Wereld Diabetes Dag: Wanneer moet u zich preventief laten testen op diabetes?

Laatst bijgewerkt: oktober 2013
Diabetes-oz-bloed-170_400_11.jpg

nieuws Door het sluimerende verloop wordt type 2 diabetes vaak jaren te laat ontdekt, terwijl er al heel wat schade kan zijn aangericht ter hoogte van weefsels of organen. Zo weet ongeveer 1/3 van de mensen met type 2 diabetes niet dat hij of zij de aandoening heeft. Daarnaast zijn er ook heel wat mensen die, zonder het te weten, een hoog risico lopen om type 2 diabetes te ontwikkelen.
Door de ziekte in een vroeg stadium op te sporen, en de risicofactoren duidelijk in beeld te brengen, kan men type 2 diabetes en de daarmee gepaard gaande problemen (hart- en vaatziekte, nierproblemen, oogproblemen) voorkomen of uitstellen.

In ons land wordt niet aangeraden om iedereen systematisch te testen op diabetes type 2. Wanneer bepaalde risicofactoren aanwezig zijn, is een preventief onderzoek bij uw huistarts wél sterk aanbevolen. Ook wanneer u klachten hebt die mogelijk kunnen wijzen op diabetes (zie Alarmsignalen voor diabetes), moet u zich laten onderzoeken.

Alarmsignalen voor diabetes
In tegenstelling tot type 1 diabetes, heeft type 2 diabetes niet altijd even uitgesproken symptomen. Hoewel de volgende klachten ook in andere omstandigheden kunnen voorkomen, moeten ze toch een ‘alarmbelletje’
doen rinkelen:
• veel dorst en droge mond
• dikwijls plassen
• onverklaarbare vermoeidheid
• sterk vermageren ondanks normale eetlust
• moeilijk genezende wonden
• verminderd gezichtsvermogen
• krampen, tintelingen of pijnen in voeten of benen
• herhaalde schimmelinfecties van vagina of penis
• herhaalde blaasontstekingen.

Preventief onderzoek wordt aangeraden wanneer u:

• Tussen 18-45 jaar bent en voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
- voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes;
- voorgeschiedenis van stresshyperglycemie (vastgesteld n.a.v. een medische ingreep of ziekenhuisopname);
- u hebt coeliakie (glutenintolerantie), polycysteus ovarium syndroom (PCOS) of een aandoening van de pancreas.
of aan twee van de volgende voorwaarden:
- voorgeschiedenis van een bevalling van een baby van meer dan 4,5 kg;
- diabetes bij eerstegraadsverwanten (moeder/zus/vader/broer) ;
- BMI = 25 kg/m² ;
- buikomtrek > 88 cm (vrouwen) of > 102 cm (mannen);
- hoge bloeddruk (systolische bloeddruk > 140 mmHg) of behandeld wordt voor hypertensie;
- verstoord vetzuurgehalte in het bloed (dyslipidemie: HDL-cholesterol = 0,90 mmol/l, triglyceriden > 2,8 mmol/l) of daarvoor behandeld wordt;
- met corticoïden wordt behandeld.

Tussen 45 en 64 jaar bent: als aan één enkele van de bovenstaande voorwaarden is voldaan.
Indien u van Marokkaans, Turkse of Zuid-Aziatische origine bent: vanaf 35 jaar

- Vanaf 65 jaar: altijd, ongeacht of er risicofactoren aanwezig zijn.

Hoe vaak moet u zich laten onderzoeken?
• Jaarlijks na zwangerschapsdiabetes of stresshyperglycemie gedurende de daaropvolgende 5 jaar; daarna om de 3 jaar.
• Jaarlijks bij een gestoorde nuchtere glucose (GNG 100-125 mg/dl) of een gestoorde glucose tolerantie (GGT 140-199 mg/dl).
• Vanaf 45 jaar: om de drie jaar bij aanwezigheid van een van de risicofactoren.
• Vanaf 65 jaar: om de drie jaar.

Hoe gebeurt een diabetestest?
• De huisarts neemt een nuchter bloedstaal. Nuchter wil zeggen dat u acht uur niet gegeten hebt. Water drinken mag wel, koffie ( of thee ) zonder suiker en melk mag ook.
In het labo wordt dan het suikergehalte (glycemie) bepaald.
- normale nuchtere glycemie: < 100 mg/dl:
- gestoorde nuchtere glycemie: = 100 mg/dl en < 126 mg/dl:
- diabetes: vanaf 126 mg/dl
Bij een afwijkend bloedresultaat zal steeds op een andere dag een tweede bloedstaal afgenomen te worden om het resultaat te bevestigen. De diagnose van diabetes is zeker als de nuchtere glycemie tweemaal gelijk of hoger is dan 126 mg/dl. Indien de diagnose niet bevestigd wordt, wordt regelmatige opvolging aanbevolen.

Geglycosyleerde hemoglobine (HbA1c)
Momenteel wordt de waarde van HbA1c (geglycosyleerd hemoglobine) onderzocht als een methode om diabetes op te sporen. De concentratie van 'geglycosyleerde hemoglobine' (HbA1c) in het bloed geeft een idee over de gemiddelde glucoseconcentratie van de laatste drie maanden. Vanaf een HbA1c van 6,5% (48 mmol/mol) is er sprake van diabetes. Een HbA1c tussen 5,5% (37 mmol/mol) en 6,5% (45 mmol/mol) wordt gezien als een alarmsignaal voor een verhoogd cardiovasculair risico en een verhoogd risico op diabetes.

• De Vlaamse Diabetes Vereniging staat niet achter het gebruik van de bloedglucosemeter als screeningsmiddel. Het testen met een bloedglucosemeter (vingerpriktest of capillaire glycemiemeting) is bedoeld voor mensen met diabetes als middel om aan zelfzorg te doen. Er is geen enkel bewijs dat het bijdraagt tot de preventie en vroegtijdige opsporing van type 2 diabetes.

Bronnen
Vlaamse Diabetesvereniging: Preventie van type 2 diabetes bij volwassenen.
www.diabetes.be/7/693/694/professionelen/preventievandiabetes/toolsvoordiabetespreventie.aspx
http://thuisarts.nl/news/nieuwe-diabetesteksten
www.domusmedica.be/documentatie/richtlijnen/overzicht/diabetes-type-2-horizontaalmenu-378.html






pub