Tips om de klas gezonder te maken

Laatst bijgewerkt: september 2013

nieuws 1. Verluchting
Verluchten is het in korte tijd verversen van alle verontreinigde binnenlucht door ramen en/of deuren wijd open te zetten (meer dan 8 cm).
• Zet de verwarming af en verlucht gedurende ongeveer 10 minuten. Hierdoor ververst u alle lucht in de klas terwijl de temperatuur redelijk constant blijft. In de meeste gevallen is de temperatuur binnen 10 minuten weer op peil. Verluchten is geen vervanging van ventilatie. Ook wanneer u voldoende verlucht, blijft ventileren noodzakelijk.
• Verlucht het klaslokaal tijdens pauzes (vb. speeltijd, middagpauze) of tijdens activiteiten buiten het lokaal (vb. sportles).
• Verlucht het klaslokaal extra tijdens computergebruik, bij bewegingsspelletjes en tijdens de knutselles.

2. Ventilatie
Ventileren is het voortdurend verversen van lucht. Met andere woorden het vervangen van verontreinigde binnenlucht door minder verontreinigde buitenlucht. Dit kan bijvoorbeeld door ramen op een kiertje te zetten, ventilatieroosters te openen of door het mechanisch ventilatiesysteem op te zetten. Door voldoende en correct te ventileren kunt u zorgen voor een gezond leefklimaat. Algemeen geldt dat u de hele dag moet ventileren om een gezond binnenmilieu in de klas te hebben.

Ventilatie met ramen
• Zet 's ochtends enkele ramen op een kier en laat deze, zo mogelijk, de hele dag openstaan.
• Zorg ervoor dat hoge ramen gemakkelijk te openen zijn.
• Zorg, indien mogelijk, voor dwarsventilatie. Zet hiervoor ramen op een kier in verschillende, tegenover elkaar liggende gevels.
• Als slechts ramen voorkomen in één gevel, zet dan zoveel mogelijk ramen op een kier. Dit zorgt voor een beter resultaat dan één raam helemaal openzetten.
• Om tocht te vermijden kunt u best ramen openen die hoger liggen dan 1,8 m. Als dit niet mogelijk is kies dan voor ramen waarbij de luchtstroom naar boven gericht is, bijvoorbeeld kiepramen.

Ventilatie met roosters
• Zet de ventilatieroosters gedurende de hele dag open.
• Ook 's avonds en 's nachts kunt u de ventilatieroosters het best openzetten.
• Sluit de roosters 's avonds als de buitentemperatuur 's nachts onder de 5°C daalt anders leidt dit tot onnodig energieverlies.
• Zorg ervoor dat de hoge ventilatieroosters gemakkelijk te openen zijn.
• Zorg, indien mogelijk, voor dwarsventilatie. Zet hiervoor roosters open in verschillende, tegenover elkaar liggende gevels.
• Om tocht te vermijden kunt u best roosters openen die hoger liggen dan 1.8 m.
• Om de ventilatiecapaciteit van roosters optimaal te kunnen gebruiken, moet u ze regelmatig, maar in elk geval twee keer per jaar reinigen.

Ventilatie met een mechanisch ventilatiesysteem:
• Laat de mechanische ventilatie de hele dag aan staan.
• Na een warme zomerdag kunt u de mechanische ventilatie 's nachts laten aan staan om de warmte in onder andere de wanden en vloeren met de koude nachtlucht weg te ventileren.
• Als u het mechanisch ventilatiesysteem niet laat reinigen, kan de capaciteit van het systeem met 10% per jaar afnemen. Filters van het mechanisch ventilatiesysteem moeten afhankelijk van het type soms wel maandelijks gereinigd of vervangen worden. De ventilatiekanalen moet u minimaal 1 keer per 10 jaar reinigen.
• Bij een mechanisch ventilatiesysteem hoort een logboek met een onderhoudsschema en een rapportage. Goed opvolgen van het logboek is noodzakelijk voor goede werking van het ventilatiesysteem.

Bent u van plan om een nieuw ventilatiesysteem in de school te laten plaatsen?
Kies dan voor een mechanisch ventilatiesysteem met warmteterugwinning. De uitgaande warme lucht verwarmt dan de binnenkomende koudere lucht. Hierdoor bespaart u energie. De uitgave wint u op termijn terug. Ligt de installatie van een mechanisch systeem niet binnen de mogelijkheden? Breng dan ventilatieroosters aan in de muur. Deze zijn met een koordje te openen of te sluiten, zijn voorzien van uitwasbare filters en kunnen indien nodig geluiddempend uitgevoerd worden.

