsteking van de onderste luchtwegen veroorzaakt door dit virus. Hierdoor kunnen bij de premature en kwetsbare borelingen ernstige complicaties, soms met blijvende gevolgen, optreden.
Bronchiolitis is de belangrijkste oorzaak van hospitalisatie van baby’s: ongeveer 2% van de zuigelingen met een RSV-infectie moet opgenomen worden in het ziekenhuis. Bij ex-prematuren en heel jonge kinderen (minder dan 3 maanden oud) ligt dit nog veel hoger. Bij 10% hiervan is opname op intensieve zorgen noodzakelijk.

• Ongeveer de helft van de kinderen tussen 1 en 5 jaar die omwille van een RSV-infectie in het ziekenhuis worden opgenomen, hebben een longontsteking.

• Een RSV-infectie kan bij kinderen een middenoorontsteking (otitis media) veroorzaken.

• Kinderen die op jonge leeftijd een ernstige RSV-infectie hebben doorgemaakt, hebben een verhoogde kans om op latere leeftijd astma of een aanhoudend piepende ademhaling ('wheezing') te krijgen. Volgens sommige studies zou 30 tot 50% van de kinderen die als baby bronchiolitis doormaken, tussen de 2 en 7 jaar astma of een piepende ademhaling hebben. Na de leeftijd van drie à vier jaar groeien de meeste kinderen weer uit die astma-achtige symptomen. Tenminste als allergieën, allergisch eczeem of astma niet in de familie zitten.

• Mogelijk verhoogt een RSV-infectie op jonge leeftijd ook de kans op een allergie voor bepaalde voedingsproducten (eieren) en voor bepaalde allergenen in de lucht (zoals huisstofmijt, pollen, dierenhaar...).

Risicopersonen
Volgende kinderen lopen een verhoogd risico op een ernstige vorm van RSV-infectie:
• prematuurtjes (geboren voor de 35ste zwangerschapsweek);
• baby's jonger dan 6 maanden;
• kinderen jonger dan 2 jaar met een aangeboren hart- of longafwijking;
• kinderen met mucoviscidose;
• kinderen jonger dan 2 jaar met het syndroom van Down;
• kinderen met een verzwakt afweersysteem (door ziekte of na een beenmerg- of een orgaantransplantatie);
• baby’s die vaak aan tabaksrook worden blootgesteld;
• baby’s van wie de moeder astmapatiënte is, vaak bronchitis heeft of die tijdens de zwangerschap heeft gerookt.

Ook bij oudere personen (65+) en volwassenen met een chronische hart- of longaandoening of een immuunstoornis (door een stamcel- of orgaantransplantatie, chemotherapie of het weghalen van de milt) is RSV een van de belangrijkste oorzaken van ernstige luchtweginfecties zoals longontsteking (pneumonie).

Hoe wordt een RSV-infectie behandeld?
Voor de meeste kinderen (en volwassenen) met een lichte infectie is geen specifieke behandeling nodig. Meestal geneest de ziekte na een tiental dagen vanzelf, ook al kan het kind nog enkele weken blijven hoesten en soms wat kortademig zijn.
Belangrijk is vooral om tijdens de eerste dagen de toestand goed op te volgen omdat de ziekte snel kan verergeren en het kind erg ziek kan worden.

• Tegen de koorts (+39°C) kan paracetamol worden gegeven. Bij kinderen die minder dan 7 kg wegen (dat is tot ca. 6 maanden) worden het best suppositoirs gebruikt.

• Het is raadzaam om regelmatig de neus van het kind vrij te maken, en te spoelen met zoutwater. Gebruik, zeker bij jonge kinderen, geen neusdruppeltjes.
• Laat het kind vaak drinken. Forceer het niet om te eten.
• Geef nooit hoestsiroop aan het kind.
• RSV is een virus, waardoor het geven van antibiotica geen zin heeft. Behalve indien ook een bacteriële bijbesmetting wordt vermoed.
• Bij een piepende ademhaling kan de arts aërosols of inhalatiemiddelen voorschrijven om vernauwing van de lage luchtwegen (bronchi) tegen te gaan.
• Rook niet in het bijzijn van het kind.
• Wanneer het kind grote moeilijkheden ondervindt om te ademen of te eten, moet het worden opgenomen in het ziekenhuis omdat er dan hypoxemie (een verminderd zuurstofgehalte in het bloed) en/of dehydratatie dreigt.

In het ziekenhuis kan het kind opgevolgd worden en zo nodig extra zuurstof en/of kunstmatige voeding krijgen. In enkele zeldzame gevallen is kunstmatige ademhaling nodig. Uw kind zal in een isolatiekamer verblijven om verspreiding van het virus tegen te gaan. Dit houdt in dat uw kind op de kamer moet blijven, tot en met het weer naar huis mag gaan. Belangrijk is dat iedereen die op de kamer komt en de kamer verlaat, zijn handen ontsmet met de daarvoor voorziene handontsmetting.
Gewoonlijk zal het kind ongeveer één week in het ziekenhuis moeten blijven. Na thuiskomst uit het ziekenhuis kan het nodig zijn dat het kind nog gedurende enkele weken een aerosol krijgt. U kunt een aerosolapparaat huren of kopen bij de apotheek of uw mutualiteit.

www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Professioneel_Praktisch/Richtlijnen/Infectieziekten/LCI_richtlijnen/LCI_richtlijn_RSV_infectie
www.kindengezin.be



verschenen op : 04/11/2014 , bijgewerkt op 07/02/2019
pub

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Nee, bedankt