Hormoontherapie verkleint kans op hart- en vaatziekten

Laatst bijgewerkt: oktober 2019
123-txt-menopause-170_12.jpg

nieuws Vrouwen die na de overgang meteen beginnen met hormoontherapie hebben minder kans op hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit Deens onderzoek onder 1006 gezonde vrouwen van 45 tot 58 jaar die gedurende zestien jaar werden opgevolgd. Het onderzoek verscheen in het Britisch Medical Journal.

De vrouwen werden in twee groepen verdeeld. De ene groep vrouwen kreeg ofwel alleen oestrogenen of een combinatie van oestrogenen en progesteron toegediend, de andere groep kreeg geen medicatie. Na tien jaar stopten de onderzoekers met het toedienen van de hormonen omdat er ophef was ontstaan over de mogelijke bijwerkingen van hormoontherapie. Een grootschalige studie had namelijk aangetoond dat hormonen bij vrouwen na de overgang de kans op trombose en borstkanker zou vergroten. Beide groepen vrouwen werden na het stopzetten van de therapie nog zes jaar gevolgd.

Uit de studie bleek:
• dat de kans op overlijden, hartfalen of een myocardinfarct bij de groep met hormoontherapie in vergelijking met de controlegroep 50% lager was.

• dat het risico op kanker, trombo-embolie of CVA (beroerte) niet verhoogd was.
Volgens de onderzoekers lijkt er een relatie te bestaan met de duur van de postmenopauze en de leeftijd van de vrouwen bij het starten van de therapie. Hoe sneller na de menopauze gestart wordt en hoe jonger de vrouwen, hoe minder kans op hart- en vaataandoeningen. Ook lijkt het type hormoontherapie een rol te spelen.

http://www.bmj.com/cgi/doi/10.1136/bmj.e6409

In een commentaar op deze studie in de Folia Pharmacotherapeutica stelt het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie dat deze studie de huidige aanbevelingen in verband met hormonale substitutietherapie niet wijzigt. In het commentaar wordt verwezen naar de befaamde Women’s Health Initiative-studie uit 2002 die voortijdig gestopt werd omwille van een verhoogd risico van invasieve borstkanker en trombose bij de vrouwen die hormonale substitutietherapie hadden gekregen. Sinds de publicatie van die studie is er nog veel discussie over de risico-batenverhouding van hormonale substitutietherapie.

Hoewel deze studie op het eerste zicht geruststellend lijkt wat betreft de veiligheid van hormonale substitutietherapie kort na het begin van de menopauze, laten ze niet toe om de aanbevelingen te wijzigen: wanneer een hormonale substitutiebehandeling wordt gestart, is de huidige aanbeveling nog steeds om de behandeling niet langer voort te zetten dan nodig is om de menopauzale klachten te behandelen (vasomotorische symptomen, genitale atrofie).

Ook de invloedrijke U.S. Preventive Services Task Force preciseert in een recent advies dat ‘hormonale substitutietherapie na de menopauze niet aangeraden wordt om hartziekten en osteoporose te voorkomen en dat de mogelijke nadelen niet opwegen tegen de mogelijke voordelen’.
Substitutietherapie kan daarentegen wel kortdurend toegepast worden om de typische menopauzale klachten zoals warmteopwellingen en vaginale droogte te behandelen.



verschenen op : 14/01/2013 , bijgewerkt op 14/10/2019


pub