Waarom eten we te weinig groenten?

Laatst bijgewerkt: oktober 2014
123-groenten-spies-bbq-veget-2-170-06.jpg

nieuws De aanbeveling om dagelijks voldoende groenten te eten, is wellicht een van de meest wetenschappelijk aanvaarde aanbevelingen. Groenten zijn niet alleen belangrijk voor een goede gezondheid in het algemeen. Ze spelen ook een belangrijke rol ter preventie van chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde vormen van kanker. Toch slaagt het merendeel van de Belgische bevolking er niet in om de aanbevolen hoeveelheid van 300 g groenten per dag te halen. Voor verse groenten blijft het thuisverbruik de laatste jaren stabiel. Voor verwerkte groenten (diepvries, blik en bokaal) is een licht dalende trend te zien.

Hoe komt dat? Het antwoord op die vraag is best complex, zo leert een artikel in voedingsmagazine Nutrinews.

De meest voorspellende parameters om meer groenten en fruit te eten zijn gewoonte, motivatie, geloof in de eigen vaardigheden, kennis en smaakvoorkeuren. De intentie om groenten en fruit te eten wordt vooral bepaald door het geloof in de eigen vaardigheden, sociale invloeden en zelfwaargenomen voor- en nadelen

Inkomen.
Er blijkt een sterk verband tussen het inkomen en de groente- en fruitconsumptie. Mensen met een laag inkomen eten minder groenten en fruit dan mensen met een hoger inkomen. Mensen met een hoger inkomen ervaren de kostprijs ook nog altijd als een barrière om meer groenten en fruit te eten.

Opleidingsniveau
Hoger opgeleiden eten meer groenten en fruit dan lager opgeleiden. Misschien niet echt verwonderlijk aangezien een hogere opleiding vaak samengaat met een hoger inkomen. Andere mogelijke verklaringen zijn dat hoger opgeleiden meer besef hebben van gezonde eetgewoonten, andere waarden en idealen hebben en meer sociale invloeden ervaren.

Geslacht
Vrouwen eten meer groenten en fruit dan mannen. Deze vaststelling is ook al waar te nemen bij kleuters. De precieze reden hiervan is niet duidelijk. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk, bijvoorbeeld de sociale rol van mannen en vrouwen in de maatschappij of het feit dat vrouwen gewoon liever groenten en fruit eten dan mannen.

Leeftijd
Naarmate kinderen en adolescenten ouder worden neemt de consumptie van groenten en fruit af. Bij volwassenen geldt eerder het omgekeerde: de inname stijgt met de leeftijd. Mogelijke verklaringen zijn een hoger inkomen, meer kennis, sociale invloeden en meer tijd om een volwaardige maaltijd te bereiden.
De leeftijd beïnvloedt ook de keuze van de soort groenten. Komkommers, paprika’s, pepers, kerstomaten en nieuwe slasoorten zijn meer in trek bij jongere gezinnen. Selder, bonen, peulvruchten, witloof en witte asperges scoren beter bij oudere gezinnen.

Beschikbaarheid
Een goede beschikbaarheid zoals een eigen moestuin en voldoende winkels in de buurt hebben een positieve invloed op de groente- en fruitconsumptie. Een ruime keuze aan aantrekkelijk gepresenteerde groenten en fruit stimuleert vooral mensen met een hogere socio-economische status om meer groenten en fruit te eten. De beschikbaarheid thuis is zowel van belang voor de groente- en fruitinname van kinderen als van volwassenen. De consument verkiest lokaal geteelde groenten en fruit boven geïmporteerde producten.

Sociale invloed
Het gezin, de leeftijdsgenoten op school en de collega’s op het werk hebben allemaal een sociale invloed op de voedingsgewoonten. Hoe meer sociale steun men ervaart, hoe hoger de groente- en fruitconsumptie.

Gezinssamenstelling
De samenstelling van het gezin beïnvloedt de groente- en fruitinname van kinderen, adolescenten en volwassenen. De groente- en fruitinname is bijvoorbeeld hoger bij gehuwden dan bij alleenstaanden.

