Hoe herkent u een winterdepressie?

Laatst bijgewerkt: december 2013
psych-vr-depr-170_560_06.jpg

nieuws Naar schatting zou zowat 10% van de bevolking in de wintermaanden last hebben van depressieve gevoelens. De klachten kunnen optreden vanaf november, maar meestal zijn ze het ergst in januari-februari. Dit kan wijzen op een winterdepressie of een Seasonal Affective Disorder (SAD) zoals het in vakjargon wordt genoemd. Men noemt het ook wel eens winterblues, hoewel dat strict gezien een milde vorm van winterdepressie is.

Het ontstaan van een winterdepressie en winterblues heeft te maken met de vermindering van de hoeveelheid licht in de winter en het vroege voorjaar. Op een zonnige dag schommelt de verlichtingssterkte (uitgedrukt in lux) tussen 10.000 en 100.000 lux. Op een sombere, bewolkte dag kan dit slechts 1000 lux zijn en in een kantooromgeving zelfs 500 lux. Hierdoor wordt het dag-/nachtritme ontregeld, wat een invloed heeft op de slaap en op de stemming. Dit zou kunnen te maken hebben met een versterkte afscheiding van het slaaphormoon melatonine dat een belangrijke rol speelt bij de regeling van onze biologische klok. Dit hormoon wordt ’s nachts aangemaakt. Tijdens de ochtend, onder invloed van licht, moet de aanmaak verminderen. Men gaat ervan uit dat te veel melatonine een deprimerende invloed heeft. Recent onderzoek heeft ook een verminderde lichtgevoeligheid van de retina in het oog aangetoond bij mensen met een winterdepressie waardoor de hersenen minder lichtsignalen zouden krijgen. De precieze betekenis hiervan is nog niet duidelijk.

Naar schatting heeft één op tien tot twintig mensen hiervan zoveel last dat ze moeite hebben om normaal te functioneren. Vrouwen hebben om een of andere reden vier maal meer last van winterblues of een winterdepressie dan mannen.
Vermoedelijk bestaat er een genetische voorbeschiktheid en/of aangeboren gevoeligheid, zoals dat voor de meeste stemmingstoornissen het geval is.

Winterdepressies komen iets frequenter voor in noordelijke landen in vergelijking met zuiderse landen met meer zonlicht, maar ook in Italië wordt het percentage geschat op ong. 10 procent. Misschien zijn mensen uit noordelijke landen genetisch beter aangepast aan het tekort aan licht.

Typische klachten van een winterdepressie zijn:
• u voelt zich lusteloos en moe,
• u bent prikkelbaar en/of overdreven angstig,
• concentratieproblemen,
• sterke behoefte aan slaap: u slaapt veel en lang, en bent toch niet uitgerust
• overdreven eten, een onbedwingbare zin in zoetigheden
• gewichtstoename.

Om van een echte winterdepressie te kunnen spreken, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn.
• de klachten moeten gedurende tenminste twee opeenvolgende winterseizoenen optreden,
• de klachten verdwijnen spontaan in de lente,
• er zijn geen andere redenen om de depressie te verklaren (verlies van een geliefd persoon, verlies van werk, vereenzaming,... ).

Er bestaan enkele opvallende verschilpunten tussen een gewone, niet-seizoengebonden depressie en een winterdepressie. Iemand met een niet-seizoengebonden depressie voelt zich ook voortdurend moe, maar kan - in tegenstelling tot iemand met een winterdepressie - de slaap niet vatten. Ze zijn moe omdat ze onvoldoende slapen, terwijl winterdepressieven moe zijn ondanks vele uren slaap. Een tweede verschilpunt is de trek in zoetigheid, die typisch is voor een winterdepressie. Wie lijdt aan een niet-seizoensgebonden depressie heeft helemaal geen eetlust en zal eerder vermageren in plaats van te verdikken.

zie ook artikel : Wat kan u doen tegen een winterdepressie?



verschenen op : 24/01/2013 , bijgewerkt op 09/12/2013


pub