Mazelen: laat uw kind opnieuw vaccineren in het 5de leerjaar

Laatst bijgewerkt: april 2013
mazelen-170.jpg

nieuws Mazelen is een zeer besmettelijke infectieziekte die sinds enkele jaren opnieuw opduikt in Europa, ook in ons land. Alleen al in 2011 heeft dit geleid tot meer dan 30.000 gevallen van mazelen binnen Europa. In België werden in 2011 579 gevallen geregistreerd, tegenover 40 in 2010 en 33 in 2009. Het ging om personen van alle leeftijden en over heel België. De meerderheid daarvan was niet gevaccineerd of had slechts één dosis van het vaccin gekregen. In de eerste helft van 2012 werden in de EU 10.427 gevallen van mazelen geteld. België komt met 0,98 gevallen per 100.000 inwoners op de 7de plaats, na Roemenië, Ierland, Spanje, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

De oorzaak waarom mazelen (en andere ‘kinderziekten’ zoals bof en kinkhoest) opnieuw opduiken is waarschijnlijk een gebrekkige vaccinatie: kinderen én volwassenen die niet gevaccineerd zijn of die slechts één vaccindosis kregen terwijl er twee nodig zijn om voldoende beschermd te zijn. Vooral personen die momenteel 10-19 jaar oud zijn, zijn waarschijnlijk onvoldoende beschermd omdat zij in de jaren tachtig en negentig geen vaccin hebben gekregen. De kans is groot dat personen geboren voor 1985 de mazelen hebben gehad en dus beschermd zijn.

Mazelen is geen onschuldige kinderziekte
Mazelen is geen onschuldige kinderziekte. Bij de meeste patiënten verloopt alles zonder veel erg. Mazelen begint met een verkoudheid, hoest, rode ogen en vaak hoge koorts. Na enkele dagen kunnen witte vlekjes in de mond ontstaan, gevolgd door kleine rode vlekjes die erg kunnen jeuken. De symptomen zijn meestal ernstiger bij jongeren en volwassenen dan tijdens de kindertijd. De meeste mensen zijn na een tiental dagen genezen.

Maar een kleine minderheid ontwikkelt ernstige complicaties, zoals een oor- of longontsteking, hersenvliesontsteking of hersenontsteking. Mazelen tijdens de zwangerschap kan leiden tot een vroeggeboorte of een miskraam.
Van de 361 mazelengevallen uit 2011 waarvan gegevens bekend zijn, werden er 93 in het ziekenhuis opgenomen. Bij 31 personen traden ernstige longproblemen op, waarvan één gevolgd werd door een septische shock, en één geval van hersenontsteking (encefalitis). Gelukkig overleed niemand.

De kans op overlijden door mazelen wordt op 1 à 3 gevallen per 1000 gerekend. Rekening houdend met het totaal aantal geboorten in België (± 128.000 in 2010), zou mazelen dus, wanneer we niet zouden beschikken over een vaccin, verantwoordelijk zijn voor 8.400 à 10.800 gevallen van ooronsteking, 1.200 à 7.200 longontstekingen, 60 à 120 gevallen van hersenontsteking en 120 à 360 overlijdens. Deze extrapolaties geven een idee van de ernst van deze ziekte.

Vaccinatie
Mazelen is een erg besmettelijke infectieziekte. Vóór de invoering van de vaccinatie in 1985 werd bijna 100% van de kinderen op schoolleeftijd besmet. Sinds er gevaccineerd wordt, is de leeftijd waarop kinderen besmet raken – meestal kinderen die niet of onvolledig gevaccineerd zijn en die de ziekte niet op jonge leeftijd hebben doorgemaakt – verschoven naar de tiener- en jongvolwassen leeftijd.
Bijna iedereen die niet beschermd is en in contact komt met het mazelenvirus, raakt besmet.

• Zuigelingen zijn in de eerste maanden beschermd door antistoffen van de moeder (als de moeder de ziekte heeft doorgemaakt of gevaccineerd is). Deze bescherming neemt geleidelijkaan af.
In de eerste levensmaanden kunnen zuigelingen wel een afgezwakte vorm van de ziekte doormaken.