3. Schoonmaak
Schoonhouden van klaslokalen is van groot belang voor een goede kwaliteit van de binnenlucht. Het zorgt ervoor dat allergenen, stof en micro-organismen verwijderd worden. Maar voorzichtigheid is noodzakelijk. Bepaalde schoonmaakmiddelen kunnen allerlei stoffen verspreiden die tot geurhinder of andere gezondheidseffecten kunnen leiden.

• Gebruik enkel niet-schadelijke schoonmaakmiddelen
• Gebruik microvezeldoekjes. U kunt sneller schoonmaken, de microvezeldoekjes nemen beter stof op en u hebt geen schoonmaakmiddelen nodig.
• Doseer de schoonmaakmiddelen juist, zodat de lokalen wel schoon worden, maar er geen onnodige dampen en stoffen in de lucht komen.
• Lees het etiket aandachtig. Vaak gebruikt men R- en S-zinnen om mogelijke risico's aan te geven. Een R-zin beschrijft het risico van het product (R= Risk). Bijvoorbeeld R38 wil zeggen dat het product irriterend voor de huid is. Een S-zin beschrijft welke veiligheidsvoorschriften u in acht moet nemen. Bijvoorbeeld S37 wil zeggen dat u bij gebruik van het product geschikte handschoenen moet dragen.
Ook pictogrammen of gevaarsymbolen geven informatie. Het meest gekende en gebruikte pictogram is het zwarte kruis op een oranje achtergrond. Het geeft weer dat een stof irriterend of schadelijk is. Irriterende stoffen zijn bijvoorbeeld ammoniak en javel. Vergeet niet dat producten met weinig informatie op het etiket, niet per definitie gezond of ongevaarlijk zijn. Denk ook niet dat een product alleen verkocht mag worden als het onschadelijk is.
• Maak schoon na de laatste les
• Ontsmetten is niet hetzelfde als reinigen
Ontsmetten houdt in dat ziektekiemen gedood worden of tot een niet ziekmakend aantal worden teruggebracht. Ontsmetting is zelden nodig. In het algemeen volstaat een goede reiniging met allesreiniger.

Ontsmetting is nodig in situaties waarin een verhoogd risico op besmetting verwacht kan worden, zoals wanneer:
- oppervlakken of meubilair verontreinigd zijn met bloed of met andere lichaamsvloeistoffen waarin bloedsporen te zien zijn;
- er zich een bijzondere situatie voordoet, zoals bij een epidemie of op advies van de Afdeling Toezicht Volksgezondheid.

• Maak regelmatig de waterafvoer schoon
Als u gootstenen, waterputjes en wastafel niet vaak gebruikt, kunnen ze droog komen te staan, waardoor de geurafsluiting niet meer functioneert. De waterafvoer wordt dan een bron van geur.
Een oplossing hiervoor is minimaal één keer per week weinig gebruikte wastafels, gootstenen en waterputjes spoelen.

• Reinig schoonmaakmaterialen na gebruik
Was doeken en dweilen op 60°C.
Laat nooit natte doeken en dweilen in emmers achter om de groei van schimmels en bacteriën te voorkomen.

4. Toilethygiëne
• Ontlasting en urine kunnen ziektekiemen bevatten, waardoor handen en sanitair besmet kunnen raken. Langs deze weg kunnen overgebrachte ziektekiemen via hand-mondcontact infecties veroorzaken.
• Leer de kinderen hun handen wassen na elk toiletbezoek.
• Vervang de handdoek in het toilet regelmatig, bij voorkeur dagelijks.
• Om het plassen naast het toilet te voorkomen is het een optie om de jongens zittend te laten plassen. Daarnaast kan een sticker van een vlieg of iets dergelijks in de toiletpot worden geplakt waar ze bij het plassen op kunnen richten (=plassticker).
• Wijs per klas één of meerdere toiletten aan. Bij onhygiënisch gedrag zijn de veroorzakers hiervan snel op te sporen. Let wel op dat er geen wachtrijen ontstaan. Kinderen moeten voldoende tijd krijgen om te plassen.
• Een hangend toilet vergemakkelijkt de schoonmaak. De voorkeur gaat uit naar een voegloze gladde vloer die bestand is tegen urinezuur.
• De spoelknop, de kraan, de handdoekhouder, de lichtschakelaar of de deurknop kunnen ook bevuild zijn. Laat bij de schoonmaak van de toiletten ook deze oppervlakken schoonmaken.

