Aantal levende nierdonoren moet hoger

Laatst bijgewerkt: februari 2014
123-afb-orgaandonatie-human-org-170_02.jpg

nieuws Nierspecialisten roepen de Belgen op om zich al bij leven aan te bieden als donor. Jaarlijks krijgt immers nog niet de helft van de nierpatiënten op een wachtlijst een nieuwe nier.
Een donornier kan afkomstig zijn van een overleden donor- veruit de grootste groep- maar ook van een levende donor. We hebben immers maar één nier nodig om perfect gezond te kunnen leven.
Elk jaar worden in ons land zowat 500 tot 550 niertransplantaties uitgevoerd, of ongeveer 25 tot 30 donaties per miljoen inwoners. Tegelijkertijd staan er een duizendtal patiënten op de wachtlijst. De wachttijd bedraagt dus al snel twee à drie jaar.
De nier-aanbod van overleden donoren is de voorbije jaren licht gegroeid. Zo komen nu ook nieren van overledenen in aanmerking die na een hartstilstand door een chirurg werden verwijderd. De nieren van overleden donoren zijn met de tijd echter minder goed, onder meer omdat donoren steeds ouder worden, meent diensthoofd nefrologie Daniel Abramowicz (UZA). Omdat het aantal jongere verkeersslachtoffers afneemt, beschikken we bijna alleen nog maar over nieren van overleden donoren ouder dan 55 met een hoge bloeddruk en/of met hart- en vaatziekten, wat nadelig is voor de kwaliteit van de nier. Wie een nier van een levende donor ontvangt, leeft langer dan wie een nier van een overleden donor ontvangt. Alleen wie een perfecte nierwerking heeft, komt in aanmerking voor donatie. Met andere woorden: een patiënt krijgt dus een 'topnier'.

Het aantal levende nierdonaties in België stagneert al enkele jaren rond 10%. Gezien de lange wachtlijsten is dat veel te weinig, vinden specialisten van het UZ Antwerpen en de KU Leuven. Het aantal donaties van levende patiënten komt in ons land op 4 transplantaties per miljoen inwoners. In Nederland ligt dat aantal zo’n zes keer hoger, tot 25 transplantaties per miljoen inwoners.

Minimale risico's
Wie bij leven een nier afstaat, hoeft weinig te vrezen. Risico's zijn minimaal. Kleine verwikkelingen treden maar op in 1 tot 5% van de gevallen. In Nederland, Zweden en Engeland gebeuren al lange tijd één op de twee donaties met levende donoren. Uit de opvolging blijkt dat zij niet sneller doodgaan. Zweedse studies tonen zelfs aan dat zij langer leven dan verwacht voor hun leeftijd. Omdat ze al kerngezond waren, maar ook omdat ze elk jaar op controle gaan. Volgens transplantatiechirurg Dirk Ysebaert (UZA) is ook de hinder vlak na de operatie minimaal voor een donor. "Sommigen gaan zelfs daags na de ingreep al naar huis", klinkt het. "We verwijderen nieren met een kleine abdominale incisie. In de toekomst zal de techniek wellicht nog verder evolueren naar operaties via natuurlijke openingen of via de navel."

Een donor die later toch in grote problemen raakt, bijvoorbeeld door een ongeval, kan zijn nier niet meer terugeisen. Voorlopig voorziet Eurotransplant (dat zich in zet voor een optimaal gebruik van beschikbare donororganen) niet dat u hoger op een wachtlijst terecht komt.
Levende nierdonatie biedt overigens ook maatschappelijke voordelen. Een dialyse kost gemiddeld 50.000 euro per jaar. Terwijl de kostprijs van een transplantatie rond de 30.000 euro schommelt. Om de levende donatie te promoten, pleit transplantatiecoördinator Glen Van Helleputte (KU Leuven) voor financiële prikkels als de terugbetaling van alle kosten voor de donor. Abramowicz schat dat een compensatie van zo’n 2.000 euro per donatie zou volstaan.



verschenen op : 17/02/2014


pub