Het goede voorbeeld
Vrouwen hebben een belangrijke invloed op de groente- en fruitconsumptie van het gezin. Voldoende groenten voorschotelen is vaak een uitdrukking voor een goede moeder zijn, voor zorg dragen voor. Daarnaast lijken vrouwen ook een positieve invloed te hebben op de variatie, de frequentie en de portiegrootte van de geconsumeerde groenten en fruit van hun echtgenoot.
Familiale factoren lijken meer invloed te hebben op de groente- en fruitinname van mannen dan van vrouwen. Niet verwonderlijk aangezien vrouwen gevoeliger blijken voor gezondheidsboodschappen en ze doorgaans vaker de maaltijd bereiden en boodschappen doen.
De groente- en fruitinname van kinderen hangt nauw samen met de groente- en fruitconsumptie van hun ouders. De inname wordt bevorderd als ouders het goede voorbeeld geven, het gebruik van groenten en fruit stimuleren en samen de gezinsmaaltijd nemen. Kinderen onder druk zetten om meer groenten en fruit te eten wordt afgeraden. Ten slotte zijn goede eetgewoonten op jonge leeftijd een belangrijke voorspeller van de eetgewoonten op latere leeftijd. Wie veel groenten en fruit at als kind zal later meestal ook meer groenten en fruit eten.

Smaakvoorkeuren
Zowel bij volwassenen als bij kinderen speelt de smaakvoorkeur een belangrijke rol. Fruit wordt positiever aanzien dan groenten. Fruit is eenvoudig tussendoor te eten, gemakkelijker te bereiden en ligt meer in de smaak bij kinderen.
Groenten worden beschouwd als minder smaakvol en moeilijker te bereiden. Aan groenten wordt ook een meer noodzakelijk en functioneel karakter toegeschreven. Jonge kinderen kunnen de bittere smaak van sommige groenten maar matig waarderen. Het is echter belangrijk om ook dergelijke groenten te blijven aanbieden zodat ze leren wennen aan nieuwe smaken.

Gebrek aan kennis en kookervaring
Gebrek aan kennis en kookervaring zijn gekende barrières die velen ervan weerhouden om meer groenten en fruit te eten.
De oplossing ligt mogelijk in eenvoudige en praktische adviezen om op een snelle, makkelijke en smakelijke manier meer groenten en fruit te eten zonder dat het meer hoeft te kosten of extra inspanningen vergt.
Mannen hebben vaak minder voedingskennis en zijn zich minder bewust van de voedingsaanbevelingen en van de gevolgen van een ongezond voedingspatroon.
Vrouwen leggen sneller de link tussen een gezond voedingspatroon en meer groenten en fruit eten.

Psychologische factoren
Het geloof in de eigen vaardigden is een belangrijke voorspeller van de groente- en fruitinname bij volwassenen. Veel mensen zijn er onterecht van overtuigd dat ze al voldoende groenten en fruit eten. Daarom zijn ze ook niet van plan om hun consumptie te verhogen.
Een confrontatie met hun gebruikelijke inname is noodzakelijk om hen bewust te maken van de noodzaak tot gedragsverandering. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van (online) voedingstesten zoals de groente- en de fruittest (www.gezondheidstest.be).

Andere barrières
Gebrek aan tijd door bijvoorbeeld onregelmatige werkuren of een drukke levensstijl is een veelgehoord excuus voor een ondermaatse fruit- en vooral ook groenteconsumptie. Fruit is makkelijker uit het vuistje te eten dan groenten.
De voedingsindustrie tracht het gebruiksgemak van groenten verder te verbeteren via een groot aanbod aan voorgesneden groenten en diepvriesgroenten. Verwerkte groenten worden gewaardeerd omwille van hun goede prijs-kwaliteitsverhouding en consistente kwaliteit. Verse groenten worden ervaren als lekkerder en nutriëntrijker.
Om nog meer in te spelen op de barrière tijd is het noodzakelijk om de consument ervan te overtuigen dat verwerkte groenten een volwaardig alternatief zijn voor verse groenten.
Een andere barrière die de consument ervaart is de wisselende kwaliteit en versheid van groenten en fruit. Bij zijn groente- en fruitaankopen houdt hij rekening met de volgende factoren (in dalende volgorde van belangrijkheid):
- de kwaliteit- en versheidsperceptie,
- het uitzicht (belangrijker voor fruit dan voor groenten),
- de veelzijdigheid in gebruik
- de houdbaarheid.

