Bijna 30.000 Vlaamse jongeren nemen antidepressiva

Laatst bijgewerkt: oktober 2012
pil-1-mond-170_400_05.jpg

nieuws Vlaamse jongeren gebruiken te veel antidepressiva, zo blijkt uit een onderzoek van de CM. CM onderzocht het gebruik van antidepressiva van jongeren van 0 tot 25 jaar van 2001 tot en met 2011.

Naar schatting 28.565 Vlaamse kinderen en jongeren (van 0 tot 25 jaar) nemen antidepressiva. Dat is 1,3 procent van de jongeren. De kans dat een jongere een antidepressivum inneemt, stijgt met de leeftijd: 0,9 procent bij de 13- tot 17-jarigen, 3,3 procent bij de 18- tot 25-jarigen. Er is ook een duidelijk verschil tussen jongens en meisjes: bijna dubbel zoveel meisjes (1,7 procent) dan jongens (1 procent) bestrijden depressieve gevoelens met dit type geneesmiddel. Van de vrouwelijke adolescenten (18-25 jaar) neemt ruim 1 op 25 (4,3 procent) antidepressiva.

Ook het inkomen speelt een rol: wie tot een sociale categorie behoort (recht op een verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg), heeft veel meer kans op het voorschrift van antidepressiva (2,2 procent) tegenover wie niet tot een sociale categorie behoort (1,3 procent).

Het totaal aantal gebruikers bleef de voorbije tien jaar vrijwel stabiel, maar binnen deze groep is er een verschuiving van kortere kuren naar langere kuren. Nam in 2001 nog 18 procent meer dan 180 dagelijkse dosissen, is dit in 2011 al 34 procent. 180 dagdosissen komt voor kinderen ongeveer overeen met het gebruik van een jaar. Het gemiddeld aantal dagdosissen dat een jongere inneemt, is dan ook met meer dan de helft gestegen: van 104 in 2001 tot 176 in 2011.

CM vindt dat er meer moet ingezet worden op de geestelijke gezondheidszorg, en lanceert vandaag De Gelukzoekers, een educatief pakket voor leerkrachten om de psychische gezondheid van 14-16-jarigen te verbeteren.

Voor CM kan het voorschrijven en nemen van een antidepressivum slechts een onderdeel zijn van een totaalaanbod tegen depressieve gevoelens:
• Preventie. We moeten meer werken aan de mentale fitheid, die depressieve gevoelens helpt voorkomen, maar ook weerbaarder maakt als het even tegenzit.

• Een minder prestatiegerichte samenleving zal ook de druk op kinderen en jongeren thuis, in het onderwijs en in de vrije tijd ten goede komen. Ongeveer een op de tien kinderen lijdt aan een ernstige vorm van faalangst. Volgens psychologen, leraren en faalangsttrainers krijgen steeds meer jonge kinderen, ook kleuters, er last van. Daarnaast moeten psychische problemen beter bespreekbaar worden. Jongeren moeten doorverwezen worden naar de relevante hulpverlening voordat de situatie uit de hand loopt. Het taboe rond gezondheidsproblematieken als depressie en suïcide) moet doorbroken worden. We moeten vermijden dat kinderen doorschuiven naar de geestelijke gezondheidszorg als ze ten einde raad zijn.

• Meer toegankelijke geestelijke gezondheidszorg. De huisarts heeft een coördinerende rol, o.a. in het al dan niet verwijzen naar de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg. Deze centra kampen met wachtlijsten en lange wachttijden. Er zijn daar meer handen nodig. Daarnaast zou psychotherapie door psychotherapeuten (die geen arts zijn) moeten terugbetaald worden door de ziekteverzekering.



verschenen op : 21/10/2012


pub