Vroegtijdige weeën: meestal geen reden tot ongerustheid

Laatst bijgewerkt: augustus 2014
123-vr-zwanger-ctg-oz-arbeid-170_02.jpg

nieuws Ongeveer 7 op 100 baby’s in België worden te vroeg geboren. De meerlingen, die meer risico op vroeggeboorte lopen, zijn hierbij niet meegerekend. Men spreekt van een spontane vroeggeboorte wanneer de bevalling na minder dan 37 weken zwangerschap plaatsvindt, door het te vroeg breken van de vliezen (verlies van vruchtwater) of door vroegtijdige weeën.
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) onderzocht een aantal medische interventies om vroeggeboorte te voorkomen.

Bij vroegtijdige weeën eerst reëel risico inschatten
Heel wat vrouwen met vroegtijdige weeën zullen uiteindelijk niet te vroeg bevallen. Een hospitalisatie en behandeling met weeënremmers zijn dan ook niet altijd nodig. Om onnodige ongerustheid en mogelijke bijwerkingen van de weeënremmers te vermijden (vb plotse bloeddrukval, hartproblemen) is het dus belangrijk het risico juist te kunnen inschatten.

Dit kan door een onderzoek van de baarmoederhals.
• In eerste instantie zal men de lengte van de baarmoederhals meten met een echografie. Bij vrouwen met amper ontsluiting en een lengte van meer dan 3 cm is de kans op vroeggeboorte zeer klein en moet geen behandeling worden opgestart.
• Bij een lengte tussen 1,5 en 3 cm wordt een uitstrijkje van de baarmoederhals genomen, en zoekt men naar bepaalde chemische biomerkers (foetaal Fibronectine of phlGFBP*). Zijn deze niet verhoogd, dan kan men opnieuw het risico op vroeggeboorte op korte termijn zo goed als uitsluiten.
Op deze manier zou men veel nutteloze opnames en behandelingen kunnen vermijden. Het KCE beveelt dan ook de terugbetaling van deze testen aan.

Cortisone en magnesiumsulfaat
Als er toch een reëel risico op vroeggeboorte is, komt het erop aan om met behulp van weeënremmers de bevalling met minstens 48u uit te stellen.
• Tijdens die periode kan aan de mama cortisone worden toegediend, die de rijping van de longen van het kind versnelt en het risico op ernstige complicaties bij het kind na de geboorte aanzienlijk verlaagt. Als de vroegtijdige weeën kunnen worden stopgezet, maar later toch doorzetten, kan deze behandeling nog 1 maal worden herhaald, met een tussentijd van minstens 1 week.
• Bij een zwangerschap van minder dan 32 weken wordt ook aanbevolen om aan de moeder een infuus met magnesiumsulfaat te geven enkele uren voor de geboorte. Recent is gebleken dat dit het risico op hersenverlamming bij de baby verlaagt.

Vrouwen met eerdere vroeggeboorte: progesteron
Bepaalde zwangere vrouwen lopen een hoger risico op vroeggeboorte. Het zijn vooral vrouwen die al eerder te vroeg zijn bevallen. Het KCE raadt aan om hen vaginale progesteron ovules (zwangerschapshormoon) toe te dienen vanaf het tweede trimester. Deze behandeling vermindert effectief het risico op vroeggeboorte en op sterfte en complicaties bij de baby. Bovendien heeft ze geen bijwerkingen.

Cerclage alleen in welbepaalde gevallen
Bij cerclage wordt de baarmoederhals dichtgesnoerd, om te beletten dat deze zich vroegtijdig opent. Cerclage wordt best alleen overwogen bij zwangeren met een verkorte baarmoederhals en met een eerdere zwangerschap van minder dan 32 weken, of met meerdere bevallingen tijdens het tweede trimester. Bij de andere vrouwen wegen de voordelen niet op tegen de mogelijke bijwerkingen (kans op infectie, bloedingen, littekens, keizersnede…). Bovendien voorkomt een cerclage geen vroegtijdige weeën. De beslissing tot cerclage moet alleszins geval per geval worden genomen, rekening houdend met de specifieke voorgeschiedenis en de voorkeur van de vrouw.



verschenen op : 26/08/2014


pub