Hoe kan het anders?
Een complexe interactie van determinanten en andere factoren bepaalt de inname van groenten. Dit maakt het niet eenvoudig om doeltreffende interventies te ontwikkelen die zorgen voor gedragsverandering op lange termijn. De inspanningen van de laatste jaren zijn nog onvoldoende gebleken om de groenteconsumptie zodanig te verhogen dat ze tegemoetkomen aan de aanbevelingen.
Op basis van de huidige wetenschappelijke literatuur is het niet evident om een goed overzicht te geven van de “best practices”.
Bewustmaking, de kennis verhogen, vaardigheden aanleren, motiveren en inzichten bijbrengen zijn diverse interventiedoelen die kunnen leiden tot gedragsverandering.

Acties met face-to-facecontact lijken de groente- en fruitconsumptie het meest te beïnvloeden. De klemtoon kan liggen op het overbrengen van informatie, het beïnvloeden van attitudes of normen en/of het aanleren van vaardigheden.
Een individuele benadering is echter niet altijd evident omwille van de hoge kostprijs en arbeidsintensiviteit. Andere communicatiekanalen gebruiken zoals sociale media, gepersonaliseerde (e-mail)berichten, telefoongesprekken en interactieve media zoals videospelletjes kunnen een oplossing bieden.
Bij face-to-facecontact is het belangrijk om zoveel mogelijk advies op maat te geven.

• Een andere manier om de boodschap onder de aandacht te brengen is gebruik maken van massamediale communicatie. De meningen over massamediacampagnes om de groenteconsumptie te verhogen zijn verdeeld. Sommige onderzoekers beschouwen ze als minder succesvol. Anderen zien het als een belangrijk hulpmiddel om tot gedragsverandering te komen. Massamediacampagnes op maat van families zouden het meeste kans op succes bieden.

• Andere mogelijke aanvullende acties om
de groenteconsumptie te verhogen kaderen binnen de pleitbezorging. Bij pleitbezorging gaat het erom een wetgeving, een beleidskader of een organisatorisch klimaat tot stand te brengen of aan te passen dat gezond gedrag en een gezonde omgeving bevorderen. Bijvoorbeeld, acties waarbij invloedrijke organisaties zoals de overheid, de industrie en de detailhandel betrokken zijn.

• Ten slotte is er ook nood aan acties die erop gericht zijn om voorzieningen te creëren of aan te passen die ertoe bijdragen dat de gezonde keuze ook de voor de hand liggende keuze wordt. Bijvoorbeeld, moestuinen promoten, het gebruiksgemak en de beschikbaarheid verbeteren in winkels maar ook op school en op de werkplek en in restaurants en ziekenhuizen, groenten en fruit toevoegen aan voedselpakketten, de korte-ketenverkoop (recht van bij de boer) verder promoten en kortingsbonnen verdelen.

INTERVENTIES OP DE WERKVLOER
Interventies op de werkvloer zijn pas effectief als ze verschillende acties combineren.
Een goede samenwerking tussen het management, andere stakeholders en de doelgroep is eveneens vereist. Veel acties op de werkvloer halen niet het beoogde resultaat door de lage participatiegraad van de werknemers. Deelnemen vergt volgens hen te veel tijd en inspanning.

INTERVENTIES IN HET ONDERWIJS
Veel interventies om de inname van groenten en fruit te verhogen zijn gericht op kinderen. Jammer genoeg is het effect van deze inspanningen op de consumptiecijfers eerder beperkt.
In Vlaanderen loopt al enkele jaren het schoolfruitprogramma “Tutti Frutti”. Uit de evaluatie van dit project blijkt dat het noodzakelijk is om verschillende strategieën te combineren voor een duurzaam effect op de fruitconsumptie en de attitude van de kinderen ten aanzien van fruit.
Enkel fruit aanbieden op school volstaat niet. Dit moet worden aangevuld met een educatief programma op schoolniveau, structurele maatregelen betreffende het
voedingsaanbod en een enerzijds stimulerende (bv. fruit en groenten) en anderzijds beperkende (bv. snoep) schoolreglementering rond voeding.
Ten slotte bewijst de evaluatie van het “Tutti Frutti”-project dat een interventie op schoolniveau ook een duidelijk effect kan hebben op de thuisomgeving. Zo kan het project een extra meerwaarde realiseren voor onder meer kansengroepen.


Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram