Werelddag van het Vroeggeboren Kind

Laatst bijgewerkt: november 2019
prematuur-170_01.jpg

nieuws Met die vraag worstelen alle ouders van te vroeg geboren kinderen. Er bestaat helaas geen eenduidig antwoord. Over het algemeen geldt: hoe ouder en groter je baby, hoe meer kansen, al schiet de wiskunde hier sterk tekort. Naast leeftijd en grootte kunnen ook verwikkelingen (voor, tijdens of na de geboorte) en erfelijke factoren een rol spelen.

In België wordt 7,4% van alle pasgeborenen te vroeg geboren (voor de 37e week, te tellen vanaf de eerste dag van de laatste menstruele periode). 1 - 2% is extreem prematuur: dat betekent dat ze geboren zijn voor 32 weken zwangerschap (2 maanden te vroeg) en/of met een geboortegewicht kleiner dan 1500 gram.
Een te vroeg geboren kindje blijft meestal een tijdje achter in het ziekenhuis. Naargelang leeftijd en toestand, blijven ze enkele weken tot enkele maanden in het ziekenhuis.

De meeste prematuren mogen rond de uitgerekende geboortedatum naar huis. Soms kan het ontslag vroeger, maar dit kan ten vroegste 4 weken voor de geboortedatum. Voorwaarde is dat de baby alle zorgen die hij nodig heeft thuis kan krijgen. Meestal wil dit zeggen dat ze vlot bij mama en papa flesjes drinken en een badje kunnen krijgen. De kinderen moeten meestal ook kunnen ademen zonder extra zuurstof. Hun gewicht ligt op dat ogenblik best boven de 2300 gram.

Prematuur geboren kinderen vormen een zeer heterogene groep. En dat blijven ze. Er zijn er die bij het opgroeien niet of nauwelijks nog te onderscheiden zijn van het gemiddelde kind. En er zijn er die kwetsbaar blijven op motorisch, sociaal of verstandelijk vlak. Sommige hebben geregeld pedagogische en psychologische ondersteuning nodig.
Een goede professionele begeleiding samen met de zorg van de ouders helpen het kindje maximaal te ontwikkelen binnen zijn mogelijkheden.

Kind en Gezin volgt de normale ontwikkeling van je kindje op en werkt samen met gespecialiseerde diensten voor de specifieke opvolging. Op die manier worden groei- en ontwikkelingsstoornissen tijdig opgespoord. De regioverpleegkundige kan ook praktische adviezen en informatie verstrekken.

We gaan hier in op een aantal vragen die ouders van een prematuur kindje zich vaak stellen. De tekst is gebaseerd op ‘Te vroeg geboren – Groeiboekje voor ouders van premature kinderen’, een publicatie van de Koning Boudewijnstichting n samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen (VVOC) en Kind & Gezin. Deze uitgave kan gratis worden gedownload van de website www.kbs-frb.be

De gecorrigeerde leeftijd
Voor het volgen van de ontwikkeling van een prematuur kindje komt één begrip voortdurend terug: de gecorrigeerde leeftijd. De gecorrigeerde leeftijd is de leeftijd die je kindje zou hebben als het geboren was na een voldragen zwangerschap (40 weken). Of praktischer: de huidige leeftijd min het aantal weken dat het kind te vroeg ter wereld kwam. Een kind dat bijvoorbeeld 17 weken oud is, maar na 30 weken zwangerschap geboren is, heeft een gecorrigeerde leeftijd van 7 weken (17 weken – 10 weken te vroeg geboren). Wat de ontwikkeling betreft, is het dus eigenlijk pas 7 weken oud en moet het kunnen wat een baby van 7 weken kan.

Stel dat je baby na 32 weken geboren is, dan mag hij 8 weken vertraging hebben in de normale de ontwikkeling. Op de leeftijd van 12 weken moet je premature kindje kunnen wat een voldragen baby van 4 weken kan.
Uitgaande van die gecorrigeerde leeftijd, zouden premature kinderen even vaardig moeten zijn als ieder ander kindje van dezelfde leeftijd. Is dat niet het geval, of wanneer je kindje bepaalde dingen die het eerder wel kon, niet meer kan, dan is verder onderzoek aangewezen.
De gecorrigeerde leeftijd wordt in principe toegepast tot de leeftijd van 2 jaar.

