Week van het hartritme-Voorkamerfibrillatie

Laatst bijgewerkt: maart 2014
123-ekg-stetosc-170_02.jpg

nieuws Voorkamerfibrillatie: wanneer uw hart op hol slaat

Voorkamerfibrillatie (VKF) is een hartritmestoornis waarbij het hart op hol slaat en zeer onregelmatig begint te kloppen. Dit verhoogt het risico op hartfalen en op de vorming van bloedklonters die een trombose of een cerebrovasculair accident (CVA, beroerte) kunnen veroorzaken.
Voorkamerfibrillatie komt voor bij 1 op 4 personen ouder dan 40 jaar. 1 op 3 patiënten vertoont geen enkel symptoom en loopt zonder het te beseffen een sterk vergroot risico (vijf keer hoger dan gemiddeld) op een beroerte of trombose.

Mogelijke klachten
Normaal voelt u uw hart niet kloppen, tenzij u gespannen bent of u een zware inspanning levert. Bij voorkamerfibrillatie klopt het hart soms te snel en steeds onregelmatig.
• hartkloppingen,
• kortademigheid in rust of bij inspanning,
• duizeligheid,
• een ongewone vermoeidheid,
• flauwvallen
• pijn in de borst.

Polsslag meten
Gezien VKF bij sommigen slechts af en toe opkomt, is het nuttig om het hartritme zelf te leren controleren door af en toe uw polsslag te meten.
Plaats in rust 3 vingers op de gestrekte pols van de andere hand, tussen de pees van de duim en de zijkant van het polsbeen en oefen een lichte druk uit. Tel dan het aantal slagen gedurende 30 seconden. Dit aantal verdubbelt u en dit is het aantal slagen per minuut.
Een normale polsslag ligt tussen de 50 en 100 slagen per minuut.

Wanneer een arts raadplegen?
• Indien uw polsslag in rust trager is dan 40 per minuut of sneller dan 120 per minuut.
• Indien uw polsslag onregelmatig is: soms snelle en soms trage slagen.
• Indien uw hartkloppingen gepaard gaan met klachten van bijvoorbeeld duizeligheid, ademhalingsmoeilijkheden, pijn in de borst, kortademigheid, flauwvallen, vermoeidheid, enz.

Risicofactoren
Iedereen kan Voorkamerfibrillatie (VKF) ontwikkelen, maar er bestaan verschillende risicofactoren die het ontstaan ervan kunnen bespoedigen.
• U bent ouder dan 40 jaar.
• U hebt een verhoogde bloeddruk of u neemt medicatie voor uw bloeddruk.
• U hebt diabetes.
• U hebt al een trombose of een beroerte gehad.
• U hebt een hartinfarct gehad of lijdt aan hartfalen.
• U lijdt aan slaapapneu.
• U lijdt aan overgewicht.
• Uw schildklier werkt te snel.
• Uw alcoholgebruik ligt boven het gemiddelde.
• U beoefent duursport.
• U hebt een familiale voorgeschiedenis van voorkamerfibrillatie.

U kunt uw risico op voorkamerfibrillatie testen op: www.mijnhartritme.be/nl/bereken-uw-risico/




pub