Wetsvoorstel wil verbod op transvetzuren

Laatst bijgewerkt: juli 2015
chips-vet-170_400_08.jpg

nieuws Heel wat bereide voedingswaren bevatten transvetzuren, en die zijn slecht voor hart en bloedvaten. Een nieuw wetsvoorstel moet er voor zorgen dat we minder van deze ongezonde vetten binnenkrijgen. Senaatvoorzitster Sabine de Bethune en senatrice Cindy Franssen (allebei CD&V) willen transvetzuren uit onze voeding bannen. Bedoeling is de inname van deze industriële vetten tot minder dan één procent van de totale energiebehoefte te beperken.

Dit wetsvoorstel sluit aan bij een recent advies van de Hoge Gezondheidsraad over transvetzuren van industriële oorsprong.

De transvetzuren hebben een tweevoudige oorsprong. Enerzijds zijn er de transvetzuren van dierlijke oorsprong. Deze transvetzuren komen voor in melk en vlees afkomstig van herkauwers. Aangezien transvetzuren slechts in kleine hoeveelheden voorkomen in melk en vlees en slechts in kleine hoeveelheden verbruikt worden, lijken ze geen probleem voor de volksgezondheid te vormen. Anderzijds bestaan er transvetzuren van industriële oorsprong. Dit zijn vetzuren die ontstaan wanneer plantaardige oliën rijk aan onverzadigde vetzuren bewerkt worden. De industriële bewerking die toegepast wordt op de plantaardige oliën, heet « hydrogenatieproces ».

Het proces van hydrogenatie maakt het mogelijk om de smelttemperatuur van de vetzuren te verhogen. Zo kunnen steviger vetten geproduceerd worden die gemakkelijk gesmeerd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld bepaalde margarines. Verder komen transvetzuren ook voor in talrijke voedingsmiddelen zoals koekjes, gebak, koffiekoeken en gefrituurde voeding. De voedingsmiddelenindustrie is overgeschakeld op het gebruik van plantaardige oliën, sinds er bezorgdheid ontstaan is over de bovenmatige inname van verzadigde vetzuren en over cholesterol.

Plantaardige oliën die aan een hydrogenatieproces onderworpen worden, bieden een alternatief voor smeer- en bakboter. Het probleem is echter dat het hydrogenatieproces de onverzadigde vetzuren gedeeltelijk omzet in transvetzuren. Het verbruik van deze transvetzuren is nog schadelijker dan dat van verzadigde vetten.

De Hoge Gezondheidsraad wijst in zijn advies op de risico's die verbonden zijn aan het verbruik van transvetzuren van industriële oorsprong. Het verbruik van dergelijke transvetzuren leidt tot een hogere cholesterol in het bloed. Verder veroorzaakt een bovenmatig gebruik ontstekingsreacties, de vorming van bloedklonters, de aantasting van de werking van insuline en de verhoging van het risico op diabetes.

De Hoge Gezondheidsraad bepleit in zijn advies dan ook een verbod op de verkoop van voedingsmiddelen met meer dan 2 g transvetzuren per 100 g olie of vet, zodat de inname van transvetzuren tot maximaal 1 % van de totale energiebehoefte beperkt wordt. De gemiddelde dagelijkse inname in België ligt nu op 3 à 4 g per persoon. Bij liefhebbers van fast food, gebakjes, koekjes enz. kan dit oplopen tot 20 g per dag.

Volgens de Hoge Gezondheidsraad worden de transvetzuren best vervangen door oliën of vetten met een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren (enkelvoudige onverzadigde vetzuren zoals in olijfolie, pindaolie, koolzaadolie en meervoudige onverzadigde vetzuren zoals in maïsolie, zonnebloemolie, sojaolie en notenolie). Meervoudige onverzadigde vetzuren zijn wel kwetsbaar dus moet men voorzichtig zijn bij de opwarming ervan; hoge temperaturen worden afgeraden. Verder wordt het gebruik van onverzadigde vetzuren van het type « omega 3 » aangeraden (deze vetzuren komen voor in sommige plantaardige olieën (bijvoorbeeldkoolzaadolie, lijnzaadolie) en komen ook voor in de oliën en vetten van zeedieren en van bepaalde algen en microalgen. Ten slotte wordt afgeraden om transvetzuren te vervangen door palmolie en kokosolie. Deze 2 plantaardige oliën zijn goedkoop maar waarschijnlijk even schadelijk als transvetzuren.

Ook de EFSA (European Food Safety Authority) heeft op 25 maart 2010 een advies gepubliceerd waarin wordt opgeroepen om het verbruik van transvetzuren zo veel mogelijk te beperken.

Naar het voorbeeld van Denemarken hebben bepaalde Europese en niet-Europese landen (Oostenrijk, Zwitserland, Zuid-Afrika, IJsland) en bepaalde staten of steden in de Verenigde Staten (bijvoorbeeld New York) transvetzuren van industriële oorsprong volledig gebannen. In andere landen (bijvoorbeeld Nederland en het Verenigd Koninkrijk) nam de industrie het voortouw door de concentratie van transvetzuren sterk te verminderen. Nog andere landen (bijvoorbeeld Canada) eisten dat het transvetzurengehalte duidelijk op de etikettering van voedingswaren vermeld wordt.

Het nieuwe wetsvoorstel verbiedt de handel of het in de handel brengen en de fabricage van voedingsmiddelen met meer dan 2 g transvetzuren van industriële oorsprong per 100 g olie of vet, zodat de totale inname van deze schadelijke vetten tot < 1 % van de totale energiebehoefte beperkt wordt. Dezelfde beperking geldt voor kokosolie en palmolie, aangezien zij hoogstwaarschijnlijk even schadelijk zijn als transvetzuren. Ten slotte vereist het wetsvoorstel een duidelijke vermelding van het transvetzurengehalte op het etiket van het voedingsmiddel. Ook voor het gehalte aan kokosolie en palmolie geldt deze verplichting.



verschenen op : 07/06/2013 , bijgewerkt op 14/07/2015


pub