Allergische reactie na vaccinatie

Laatst bijgewerkt: december 2013
insp-medic-allerg-vacc-170_400_03.jpg

nieuws Vaccins kunnen bepaalde bestanddelen bevatten waarvoor zowel kinderen als volwassenen overgevoelig of allergisch zijn.
Alhoewel een ernstige allergische reactie na vaccinatie (een anafylactische reactie) gelukkig weinig voorkomt, moet hiermee toch rekening gehouden worden bij kinderen en volwassenen met een gekende allergie of met ernstig astma. Afhankelijk van het type vaccin komen allergische reacties voor bij 0,65 tot 1,53 gevallen per 100.000 vaccindosissen.

Een allergie of astma op zich zijn alleszins geen reden om een kind niet te vaccineren.
• Bij vaccinatie van kinderen of volwassenen met een gekende of mogelijke allergie voor een van de bestanddelen van het vaccin, moeten de nodige voorzorgen worden genomen:

• na de vaccinatie moet de persoon gedurende 15 minuten onder toezicht worden gehouden, de arts moet epinefrine (adrenaline) bij de hand hebben om zo nodig eerste hulp te kunnen verlenen, en beschikken over de mogelijkheid om de hulpdiensten telefonisch te contacteren;

• ingeval van een verhoogd risico op een anafylactische reactie moet de vaccinatie gebeuren in een ziekenhuis waar getraind personeel snel en meer uitgebreide hulp kan bieden.

• Personen die bij een vorige vaccinatie een anafylactische reactie (bv. ademhalingsproblemen, cyanose, bewustzijnsstoornissen) hebben gehad, mogen dit vaccin niet meer krijgen, tenzij het absoluut noodzakelijk is vanwege een groot risico op besmetting en/of ernstige complicaties in geval van een besmetting. Het vaccin wordt dan toegediend in een ziekenhuisomgeving.

• Personen die eerder al een anafylactische reactie hebben gehad op een bestanddeel in het vaccin, mogen dit vaccin niet krijgen, tenzij het absoluut noodzakelijk is vanwege een groot risico op besmetting en/of ernstige complicaties in geval van een besmetting. Het vaccin wordt dan toegediend in een ziekenhuisomgeving.

Stoffen in vaccins die een allergische reactie kunnen uitlokken

• Kippenei-eiwitten
• Het griepvaccin en het vaccin tegen gele koorts bevatten minieme hoeveelheden eiwitten van kippeneieren (ovalbumine). Er bestaan tegenwoordig ook griepvaccins die geen kippeneiwit bevatten, maar die zijn in België nog niet op de markt.

Ernstige allergische reacties op het griepvaccin komen echter uiterst zelden voor, zelfs bij mensen die eerder een anafylactische reactie hadden na contact met kippeneieren. Daarom wordt een allergie voor kippeneieren niet langer beschouwd als een reden om dit vaccin niet toe te dienen.
Bij personen, en zeker bij kinderen, die eerder een anafylactische reactie hebben gehad na contact met kippeneieren om na toediening van een vaccin, wordt wel aanbevolen om het vaccin toe te dienen in een hospitaalmilieu waar alle voorzieningen aanwezig zijn om eventueel tijdig te kunnen ingrijpen. Volgens een aantal recente aanbevelingen in de Verenigde Staten zijn zelfs die speciale voorzorgen niet nodig omdat het risico op een ernstige reactie bij het griepvaccin nagenoeg onbestaand is.

• De vaccins tegen mazelen-bof-rubella, en de vaccins tegen rabiës en tekenencefalitis bevatten verwaarloosbare hoeveelheden kippeneiwit (ovalbumine) en kunnen veilig worden toegediend aan mensen met een kippeneiwitallergie, zelfs als ze in het verleden een ernstige allergische reactie kregen na contact met kippeneieren.

Na de vaccinatie moet de persoon wel gedurende 15 minuten onder toezicht worden gehouden, de arts moet epinefrine (adrenaline) bij de hand hebben om zo nodig eerste hulp te kunnen verlenen, en beschikken over de mogelijkheid om de hulpdiensten telefonisch te contacteren

• Antibiotica
Veel vaccins bevatten sporen van antibiotica (neomycine, streptomycine, polymixine).

• Personen die overgevoelig zijn voor deze antibiotica, kunnen
hierop reageren. Meestal gaat het om een vrij onschuldige en voorbijgaande reactie, zoals een jeukende huiduitslag.

• Bij personen, en zeker bij kinderen, die eerder een anafylactische reactie hebben gehad op neomycine, streptomycine of polymixine, wordt vaccinatie met een van deze vaccins afgeraden. Indien vaccinatie absoluut noodzakelijk is, moet de toediening gebeuren in een hospitaalmilieu.

• Overgevoeligheid aan penicilline komt veel voor en kan heftige reacties uitlokken. Er zijn echter geen vaccins die penicilline of afgeleiden bevatten. Een overgevoeligheid voor penicilline is dus nooit een reden om niet te vaccineren.

• Gelatine
Sommige vaccins bevatten gelatine, meestal afkomstig van varkens. Alhoewel allergie voor gelatine weinig voorkomt, worden deze vaccins afgeraden bij kinderen en volwassenen die bij een vorige vaccinatie een anafylactische reactie hebben gehad, tenzij het absoluut noodzakelijk is vanwege een groot risico op besmetting. De toediening gebeurt dan in een hospitaalmilieu.