5. Inrichting
De inrichting van het klaslokaal kan een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het binnenmilieu. Zo kunnen nieuwe meubelen, tapijten of huisdieren een bron zijn van verontreiniging.

Stofvrije klas
Het aantal vrijstaande voorwerpen in een klaslokaal bepaalt voor een groot deel of stof zich gemakkelijk ophoopt en of u gemakkelijk kan schoonmaken. Kies daarom voor gesloten kasten. Zet zo weinig mogelijk op kasten. Maak vensterbanken regelmatig leeg.

Schoolmeubilair
Kies gezonde, duurzame en bio-ecologische materialen.

Huisdieren
Soms worden huisdieren permanent in de klas gehouden. Deze diertjes hebben vaak een goede invloed op het welzijn van de kinderen, maar ze houden ook een risico in voor allergische reacties. Bovendien zorgen hokken, voer en nestmateriaal voor extra stof in het lokaal. Dieren (cavia's, hamsters, vogels,…) horen niet thuis in de klas. Vissen kunnen eventueel wel als u het water regelmatig ververst en het voer bewaart in goed afsluitbare dozen.

Groen in de klas
Planten hebben een positieve invloed op het welbevinden en kunnen het stressniveau doen dalen. Bovendien zijn sommige planten in staat om chemische stoffen uit de lucht op te nemen. Deze planten kunnen de binnenmilieuproblemen niet de wereld uit helpen maar kunnen de situatie wel wat rooskleuriger maken.
De keerzijde van de medaille is dat planten de binnenluchtkwaliteit ook negatief kunnen beïnvloeden doordat ze allergenen (vb. stuifmeel) kunnen vrijstellen, door stofopstapeling op de bladeren of door de groei van schimmels in de potaarde. Om deze negatieve effecten te voorkomen, vermijdt u best bloeiende en/of behaarde planten. Reinig de potten en schotels jaarlijks en verwijder regelmatig het stof van de bladeren. Als er zich schimmel vormt op de bovenste laag van de potgrond, vervang dan de bovenste laag door verse potgrond.

Sommige planten zijn giftig. Vooral kleine kinderen (0-4 jaar) worden het slachtoffer van vergiftiging door planten.

GFT-afval
Fruit is een essentieel onderdeel van de gezonde voeding van kinderen. Voldoende fruit eten op school in dan ook van groot belang. Het enige negatief kantje aan het eten van fruit is dat fruitafval (klokhuizen, schillen,…) een ideale voedingsbodem vormen voor micro-organismen zoals schimmels. Om dit te vermijden kunt u gesloten GFT-vuilnisbakken plaatsen buiten de klaslokalen. Zorg ervoor dat het GFT-afval hier direct in terecht komt en niet in de klas blijft liggen.

Gordijnen
Gordijnen zijn een verzamelplaats voor stof. Bovendien worden ze weinig gewassen of uitgeklopt. Ook op horizontale lamellen blijft veel stof liggen. Verwijder daarom gordijnen als ze niet functioneel zijn. Zorg ervoor dat gordijnen of lamellen regelmatig gereinigd worden, minimaal één keer per jaar. Kies bij aanschaf van nieuwe gordijnen voor gladde stoffen of verticale lamellen.

Vloerbekleding
Textiele vloerbekleding neemt veel stof en vuil op en is moeilijk te onderhouden. Verwijder daarom de textiele vloerbekleding en vervang ze door gladde, gemakkelijk schoon te maken vloerbekleding. Linoleum is doorgaans de beste keuze. Glad afgewerkt kurk kan ook geschikt zijn. Als verwijderen van de textiele vloerbekleding niet mogelijk is, zorg er dan voor dat de vloerbekleding regelmatig gereinigd wordt.

Kopiemachines
Kopiemachines en ook laserprinters kunnen de kwaliteit van de binnenlucht negatief beïnvloeden door onder andere toneremissie en ozonuitstoot. De hoeveelheid schadelijke stoffen is afhankelijk van het soort apparaat en van het gebruik. Plaats kopiemachines het best in ruimtes waar niemand langere tijd verblijft. Zorg voor een goede ventilatie in de ruimte waar de kopiemachine staat. Kies bij aankoop van een nieuw apparaat voor een ozonarm exemplaar.

