Gezondheidscommunicatie werkt beter als u eerst het ego een koekje geeft

Laatst bijgewerkt: april 2014
sigaret-pakje-170_02.jpg

nieuws Als u mensen die ongezond leven, wilt overhalen om zich anders te gedragen, helpt het niet om steeds harder te schreeuwen dat ze niet goed bezig zijn. U kunt beter eerst zorgen dat ze een positief gevoel over zichzelf hebben voordat u hen probeert te overtuigen. Dat zegt Enny Das, hoogleraar Communicatie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, gespecialiseerd in gezondheidscommunicatie.

Zeggen dat u van overgewicht diabetes kunt krijgen, nóg afschrikwekkender plaatjes op sigarettenverpakkingen plaatsen - uit onderzoek blijkt steeds opnieuw dat juist mensen die het aangaat zulke bedreigende boodschappen heel goed kunnen negeren, aldus Das. Mensen negeren angstaanjagende boodschappen omdat ze de angst op een afstand willen houden. Ze willen het niet tot zich door laten dringen. Volgens Das gaat zo'n ‘gezondheidsbevorderende' boodschap er makkelijker in wanneer mensen zich goed over zichzelf voelen. Als u mensen eerst de gelegenheid geeft om iets positiefs over zichzelf te bedenken, liefst op een gebied dat niks met hun gezondheid te maken heeft - bijvoorbeeld "ik ben een goede schaker" of "ik ben dol op kunst" - dan zijn ze meer bereid om een boodschap waar ze weinig trek in hebben, te accepteren.
Verklaring: een kwetsbaar ego reageert eerder defensief en dus is het zaak dat ego gerust te stellen.

Dat het zelfbeeld van mensen van invloed is op de manier waarop gezondheidscommunicatie bij hen ‘aankomt’, blijkt ook uit onderzoek dat Das deed naar communicatie over bijwerkingen van medicijnen. Sommige patiënten blijken gevoeliger te zijn voor informatie over bijwerkingen dan anderen, ofwel: als zij gelezen hebben dat ze last kunnen krijgen van X, dan menen ze ook eerder dan andere patiënten dat ze X hebben. Met name patiënten die gevoelig zijn voor de indruk die anderen van hen hebben sinds zij patiënt zijn, hebben daar meer last van. Het lijkt erop dat het piekeren over de nadelen van patiënt zijn hun gedachten de verkeerde richting op stuurt. Of misschien werkt bij hen iets anders beter, bijvoorbeeld afleiding van het negatieve gedachtespoor.




pub