• Haalt mijn kindje de groeiachterstand tegenover leeftijdsgenootjes in?
Bij prematuurtjes zonder ernstige medische problemen heeft de grootste inhaalspurt plaats tussen 36 en 44 weken reële leeftijd (40 weken is het tijdstip dat de baby geboren had moeten worden). Een groot deel van die inhaalbeweging doen ze dus nog voor hun uitgerekende geboortedatum. Bij hele kleine prematuren of kindjes met ernstige complicaties verloopt dit proces een stuk langzamer en over een langere periode. De inhaalgroei kan tot de leeftijd van 3 jaar plaatsgrijpen. De meeste prematuren zijn tussen hun 2de en 3de verjaardag net zo groot als een kwart van hun leeftijdsgenootjes die op tijd geboren zijn.

Wanneer je je zorgen maakt over de groei van je kindje, neem dan contact op met het consultatiebureau van Kind en Gezin of met je arts die de baby regelmatig volgt. Zij houden een groeicurve van je kind bij en kunnen nakijken of er al dan niet iets aan de hand is.
Veel premature kinderen blijven klein van gestalte. Zolang de lengtegroei gelijk loopt met de onderste groeicurve (P3), die je onder andere aantreft in boekjes van Kind en Gezin, is er niets aan de hand. Blijft je kind daar echter een stuk onder of maak je je zorgen over zijn of haar gestalte, dan kan je advies vragen aan je arts.
In sommige gevallen wordt groeihormoontherapie overwogen.

• Wanneer moet een prematuur kindje zijn voldragen geboren leeftijdsgenoten hebben ingehaald?
Te vroeg geboren kinderen starten met een zekere achterstand en hebben even tijd nodig om hun leeftijdsgenootjes die 9 maanden in de baarmoeder verbleven, bij te benen. Tegen de leeftijd van 2 jaar moet de vroeg geboren baby zijn leeftijdsgenootjes in principe hebben ingehaald, op alle vlakken.

Dat is de theorie voor het gemiddelde kind. In de praktijk zal dat vaak niet het geval zijn, omdat ‘gemiddelde kindjes’ eenvoudigweg niet bestaan. Het ene kindje is op 2 jaar motorisch al goed geëvolueerd, maar kan amper woordjes zeggen, terwijl een ander vlotjes praat, maar wat tekortschiet op ‘doe’-taakjes. Voor hele kleintjes kunnen die inhaalmanoeuvres eventueel nog wat langer uitlopen. Bestaat er vanaf ca. 2 jaar nog achterstand, dan verdwijnt die meestal niet meer spontaan en is verder onderzoek wenselijk.

• Hoe weet ik of mijn peuter van 2 jaar zijn achterstand heeft weggewerkt?
Bij twijfel is het nuttig om je kindje grondig te laten onderzoeken door een ervaren arts. In de consultatiebureaus van Kind en Gezin worden baby’s en peuters gevolgd tot de leeftijd van 3 jaar. Daarnaast kan je in de Centra voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) terecht voor een motorische en mentale check-up. Via kindvriendelijke opdrachtjes wordt er nagegaan of het kindje de vaardigheden die bij zijn of haar leeftijd passen onder de knie heeft. Ook de taalontwikkeling wordt nagekeken, net als het gehoor en gezichtsvermogen, want oog- en gehoorproblemen zijn frequenter bij premature dan bij andere peuters. Premature kinderen krijgen een gehoortest via Kind en Gezin of in het ziekenhuis.

• Motorische vaardigheden
In het eerste levensjaar moet je baby stevigheid opbouwen, zijn bewegingen in verschillende houdingen leren controleren en zich tenslotte oprichten tegen de zwaartekracht. Stuk voor stuk belangrijke stappen die voor een prematuur kindje nog moeilijker zijn dan voor een op tijd geboren kindje. Al volgen beide hetzelfde patroon.

Eén van de eerste vaardigheden die je baby zal moeten leren is hoofd, romp en ledematen stabiel houden. Dat is bijvoorbeeld nodig wil hij op zijn armpjes steunen om vervolgens zijn hoofdje te draaien om een voorwerp of een persoon te volgen. En dat allemaal zonder hulp van anderen en zonder zijn evenwicht te verliezen. Dat stabiliseren gebeurt eerst in lighouding en vervolgens in zit- en kruiphouding. De volgorde van die houdingen is belangrijk: de ontwikkeling van de ene beïnvloedt namelijk de ontwikkeling van de volgende. Een kindje dat zijn hoofdje opricht in buikligging, versterkt daarmee zijn rugspieren die het straks nodig heeft om stevig te kunnen zitten.

