Hoe gebeurt de afname van stamcellen?

Laatst bijgewerkt: februari 2013
labo-stamcel-170_400-03.jpg

nieuws Er zijn 2 manieren om stamcellen af te nemen bij een donor: uit het bloed en uit het beenmerg.

• Stamcellen uit het bloed
De afname van stamcellen uit het bloed is in België de meest gebruikte methode. Op zich bevat ons bloed weinig stamcellen. Door de donor gedurende 4 of 5 dagen voor de stamceldonatie ’s morgens en ’s avonds een spuitje te geven met specifieke beenmerggroeifactoren, stimuleert men de verplaatsing van stamcellen uit het beenmerg naar het bloed. De injecties zijn onderhuids en kunnen dus door jezelf of een thuisverpleger worden toegediend. Na 4 dagen wordt getest of er voldoende stamcellen in het bloed aanwezig zijn. Meestal is dat het geval en gebeurt de afname dezelfde dag of de dag erna.

Om de stamcellen af te nemen, wordt de donor aan een bloedverzamelmachine gekoppeld. Het bloed verlaat de donor langs een naald in de ene arm en komt in een soort centrifuge terecht. Daar wordt het deel van het bloed dat rijk is aan stamcellen gescheiden van de rest van het bloed. Het stamcelrijke deel komt in een zakje terecht. Het overige bloed wordt weer op lichaamstemperatuur gebracht en komt via een naald in je andere arm terug in je lichaam. Je krijgt extra calcium toegediend om bijwerkingen te voorkomen. De afname duurt 3 à 4 uur. Nadien kan je terug naar huis.

Het grootste nadeel van deze methode is de behandeling met groeifactoren, maar de injecties worden over het algemeen goed verdragen en ernstige complicaties zijn zeldzaam. De donor kan wat last hebben van nevenverschijnselen zoals moeheid, hoofdpijn of een koortsig gevoel, maar deze zijn mild en van korte duur en kunnen met een gewone pijnstiller worden opgevangen. Het grootste voordeel van deze methode is de eenvoudige procedure en dat je de dag zelf terug naar huis kan.

• Stamcellen uit het beenmerg
De tweede methode is de afname van stamcellen uit het beenmerg. Via een naald wordt 1 tot 1,5 liter bloed en beenmerg opgezogen uit je bekkenkambeen. Dat is 1 tot 5% van je totale beenmerg. Gedurende de maand voor de donatie worden 1 of 2 zakjes bloed afgenomen. Dat bloed krijg je terug toegediend tijdens de donatie van het beenmerg. Met het beenmerg komt immers ook bloed mee en dankzij de vooraf afgenomen zakjes kan dit onmiddellijk worden gecompenseerd.

De donatie van stamcellen uit het beenmerg gebeurt onder algemene verdoving. Van de procedure zelf voel je dus niets. De dag voor de afname word je opgenomen in het ziekenhuis. Na de afname blijf je nog een nacht in het ziekenhuis om rustig te ontwaken. De eerste uren kan je je nog wat suf en moe voelen. Sommige mensen zijn ook een beetje misselijk en voelen wat stijfheid en pijn op de plaats van de prik. Het is vrij ingrijpend om als gezond persoon deze procedure te ondergaan voor iemand anders, maar je kan er wel iemands leven mee redden.

Beenmergdonatie wordt soms ten onrechte verward met een ruggenmergpunctie, wat een delicatere ingreep is. Het grootste nadeel aan de stamcelafname uit het beenmerg is de algemene verdoving. Daardoor word je een dag voor de afname in het ziekenhuis opgenomen, de dag na de afname kan je terug naar huis. Het voordeel is dat je op voorhand geen injecties met groeifactoren hoeft te krijgen.

Doet het pijn?
Ja en nee. Bij geen van beide afnamemogelijkheden, via bloed of via beenmerg, is de afname zelf pijnlijk. Bij een afname uit het beenmerg word je onder algemene verdoving gebracht en voel je dus niets. Stamceldonatie via het bloed doet niet meer of minder pijn dan gewoon bloed geven. Het enige wat je kan voelen zijn de 2 prikjes in je armen. 1 voor de katheternaald waarlangs het bloed je lichaam verlaat, en 1 in de andere arm voor de katheternaald waarlangs je het overgrote deel van je bloed onmiddellijk terugkrijgt.

Er kunnen bij beide methodes nadien wel enkele bijwerkingen optreden. De voornaamste klachten zijn vermoeidheid, spierpijn en misselijkheid. Deze klachten zijn meestal vrij mild en kortstondig.

Zijn er risico's verbonden aan stamceldonatie?
Stamceldonatie gebeurt al tientallen jaren. Tot op vandaag zijn er geen aanwijzingen dat er bijzondere risico’s aan verbonden zijn. Men neemt echter het zekere voor het onzekere en volgt elke donor na de donatie op.

Moet ik naar het ziekenhuis om stamcellen te doneren?
De afname van stamcellen is enkel toegestaan in de daartoe bevoegde centra. Er zijn er een aantal in Vlaanderen. De meeste bevinden zich in of nabij een groot of universitair ziekenhuis.
Bij afname van stamcellen via het bloed kan je na de afname gewoon terug naar huis. Bij afname van stamcellen via het beenmerg, zal je een nacht of twee in het ziekenhuis verblijven.

Wat gebeurt er met mij nadat ik stamcellen heb gedoneerd?
Een week, een maand en een jaar na de donatie word je opnieuw uitgenodigd voor een gewoon medisch onderzoek. Men controleert of je lichaam volledig is hersteld van de afname en of er geen complicaties zijn.
Wie eenmaal gedoneerd heeft, wordt uit het stamcelregister geschrapt voor verdere donatie. In bepaalde gevallen kan je nog eens worden opgeroepen voor dezelfde patiënt waarbij men uiteraard eerst opnieuw je toestemming vraagt.

Brengt het doneren van stamcellen kosten voor mij mee?
Nee. Het medisch onderzoek vooraf, de afname zelf en de medische onderzoeken in het kader van de opvolging zijn voor de donor kosteloos. De donor wordt in het ziekenhuis geregistreerd als vrijwillige donor en draagt daardoor zelf geen kosten. Alleen het vervoer van en naar het donorcentrum is ten laste van de donor.

Krijg ik verlof als ik stamcellen doneer?
Wie voor het medisch onderzoek of voor de donatie zelf afwezig is op het werk of op school kan een ziektebriefje krijgen. Er bestaat geen bijzonder verlof voor donoren. Met de werkgever of school wordt eerst overeengekomen of men die dagen als ziekteverlof mag beschouwen.
Men houdt bij de planning van de stamceldonatie wel rekening met de donor. Er wordt samen naar een geschikte datum gezocht.

Weet ik wie mijn stamcellen krijgt?
Eerst zoekt men bij de nabije familie naar een geschikte stamceldonor voor een patiënt. Vindt men daar iemand dan kennen donor en ontvanger elkaar uiteraard. Een behandeling met stamcellen van een familielid is op zich niet beter of slechter dan een behandeling met stamcellen van iemand anders. De kans dat men een geschikte donor vindt, is binnen de nabije familie wel groter dan daarbuiten.

Vindt men geen donor in de familie, dan wordt het stamcelregister gecontacteerd. Stamceldonatie via het stamcelregister is anoniem. Je weet dat er ergens ter wereld iemand zal behandeld worden met jouw stamcellen. Je weet echter niet wie het is.

Meer info
www.stamceldonor.be



verschenen op : 19/02/2013


pub