• Vaccinatie op de leeftijd van 12 maanden slaat in 5% van de gevallen niet aan, waarschijnlijk omwille van de maternele immuniteit. Maar 95% van de kinderen die niet reageerden op de eerste dosis ontwikkelen toch een voldoende immuniteit na de tweede dosis. Men schat de bescherming na 2 dosissen op 98%.
De Wereldgezondheidsorganisatie wil mazelen uitroeien. Om mazelen uit te roeien moet minstens 95 procent van de bevolking gevaccineerd zijn. Volgens een recente studie naar de vaccinatiegraad is 96% van de baby’s in Vlaanderen gevaccineerd tegen de mazelen, bij de tieners zitten we aan 92,5%. Dat is dus te weinig om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Met de nieuwe Vlaamse ‘Gezondheidsdoelstelling Vaccinaties’ heeft de Vlaamse regering zich geëngageerd om tegen 2015 te voldoen aan de voorwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie om mazelen uit te roeien.

Wie en wanneer vaccineren?
• In ons land worden alle kinderen gratis gevaccineerd tegen mazelen met het MBR-combinatievaccin tegen mazelen, bof en rubella (rode hond). Dat gebeurt op de leeftijd van 12 maanden en een tweede dosis op 10 à 13 jaar (normaal in het vijfde leerjaar). Wanneer een kind op de leeftijd van 13 geen tweede vaccin ontving, is het mogelijk onvoldoende beschermd en wordt best een tweede dosis toegediend voor de leeftijd van 18 jaar.
Het eerste vaccin op 12 maanden wordt gratis toegediend via Kind & Gezin.

Het vaccin in het 5de leerjaar wordt meestal op school toegediend door een arts van een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). De kinderen krijgen dan vooraf een brief mee die hun ouders moeten ondertekenen om toestemming voor de vaccinatie te geven. Ouders kunnen hun kinderen ook door de huisarts of pediater laten vaccineren (maar ze moeten dan een colsultatie betalen).

• Baby’s die naar een derde wereldland vertrekken of naar een Europees land waar een epidemie heerst, kunnen vanaf de leeftijd van 6 maanden gevaccineerd worden. Op 12 maanden moet het kindje dan een tweede spuitje krijgen, en een derde spuitje op de leeftijd van 10-13 jaar.

• In geval van verhoogd risico op besmetting wordt vaccinatie ook aangeraden aan volwassenen die geboren zijn na 1970 en die niet eerder (volledig) gevaccineerd werden (of daaraan twijfelen) en die de ziekte niet hebben doorgemaakt. Dat geldt met name voor:
- reizigers naar derdewereldlanden en landen waar mazelen nog veel voorkomt,
- artsen en ziekenhuispersoneel.
Indien u als kind één dosis hebt ontvangen, dan volstaat een tweede dosis. Indien u als kind niet werd gevaccineerd of daaraan twijfelt, moeten twee dosissen worden toegediend met een minimum interval van 4 weken.

• Bij vaststelling van mazelen in een gezin of in een school zal de arts de vaccinatiestatus van nauwe contacten en klasgenoten nagaan. Bij onvolledige of onbekende vaccinatie, worden alle mogelijke contacten zo snel mogelijk gevaccineerd. Binnen de 3 dagen toegediend kan het mazelenvaccin de infectie tegenhouden.

Zwangere vrouwen mogen niet gevaccineerd worden tegen mazelen. Na de vaccinatie mag een vrouw in de vruchtbare leeftijd minstens gedurende één maand niet zwanger worden.
Ook mensen met een verminderde immuniteit door een ziekte of behandeling) mogen niet ingeënt worden.

Ziek door vaccin?
Het MBR-vaccin kan lokale reacties veroorzaken: een kortdurend branderig gevoel op de injectieplaats. Soms treedt na een paar dagen lichte koorts op, uitslag en/of spierpijn. Deze verschijnselen verdwijnen na 2 à 3 dagen. Uiterst zeldzaam treedt een voorbijgaande zwelling van de oorspeekselklier op. Koortsstuipen zijn mogelijk na vaccinatie, maar komen minder frequent voor dan bij een natuurlijke infectie. Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten.

De mogelijke bijwerkingen van het vaccin zijn alleszins veel minder erg dan de ziekte zelf.
Er bestaat geen enkel bewijs dat het MBR-vaccin autisme zou veroorzaken.
Om de bijsluiters te lezen, klik op Priorix of M-M-VAXPRO in de zoekfunctie op http://bijsluiters.fagg-afmps.be/?localeValue=nl

Meer info
www.vaccinatieweek.be.
www.vaxinfopro.be/



verschenen op : 23/04/2013


pub