5. Bezetting van de klaslokalen
Hoe meer mensen zich in een klaslokaal bevinden, hoe groter de verontreiniging. Meer reukstoffen, stofjes, bacteriën, virussen, allergenen en warmte. Kortom de infectiedruk in het klaslokaal neemt toe. Hou bij het maken van het lesrooster of bij het indelen van de klassen in lokalen rekening met de grootte van de klassen of groepen. Bij voorkeur is er per leerling een minimale oppervlakte van 2m².

6. Gebruik van zonwering
In de zomerperiode maar ook in het voor- en naseizoen, kan door zoninstraling gecombineerd met de afgifte van warmte door mensen, verlichting en apparatuur, de binnentemperatuur onbehaaglijk hoog worden. Vaak wordt de zonwering niet optimaal gebruikt. Sluit de zonwering tijdig, ook van ruimten die (nog) niet in gebruik zijn. Als de temperatuur op een zonnige dag hoger dan 22°C is, is het raadzaam de zonwering te gebruiken. Het thermisch comfort wordt hierdoor ten opzichte van het te laat sluiten met ongeveer 20% verbeterd bij buitenzonwering en met ongeveer 5% bij binnenzonwering.

7. Bouwen en verbouwen
Bij de bouw, de afwerking en het onderhoud van scholen worden veel verschillende soorten materialen gebruikt. Sommige van deze materialen zijn de oorzaak van schadelijke gassen en dampen in de binnenlucht. Het betreft voornamelijk verf- en lijmsoorten, sommige kunststoffen en formaldehydebevattende spaanplaat. Vraag duidelijk of de materialen, die door het aannemersbedrijf of de schilder gebruikt worden, gezond en duurzaam zijn. Vraag of zij bij de uitvoering van het werk voldoen aan de wettelijke regels en richtlijnen. Laat werkzaamheden zoveel mogelijk op vrijdag, maar liefst tijdens de vakantie, uitvoeren. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens en na de uitvoering van de werken.

8. Afstand tussen tafels en verwarming
Kinderen die aan tafels naast het raam zitten, hebben vaak een probleem met het thermisch comfort. Met de benen zitten ze tegen de verwarming terwijl hun hoofd zich voor het koude raam bevindt. Dit is voor de betrokken kinderen onaangenaam. Plaats daarom geen lessenaars direct tegen de verwarming.

9. Verbeter de regelbaarheid van de radiatoren
In veel scholen wordt de verwarming centraal gestuurd. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat in bepaalde lokalen, ondanks zoninstraling, verlichting, apparatuur en mensen, de radiatoren toch volop warmte afgeven terwijl dit niet noodzakelijk is. Dit lijdt tot onnodig energieverbruik. Een oplossing hiervoor is het aanbrengen van een thermostatisch radiatorventiel op de radiatoren.

10. Beperk de warmteproductie
Verlichting en apparatuur kunnen zorgen voor een aanzienlijke warmteproductie. Laat verlichting en apparatuur niet onnodig ingeschakeld. Eerder uitschakelen van verlichting en het niet onnodig laten aanstaan van computerschermen, kan het thermisch comfort met ongeveer 6% verbeteren. Bovendien vermijdt u hierdoor onnodig energieverlies.

11. Knutselen
Kies bij het knutselen voor gezonde producten. In sommige verven en lijmen zitten schadelijke oplosmiddelen. Deze stoffen kunnen irritatie van slijmvliezen, hoofdpijn en vermoeidheid veroorzaken. Gebruik lijm- en verfproducten op waterbasis. Dit geldt ook voor middelen die bedoeld zijn om het gereedschap (vb. verfborstels) schoon te maken.

12. Schoolmateriaal
In sommige stiften en correctiemiddelen zitten schadelijke stoffen. Kies daarom voor een gezond, milieuvriendelijk alternatief.

13. Anti-stuifkrijt
De kwaliteit van de binnenlucht wordt verminderd door stofdeeltjes in de lucht. Stofdeeltjes komen onder andere vrij bij het schrijven op het bord met krijt of het schoonvegen van het bord met een bordenwisser. Het gebruik van anti-stuif krijt beperkt het vrijkomen van stof. Maak het bord, indien mogelijk, schoon met een natte spons of een natte doek.


Wil je onze artikels graag ontvangen in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

eenvoudig terug uit te schrijven
Wij verwerken jouw persoonsgegevens conform het Privacy-beleid van Gezondheid NV / Mediahuis.
volgopfacebook

volgopinstagram