Rokers leven gemiddeld bijna acht jaar minder dan niet-rokers

Laatst bijgewerkt: september 2014
123-roken-sigaret-tss-vingers-170-09.jpg

nieuws Een vergelijkende studie van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) tussen rokers, niet-rokers en ex-rokers heeft de effecten van roken op de levensverwachting en de gevolgen voor de kwaliteit van deze levensjaren op het vlak van gezondheid becijferd.
De cijfers spreken voor zichzelf: rokers leven gemiddeld bijna acht jaar minder dan niet-rokers. Ex-rokers beperken de schade, maar verliezen niettemin gemiddeld iets meer dan twee en een half jaar.

De studie van het WIV-ISP concentreerde zich op personen van 30 jaar of ouder, vertrekkend van het principe dat rokers van 30 jaar of ouder als ‘levenslange rokers’ kunnen worden beschouwd, en dat de kans dat personen na die leeftijd nog beginnen te roken heel klein is.
Het unieke aan deze studie is de combinatie en analyse van gegevens over zowel roken, gezondheidsproblemen als mortaliteit. De gegevens over het rookgedrag en de gezondheidsproblemen zijn afkomstig uit de nationale gezondheidsenquêtes die in 1997 en 2001 door het WIV-ISP zijn uitgevoerd. De onderzoekers hebben die gegevens vervolgens gekoppeld aan de sterftegegevens om zo het aantal sterfgevallen onder de respondenten in de 10 jaar volgend op de enquête te bepalen.

Een kortere levensverwachting
Gemiddeld boet een doorsnee mannelijke roker van 30 jaar 7,87 jaar in op zijn levensverwachting. Voor vrouwelijke rokers is dat 8,17 jaar. Stoppen met roken beperkt de schade: ex-rokers verliezen respectievelijk gemiddeld ‘slechts’ 2,68 (mannen) en 2,59 jaar (vrouwen). Deze laatste cijfers moeten echter voorzichtig worden geïnterpreteerd. De categorie ‘ex-rokers’ is immers heterogener dan die van de rokers en we hebben geen gegevens over de reden waarom of het moment waarop deze personen precies zijn gestopt met roken. Toch is het duidelijk dat de voordelen voor de gezondheid groter zijn naarmate men vroeger stopt met roken.

De levenskwaliteit
Wanneer we ons buigen over de kwaliteit van de geleefde jaren, leert de studie ons dat (ex-)rokers minder lang in goede gezondheid leven dan niet-rokers. Mannen die roken leven gemiddeld 6,8 jaar minder zonder beperkingen dan niet-rokers. Bij vrouwen die roken gaat het om 6,25 jaar. Voor ex-rokers is het verschil met de niet-rokers iets kleiner: gemiddeld 3,02 jaar bij de mannen en 2,9 jaar bij de vrouwen.
Verrassender is de vaststelling dat (ex-)rokers minder jaren met beperkingen leven dan niet-rokers. Deze vaststelling, op het eerste gezicht paradoxaal, is nochtans logisch. Ze is het gevolg van de interactie tussen twee tegenstrijdige krachten: de grotere sterftekans bij rokers, en het vaker optreden van beperkingen bij rokers. Beiden hebben een invloed op de levensduur met of zonder beperkingen. Wanneer (ex-) rokers jonger zijn, is de kans om te overlijden door het roken nog relatief gering en worden ze vooral geconfronteerd met beperkingen die ze oplopen door hun verslaving. Op oudere leeftijd neemt het risico op vroegtijdig overlijden als gevolge van het roken de overhand. Dit verklaart de kortere levensverwachting met beperkingen in vergelijking met niet-rokers. Het verklaart ook de vaststelling dat (ex-) rokers in de leeftijdscategorie tussen de 30 en 80 jaar meer jaren met beperkingen leven dan niet-rokers.




pub