Minder psychische problemen bij kinderen met cochleair implantaat

Laatst bijgewerkt: december 2013
kind-cochleair-app-doof-hoorapp-170_12.jpg

nieuws Slechthorende of dove kinderen met een cochleair implantaat (CI) hebben als tiener minder psychische problemen dan kinderen met een gewoon hoorapparaat. Dat blijkt uit een studie aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Ongeveer 1 op de 1.000 pasgeborenen is doof of slechthorend. De studie onderzocht in hoeverre vroeg gehoorverlies tot psychische problemen leidt. De kinderen waren ten tijde van het onderzoek tussen de 9 en 16 jaar, maar waren allen al voor hun vijfde verjaardag behandeld voor hun gehoorproblemen (gemiddeld bij 2 jaar).

Bekend was al dat kinderen met gehoorproblemen vaker met psychische problemen kampen dan andere kinderen. Maar de totale populatie is heel divers, zowel in de mate van gehoorverlies, de behandeling (een cochleair implantaat of ‘gewoon’ gehoorapparaat), als de communicatie (gebaren- of gesproken taal).

Het onderzoek verwachtte een relatie tussen de ernst van het gehoorverlies en de problemen, maar die bleek er helemaal niet te zijn. Er werden wel andere andere risicofactoren ontdekt: kinderen die een gewoon hoorapparaat dragen, naar een speciale school voor slechthorende kinderen gaan en/of gebarentaal gebruiken hebben meer psychische problemen als angst, depressie en agressie. Vooral het verschil tussen kinderen met een cochleair implantaat (CI) en een hoorapparaat is opvallend.

Kinderen met een CI deden het op veel psycho-sociale gebieden zelfs niet slechter dan een controlegroep van kinderen zonder gehoorproblemen. Dat is des te opvallender, omdat de kinderen met een CI voor de behandeling zeer ernstig slechthorend of doof waren, terwijl de kinderen met een hoortoestel matige tot ernstige gehoorverliezen hadden.

Toch pleit de studie er niet voor om alle kinderen een CI te geven. Een CI wordt tijdens een operatie rechtstreeks in het slakkenhuis geïmplanteerd waardoor de gehoorzenuw wordt gestimuleerd en een kind weer tot op zekere hoogte kan horen. Maar het is een forse en dure ingreep, niet zonder risico’s, en er is geen weg meer terug. Deze behandeling wordt daarom alleen gegeven aan dove of zeer slechthorende kinderen.

Kinderen bij wie een CI wordt geplaatst krijgen intensieve begeleiding door onder meer een logopedist en audioloog. Dat zou er ook voor kunnen zorgen dat kinderen met een CI het beter doen. De studie pleit er daarom voor om ook kinderen die een hoortoestel krijgen intensief te begeleiden. Ook het vroeg signaleren en behandelen van gehoorproblemen is belangrijk. Hoe eerder kinderen worden behandeld, hoe beter het is.






pub