Bronchiolitis: een gevaarlijke kinderziekte

Laatst bijgewerkt: september 2019
dr-oz-ausc-pasgeb-baby-170_400_10.jpg

nieuws Elk jaar tussen oktober en maart treft bronchiolitis tot 6.000 baby’s. Bronchiolitis is een acute virale infectie van de onderste luchtwegen, de bronchioli (de kleinste buisjes die naar de longblaasjes voeren). Ze wordt in 9 op de 10 gevallen veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus of RSV. Dat is een erg besmettelijk virus waartegen geen vaccin bestaat.

Kinderen kunnen meerdere keren na elkaar een RSV-infectie oplopen.
Bronchiolitis is de meest voorkomende ontsteking van de onderste luchtwegen bij kinderen jonger dan 2 jaar. Voor de meeste baby’s kan deze aandoening weinig kwaad, maar voor prematuren kan ze wel gevaarlijk zijn. Het is de belangrijkste oorzaak van hospitalisatie van baby’s.

Klachten

De ziekte begint meestal met een verkoudheid (lopende neus, droge hoest en een beetje koorts…). Er kunnen ook andere symptomen optreden, zoals een verminderde eetlust, bleekheid, rusteloosheid en zelfs cyanose (blauwe verkleuring) van handen en voeten.

De volgende dagen neemt de hoest toe en komen er slijmen. Door de opstapeling van slijmen in de kleine luchtwegen (de bronchi) kunnen ook ademhalingsmoeilijkheden optreden: de baby raakt buiten adem en de lucht die door de bronchiën stroomt, veroorzaakt een piepende ademhaling.
In de week volgend op de infectie verdwijnen de symptomen beetje bij beetje maar het kind kan nog enkele weken blijven hoesten.

Voor de meeste kinderen met een lichte infectie is geen specifieke behandeling nodig en moeten alleen de symptomen worden behandeld (in ieder geval moet de koorts worden aangepakt met paracetamol). Het is raadzaam om regelmatig de neus van het kind vrij te maken, het kind vaak te laten drinken en zijn maaltijden te spreiden. Bovendien moet de ruimte goed worden verlucht en tabaksrook worden vermeden. Geef geen hoestsiroop aan het kind !
Soms zijn aërosols of inhalatiemiddelen nodig om vernauwing van de bronchi tegen te gaan.

Wanneer het kind grote moeilijkheden ondervindt om te ademen of te eten, moet het worden opgenomen in het ziekenhuis omdat er dan hypoxemie (een verminderd zuurstofgehalte in het bloed) en/of dehydratatie dreigt. In het ziekenhuis kan het kind opgevolgd worden om zo nodig zuurstof te krijgen en te voeden met behulp van een sonde tussen neus en maag. In enkele zeldzame gevallen is kunstmatige ademhaling nodig.

Risicobaby’s

RSV-infecties zijn bij zuigelingen meestal goedaardig maar kunnen bijzonder ernstig zijn bij verzwakte baby's. Lopen een groot risico om een ernstige vorm van bronchiolitis op te lopen:
• prematuurtjes (geboren voor de 37ste zwangerschapsweek),
• baby's jonger dan 1 maand,
• baby’s met een aangeboren hart- of longafwijking, of die lijden aan mucoviscidose,
• baby’s met een verzwakt afweersysteem (door ziekte of na een beenmerg- of een orgaantransplantatie),
• baby’s die vaak aan tabaksrook worden blootgesteld,
• baby’s van wie de moeder astmapatiënte is, vaak bronchitis heeft of die tijdens de zwangerschap heeft gerookt.

Hoe baby’s beschermen

Er bestaat geen vaccin tegen RSV.
Om baby’s te beschermen tegen een RSV-infectie zijn een aantal
voorzorgsmaatregelen belangrijk:

• de handen wassen voor en nadat men een ziek kind verzorgt (met eenvoudige zeep kan het virus al onwerkzaam worden gemaakt),
• rokerige ruimten en roken in het bijzijn van het kind vermijden,
• fopspenen, kopjes, glas of bestek van een ziek kind niet in de mond nemen,
• een gezond kind niet in dezelfde kamer als een ziek kind laten slapen,
• baby's jonger dan twee maanden niet in al te drukke ruimtes laten komen,
• verkouden broers en zusjes geven best geen kus aan de baby,
geen bevuilde zakdoeken laten slingeren,
• regelmatig het stof afnemen : in het duister kunnen pathogene microben dagenlang in het stof overleven,
• overdag de overgordijnen openen want zonlicht doodt bacteriën, zelfs doorheen het venster,
• de kamer van het kind dagelijks verluchten en de temperatuur onder de 19°C houden,

Passieve immunisatie

Bij kinderen die een groot risico op een ernstige RSV-infectie lopen (vooral prematuren en baby’s met ademhalingsproblemen) kan de kinderarts beslissen om maandelijks een preventieve intramusculaire injectie met een humaan antilichaam toe te dienen. Vroeger konden enkel baby's die voor de 32e week van de zwangerschap geboren werden een terugbetaling krijgen voor deze vrij dure preventieve behandeling.

Vanaf nu wordt deze tegemoetkoming toegekend aan:
• Prematuren van minder dan 28 weken zwangerschapsleeftijd die jonger zijn dan 12 maand bij het begin van het RSV-seizoen (begin oktober voor België)
• Prematuren geboren tussen 28 en 35 weken zwangerschapsleeftijd die een beademing van minstens 48 uur nodig hebben, die in een NIC centrum hebben verbleven en die jonger zijn dan 6 maand bij het begin van het RSV-seizoen
• Kinderen lijdend aan chronische respiratoire insufficiëntie, ongeacht hun oorspronkelijke zwangerschapsleeftijd, die chronische zuurstoftherapie of beademing nodig hebben tijdens het RSV-seizoen, tot maximum 2 jaar postnataal
• Kinderen jonger dan 2 jaar die lijden aan een aangeboren hartziekte (congenitale cardiopathie met hemodynamische weerslag), in afwachting van een cardiochirurgische ingreep alsook in de maand na deze ingreep, en dit tijdens het RSV-seizoen, en die minstens aan één van de volgende criteria beantwoorden:
-Congestief hartfalen
-Zuurstofdesaturatie
-Pulmonale arteriële hypertensie.



verschenen op : 26/10/2013 , bijgewerkt op 09/09/2019


pub