Het Belgisch AIDS-plan

Laatst bijgewerkt: november 2019

nieuws Streefdoelen van het plan zijn:
• De risico’s op de overdracht van HIV en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) verminderen door het gecombineerde gebruik van de beschikbare middelen en strategieën inzake preventie, in het bijzonder bij de meest blootgestelde personen;
• Het aandeel van de met HIV besmette personen die vroegtijdig op de hoogte zijn van hun serologische statuut vergroten;
• Het aandeel van de met HIV besmette personen die behandeld worden en die een niet op te sporen virale lading hebben vergroten;
• De levenskwaliteit van de mensen met HIV verbeteren, in het bijzonder door de kwaliteit van de zorg en de psychosociale en medische begeleiding te verbeteren;
• Alle vormen van stigmatisering en discriminatie op grond van serologisch statuut, gezondheidstoestand, geslacht, afkomst, seksuele geaardheid en identiteit alsook op grond van druggebruik, sekswerk, enz. verminderen.

Einddoelen van het plan zijn:
• De nieuwe gevallen van besmetting met HIV verminderen waarbij de omstandigheden voor een verantwoordelijke en bevredigende seksualiteit worden bevorderd;
• De toegang bevorderen tot diensten en programma’s die instaan voor preventie, screening, zorg en een kwaliteitsvolle begeleiding, die gespecialiseerd zijn in HIV, binnen een kader van de universele toegang tot gezondheid;
• Alle vormen van stigmatisering en discriminatie verminderen, in het bijzonder als ze gebaseerd zijn op het serologische statuut of de gezondheidstoestand.

Combinatiepreventie als leidraad
Een centraal element in het Plan is combinatiepreventie, het gezamenlijk en afgestemd inzetten van verschillende preventiestrategieën die elkaar versterken. Sensoa verwelkomt deze keuze voor het combineren van interventies die inwerken op biomedische, gedragsmatige, maatschappelijke en structurele factoren.

Zo dient er gewerkt te worden rond biomedische factoren. Het is bijvoorbeeld belangrijk om mensen met hiv al in een vroeg stadium medicatie te geven. Vroegtijdige behandeling zorgt ervoor dat de hoeveelheid virus in het bloed zeer laag wordt, waardoor de kans op overdracht van hiv erg klein wordt, zelfs bij onbeschermde seksuele contacten. Bovendien is die behandeling ook goed voor mensen met hiv zelf. Een ander voorbeeld is het toedienen van hiv-remmende medicatie direct na een risico-situatie (b.v. een gescheurd condoom), om zo de overdracht van hiv te voorkomen.

Een ander element zijn de gedragsmatige factoren. Dat slaat dan op de ‘klassieke’ sensibilisatie om mensen aan te zetten om veilig te vrijen. Een ander voorbeeld zijn campagnes om risicogroepen te overtuigen van de noodzaak om zich regelmatig te laten testen op hiv en andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Of nog, mensen die te horen kregen dat ze seropositief zijn, moeten de keuze kunnen maken en de voordelen kennen van tijdige behandeling.

Verder is er het maatschappelijk kader. Een samenleving die angst en stigma overstijgt en zich openstelt voor mensen met hiv, draagt bij tot meer openheid en bespreekbaarheid van hiv en veilig vrijen. Het bestrijden van discriminatie werkt op die manier preventief. Een ondersteunend klimaat rond homoseksualiteit zet aan tot veilig(er) vrijen, net als de mogelijkheid om openlijk met de huisarts over seksuele gezondheid te kunnen praten. Ook de inbedding van relationele en seksuele vorming in het onderwijs, heeft zijn invloed.

Ten slotte zijn ook een aantal structurele maatregelen nodig. Dat slaat op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van hiv-medicatie voor iedereen die deze nodig heeft. Ook de terugbetaling van testen op hiv en soa’s of de mogelijkheid om anoniem, snel en gratis te laten testen is belangrijk. Net zoals het voorzien van de mogelijkheid om vaccinatie van jongens tegen het humaan papillomavirus (hpv), een soa, op te nemen in het vaccinatiebeleid.




pub