Te vroeg geboren kinderen kunnen om meer dan één reden een moeilijkere start maken. Dat hoeft niet steeds verontrustend te zijn. De verschillen in de tabel zijn als normaal te beschouwen. Ze komen in uiteenlopende variaties voor.

Te vroeg geboren

Op tijd geboren

Spiertonus (basisspanning

van de spieren)

Slap

Het hoofdje oprichten gaat

moeilijker en wordt niet lang volgehouden

Sterk

Rompbewegingen

Zeer actief

Strekt sneller de romp en kan het bekken sneller heffen

Minder actief

De rompbewegingen zijn

beperkter

Spiercontracties

Zwak

De baby is sneller moe en houdt minder lang vol

Sterk

De baby heeft een groter

uithoudingsvermogen

Prikkelbaarheid

Snel geïrriteerd

De verhoogde prikkelbaarheid

kan de ontwikkeling van motorische vaardigheden

vertragen, omdat het kindje zijn pogingen sneller opgeeft

Minder prikkelbaar

Tijdens de consultaties van Kind en Gezin wordt de ontwikkeling van baby’s en peuters op regelmatige tijdstippen opgevolgd met het Van Wiechen-onderzoek. Dit is een gestandaardiseerde screeningsmethode die via korte vraagjes, tests en observaties de fijne en grove motoriek, communicatie, persoonlijk en sociaal gedrag evalueert. Tijdens de consultatie kijkt de arts heel nauwlettend toe of je kindje bijvoorbeeld normaal beweegt, met de ogen volgt, hoe het zit, rolt, kruipt of stapt. En op een later tijdstip in de ontwikkeling hoe het prenten benoemt, blokjes stapelt of tegen een bal trapt.

Negentig procent van de kinderen heeft de vaardigheden die de Van Wiechen-test aanbeveelt op de overeengekomen leeftijd onder de knie. Tien procent evolueert wat trager, maar nog normaal.
Dezelfde screeningstest kan worden toegepast voor te vroeg geboren kindjes, maar dan gebruikt men uiteraard de gecorrigeerde leeftijd.

Je kan de motorische ontwikkeling een handje helpen door je kindje steun te geven waar nodig is. Bij de meeste prematuurtjes vormen de buigspieren een zwak punt: hals-, borst- en buikspieren neigen te overstrekken, waardoor een onevenwicht ontstaat dat de stabiliteit vermindert. Bij de dagelijkse omgang met je baby – optillen, verzorgen, aan- en uitkleden, op schoot houden,… – kan je op het volgende letten: zorg steeds voor een goede ondersteuning, let er op dat de heupen gebogen zijn, geef steun aan het achterhoofdje in plaats van aan de nek. Wanneer je kindje wakker is, leg het dan geregeld op zijn buikje. Op de speelmat bijvoorbeeld.

• Mijn peuter heeft een bijzonder houterige manier van omrollen, is dat onrustwekkend?
Te vroeg geboren kinderen voeren bepaalde bewegingen, zoals omrollen of zitten zonder steun, soms op een andere, minder vloeiende wijze uit dan andere kinderen. Dat hoeft niet onrustwekkend te zijn. Eventueel is advies van een arts of kinesitherapeut die met prematuren vertrouwd is, zinvol. Hij of zij kan je voordoen hoe je deze bewegingen liefdevol kan corrigeren.

• Wanneer moet een prematuur kindje kunnen stappen?
Een kind zet op gemiddeld 14 – 15 maanden zijn eerste stapjes. Een prematuurtje dat 2 maanden te vroeg geboren is, zet zijn eerste stapjes op gemiddeld 16 – 17 maanden kalenderleeftijd (14 – 15 maanden volgens de gecorrigeerde leeftijd). Wel is hier een ruime variatie mogelijk, zoals voor alle kinderen geldt.

Probeer dat zelf een beetje aan te voelen. Een kind dat op 16 maanden begint te stappen, is perfect normaal. Is het daarentegen 18 maanden en doet het nog steeds geen poging om zich recht te trekken, dan is er waarschijnlijk een probleem. Baby’tjes die niet kruipen, zetten hun eerste stapjes gewoonlijk wat later. Premature baby’s die lang op hun rugje gelegen hebben (in de couveuse) en thuis ook niet vaak op hun buikje gelegd worden, stappen later.