• Gist
Bij de productie van sommige vaccins wordt gist gebruikt. Deze vaccins worden afgeraden bij kinderen en volwassenen die eerder een anafylactische reactie hebben gehad bij het eten of inademen van gist, tenzij het absoluut noodzakelijk is vanwege een groot risico op besmetting. De toediening gebeurt dan in een hospitaalmilieu.

• Bewaarmiddelen en stabilisatoren: aluminium e.a.
Voor aluminiumzouten en andere toevoegingen aan vaccins zijn enkel lokale allergische reacties bekend, nooit ernstige veralgemeende reacties. Dit is dus geen reden om niet te vaccineren.

• Latex
De naaldbeschermers, stampers en doppen van de ampulles van sommige vaccins worden uit latex vervaardigd. Het is mogelijk dat een vaccinoplossing latexallergenen bevat na contact met de naaldbeschermer, stamper of van de dop en zo een allergische reactie veroorzaakt bij een persoon met latexallergie.

Bij personen die eerder een anafylactische reactie hadden na contact met rubber, worden deze vaccins afgeraden, tenzij het absoluut noodzakelijk is vanwege een groot risico op besmetting. De toediening gebeurt dan in een hospitaalmilieu.
De meeste vaccins bevatten niet langer latex.

• Lactose (melksuiker)
Sommige vaccins bevatten minieme hoeveelheden lactose (melksuiker).
Een lactose-intolerantie is geen reden om niet te vaccineren omdat het om heel minieme hoeveelheden gaat die bovendien niet oraal maar via inspuiting worden toegediend. Alleen bij kinderen met galactosemie (een zeer zeldzame aandoening waarbij zelfs minieme hoeveelheden galactose niet worden verdragen) worden deze vaccins afgeraden.

Kinderen met een koemelkallergie reageren niet op de lactose maar op de eiwitten in melk. Vaccins bevatten geen melkeiwitten. Koemelkallergie is dus nooit een reden om niet te vaccineren.

Mogelijke allergenen in vaccins
• Kippeneiwit
- Griep (a-Rix, Inflexal V, Influvac S, Intanza, Vaxigrip)
- Hepatitis A (Epaxal)
- Gele koorts (Stamaril)

• Antibiotica (neomycine, streptomycine, polymixine)
- Mazelen-bof-rubella (MMR VaxPro, Priorix)
- Mazelen-bof-rubella-varicella (Priorix Tetra)
- Polio (Imovax Polio)
- Difterie-tetanus-polio (Revaxis)
- Difterie-tetanus-kinkhoest-polio (Boostrix Polio, Infanrix-IPV, Tetravac)

- Tetanus-difterie-kinkhoest-Hib-polio- hepatitis B (Infanrix Hexa)
- Hepatitis A (Havrix)
- Hepatitis A en B (Twinrix)
- Griep (a-Rix, Inflexal V, Influvac S, Intanza, Vaxigrip)
- Varicella (Provavirax, Varilrix)
- Rabiës (Rabipur, Vaccin tegen rabiës Merieux HDCV)
- Tekenencefalitis (FSME Immun)

• Gelatine
- Mazelen-bof-rubella (MMR VaxPro)
- Varicella (Provavirax)

• Gist
- HPV (Gardasil)
- Tetanus-difterie-kinkhoest-Hib-polio- hepatitis B (Infanrix Hexa)
- Hepatitis A en B (Twinrix)
- Hepatitis B (Engerix B, Fendrix, Hbvaxpro)

• Bewaarmiddelen en stabilisatoren: aluminium e.a.
- Difterie-tetanus (Tedivax Pro Adulto)

- Difterie-tetanus-kinkhoest (Boostrix)
- Difterie-tetanus-polio (Revaxis)
- Difterie-tetanus-kinkhoest-polio (Boostrix Polio, Infanrix-IPV, Tetravac)
- Difterie-tetanus- -kinkhoest-Hib-polio-hepatitis B (Infanrix Hexa)
- Hepatitis A (Havrix, Vaqta)
- Hepatitis B (Engerix B, Fendrix, Hbvaxpro)
- Hepatitis A en B (Twinrix)
- Meningokokken C (Meningitec, Neisvac-C, Menjugate)
- Pneumokokken (Synflorix, Prevenar)
- HPV (Gardasil, Cervarix)
- Japanse-encefalitis (Ixiario)
- Tekenencefalitis (FSME Immun)

Latex (in de naaldbeschermer of stamper)
- Meningokokken A, C, W, Y (Menveo)
- Meningokokken C (Menjugate)
- Tekenencefalitis (FSME Immun)

Met dank aan dr. Marc Raes (UZ Leuven en Virga Jesse Hasselt)

Meer lezen
American Academy of Pediatrics: AAP updates policy on flu prevention, treatment, oktober 2013.
http://aapnews.aappublications.org/content/34/10/1.1.full.pdf+html

Wood R, Allergic reactions to vaccines. Pediatric Allergy and Immunology 2013; 24 (6): 521-526.
http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/pai.12102/abstract

American College of Allergy, Asthma and Immunology (ACAAI), Update on influenza vaccination of egg allergic patients. Annals of Allergy, Asthma & Immunology, 2013; 111 (4)
www.annallergy.org/article/S1081-1206%2813%2900529-2/abstract



verschenen op : 27/11/2013 , bijgewerkt op 09/12/2013


pub