Dikkedarmkanker: betere overleving door een zorg ‘op maat’

Laatst bijgewerkt: april 2014
overzicht-darmen-170_01.jpg

nieuws In de top drie van meest voorkomende kankers staat dikkedarmkanker op de derde plaats bij mannen en op de tweede plaats bij vrouwen. Dankzij een multidisciplinaire aanpak is de overleving vandaag duidelijk verbeterd: na 5 jaar is 60 tot 70 % van de patiënten nog in leven. Belangrijk bij deze aanpak zijn de zorg voor, tijdens en na de operatie en een behandeling op maat. Dat zegt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in een nieuwe praktijkrichtlijn die werd ontwikkeld samen met het College voor Oncologie en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

Toch blijft het een belangrijke oorzaak van kankersterfte. De kanker treedt vooral op bij 65-plussers en ondermeer door de vergrijzing neemt het aantal gevallen steeds toe.
In Vlaanderen en het Franstalige landsgedeelte is er een screeningsprogramma voor darmkanker. Door een vroegtijdige opsporing kan de overlevingskans aanzienlijk verhoogd worden.

Meer aandacht voor zorg voor, tijdens en na chirurgie
Chirurgie, al dan niet gecombineerd met chemotherapie, vormt de basis van de behandeling. De laatste jaren is er ook meer aandacht voor de zorg voor, tijdens en na de operatie, wat het herstel en het resultaat verbetert. Een zogenaamd ‘Enhanced recovery’ programma bestaat uit een aantal maatregelen die ervoor zorgen dat de organen zo snel mogelijk zelf weer werken, wat het herstel bespoedigt. Zo wordt bijvoorbeeld onderkoeling tijdens de operatie zoveel mogelijk vermeden, wordt er niet systematisch een maagsonde geplaatst en wordt er, indien mogelijk, onmiddellijk gestart met orale voeding.
Ook patiënten met dikkedarmkanker met uitzaaiingen in lever, longen en/of buikvlies komen steeds meer in aanmerking voor een operatie, al dan niet gecombineerd met chemotherapie, wat hun overleving opmerkelijk verbetert.

Behandeling op maat
Zoals voor vele andere kankers ontwikkelde men ook voor uitgezaaide dikkedarmkanker ‘behandelingen op maat’. Met diagnostische testen kan men tumoren selecteren die een grote kans hebben om op een bepaalde behandeling te reageren. Ook deze testen evolueren voortdurend. Het is belangrijk dat de labo’s die deze testen uitvoeren over de nodige expertise beschikken. Zo worden deze zeer dure behandelingen op maat aan de juiste patiënten gegeven. Centralisatie in gespecialiseerde labo’s die aan externe kwaliteitscontrole worden onderworpen, is dus nodig.
Hetzelfde kan worden gezegd voor stereotactische radiotherapie, waarbij de tumor met smalle stralenbundels vanuit verschillende richtingen zeer nauwkeurig bestraald wordt. Deze hoogtechnologische behandeling wordt best alleen uitgevoerd in gespecialiseerde ziekenhuizen die aan klinische studies deelnemen.

Ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren
De richtlijn heeft als doel de zorgkwaliteit te verbeteren. Daarom moet ze worden aangevuld met een set van kwaliteitsindicatoren, zoals al is gebeurd voor andere kankertypes ( o.a. teelbal-, borst- rectum-, slokdarm- en maagkanker-rapporten 149, 150, 161 en 200). Andere landen, waaronder Noorwegen en Nederland, hebben met het meten van de kwaliteit en het geven van feedback aan de zorgverleners de overleving na dikkedarmkanker aanzienlijk kunnen verbeteren.




pub