• Psychologische en sociale ontwikkeling
Een premature baby is door het abrupte en te vroege einde van het geborgen leven in de baarmoeder psychologisch niet helemaal klaar voor het leven ‘buiten’. Daar komt nog bij dat te vroeg geboren kindjes meteen omringd worden door technologie, neonatale zorg en soms zelfs beademing om in leven te blijven. Voor een op tijd geboren kindje is het al moeilijk om met de stress van de buitenwereld om te gaan, zelfs als het maximaal wordt afgeschermd door een warme en familiale omgeving. Dus kan je je voorstellen hoe overweldigend de stress moet zijn voor een veel kwetsbaardere en te vroeg geboren baby.

In het eerste levensjaar heeft je baby veel aandacht en liefde nodig om zich veilig te voelen in de ‘buitenwereld’ en vertrouwd te raken met zijn verzorgers. Dat neemt niet weg dat je van in het prille begin ook duidelijke grenzen moet stellen. Liefde en structuur geven geborgenheid die nodig is om zich te kunnen hechten aan de ouders. Koesteren, knuffelen en veel aanwezig zijn is cruciaal voor het opbouwen van een veilige gehechtheid. Een veilige gehechtheid maakt ook dat je kindje zich beter kan ontspannen.

De voorbije jaren is vanuit de neonatale zorg alles in het werk gesteld om het leven van de baby zo comfortabel mogelijk te maken: de kleintjes worden van in het begin zoveel mogelijk gekoesterd, terwijl negatieve prikkels, zoals geluid en licht maximaal vermeden worden. Het vermijden van plotse prikkels blijft het hele eerste levensjaar belangrijk.

• Is mijn baby even intelligent als een op tijd geboren kindje?
De globale intelligentie is vergelijkbaar met op tijd geboren kinderen, maar bij te vroeg geboren kinderen zijn er grotere verschillen in de diverse aspecten van intelligentie.
Zo maakt men een onderscheid tussen verbale en performale intelligentie. Het eerste heeft betrekking op communicatie, woordkennis en zich uitdrukken, terwijl het tweede met vaardigheden te maken heeft.
Bij te vroeg geboren kinderen liggen het verbale en performale IQ vaak verder uiteen dan in de gemiddelde populatie, maar dat hoeft geen impact te hebben op de schoolresultaten.
Iets meer premature kinderen volgen bijzonder onderwijs in vergelijking met op tijd geboren kinderen. Dat hoeft niet te betekenen dat jouw kindje daarbij hoort, maar het kan wel.

Je kan de ontwikkeling van je kindje bevorderen door er veel mee bezig te zijn: praat tegen je kindje, speel spelletjes (bijvoorbeeld ‘kiekeboe’), geef speelgoed dat de fantasie prikkelt, lees voor uit grote-prenten-boekjes, leg dingen uit die je kindje niet begrijpt en moedig hem aan. Het belangrijkste is om de interesse van je kindje te volgen. Je zal versteld staan hoe snel het in staat is om aan jou duidelijk te maken welke spelletjes het leuk vindt en welke maar niks.

• Tegen welke leeftijd moet mijn kindje woordjes kennen?
Een baby wordt verondersteld tegen de leeftijd van 18 maanden enkele woordjes te kunnen uitspreken. Premature kindjes hebben doorgaans wat taalachterstand, maar ook zij hebben best de eerste woordjes onder de knie tegen 2 jaar. Als je kindje dan nog helemaal niets zegt, praat er dan over met je arts. Zodra woordjes opduiken en de woordenschat uitbreidt, let je daarnaast op de wijze waarop je kindje met taal omgaat, hoe hij de woordjes gebruikt tegenover anderen bijvoorbeeld. Loopt de verbale communicatie stroef of mank, dan kan dat ook wijzen op een taalontwikkelingsprobleem, waar te vroeg geborenen vaker mee geconfronteerd worden. Wanneer taalproblemen samen gaan met weinig of moeilijk oogcontact, is verder onderzoek eveneens wenselijk.

• Wanneer kan mijn baby naar school?
Te vroeg geboren kinderen zijn net als hun leeftijdsgenootjes schoolrijp op 5 – 6 jaar. Minder dan de helft van deze groep ervaart in min of meerdere mate problemen op school: zij hebben een extra duwtje nodig of net ietsje meer.
Een jaar langer in de kleuterschool verandert daar niets aan en is meestal ook geen goed idee. Tenzij je kindje in het late najaar (november of december) geboren is, in dat geval kan een extra jaar soms wel nuttig zijn.

• Waarom hebben te vroeg geboren kinderen meer leerproblemen?
Op school, bij het leren, worden meer specialistische, gedifferentieerde eisen gesteld aan de hersenfuncties en dan merk je dat er haperingen kunnen zijn. Het lezen, spellen en rekenen komt wel, maar soms aan een iets trager tempo dan bij de gemiddelde leerling. Leren kost een aantal ex-premature kinderen wat extra inspanning en oefening.

