Wereldstotterdag-Stotteren: behandeling zo jong mogelijk starten

Laatst bijgewerkt: augustus 2019

nieuws Stotteren is een stoornis in het vloeiende verloop van de spreekbeweging. Het kan zich uiten in het herhalen van klanken of woorddelen, het aanhouden van klanken of het blokkeren bij het op gang komen van de stemgeving en de articulatie. Naarmate de stoornis ernstiger wordt, kunnen spreekangst en vermijdingsgedrag optreden.

Stotteren ontstaat op basis van genetische aanleg in combinatie met biologische groeifactoren die uiteindelijk de werking bepalen van het brein om spraak voort te brengen. Het kan door bepaalde factoren zoals spanningen en emoties verergeren of verminderen. Maar het kan ook optreden in families waar niemand stottert.
Stotteren begint meestal bij jonge kinderen tijdens de taalontwikkeling (tussen de 2 en 5 jaar). Het stotteren kan vanzelf weer over gaan. Hoe langer het stotteren duurt, hoe groter de kans dat het niet vanzelf over gaat en dat het stotteren ook op volwassen leeftijd blijft bestaan.
Als stotteren niet vanzelf over gaat, kan therapie helpen.

Hoe merk ik of mijn kind stottert?
Bij jonge kinderen kan het lastig zijn om stotteren te onderscheiden van de normale spraakontwikkeling. Praten is een ingewikkeld proces. Het is normaal dat uw jonge kind regelmatig niet zo goed uit zijn woorden komt. Bij stotteren zijn er echter specifieke patronen te herkennen, die langere tijd aanhouden (langer dan drie maanden) en die het praten verstoren.
• Uw kind herhaalt een letter of lettergreep een aantal keer (bijvoorbeeld: 'k-k-k-k-konijn').
• Uw kind houdt een letter of lettergreep lang aan(bijvoorbeeld: 'ggggggoed').
• De spraak blokkeert bij een bepaalde letter ('k.... k.... konijn').
• Uw kind aarzelt veel of laat lange pauzes vallen tussen twee woorden.
Uw kind kan ook moeilijke woorden gaan vermijden en/of spreekangst ontwikkelen. Deze klachten vallen veel minder op dan de niet-vloeiende spraakpatronen.
Het lastige is dat stotteren meestal niet van de ene op de andere dag ontstaat. Het is een geleidelijk proces. Uw kind kan een periode vloeiend spreken, waarna het stotteren weer optreedt. Als u zich zorgen maakt over deze ontwikkeling, kunt u dat altijd met de huisarts bespreken.

Wanneer behandelen? In Nederland hebben diverse verenigingen een conceptrichtlijn ‘Ontwikkelingsstotteren bij kinderen, adolescenten en volwassenen opgesteld.  Daarin wordt ervoor gepleit om zo vroeg mogelijk met een behandeling te starten.

• De behandeling start bij voorkeur een half jaar nadat de eerste stottersymptomen zijn waargenomen indien de ernst van het stotteren het afgelopen half jaar niet duidelijk is afgenomen, of indien het kind onder het stotteren lijdt, ouders bezorgd zijn over het stotteren of het kind weerzin krijgt om te communiceren.
• Indien een jaar nadat de eerste stottersymptomen zijn waargenomen het stotteren nog aanwezig is, neemt zonder behandeling de kans op blijvend stotteren toe.? Afname van het aantal herhalingen, van het aantal units per herhaling, van blokkades en verlengingen en van bijkomende lichamelijke gedraging evenals verlaging van het tempo van de herhalingen zijn gunstige voorspellers voor herstel.
• De ernst van het stotteren is het eerste jaar geen voorspeller voor blijvend stotteren of voor herstel van het stotteren.?
• Indien blijvend stotteren in de familie aanwezig is dan is de kans op blijvend stotteren van het kind 65%. Bij aanwezigheid van hersteld stotteren in de familie van het kind dat stottert is de kans op herstel 65%.
• Op jonge leeftijd is de verhouding jongens die stotteren en meisjes die stotteren 2:1. De ratio stotterende mannen-vrouwen bij volwassenen is ongeveer 4:1. Meisjes herstellen sneller. Indien bij een meisje dat stottert één jaar na het ontstaan van het stotteren geen duidelijk herstel merkbaar is dan neemt de kans op blijvend stotteren toe.
• Waarneming van de eerste symptomen van stotteren na 4- of 5-jarige leeftijd wordt geassocieerd met een verhoogde kans op blijvend stotteren.?
• Behandelen van jonge stotterende kinderen is effectiever dan behandelen van kinderen die 6 jaar of ouder zijn: de kans op terugval is kleiner en de kans op blijvend herstel groter.
• Behandeling van stotteren voordat het stotteren 15 maanden aanwezig is geeft een hogere kans op herstel dan behandeling van stotteren gestart als het stotteren meer dan 15 maanden aanwezig is.

Welke behandeling?
Er bestaan veel verschillende stotterbehandelingen en er bestaat in professionele kringen nogal wat discussie over welke methoden al dan niet zinvol zijn.
Een overzicht van de verschillende behandelingen vindt u op:
http://belgische-stottervereniging.be/therapie/

De conceptrichtlijn ‘Ontwikkelingsstotteren bij kinderen, adolescenten en volwassenen’ bevat in dat verband volgende aanbevelingen.
• Bij kinderen tot 6 jaar verdienen het ‘Lidcombe programma’ en het ‘Verwachtingen Mogelijkheden Model’ de voorkeur boven andere behandelingsmethoden.
• Bij kinderen tussen 6 en 13 jaar is er onvoldoende bewijs dat de ene stottertherapie effectiever is dan een andere stottertherapie. Behandeling van stotteren bij kinderen in de leeftijd tussen 6 en 13 jaar wordt bij voorkeur gebaseerd op behandeling van die gedragingen, emoties en cognities die in overleg met het kind dat stottert en zijn ouders zijn bepaald.
• Ook bij volwassenen bestaat er geen bewijs dat de ene therapie beter werkt dan de andere. Behandeling van stotteren voor adolescenten en volwassenen dient individueel gericht te zijn. Dit kan in een individuele en/of groepssetting plaatsvinden.

Afhankelijk van wat de persoon die stottert en de logopedist/logopedist-stottertherapeut overeengekomen zijn is de behandeling gericht op de psychosociale aspecten ((spreek-)angst en vermijdingsgedrag), op verbaal-motorische aspecten of op beide. Bij de behandeling van de psychosociale aspecten wordt cognitieve gedragstherapie aanbevolen.
Het is essentieel dat de persoon die stottert de geleerde vaardigheden en inzichten in het dagelijks leven toepast.
• Geneesmiddelen worden afgeraden omdat hun werking onvoldoende is aangetoond en omwille van de mogelijke bijwerkingen.

Terugbetaling stottertherapie

In België wordt een behandeling voor stotteren door een logopedist terugbetaald als de behandeling wordt voorgeschreven door een arts-specialist: NKO-arts, pediater, neuroloog, neuropediater, neuropsychiater, psychiater.
De behandeling mag maximaal twee jaar duren en 192 sessies van 30 of 60 minuten tellen.

Meer info
www.logopedie.nl/
www.stotteren.be/
www.cvst.be
www.stotteren.nl
www.thuisarts.nl/stotteren/ik-stotter



verschenen op : 26/09/2017 , bijgewerkt op 13/08/2019


pub