• Hoe kan ik mijn kind helpen bij leerproblemen?
Veel samen oefenen met je kind en uitzoeken op welke manier het leren kan verbeterd worden, kan heilzaam zijn. Bespreek het met de leerkrachten van de klas, zodat je een goed zicht hebt op de problemen en hoe je daar best mee om gaat. Heb vooral oog voor de sterke kanten. Moedig je kind aan en stimuleer het om te blijven proberen.
Prematuur geboren kinderen hebben soms de neiging te denken dat ze ‘toch niks kunnen’. Door als ouder positief te blijven steunen en ondersteunen, help je hen een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Complimenteer je kind als een taak (bijna) lukt. Toon begrip bij tegenslagen, maar let tegelijkertijd op niet te beschermend te zijn.

• Welke schoolproblemen kan je bij prematuur geboren kinderen verwachten?
De problemen zijn divers. Omdat ze zich vaak wat moeilijker kunnen concentreren, begrijpen deze kinderen taken minder goed. Soms zijn ze verlegen of juist druk of kunnen ze zich niet zo goed uitdrukken. Meer taken tegelijkertijd uitvoeren lijkt extra moeilijk voor te vroeg geboren kinderen, omdat het veel van hun concentratie vergt. Het is voor iedereen makkelijker om taak na taak af te werken in plaats van met verschillende dingen tegelijk bezig te zijn.

• Komt ADHD vaker voor bij prematuur geboren kinderen?
ADHD komt inderdaad vaker voor bij prematuur geboren kinderen. Hoe lager het geboortegewicht, hoe groter het risico. De diagnose wordt ten vroegste op het einde van de kleutertijd gesteld. Ongeveer de helft van de ex-prematuurtjes met ADHD heeft ondersteuning nodig op school. Ook thuis is dan extra begeleiding en veel geduld noodzakelijk
Premature kinderen lopen ook iets meer risico op autisme spectrum stoornissen (ASS).

• Komt agressief gedrag vaker voor bij te vroeg geboren kinderen?
Nogal wat premature kinderen zijn temperamentvol: ze zijn snel geprikkeld, druk, onrustig en heftig in hun emoties. Ouders vinden dat vaak moeilijk. Het vraagt energie, inlevingsvermogen en uithouding om manieren te vinden hoe je best met je kindje omgaat. Deze kindjes hebben veel tijd nodig en hun ouders veel geduld. Bekijk dat temperamentvolle karakter positief. Premature kindjes zijn vechtertjes. Het is misschien wel die karaktertrek die maakt dat ze ondanks de vroeggeboorte toch nog zo goed ontwikkelen
Prematuur geboren kinderen zijn op latere leeftijd zeker niet agressiever en vertonen niet meer delinquent gedrag dan leeftijdsgenoten geboren na een voldragen zwangerschap.

• Hoe verloopt de puberteit bij ex-premature kinderen?
Er is tot nu toe weinig onderzoek gebeurd naar de verdere ontwikkeling van ex-premature kinderen. Uit de beperkte studies blijkt wel dat er weinig specifieke problemen te verwachten zijn in de aanloop naar de puberteit. Vroeg geboren jongens en meisjes komen niet later in de puberteit dan op tijd geboren leeftijdsgenootjes. Meisjes menstrueren ook niet later.
Het inzetten van de puberteit heeft wel gevolgen voor de groei, vooral bij meisjes. De groeispurt treedt meestal op voor de eerste menstruatie, waardoor ze in veel gevallen relatief klein blijven. Bij jongens treedt de groeispurt later op, wat hun lengtegroei ten goede komt.
Ex-premature tieners die goed begeleid werden en worden, hebben een prima levenskwaliteit en evenveel kansen op levensgeluk. De aanwezigheid van fysieke en mentale handicaps vraagt soms een extra verwerkingproces.

• Hoe lang moet mijn kind worden opgevolgd?
Schoolgaande kinderen worden opgevolgd door de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Als ouder neem je best het initiatief en breng je de schoolarts op de hoogte van de vroeggeboorte van je kind. Dan kan men er ook rekening mee houden. Als ouders en CLB alert blijven voor stoornissen of problemen en tijdig actie ondernemen, kan nog altijd worden bijgestuurd waardoor onaangepast gedrag en beperkingen geminimaliseerd worden. Net zoals bij leeftijdsgenoten.


Meer lezen
www.vvoc.be/
www.kindengezin.be/






pub